maandag 23 april 2018

Wie wil kennismaken met de Starre Kolos?

Wij – een groepje liefhebbers, waartoe ik ook mezelf reken – hebben er weer zin in: op de fiets door de Franse Alpen. En dan niet naar de minste bergpassen! Wie heeft ook trek?


Uitzicht vanaf de Col du Galibier (2642 m)
Bij goed weer zie je de Mont Blanc

De Maurienne-vallei vormt het hoofdpodium van de meerdaagse fietsvakantie in de Franse Alpen, die ik momenteel organiseer. Deze fietsvakantie is van donderdag 28 juni t/m maandag 2 juli 2018, met als uitvalsbasis Orelle, gelegen op ongeveer 800 m hoogte, ongeveer halverwege St. Jean-de-Maurienne en Modane.

Programma
Vanuit Orelle maken we drie dagtochten:
  • Donderdag 28 juni: reis naar de Franse Alpen (940 km), accommodatie in Orelle (nog enkele plaatsen beschikbaar).
  • Vrijdag 29 juni: beklimming van de Col de la Madeleine (op 1999 m, 1 Michelinster): heen+terug ca. 90 km, ca. 1800 hoogtemeters.
    Optioneel: op de terugweg beklimmen we Les Lacets de Montvernier (op 787 m).
    Dit voegt 7 km en 300 hoogtemeters aan de tocht toe.
    Col de la Madeleine: www.cyclingcols.com/col/Madeleine
    Les Lacets de Montvernier: www.cyclingcols.com/col/Montvernier
  • Zaterdag 30 juni: beklimming van de Col du Mollard (op 1630 m, 1 Michelinster), gevolgd door de Col de la Croix de Fer (op 2064 m, 2 Michelinsterren), terug via St. Jean-de-Maurienne: ca. 86 km, ca. 2100 hm.
    Col du Mollard: www.cyclingcols.com/col/Mollard
    Col de la Croix de Fer: www.cyclingcols.com/col/CroixDeFer
  • Zondag 1 juli: beklimming van de Col du Télégraph (op 1566 m, 1 Michelinster), gevolgd door de Col du Galibier – de “Starre Kolos“ (op 2642 m, 3 Michelinsterren), met pauze op de terugweg in Valloire (1 Michelinster): heen+terug ca. 70 km, ca. 2200 hm.
    Col du Télégraph: www.cyclingcols.com/col/Telegraphe
    Col du Galibier: www.cyclingcols.com/col/Galibier
  • Maandag 2 juli: thuisreis.
Voor meer info verwijs ik naar de website Cycling Cols: www.cyclingcols.com.

Sfeer en doelstellingen
Om deze fietsvakantie tot een onvergetelijke ervaring te maken, geldt het volgende:
  • Het sociale karakter staat voorop: de ontmoeting tussen mensen met een gemeenschappelijke passie, fietsen
  • Op de tweede plaats komt het toeristische aspect: de fietstochten voeren door een prachtig berglandschap, waarvan iedereen kan genieten
  • Pas op de derde plaats komt de sportieve prestatie.
Er is dus tijd voor een goed gesprek en rondkijken. Wie geen topconditie heeft kan ook mee, je rijdt in je eigen tempo naar boven. Niettemin staat het iedereen vrij om zo snel mogelijk het hoogste punt te bereiken.

Tijdens eerdere fietsvakantie stond deze formule garant voor een geslaagde vakantie, waarbij enkele regenbuien en mist de sfeer niet konden bederven. Het weer krijg ik nog steeds niet perfect georganiseerd, ondanks brandende kaarsen voor het raam en het bezorgen van worsten bij St. Clara én – just to be sure – bij St. Brigida.

Uitrusting en veiligheid
Deelnemers aan deze fietsvakantie starten met een (ren)fiets in goede technische staat: goed werkende remmen, goede banden, adequaat schakelwerk (een licht verzet, bv. 34-28, is in de bergen aan te bevelen).
En je hebt materiaal bij je om onderweg eenvoudige reparaties uit te voeren.

Fietshelm is verplicht en denk aan je kleding: in de bergen kan het weer snel omslaan.
Zonnebrandcrème is er onmisbaar (we rekenen op stralend weer – dankzij die worsten).

Je houd je uiteraard aan de geldende verkeersregels. Zo geldt in Frankrijk: naast elkaar fietsen mag, alleen overdag en alleen als er geen auto’s zijn die de fietsers willen inhalen.

Reizen en accommodatie
Ik heb accommodatie geregeld in Orelle, er zijn nog slechts enkele plaatsen beschikbaar.
In onderling overleg regelen we de heen- en terugreis, die gedacht is met eigen vervoer.
Voor het overige rekenen we op zelfredzaamheid – dat geldt ook voor het opdoen van voldoende fysieke conditie.

Juridische aspecten
Deelname aan deze fietsvakantie is op eigen risico. Het lidmaatschap van de NTFU wordt dringend aanbevolen, want dan ben je (extra) verzekerd.
NTFU: www.ntfu.nl/fietsers/lid-worden

Kosten
Deelname aan deze fietsvakantie is voor eigen rekening, waarbij we proberen de kosten zoveel mogelijk te delen. Ook proberen we uiteraard de kosten laag te houden.

Belangstelling?
Heb je belangstelling om mee te gaan met deze fietsvakantie? Er zijn nog slechts enkele plaatsen beschikbaar, dus laat het snel (uiterlijk 13 mei) weten. Stuur voor meer informatie een e-mail naar klaas.bos @ gmail.com.

maandag 16 april 2018

How DSM developed into a chemical company

In the 1950s and 1960s, DSM invested heavily in research to keep up competition with companies like DuPont, BASF, and ICI. This research and the resulting industrial production were located at today’s Chemelot.


 Urea plant
DSM Fertilizer Works, 1962
DSM, www.deMijnen.nl

Urea
Urea is a fertilizer, made from carbon dioxide and ammonia, that can also serve as feedstock for plastics and resins. BASF had begun producing urea in 1922, but DSM did not start its first urea plant until 1952. DSM developed into the global technology leader in the field of urea. The technology was licensed to companies all over the world by DSM’s licensing subsidiary Stamicarbon (which was sold to Maire Tecnimont in 2009).

Caprolactam plant

Caprolactam
When DSM decided to develop a feedstock for synthetic fibers, the choice was caprolactam, a feedstock for polyamide (PA). Polyamides come in different types, and in 1938 DuPont had started producing one such type under the Nylon brand name, which has meanwhile become a generic name. IG Farben followed shortly afterwards. DSM based itself on the German process – the relevant knowledge became available to DSM after World War II through the Farben patents, handed over as part of the German reparation payments. The process started with phenol, which was obtained from coke oven gas.

The caprolactam plant was started 65 years ago, in 1952. As a byproduct of the caprolactam production process large quantities of ammonium sulfate were obtained. Research resulted in the HPO process (hydroxylamine phosphate oxime), which dramatically reduced the quantity of ammonium sulfate. Although the research had been begun in 1965, DSM did not start the HPO plant until 1977. The time in between was needed to solve problems with respect to the chemical process, catalysts, reactors and scaling up. Almost all caprolactam was sold through the Dutch company AKU (Algemene Kunstzijde Unie), a predecessor of today’s AkzoNobel.

Polyethylene plant

Polyethylene
Polyethylene (PE) was discovered in 1933 when ICI’s Reginald Gibson polymerized ethylene under very high pressure. In 1953, Karl Ziegler (1898-1973) of the Max Planck Institut für Kohlenforschung developed a second polyethylene process; in this process, ethylene was polymerized at atmospheric pressure with the aid of a catalyst. The ICI process yielded LDPE (low-density polyethylene, or high-pressure PE), whereas the Ziegler process resulted in HDPE (high-density polyethylene, or low-pressure PE).
DSM had ethylene available from coke oven gas. In 1957, DSM decided to develop both the ICI and the Ziegler processes.
The first LDPE plant was started in 1959 on the basis of technology purchased from ICI and Spencer Chemical Company. Plastic’s many applications substantially raised the standard of living.

At some point, the quantity of ethylene obtained from coke oven gas proved insufficient, and in 1961 a naphtha cracker was put on stream – a milestone, for this was the first time DSM did not use a coal-based feedstock.
In 1962, the HDPE plant was started, based mostly on new DSM technology, a further development of the Ziegler process.

Rubber plant

Synthetic rubber
Giulio Natta of the Milan Polytechnic had discovered that ‘Ziegler-like’ catalysts could also be used to prepare polypropylene (PP) and synthetic rubbers. While DSM could obtain propylene from coke oven gas and from the naphtha cracker, it had problems developing a production process for polypropylene that did not infringe Natta’s patents. DSM did not start producing polypropylene until 1977.
Synthetic rubber (or elastomers) is a copolymer made up of several monomers. On the basis of its HDPE know-how DSM developed the synthetic rubber EPDM, which was composed of ethylene, propylene, and dicyclopentadiene (DCPD). DSM procured a DCPD license from the Dunlop company in the UK. In 1967 – 50 years ago, the EPDM plant was started and DSM developed into a world market leader. The product (with its Keltan brand) has many applications in the building sector and the automotive industry.
In 1963, Ziegler and Natta jointly received the Nobel Prize for Chemistry.

Melamine plant

Melamine
Polyethylene, polypropylene, and synthetic rubber are so-called thermoplastics: plastics that become soft at a high temperature. Thermosets are a different type of plastics: they remain hard at high temperatures. In the 1920s, the Bakelite company produced the Bakelite synthetic resin, a thermoset, from phenol and formaldehyde. In 1936, Swiss-based CIBA started producing a synthetic resin called melamine, which example was followed by other companies, such as American Cyanamid. Melamine applications included the laminate on tables and counters.
DSM developed its own melamine process based on the American Cyanamid production process, with urea as feedstock. In 1967, the melamine plant was started, one of the first in the world for industrial-scale production of melamine from urea.

With caprolactam, polyethylene, EPDM and melamine, DSM had transformed itself from a fertilizer producer into a chemical group. The guiding principle was diversification based on existing raw materials, such as coke oven gas and ammonia, and the use of knowledge previously gained with other activities, such as mining and fertilizer production.
DSM remained depending on coal for a long time, because the switch to natural gas and oil proved to be difficult. In the 1960s, coke oven gas as raw material for ammonia was replaced by natural gas, which became abundantly available after its discovery, on 22 July 1959, in the fields of farmer Boon in Slochteren, in the Province of Groningen.

Lysine
Not all developments were as successful, as the lysine project shows. Lysine is an amino acid that man and animal can take up almost exclusively from animal sources. So, DSM directed its research efforts towards this amino acid in 1957. Lysine was for instance tested in test animals that were kept in the vicinity of the Central Laboratory.
In 1968, the lysine plant was started, but by then it had become clear that biotechnology provided an easier way to manufacture lysine than the chemical route DSM had taken. To cut its losses, the company shut down the plant after six months. Still, the failure with lysine turned out to be a blessing in disguise, since it provided the basis for further diversification of DSM in the fine chemicals sector.

DSM has meanwhile divested all the activities mentioned above. The caprolactam and ammonium sulfate plant now belong to Fibrant, which positions itself with the slogan "Pure Chemistry Since 1952". The naphtha crackers and the polyethylene and polypropylene plants at Chemelot are now owned by the Saudi Arabian company SABIC, one of the largest chemical companies in the world. The rubber plant is owned ARLANXEO, since 2016 a joint venture of LANXESS and Saudi Aramco. And the urea and melamine plants are, like the ammonia and fertilizer plants, owned by OCI Nitrogen.

Read also “How it started underground”, “The first transition: from coal to chemicals” and “When it went darker than in a mine shaft”. “And then there was the next Dutch winner!” is interesting too.
This is a repost of my (Dutch) December 11, 2017 post.
Read my May 20, 2013 blog post about the reason why of my English reposts.

maandag 9 april 2018

DSM van bulk naar hogere toegevoegde waarde

In 1982 leed DSM voor het eerst in zijn bestaan een groot verlies. Bovendien was de groei eruit bij de bulkchemicaliën, die op het huidige Chemelot Industrial Park werden geproduceerd. Daarom zette het bedrijf in op consolidatie en rationalisatie in de bulkchemie en op groei in kennisintensieve producten met een hoge winstgevendheid.


Grondstoffenfabriek voor Dyneema

Aanvankelijk werden onderzoeksbudgetten gesnoeid en werd het aantal onderzoekers verkleind. Innovatief onderzoek kon pas weer van de grond komen nadat DSM van het verlies in 1982 was hersteld. Dit onderzoek richtte zich op biotechnologie en hoogwaardige materialen.

Dyneema
Het principe achter Dyneema, een ijzersterke vezel, werd omstreeks 1963 bij toeval ontdekt. DSM-onderzoekers gebruikten een roerwerk om een polyetheen-oplossing van gelijkmatige temperatuur te verkrijgen. Op de roerders vormden zich polyetheen-kristallen. Verder onderzoek leidde tot polyetheen-vezels: Dyneema. Men wist echter niet hoe men die vezels moest toepassen en er was geen proces waarmee het op industriële schaal geproduceerd kon worden. In 1979 vroeg DSM een patent aan voor een spinproces, maar het ontbrak aan voldoende kennis over spinnen, de ontwikkeling van toepassingen en marketing. Er werd een partner gezocht die wél over deze kennis beschikte: het Japanse bedrijf Toyobo, waarmee in 1986 een joint venture werd aangegaan. Ondertussen had het Amerikaanse bedrijf Allied Signal op basis van een licentie van DSM zelf een spinprocédé ontwikkeld.
In 1990 startte de productie van Dyneema op industrieterrein De Beitel bij Heerlen, terwijl voor de grondstof UHMW-PE (ultrahoog-moleculair polyetheen) een fabriek op Chemelot werd gestart. Toyobo verkocht de vezel voornamelijk in het Verre Oosten, Nieuw-Zeeland en Australië, Allied vooral in de Verenigde Staten en DSM in de rest van de wereld.
Dyneema is een sterke, stijve, lichte vezel, bestand tegen uv-straling en vele chemicaliën. Het bleek geschikt te zijn om andere materialen in bestaande toepassingen te vervangen. Toen de fabriek startte werden drie markten onderscheiden: touwen en kabels, bescherming tegen kogels en in composieten (bv. helmen, tennisrackets en ski’s). Dyneema vond ook toepassing in andere markten en werd een succesverhaal.

Aspartaam
De kans deed zich voor dat DSM aspartaam kon produceren, een zoetstof die ongeveer 200 keer zo zoet is als bietsuiker, maar met minder calorieën. Aspartaam was in 1965 ontdekt door het Amerikaanse bedrijf Searle. Het kostte veel moeite om het product als voedingsingrediënt goedgekeurd te krijgen, aangezien er twijfel was over de veiligheid. Frankrijk was het eerste land dat in 1979 het product toeliet. Searle (vanaf 1985 Monsanto) verkocht aspartaam daarna onder de naam NutraSweet, dat vooral in frisdranken werd toegepast. Searle had het product in vele toepassingen met patenten beschermd.
DSM had sinds 1966 ook aan aspartaam gewerkt als onderdeel van het lysine-onderzoek (lees “Hoe DSM zich tot chemiebedrijf ontwikkelde”) en in 1972 een aspartaamproces gepatenteerd. Het product bestond uit zgn. ‘chirale moleculen’, moleculen die elkaars spiegelbeeld zijn, maar waarvan één zoet smaakte en de ander bitter. In 1985 ging DSM een joint venture aan met het Japanse bedrijf Tosoh onder de naam Holland Sweetener Company. Tosoh had een methode gevonden om met behulp van een enzym alleen de zoete fractie van aspartaam te produceren – evenals bij lysine won de biotechnologie van de chemie. In 1988 werd op Chemelot een fabriek opgestart nadat het patent van Searle voor de Europese markt was verlopen.
In 2006 werd de productie van aspartaam beëindigd als gevolg van hevige concurrentie uit Azië, met name China – aspartaam was een commodity geworden.

Andeno
In 1987 nam DSM het fijnchemisch bedrijf Andeno in Venlo over van Océ-Van der Grinten. Sindsdien is de geschiedenis van DSM niet langer beperkt tot Chemelot. Er volgden meer overnames (buiten Geleen), zoals Gist-Brocades (1998), de divisie Roche Vitamins & Fine Chemicals (2003), Martek (2011), ONC, Kensey Nash, Fortitech (2012), Tortuga (2013) en Aland (2015).

Stanyl-fabriek

Stanyl
In de jaren 80 richtte het onderzoek in de bulkchemie zich op energie-efficiëntie en lager grondstoffengebruik. Ook werd veel onderzoek gedaan naar alternatieve productieprocessen, voor caprolactam, ammoniumsulfaat en melamine. Het bleek echter niet rendabel om deze processen in bestaande fabrieken toe te passen of om bestaande fabriek te vervangen.
Een diversificatie op basis van acrylonitril was de ontwikkeling van nylon 4.6 onder de naam Stanyl. Dit type nylon is bestand tegen hoge temperaturen en is stootvast. Commerciële productie startte in 1990. Deze engineering plastic werd vooral in elektronica toegepast. In vergelijking met caprolactam is Stanyl geen grondstof voor nylon, maar een nylon op zich.

Carbolim
In 1985 gingen Air Liquide en ACP een joint venture aan: Carbolim, het eerste niet-DSM-bedrijf op Chemelot. De samenwerking betrof een CO2-productieplant; deze CO2 is een bijproduct van de ammoniaksynthese. De kooldioxide wordt onder meer toegepast in frisdranken en mineraalwater, voor het inertisering van tanken en processen, voor de groeistimulatie van planten in kassen en voor de foaming van kunststoffen.

PVC-fabriek

Eerste desinvestering: LVM
In 1988 verkocht DSM de PVC-fabriek uit 1972 (lees “Hoe DSM een sprong voorwaarts maakte”) onder de naam Limburgse Vinyl Maatschappij (LVM) aan het Belgische bedrijf Tessenderlo Chemie – de eerste in een reeks desinvesteringen die doorloopt tot 2015. Deze transactie hield verband met de maatschappelijke weerstand die tegen PVC was gerezen na problemen met dioxine-emissies uit PVC-afval in vuilverbrandingsinstallaties.
In 2011 werd de PVC-activiteiten van Tessenderlo Chemie overgenomen door het Britse bedrijf INEOS ChlorVinyls. Nu is de fabriek van Vynova, een onderdeel van ICIG, dat zich toelegt op vinylchlorides, met fabrieken in Tessenderlo, Wilhelmshaven, Mazingarbe, Runcorn en dus op Chemelot. ICIG (International Chemical Investors Group) is een Luxemburgs-Duitse industriële investeringsmaatschappij, waaronder ook Enka valt (voorheen AkzoNobel).

De grondstoffenfabriek voor Dyneema en de Stanyl-fabriek op Chemelot zijn nog eigendom van DSM, zij het dat de UHMW-PE-fabriek bediend wordt door personeel van SABIC. De voormalige opslagloods van Holland Sweetener Company maakt nu deel uit van Brightlands Chemelot Campus, hier zijn de cleanrooms van Lonza Nederland en Chemelot InSciTe ondergebracht. De vestiging in Venlo werd enkele jaren geleden door DSM gesloten.

Lees ook “Hoe het onder de grond begon”, “De ontdekking van de Mijngod”, “De eerste transitie: van steenkool naar chemie” en “Toen het donkerder werd dan in een mijnschacht”.

maandag 2 april 2018

De rechten van burgers in het digitale tijdperk

Per 25 mei 2018 wordt nieuwe regelgeving inzake gegevensbescherming, die de (online) privacy van Europese burgers beter moet beschermen, van toepassing. Die burgers krijgen meer rechten. En aan organisaties die persoonsgegevens verwerken worden meer regels gesteld. Sta er eens even bij stil.


De nieuwe regelgeving onderscheidt vier rollen:
  • De persoon – jij en ik, als burger, medewerker, patiënt, vrijwilliger, lid, klant – wiens gegevens worden verwerkt, de betrokkene
  • De organisatie – jouw werkgever, leverancier of vereniging – die persoonsgegevens verwerkt, de verwerkingsverantwoordelijke (verder: de organisatie)
  • De dienstverlener aan wie een organisatie de gegevensverwerking heeft uitbesteed, de verwerker
  • De privacy-toezichthouder, in Nederland de Autoriteit Persoonsgegevens.

Bij persoonsgegevens wordt onderscheid gemaakt tussen:
  • Gewone gegevens, zoals naam, adres, e-mailadres, telefoonnummer en burgerservicenummer *)
  • Bijzondere gegevens, bijvoorbeeld inzake gezondheid of politieke opvattingen en ook genetische gegevens (DNA) en biometrische gegevens (vingerafdrukken)
  • Strafrechtelijke gegevens, zoals veroordelingen en verdenkingen.

Rechten van betrokkenen
Als betrokkene krijg je meer en verbeterde privacy-rechten, zoals:
  • Recht op inzage: je mag de gegevens inzien die organisaties van jou verwerken
  • Recht op correctie en verwijdering: je mag de gegevens die organisaties van jou verwerken wijzigen
  • Recht op dataportabiliteit: organisaties moeten zorgen dat jij je gegevens makkelijk kunt krijgen en vervolgens kan doorgeven aan een andere organisatie als je dat wilt
  • Recht op vergetelheid: je hebt het recht om online ‘vergeten’ te worden
  • Recht op beperking van de verwerking: je mag minder gegevens laten verwerken
  • Recht met betrekking tot geautomatiseerde besluitvorming en profilering: je hebt recht op een menselijke blik bij besluiten die over jou gaan
  • Recht om bezwaar te maken tegen de gegevensverwerking
  • Recht op duidelijke informatie over wat organisaties met jouw gegevens doen (informatieplicht). Veel organisaties publiceren op hun website een privacyverklaring.

Verantwoordingsplicht
Organisaties hebben een verantwoordingsplicht om aan te tonen dat zij voldoen aan de bescherming van het grondrecht van mensen op privacy. Die verantwoording wordt afgelegd met behulp van de volgende maatregelen.
  • Register van verwerkingsactiviteiten
  • Data protection impact assessment
  • Register van datalekken
  • Aantonen van toestemming van betrokkenen
  • Functionaris voor de gegevensbescherming.

Overzicht verwerkingen
Organisaties moeten hun gegevensverwerkingen in kaart brengen in een register van verwerkingsactiviteiten. Hierin documenteren zij welke persoonsgegevens zij verwerken en met welk doel zij dit doen, waar deze gegevens vandaan komen en met wie zij ze delen.

Data protection impact assessment
Bij grootschalige gegevensverwerking waarbij sprake is van een hoog privacy-risico voor de betrokkenen moet een organisatie een zogenaamd data protection impact assessment uitvoeren. Dat is een instrument om vooraf de privacy-risico’s van een gegevensverwerking in kaart te brengen en vervolgens maatregelen te nemen.

Meldplicht datalekken
Organisaties moeten alle datalekken documenteren en daarvan melding doen bij de Autoriteit Persoonsgegevens.

Toestemming
Voor de verwerking van persoonsgegevens is een grondslag nodig, bijvoorbeeld toestemming van de betrokkene. Organisaties moeten kunnen aantonen dat zij een geldige toestemming hebben gekregen. En dat het voor mensen net zo makkelijk is om hun toestemming in te trekken als om die te geven.
De verwerking van bijzondere en strafrechtelijke persoonsgegevens is verboden, tenzij wordt voldaan aan een aantal strengere eisen. Het verwerken van gegevens van kinderen tot 16 jaar mag alleen met toestemming van de ouders.

Voorbeeld: wanneer iemand zich via een online formulier aanmeldt als abonnee op een digitale nieuwsbrief, dan ontvangt betrokkene een bevestigingsmail met een link, die moet worden aangeklikt voordat het abonnement ingaat (en dit moet in het abonneebestand worden vastgelegd). De abonnee moet zich ook kunnen afmelden, wat doorgaans geregeld wordt via de link “afmelden” in de voetnoot van de betreffende nieuwsbrief.

Functionaris voor de gegevensbescherming
Organisaties kunnen verplicht zijn om een functionaris voor de gegevensverwerking aan te stellen. Dit is iemand die binnen de organisatie toezicht houdt op de toepassing en naleving van de regelgeving. Deze functionaris is verplicht bij overheden en publieke organisaties, bij organisaties die op grote schaal individuen volgen en organisaties die bijzondere persoonsgegevens verwerken.

Privacy by design & privacy by default
Bij het ontwerpen van producten en diensten zorgt de aanbieder ervoor dat persoonsgegevens goed worden beschermd en dat niet meer gegevens worden verzamelt dan noodzakelijk voor het doel van de verwerking. En dat die gegevens niet langer worden bewaard dan nodig. Dit volgens het uitgangspunt privacy by design.
Privacy by default houdt in dat organisaties technische en organisatorische maatregelen nemen om te zorgen dat zij, als standaard, alléén persoonsgegevens verwerken die noodzakelijk zijn voor het specifieke doel dat zij willen bereiken. Bijvoorbeeld door:
  • een app niet de locatie van gebruikers te laten registeren als dat niet nodig is
  • op de website het vakje ‘Ja, ik wil aanbiedingen ontvangen’ niet vooraf aan te vinken
  • als iemand zich op een nieuwsbrief abonneert niet meer gegevens te vragen dan nodig is.
Je kunt trouwens zelf de privacy-instellingen van je telefoon aanpassen, zoals locatiegegevens. Voor praktische hulp bij het aanpassen van de instellingen op je telefoon en computer: www.veiliginternetten.nl.

Verwerkersovereenkomsten
Organisaties die de gegevensverwerking hebben uitbesteed aan een verwerker moeten met zo’n dienstverlener een verwerkersovereenkomst afsluiten.

Tenslotte
De verjaardagskalender mag na 25 mei 2018 gewoon op het toilet blijven hangen, want de verwerking van persoonsgegevens voor puur persoonlijk gebruik is en blijft toegestaan.

*) Voor de grootschalige verwerking van BSN-nummers worden speciale regels verwacht.

Dit artikel dient uitsluitend ter bewustwording van de nieuwe privacywetgeving.
Meer informatie over de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), bijvoorbeeld welke eisen er gesteld worden aan een register van verwerkingsactiviteiten of aan een verwerkersovereenkomst en wanneer er minder of juiste aanvullende eisen gelden, is beschikbaar via de website van de Autoriteit Persoonsgegevens: www.autoriteitpersoonsgegevens.nl.
De volledige tekst van de verordening is online beschikbaar via: https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX%3A32016R0679.
En wie twijfelt over wat de AVG voor de eigen organisatie betekent consulteert een jurist.