maandag 22 januari 2018

Op zoek naar de kern van een stad zonder centrum

De stad Genk in de Belgische provincie Limburg heeft 64.000 inwoners. Maar is Genk eigenlijk wel een stad? Want eigenlijk ontbreekt een echt centrum. Een kleine blik over de grens levert (toch) veel interessants over deze plaats – een ‘rasterverhaal’.


C-mine, Winterslag, Genk

Vanuit Zuid-Limburg ben je er zo, via de snelweg E314, over de Maas, richting Antwerpen: de stad Genk. De meeste steden groeien vanuit een centrum, zoals de nabijgelegen historische stad Hasselt. Bij Genk is dat anders toegegaan – en dat maakt de stad bijzonder. Genk is geen concentrische stad, maar een netwerkstad of rasterstad.

Landschap Kempen
Emile Van Doren

Kunstenaarsdorp
Tot aan het einde van de 19e eeuw was de streek rond Genk, in feite de hele Kempen, een onontwikkeld gebied. Zelfs de landbouw wilde er niet echt van (of beter: uit) de grond komen, hoogstens plaggen en turf. Wat wél vlotte was de bosbouw, waaraan we het Nationaal Park Hoge Kempen hebben overgehouden.
Genk ontwikkelde zich tot een kunstenaarsdorp. De meest vooraanstaande kunstenaar was de Brusselse landschapsschilder Emile Van Doren (1865-1949).

Parallel met Zuid-Limburg
In 1901 vond ingenieur en ondernemer André Dumont steenkool in As, even ten noorden van Genk. Binnen een kwarteeuw gingen er in Genk drie steenkoolmijnen open: Winterslag, Waterschei en Zwartberg. Tegelijkertijd gingen ook in Zuid-Limburg steenkoolmijnen in bedrijf, lees “Breuken in het Heuvelland” en “Hoe het onder de grond begon”.
Tussen bestaande dorpskernen ontstonden drie nieuwe stadjes voor de mijnwerkers, onder wie veel uit Polen. Het dorp Genk bleef relatief klein.

Christus Koningkerk, Waterschei, Genk

Rasterstad
Voor de ontsluiting van het gebied werden een spoorweg, een kanaal en rijkswegen aangelegd die oost-west waren georiënteerd. Aangevuld met enkele noord-zuid wegverbindingen ontstond een ladderstructuur: het raster, waaraan Genk de sociaalgeografische karakterisering ‘rasterstad’ te danken heeft.
Her en der werden enorme kerken, zgn. mijnkathedralen, gebouwd, zoals de Christus Koningkerk in Waterschei (1925) en de Sint-Albertuskerk in Zwartberg (1943).

Interieur Stedelijk Sportcentrum Genk
Ontwerp Isia Isgour

Industriestad
In de jaren 1960 en 70 ontwikkelde Genk zich tot industriestad, toen grote ondernemingen als ALZ en Ford naar de stad kwamen. Ondertussen werd het gebied tussen de dorpen en mijnstadjes geleidelijk volgebouwd. Er kwamen tuinwijken en sociale woonwijken. En er kwam het eerste Belgische shoppingcenter naar Amerikaans model. Het belang van industrie en logistiek werd relatief groter toen de mijnen sloten: Zwartberg in 1966, Waterschei in 1987 en Winterslag in 1988.
Genk werd een autostad en werd drastisch gemoderniseerd. Zo werd middenin Genk de Stadsstrip aangelegd, maar daarmee werd nog niet overtuigend in de vacature van ‘stadscentrum’ voorzien.
Kunstenaars bleven in de stad een rol spelen, d.w.z. in 1975 werd daar het uit beton opgetrokken Stedelijk Sportcentrum in gebruik genomen, een ontwerp van de Brusselse architect Isia Isgour (1913-1967) en sinds 2009 een monument.

Industrieel erfgoed
C-mine, Winterslag, Genk

Nieuwe toekomst 1: C-mine
Toen in 2014 de Ford-fabriek in Genk sloot kwam de stad in een crisis terecht. De herontwikkeling van de terreinen die na de sluiting van de mijnen overbleven kreeg daarmee urgentie. Het werden plaatsen voor nieuwe en ambitieuze projecten, tegen de achtergrond van de steenbergen die van de mijnbouw overbleven, die in Vlaanderen terrils worden genoemd.
Op de locatie van Winterslag kwam C-mine tot leven, volgens een ontwerp van het Brusselse architectenbureau 51N4E. Hier kun je terecht voor een museum, cultuur (theater), ontspanning, creatieve economie, onderwijs en wonen. Het industrieel erfgoed bleef op C-mine bewaard, leuk om eens te gaan bekijken.

Hoofdgebouw Thorpark, Waterschei, Genk

Nieuwe toekomst 2: Thorpark
Op de Waterschei-locatie vinden we tegenwoordig het Thorpark, een hotspot voor technologie, energie en innovatie. Internationaal gezien ligt Genk in de luwte ten opzichte van dynamische economische regio’s als de Vlaamse Ruit (Brussel-Gent-Antwerpen-Leuven), de Nederlandse Randstad en het Duitse Ruhrgebied. Toch hebben KU Leuven, VITO en IMEC, toonaangevende wetenschappelijke instellingen in België, het Thorpark uitgekozen als locatie voor hun onderzoeksactiviteiten op het vlak van hernieuwbare energie. Voor dit initiatief, EnergyVille, werd nieuwbouw gerealiseerd. Hier staat ook IncubaThor, nieuwe huisvesting voor startende bedrijven en groeibedrijven. Het hoofdgebouw van de mijn werd gerenoveerd volgens een ontwerp van SATIJNplus Architecten uit Born.

Cosmopolitan Chicken Project
Koen Vanmechelen

Nieuwe toekomst 3: La Biomista
Ook Zwartberg bleef niet achter qua herontwikkeling. Daar vinden we nu het La Biomista kunstcentrum. Dit is het domein van de kunstenaar Koen Vanmechelen, bekend van het Cosmopolitan Chicken Project. Hiermee wil hij door vermenging van alle kippenrassen – om te beginnen de Mechelse Koekoek en de Poulet de Bresse – de universele superbastaard kweken, als metafoor voor de mondiale culturele en genetische smeltkroes.

Voor het terrein dat Ford achterliet worden de mogelijkheden verkend die de circulaire economie kan bieden.

De geschiedenis van Genk valt zo samen met de achtereenvolgende energietijdperken:
  1. Plaggen en turf
  2. Steenkool (Winterslag, Waterschei, Zwartberg) en olie (Ford)
  3. Hernieuwbare energie (diepe geothermie en smart grids).

Cosmodrome Kattevennen, Genk

Vanuit Zuid-Limburg is Genk een mooie bestemming voor een fietstocht. Ga bij Berg met het veer de Maas over en dan verder langs de knooppunten tot aan Genk: www.fietsnet.be. Dwars door Nationaal Park Hoge Kempen, met een goede kans dat je langs het Cosmodrome Kattevennen komt, de volkssterrenwacht met planetarium.

Deze blogpost is deels gebaseerd op “Genk, rasterstad – De groenste centrumstad van Vlaanderen” door verschillende auteurs, uitgegeven door de Stad Genk (2015).
Wie wil dit boek lezen? Laat maar weten of je belangstelling hebt. Wie het eerst komt, het eerst maalt.