maandag 19 maart 2018

Weet jij wat je moet doen?

Het gebeurt zelden. Maar stel: plotseling gaat het luchtalarm af en verschijnt er een bericht van NL-Alert op je smartphone.



Het gebeurt inderdaad zelden, maar denkbeeldig is het niet. De laatste keer dat het luchtalarm in de Westelijke Mijnstreek afging was op 9 november 2015: een grote brand in een opslagloods op Chemelot Industrial Park.

Brand op Chemelot, 9 november 2015

Veel inwoners van de gemeente Sittard-Geleen werden opgeschrikt door het alarm. Maar wat bleek: slechts weinigen wisten wat hen te doen stond – in het jargon: het handelingsperspectief ontbrak.
Voor omwonenden van Chemelot (in de ruimste zin) is door de gemeente Sittard-Geleen in samenwerking met Chemelot voorlichtingsmateriaal samengesteld, dat inmiddels in delen van de gemeente is verspreid, hier de digitale versie.
Neem even de tijd om daarvan kennis te nemen, het kan bijzonder van pas komen.

Als het sirene-alarm afgaat
  1. Raak niet in paniek, blijf kalm. Handel rustig, maar direct.
  2. Ga naar binnen. Stop je werkzaamheden, breng jezelf in veiligheid en ga niet onnodig naar buiten.
  3. Breng anderen in veiligheid. Waarschuw anderen met gebaren/signalen naar binnen te gaan.
  4. Lees de instructiekaart. Volg de acties.
  5. Sluit ramen en deuren.
  6. Zet het ventilatiesysteem uit. Schakel, wanneer aanwezig, het ventilatiesysteem uit met de knop of stekker.
  7. Sluit overige openingen. Maak roosters, kieren en open haard dicht of dek deze af met een natte doek.
  8. Blijf weg van deuren en ramen.
  9. Volg de regionale omroep L1 radio en/of tv. Volg de adviezen en instructies van de officiële rampenzender.
  10. Volg NL-Alert op uw mobiel. Adviezen en instructies zijn ook te lezen via NL-Alert.
Bekijk ook de video “Wat moet u doen als een sirene-alarm af gaat?”.

Nou heb je misschien al lezend bedacht dat er zich situaties kunnen voordoen, waarin deze instructies niet goed uitpakken. Dergelijke scenario’s zijn misschien denkbaar, maar in de meeste gevallen leiden die instructies tot de beste oplossing (lees ook “Duidelijke afspraken – voor als het mis gaat”).

Luchtalarm verdwijnt
De rijksoverheid heeft besloten om per 1 januari 2020 het luchtalarm af te schaffen. Daarna worden de sirenes niet langer elke eerste maandag van de maand om 12.00 uur getest. Die sirenes zijn ten tijde van de Koude Oorlog geïnstalleerd om te waarschuwen voor atoomaanvallen door de Sovjet Unie. Daarvoor zijn ze nooit gebruikt, wél voor calamiteiten, zoals de brand op Chemelot in 2015.

Met de afschaffing van dat luchtalarm vertrouwt de overheid dus geheel op NL-Alert, wat riskant is, omdat de psychologie ons leert dat mensen meer dan één prikkel nodig hebben om een alarmering serieus te nemen.
Typische reacties op een eerste prikkel zijn: “Ja, ja, het zal wel.” Of: “Het zal wel weer een test zijn.” Of: “Het zal zo’n vaart niet lopen.
Dan komt de tweede prikkel: “Nu wordt het menens, maar eens nadenken wat me te doen staat.

De gemeente Sittard-Geleen en Chemelot doen een beroep op de rijksoverheid om het sirene-alarm in elk geval in de omgeving van Chemelot na 2020 in stand te houden.

Niet iedereen wordt bereikt?
Verder wordt wel gezegd dat niet iedereen met NL-Alert bereikt wordt, zoals ouderen zonder smartphone of bezitters van een smartphones waarop het NL-Alert-signaal niet kan worden ontvangen. De ervaring van professionele hulpverleners leert evenwel dat het niet perse nodig is om met de alarmering iedereen rechtstreeks te bereiken. Een alarmsituatie gaat namelijk gepaard met het verschijnsel dat mensen naar elkaar omzien. Alleen personen die in grote afzondering verkeren, kunnen in zo’n geval mogelijk over het hoofd worden gezien.

Vraag: weet jij wat je moet doen als het luchtalarm af gaat of als je een NL-Alert-bericht binnenkrijgt?

Voor meer informatie: www.crisis.nl.

maandag 12 maart 2018

De Amerikaanse droom uiteengespat?

Afgelopen najaar maakte ik een reis door Zuidoost-USA. Daardoor kwamen sommige kunstwerken uit de expositie “The American Dream” mij bekend voor. Kijk met mij mee.


Edward Hopper, Morning Sun, 1952
Olieverf op doek

De expositie “The American Dream: Amerikaans Realisme 1945-1965” in het Drents Museum toont Amerikaanse kunst aan de hand van vijf thema’s: Stad, Verhaal, Stilleven, Mens en Platteland.
Luister bij het lezen van deze blogpost naar de Spotify-playlist “Visit The American Dream”.

De Amerikaanse kunstenaars laten de realiteit van het dagelijkse leven van gewone mensen zien, in al haar schoonheid en optimisme. Enkelen van hen stellen ook het individualisme en consumentisme aan de kaak, een wereld waarin niet iedereen succesvol en rijk is. De titel van de tentoonstelling (‘de Amerikaanse droom’) kan dus ironisch worden opgevat.
Oftewel: de Amerikaanse droom als een wortel die je wordt voorgehouden en die je nooit bereikt, zoals Sandra Smets schreef (NRC, 23 november 2017).

In de fotocollectie van mijn Amerika-reis ging ik op zoek naar beelden die de sfeer oproepen van de kunst die ik op de expositie zag. Het resultaat volgt hieronder.

Ralph Going, Amsterdam Diner, 1980
Olieverf op doek

In een typisch Amerikaans fastfoodrestaurant zit slechts één enkele gast, die wezenloos voor zich uitkijkt.

Pizza Hut, Panama City, FL

In dit fastfoodrestaurant bleef vrijwel niemand langer dan nodig is om de afhaalpizza in ontvangst te nemen.

* * *

Robert Birmelin, A Subway Experience, 1966
Acrylverf op doek

De drukte van de dagelijkse spits in de metrotunnels wordt weergegeven in de schimmen die het verstrijken van kostbare tijd – time is money – verbeelden.

MARTA , Atlanta, GA

Peachtree Center, diep onder de grond, is het knooppunt van de vier metrolijnen in Atlanta.

* * *

Richard Estes, The Candy Store, 1969
Olieverf en acrylverf op doek

In de Amerikaanse consumptiemaatschappij draait het om vraag en aanbod, zoals in deze snoepwinkel. In de ruiten wordt de straat weerspiegeld.

Supermarkt in Florida

Deze supermarkt biedt een enorm assortiment aan, waaronder de vouwstoeltjes die bovenop de schappen staan uitgestald.

* * *

Idelle Weber, Cooper Union Trash, 1974
Olieverf op doek

Onvermijdelijk zie je in het straatbeeld iets terug van duizenden tonnen afval die dagelijks in een stad als New York worden geproduceerd.

Vuilcontainer, Clarksdale, MS

Deze container was voorzien van een waarschuwing: “Not for public use. Any unauthorized person using this container will be prosecuted.” Geen halve maatregelen!

* * *

Robert Gniewek, Scotten Inn, 2014
Olieverf op doek

Een verlaten straat bij avond, waar een goudverlicht café met een Pepsireclame nostalgisch lonkt.

Hoek Dumaine St-Bourbon St, New Orleans, LA

In het French Quarter van New Orleans zijn de straten zelden verlaten, maar ook hier werd reclame voor een bekende frisdrank gemaakt.

* * *

Andy Warhol, Brillo Soap Pads Box, 1964
Synthetische polymeerverf op hout

Een replica op ware grootte van een ultiem symbool van de consumptiemaatschappij, dat behoort tot de beeldcultuur van iedere Amerikaan.

Urinoirs, Nashville, TN

Ook sanitair is beeldcultuur, want elke man die ooit in Amerika was, herkent onmiddellijk dit ontwerp van American Standard - met een knipoog naar Marcel Duchamp.

* * *

Thomas Hart Benton, Homestead, 1934
Tempera en olieverf op paneel

Een typisch beeld van het Amerikaanse platteland in de jaren voor de oorlog, een beeld van geborgenheid, afzondering en rust.

Graanbedrijf in Mississippi

Een typisch beeld van het Amerikaanse platteland anno nu, een beeld van zakelijkheid en globalisering.

* * *

John W. McCoy, Brandywine at Twin Bridges, 1953
Tempera op hout

Deze eenzame boom aan de Brandywine rivier in Pennsylvania lijkt wel een gekwelde menselijke figuur.


Bradley Fork Trail, North Carolina

Wandeling langs een rivier door de Great Smoky Mountains tijdens de Indian Summer.

* * *

John W. McCoy, Four O’Clock Train, circa 1940-1941
Aquarel


Spoorlijn bij de Hopson Plantage, Clarksdale, MS

* * *

Charles Burchfield, Winter Sunburst, 1960
Aquarel, houtskool en wit krijt op papier


Zonsondergang, Panama City, FL

* * *

Oproep
Ga snel naar Assen en scan daarna nog eens je vakantiefoto’s!
Stuur mij duo’s van een afbeelding van een kunstwerk naar keuze plus een zelfgemaakte foto die de sfeer van dat kunstwerk oproept (d.w.z. niet een foto van dat kunstwerk) en schrijf erbij wat het voorstelt. Mocht ik de beschikking krijgen over een bruikbare serie, dan zal ik daarvan een nieuwe blogpost maken, vergelijkbaar met dit artikel.

Bekijk de trailer van de expositie “The American Dream - American Realism 1945-2017” in het Drents Museum Assen en de Kunsthalle Emden: https://youtu.be/EREeXC_NBDE
De expositie is nog te zien tot en met 27 mei 2018, meer informatie: www.visittheamericandream.nl

maandag 5 maart 2018

When it went darker than in a mine shaft

In the years 1939-1945 the world went through a dark period. Also today’s Chemelot suffered from the Second World War.


Bombed houses in Geleen, October 6, 1942
DSM, www.deMijnen.nl

The first war years
When World War II broke out, twelve mines were operating in South Limburg: four large state mines, including the Maurits, and eight much smaller, privately operated mines. Together, they employed 32,000 workers. In the course of the war, output per worker decreased by over one fourth, while sickness absence rose from 8.5% in 1938 to 25.4% in August 1944. This was partly compensated by an increase in the workforce to 42,000 in 1943.

By the end of 1941, mandatory Sunday work was introduced to be able to meet the excessive German export demands. Though lured with extra remunerations, the miners initially refused to cooperate but they gave in when four hundred uncooperative workers were sent to the coal mines in the Ruhr area – to set an example.

In 1941, one quarter of the South Limburg production was exported to Germany. This resulted in a coal crisis, which was exacerbated by the extremely cold winter of 1941-’42. Coal was allotted mainly to gas, water and power companies, which meant that the civilian population was left in the cold for a large part of that winter.

It was not only the coal supply that suffered under the occupation: production of nitrogen fertilizers by the DSM Fertilizer Works decreased by more than 50%. From year to year the agricultural lands became more and more exhausted.

The bombardment
In the night of 5 to 6 October 1942, British bombers dropped their bombs on the Maurits State Mine and its surroundings. The mine took some hits and had to be shut down for a week, after which it took another seven months for the normal production level to be reached again. Most bombs, however, fell on Geleen, resulting in almost a hundred casualties and almost 3000 people losing their homes. The bombardment proved to be a mistake: the bombs were actually meant for targets in Germany.

Excavator in a fertilizer warehouse
DSM Fertilizer Works
DSM, www.deMijnen.nl

The refusal
In August 1944, the German chemical industry faced a shortage of ammonia for the production of bombs and grenades. The German occupying force demanded that the DSM Fertilizer Works would immediately start producing only ammonia. The State Mines management refused to cooperate. Directors, engineers and technicians had to go underground, together with their families. On 1 September 1944, the big gas holder of the Maurits cokes plant was shot in flames by the RAF, after which ammonia production had to be stopped.

The liberation (September 1944)
Just before Geleen was liberated on 18 September 1944, the Germans stole away the coal inventories, the platinum catalysts and other materials from the nitric acid plant.

The Germans had not had time enough to flood the mines, so that coal production could rapidly be resumed. For various reasons, however, this did no go very smoothly. The miners were physically exhausted, and there were material shortages of, for instance, food, mining wood, clothes, shoes and mine lamps. In addition, there was a great deal of labor unrest. The miners were disgruntled when the management proved to be lenient for the supervisory personnel that had incurred the workers’ hatred before or during the occupation because of their ‘prodding and pushing system’ and their ‘Feldwebel cursing and snarling methods’. There was also much anger that, while the lower ranks were purged, no measures were taken at management level.
Many miners sought other jobs and one month after the liberation only 15,000 miners worked in the mines. Due to the lack of transport means the mines still built up large coal inventories while people in the neighboring province of North Brabant suffered cold in the first few months after the liberation.

Since all transport lines between the north of the Netherlands and the mines in South Limburg had been cut off, major shortages of domestic fuel developed in the winter of 1944-’45. The hunger winter can therefore rightly be called a ‘winter of cold’, too.

The information in this blog post is taken from Lou de Jong’s historical work “The Kingdom of The Netherlands in the Second World War” (“Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog”) (1969-1988), available online (in Dutch) via https://www.niod.nl/nl/download.
Visit www.demijnen.nl to search for photos from the wartime.
Read also “How it started underground” and “The first transition: from coal to chemicals”.
This is a repost of my (Dutch) September 25, 2017 post.
Read my May 20, 2013 blog post about the reason why of my English reposts.