maandag 7 mei 2018

De macht van de dagelijkse dingen geëtaleerd

Wij worden allen omringd door allerlei voorwerpen, een situatie zo triviaal dat we ons dat amper bewust zijn. De expositie “Object Love” in Museum De Domijnen te Sittard, over onze intieme, emotionele relatie met dingen, drukt ons evenwel met de neus op dit feit. Laten we eens horen wat kunstenaars te hierover te zeggen hebben.


Furniture Bondage (2007)
Melanie Bonajo

Voor de meeste mensen zijn de dagelijkse dingen tot hulp, simpelweg en vanzelfsprekend. De tentoonstelling “Object Love” laat zien dat kunstenaars voor onze relatie met dingen een bijzondere gevoeligheid hebben ontwikkeld. Hierbij komen vier thema’s aan de orde:
  1. Lichamen en dingen
  2. Waarom houden mensen van dingen
  3. De opkomst van de consumptiemaatschappij (de ballast van de dingen)
  4. De technologische revolutie (de dingen worden steeds slimmer).
Luister tijdens het lezen van dit artikel naar “Living In a Material World” van Madonna.

Lichamen en dingen
Over hett thema 'Lichamen en dingen' zegt de Nederlandse kunstenares Yvonne Dröge-Wendel: ”Zonder dingen kunnen we niet overleven, anders waren we nog primaten. We brengen meer tijd door met dingen dan met mensen. We leven ermee en zijn de hele dag met ze in contact. Diep in ons hart houden we van dingen. We hebben meer fysiek contact met onze geliefde dingen dan met onze beste vrienden.
Dat zij in 1992 als blijk van haar liefde voor de dingen met een dressoir van het merk Wendel trouwde, past in haar redenatie, die een verbinding legt met filosofen als Bruno Latour (de Actor-Network Theory) en Peter-Paul Verbeek (de Theory of Technological Mediation).

Een huwelijk tussen een mens en een ding is in mijn ogen bizar, maar er is aanleiding om de positieve en negatieve invloed van dingen en de daarachter liggende technologieën op het menselijk gedrag te overdenken.

Installatie (2015)
Olaf Mooij

De Nederlandse kunstenaar Olaf Mooij zegt: “Als we vroeger een lange autorit hadden gemaakt, klopte mijn vader vriendelijk op de motorkap en zei: goed gedaan, jochie. Zo kwam ik op het idee om auto’s een leven te geven. Mensen hebben een persoonlijke band met auto’s. Een auto is een statussymbool. Als je erin zit, is dat hoe je je aan de anderen presenteert. De auto is je identiteit.

Freudsche Rektifizierung / Freud’s Rectificatie (2004)
Erwin Wurm

De Oostenrijkse kunstenaar Erwin Wurm zegt: “Ik verzamel vuurstenen, de alleroudste werktuigen. Sommige zijn wel een miljoen jaar oud! Prehistorische mensen deden er van alles mee, van huiden bewerken tot kleding fabriceren. Gaandeweg werden de vuurstenen steeds gladder en kregen ze ook een spirituele lading en sociaal prestige. Ons lichamelijke bestaan is slechts één aspect van het menszijn. Je bestaat uit een lichaam maar ook uit al die andere dingen, zoals je huis of je auto. Die zeggen ook iets over jou. Ik ben ook geïnteresseerd in de psychologische kant.

Verzameling porselein
Vika Mitrichenko

Waarom houden mensen van dingen
Haar porseleinen servies had misschien niet zoveel historische of artistieke waarde, maar volgens de Wit-Russische kunstenaar Vika Mitrichenko was het voor zijn grootmoeder een grote schat: “Je kon de kopjes niet alleen gebruiken, ze waren ook de hoeders van haar herinneringen. Als er scherfjes afsprongen probeerde grootmoeder ze weer vast te lijmen. En als er onderdelen ontbraken, verving ze die door andere stukken porselein, gedreven door het onmogelijke verlangen om het verleden terug te halen naar het heden.

Staging Silence (2012)
Hans Op de Beeck
bekijk de animatie

De Belgische kunstenaar Hans Op de Beeck zegt: “Mijn werk is geen aanklacht tegen de technologische maatschappij. Ik ben niet tegen vooruitgang. De condities veranderen, we gaan anders met tijd en ruimte om. Vroeger was het niet beter, alleen anders. ‘Staging Silence’ is een schouwtoneel van het leven in verschillende bedrijven. Daarbij vormen de dingen slechts het decor. Het gaat mij om de stilte. Om een moment van onthechting en het bewustzijn van het leven dat aan je voorbij trekt. Zoals Milan Kundera zegt: we zijn zo licht als een pluimpje. Vanuit een vliegtuig bezien zijn wij zo klein als een mier. We stellen niets voor in het licht van de eeuwigheid. Je moet omgaan met die sterfelijkheid. Dat is de basis van alles.

Furniture Bondage (2007)
Melanie Bonajo

De opkomst van de consumptiemaatschappij
Voor de Nederlandse kunstenares Melanie Bonajo zijn de dingen ballast. Zij zegt: “Als volwassene draait mijn leven om spullen. Ik was altijd bezig mijn spullen van A naar B te verplaatsen en ik kreeg het gevoel dat de dingen mij beheersten in plaats van andersom. Dingen brengen verantwoordelijkheden met zich mee. Hoeveel tijd ben ik wel niet kwijt om de dingen die ik heb te onderhouden? Zo kwam ik op het idee om vrouwen te fotograferen die letterlijk gebukt gaan onder de spullen. Ze stikken bijna in hun bezit.

Self-Portrait as Part of the Porcelain Export History (1999-2001)
Ni Haifeng

De Chinese kunstenaar Ni Haifeng zegt: “In ‘Self-Portrait as Part of the Porcelain Export History’ presenteer ik mijzelf als onderdeel van de productie van die specifieke geschiedenis. Politieke en economische aspecten van export en import drukken hun stempel op het lichaam van een hedendaags individu. Alsof het verleden het heden nog steeds achtervolgt. Het gaat mij erom opnieuw te definiëren wie je bent. In dit werk herschrijf ik de geschiedenis door middel van mijn eigen lichaam, met gebruik van de stereotype beelden over ‘de Chinees’.

Pet’s Marktplaats – Buitengewone collecties (2011)
Pet van de Luijtgaarden

De gemiddelde Europeaan bezit 10.000 voorwerpen. De Nederlandse kunstenaar Pet van de Luijtgaarden laat de impact van onze consumptiemaatschappij zien. Hij koopt verzamelingen op Marktplaats en ordent ze tot megaverzamelingen, waarmee hij hele museumzalen vult: Lego-bouwstenen, speelgoedautootjes, puntenslijpers, aanstekers, knuffels, videobanden, enzovoort, met petjes op de achtergrond.
Hij zegt: “Ik vind het absurd hoeveel spullen we bezitten. We brengen meer tijd door met dingen dan met mensen. Mensen drijven van elkaar af, het is ieder voor zich. We leven in een megaconsumptiemaatschappij, waar het gaat om kopen, kopen en zoveel mogelijk willen hebben, zonder ons af te vragen of we het wel nodig hebben. Laten we daarmee stoppen. Laten we ook eens kijken wat we bezitten en dat mooi uitstallen. We hebben zulke mooie dingen.

Flooded McDonalds (2009)
Superflex
bekijk de animatie

Flooded McDonald's’ is een episch en duister verhaal, met mythologische, apocalyptische en Bijbelse verwijzingen, maar we wilden het zo subtiel mogelijk houden,” verklaart het Deense driemanschap Superflex. “Het is het verhaal van het langzame maar voortschrijdende proces van vernietiging, waarover de media elke dag verslag doen. De film verwijst naar overstromingen zoals de orkaan Katrina in 2005, maar ook naar de bezorgdheid over de gevolgen van de klimaatverandering. Flooded McDonald’s verwijst naar de structuren van het mondiale kapitalisme en massaconsumptie. Wie neemt er persoonlijk verantwoordelijkheid voor de gevolgen van het broeikaseffect?

Geënsceneerde foto uit beeldverhaal 'Harrekrammele' (2014)
Machiel Braaksma

De technologische revolutie: dingen worden steeds slimmer
De Nederlandse kunstenaar Machiel Braaksma zegt: “Mijn atelier is een landschap van dingen. Ik word geïnspireerd door de potentie van de dingen om te transformeren. We denken de dingen te kennen, maar ze sluimeren in onze kastjes, wachtend tot ze tot leven worden gewekt. Net zo goed als ze weer kunnen uiteenvallen, alsof ze er nooit geweest zijn. Het is een soort magie.

Locomotief (2014)
Machiel Braaksma

De expositie “Object Love” is tot en met 2 september 2018 te zien in het Museum De Domijnen voor Hedendaagse Kunst te Sittard, meer informatie: https://www.dedomijnen.nl/tentoonstellingen/expositie/object-love.
Meer informatie over de actor-netwerktheorie: https://nl.wikipedia.org/wiki/Actor-netwerktheorie
En over de Theory of Technological Mediation (in het Engels): https://ppverbeek.wordpress.com/mediation-theory.

maandag 23 april 2018

Wie wil kennismaken met de Starre Kolos?

Wij – een groepje liefhebbers, waartoe ik ook mezelf reken – hebben er weer zin in: op de fiets door de Franse Alpen. En dan niet naar de minste bergpassen! Wie heeft ook trek?


Uitzicht vanaf de Col du Galibier (2642 m)
Bij goed weer zie je de Mont Blanc

De Maurienne-vallei vormt het hoofdpodium van de meerdaagse fietsvakantie in de Franse Alpen, die ik momenteel organiseer. Deze fietsvakantie is van donderdag 28 juni t/m maandag 2 juli 2018, met als uitvalsbasis Orelle, gelegen op ongeveer 800 m hoogte, ongeveer halverwege St. Jean-de-Maurienne en Modane.

Programma
Vanuit Orelle maken we drie dagtochten:
  • Donderdag 28 juni: reis naar de Franse Alpen (940 km), accommodatie in Orelle (nog enkele plaatsen beschikbaar).
  • Vrijdag 29 juni: beklimming van de Col de la Madeleine (op 1999 m, 1 Michelinster): heen+terug ca. 90 km, ca. 1800 hoogtemeters.
    Optioneel: op de terugweg beklimmen we Les Lacets de Montvernier (op 787 m).
    Dit voegt 7 km en 300 hoogtemeters aan de tocht toe.
    Col de la Madeleine: www.cyclingcols.com/col/Madeleine
    Les Lacets de Montvernier: www.cyclingcols.com/col/Montvernier
  • Zaterdag 30 juni: beklimming van de Col du Mollard (op 1630 m, 1 Michelinster), gevolgd door de Col de la Croix de Fer (op 2064 m, 2 Michelinsterren), terug via St. Jean-de-Maurienne: ca. 86 km, ca. 2100 hm.
    Col du Mollard: www.cyclingcols.com/col/Mollard
    Col de la Croix de Fer: www.cyclingcols.com/col/CroixDeFer
  • Zondag 1 juli: beklimming van de Col du Télégraph (op 1566 m, 1 Michelinster), gevolgd door de Col du Galibier – de “Starre Kolos“ (op 2642 m, 3 Michelinsterren), met pauze op de terugweg in Valloire (1 Michelinster): heen+terug ca. 70 km, ca. 2200 hm.
    Col du Télégraph: www.cyclingcols.com/col/Telegraphe
    Col du Galibier: www.cyclingcols.com/col/Galibier
  • Maandag 2 juli: thuisreis.
Voor meer info verwijs ik naar de website Cycling Cols: www.cyclingcols.com.

Sfeer en doelstellingen
Om deze fietsvakantie tot een onvergetelijke ervaring te maken, geldt het volgende:
  • Het sociale karakter staat voorop: de ontmoeting tussen mensen met een gemeenschappelijke passie, fietsen
  • Op de tweede plaats komt het toeristische aspect: de fietstochten voeren door een prachtig berglandschap, waarvan iedereen kan genieten
  • Pas op de derde plaats komt de sportieve prestatie.
Er is dus tijd voor een goed gesprek en rondkijken. Wie geen topconditie heeft kan ook mee, je rijdt in je eigen tempo naar boven. Niettemin staat het iedereen vrij om zo snel mogelijk het hoogste punt te bereiken.

Tijdens eerdere fietsvakantie stond deze formule garant voor een geslaagde vakantie, waarbij enkele regenbuien en mist de sfeer niet konden bederven. Het weer krijg ik nog steeds niet perfect georganiseerd, ondanks brandende kaarsen voor het raam en het bezorgen van worsten bij St. Clara én – just to be sure – bij St. Brigida.

Uitrusting en veiligheid
Deelnemers aan deze fietsvakantie starten met een (ren)fiets in goede technische staat: goed werkende remmen, goede banden, adequaat schakelwerk (een licht verzet, bv. 34-28, is in de bergen aan te bevelen).
En je hebt materiaal bij je om onderweg eenvoudige reparaties uit te voeren.

Fietshelm is verplicht en denk aan je kleding: in de bergen kan het weer snel omslaan.
Zonnebrandcrème is er onmisbaar (we rekenen op stralend weer – dankzij die worsten).

Je houd je uiteraard aan de geldende verkeersregels. Zo geldt in Frankrijk: naast elkaar fietsen mag, alleen overdag en alleen als er geen auto’s zijn die de fietsers willen inhalen.

Reizen en accommodatie
Ik heb accommodatie geregeld in Orelle, er zijn nog slechts enkele plaatsen beschikbaar.
In onderling overleg regelen we de heen- en terugreis, die gedacht is met eigen vervoer.
Voor het overige rekenen we op zelfredzaamheid – dat geldt ook voor het opdoen van voldoende fysieke conditie.

Juridische aspecten
Deelname aan deze fietsvakantie is op eigen risico. Het lidmaatschap van de NTFU wordt dringend aanbevolen, want dan ben je (extra) verzekerd.
NTFU: www.ntfu.nl/fietsers/lid-worden

Kosten
Deelname aan deze fietsvakantie is voor eigen rekening, waarbij we proberen de kosten zoveel mogelijk te delen. Ook proberen we uiteraard de kosten laag te houden.

Belangstelling?
Heb je belangstelling om mee te gaan met deze fietsvakantie? Er zijn nog slechts enkele plaatsen beschikbaar, dus laat het snel (uiterlijk 13 mei) weten. Stuur voor meer informatie een e-mail naar klaas.bos @ gmail.com.

maandag 16 april 2018

How DSM developed into a chemical company

In the 1950s and 1960s, DSM invested heavily in research to keep up competition with companies like DuPont, BASF, and ICI. This research and the resulting industrial production were located at today’s Chemelot.


 Urea plant
DSM Fertilizer Works, 1962
DSM, www.deMijnen.nl

Urea
Urea is a fertilizer, made from carbon dioxide and ammonia, that can also serve as feedstock for plastics and resins. BASF had begun producing urea in 1922, but DSM did not start its first urea plant until 1952. DSM developed into the global technology leader in the field of urea. The technology was licensed to companies all over the world by DSM’s licensing subsidiary Stamicarbon (which was sold to Maire Tecnimont in 2009).

Caprolactam plant

Caprolactam
When DSM decided to develop a feedstock for synthetic fibers, the choice was caprolactam, a feedstock for polyamide (PA). Polyamides come in different types, and in 1938 DuPont had started producing one such type under the Nylon brand name, which has meanwhile become a generic name. IG Farben followed shortly afterwards. DSM based itself on the German process – the relevant knowledge became available to DSM after World War II through the Farben patents, handed over as part of the German reparation payments. The process started with phenol, which was obtained from coke oven gas.

The caprolactam plant was started 65 years ago, in 1952. As a byproduct of the caprolactam production process large quantities of ammonium sulfate were obtained. Research resulted in the HPO process (hydroxylamine phosphate oxime), which dramatically reduced the quantity of ammonium sulfate. Although the research had been begun in 1965, DSM did not start the HPO plant until 1977. The time in between was needed to solve problems with respect to the chemical process, catalysts, reactors and scaling up. Almost all caprolactam was sold through the Dutch company AKU (Algemene Kunstzijde Unie), a predecessor of today’s AkzoNobel.

Polyethylene plant

Polyethylene
Polyethylene (PE) was discovered in 1933 when ICI’s Reginald Gibson polymerized ethylene under very high pressure. In 1953, Karl Ziegler (1898-1973) of the Max Planck Institut für Kohlenforschung developed a second polyethylene process; in this process, ethylene was polymerized at atmospheric pressure with the aid of a catalyst. The ICI process yielded LDPE (low-density polyethylene, or high-pressure PE), whereas the Ziegler process resulted in HDPE (high-density polyethylene, or low-pressure PE).
DSM had ethylene available from coke oven gas. In 1957, DSM decided to develop both the ICI and the Ziegler processes.
The first LDPE plant was started in 1959 on the basis of technology purchased from ICI and Spencer Chemical Company. Plastic’s many applications substantially raised the standard of living.

At some point, the quantity of ethylene obtained from coke oven gas proved insufficient, and in 1961 a naphtha cracker was put on stream – a milestone, for this was the first time DSM did not use a coal-based feedstock.
In 1962, the HDPE plant was started, based mostly on new DSM technology, a further development of the Ziegler process.

Rubber plant

Synthetic rubber
Giulio Natta of the Milan Polytechnic had discovered that ‘Ziegler-like’ catalysts could also be used to prepare polypropylene (PP) and synthetic rubbers. While DSM could obtain propylene from coke oven gas and from the naphtha cracker, it had problems developing a production process for polypropylene that did not infringe Natta’s patents. DSM did not start producing polypropylene until 1977.
Synthetic rubber (or elastomers) is a copolymer made up of several monomers. On the basis of its HDPE know-how DSM developed the synthetic rubber EPDM, which was composed of ethylene, propylene, and dicyclopentadiene (DCPD). DSM procured a DCPD license from the Dunlop company in the UK. In 1967 – 50 years ago, the EPDM plant was started and DSM developed into a world market leader. The product (with its Keltan brand) has many applications in the building sector and the automotive industry.
In 1963, Ziegler and Natta jointly received the Nobel Prize for Chemistry.

Melamine plant

Melamine
Polyethylene, polypropylene, and synthetic rubber are so-called thermoplastics: plastics that become soft at a high temperature. Thermosets are a different type of plastics: they remain hard at high temperatures. In the 1920s, the Bakelite company produced the Bakelite synthetic resin, a thermoset, from phenol and formaldehyde. In 1936, Swiss-based CIBA started producing a synthetic resin called melamine, which example was followed by other companies, such as American Cyanamid. Melamine applications included the laminate on tables and counters.
DSM developed its own melamine process based on the American Cyanamid production process, with urea as feedstock. In 1967, the melamine plant was started, one of the first in the world for industrial-scale production of melamine from urea.

With caprolactam, polyethylene, EPDM and melamine, DSM had transformed itself from a fertilizer producer into a chemical group. The guiding principle was diversification based on existing raw materials, such as coke oven gas and ammonia, and the use of knowledge previously gained with other activities, such as mining and fertilizer production.
DSM remained depending on coal for a long time, because the switch to natural gas and oil proved to be difficult. In the 1960s, coke oven gas as raw material for ammonia was replaced by natural gas, which became abundantly available after its discovery, on 22 July 1959, in the fields of farmer Boon in Slochteren, in the Province of Groningen.

Lysine
Not all developments were as successful, as the lysine project shows. Lysine is an amino acid that man and animal can take up almost exclusively from animal sources. So, DSM directed its research efforts towards this amino acid in 1957. Lysine was for instance tested in test animals that were kept in the vicinity of the Central Laboratory.
In 1968, the lysine plant was started, but by then it had become clear that biotechnology provided an easier way to manufacture lysine than the chemical route DSM had taken. To cut its losses, the company shut down the plant after six months. Still, the failure with lysine turned out to be a blessing in disguise, since it provided the basis for further diversification of DSM in the fine chemicals sector.

DSM has meanwhile divested all the activities mentioned above. The caprolactam and ammonium sulfate plant now belong to Fibrant, which positions itself with the slogan "Pure Chemistry Since 1952". The naphtha crackers and the polyethylene and polypropylene plants at Chemelot are now owned by the Saudi Arabian company SABIC, one of the largest chemical companies in the world. The rubber plant is owned ARLANXEO, since 2016 a joint venture of LANXESS and Saudi Aramco. And the urea and melamine plants are, like the ammonia and fertilizer plants, owned by OCI Nitrogen.

Read also “How it started underground”, “The first transition: from coal to chemicals” and “When it went darker than in a mine shaft”. “And then there was the next Dutch winner!” is interesting too.
This is a repost of my (Dutch) December 11, 2017 post.
Read my May 20, 2013 blog post about the reason why of my English reposts.

maandag 9 april 2018

DSM van bulk naar hogere toegevoegde waarde

In 1982 leed DSM voor het eerst in zijn bestaan een groot verlies. Bovendien was de groei eruit bij de bulkchemicaliën, die op het huidige Chemelot Industrial Park werden geproduceerd. Daarom zette het bedrijf in op consolidatie en rationalisatie in de bulkchemie en op groei in kennisintensieve producten met een hoge winstgevendheid.


Grondstoffenfabriek voor Dyneema

Aanvankelijk werden onderzoeksbudgetten gesnoeid en werd het aantal onderzoekers verkleind. Innovatief onderzoek kon pas weer van de grond komen nadat DSM van het verlies in 1982 was hersteld. Dit onderzoek richtte zich op biotechnologie en hoogwaardige materialen.

Dyneema
Het principe achter Dyneema, een ijzersterke vezel, werd omstreeks 1963 bij toeval ontdekt. DSM-onderzoekers gebruikten een roerwerk om een polyetheen-oplossing van gelijkmatige temperatuur te verkrijgen. Op de roerders vormden zich polyetheen-kristallen. Verder onderzoek leidde tot polyetheen-vezels: Dyneema. Men wist echter niet hoe men die vezels moest toepassen en er was geen proces waarmee het op industriële schaal geproduceerd kon worden. In 1979 vroeg DSM een patent aan voor een spinproces, maar het ontbrak aan voldoende kennis over spinnen, de ontwikkeling van toepassingen en marketing. Er werd een partner gezocht die wél over deze kennis beschikte: het Japanse bedrijf Toyobo, waarmee in 1986 een joint venture werd aangegaan. Ondertussen had het Amerikaanse bedrijf Allied Signal op basis van een licentie van DSM zelf een spinprocédé ontwikkeld.
In 1990 startte de productie van Dyneema op industrieterrein De Beitel bij Heerlen, terwijl voor de grondstof UHMW-PE (ultrahoog-moleculair polyetheen) een fabriek op Chemelot werd gestart. Toyobo verkocht de vezel voornamelijk in het Verre Oosten, Nieuw-Zeeland en Australië, Allied vooral in de Verenigde Staten en DSM in de rest van de wereld.
Dyneema is een sterke, stijve, lichte vezel, bestand tegen uv-straling en vele chemicaliën. Het bleek geschikt te zijn om andere materialen in bestaande toepassingen te vervangen. Toen de fabriek startte werden drie markten onderscheiden: touwen en kabels, bescherming tegen kogels en in composieten (bv. helmen, tennisrackets en ski’s). Dyneema vond ook toepassing in andere markten en werd een succesverhaal.

Aspartaam
De kans deed zich voor dat DSM aspartaam kon produceren, een zoetstof die ongeveer 200 keer zo zoet is als bietsuiker, maar met minder calorieën. Aspartaam was in 1965 ontdekt door het Amerikaanse bedrijf Searle. Het kostte veel moeite om het product als voedingsingrediënt goedgekeurd te krijgen, aangezien er twijfel was over de veiligheid. Frankrijk was het eerste land dat in 1979 het product toeliet. Searle (vanaf 1985 Monsanto) verkocht aspartaam daarna onder de naam NutraSweet, dat vooral in frisdranken werd toegepast. Searle had het product in vele toepassingen met patenten beschermd.
DSM had sinds 1966 ook aan aspartaam gewerkt als onderdeel van het lysine-onderzoek (lees “Hoe DSM zich tot chemiebedrijf ontwikkelde”) en in 1972 een aspartaamproces gepatenteerd. Het product bestond uit zgn. ‘chirale moleculen’, moleculen die elkaars spiegelbeeld zijn, maar waarvan één zoet smaakte en de ander bitter. In 1985 ging DSM een joint venture aan met het Japanse bedrijf Tosoh onder de naam Holland Sweetener Company. Tosoh had een methode gevonden om met behulp van een enzym alleen de zoete fractie van aspartaam te produceren – evenals bij lysine won de biotechnologie van de chemie. In 1988 werd op Chemelot een fabriek opgestart nadat het patent van Searle voor de Europese markt was verlopen.
In 2006 werd de productie van aspartaam beëindigd als gevolg van hevige concurrentie uit Azië, met name China – aspartaam was een commodity geworden.

Andeno
In 1987 nam DSM het fijnchemisch bedrijf Andeno in Venlo over van Océ-Van der Grinten. Sindsdien is de geschiedenis van DSM niet langer beperkt tot Chemelot. Er volgden meer overnames (buiten Geleen), zoals Gist-Brocades (1998), de divisie Roche Vitamins & Fine Chemicals (2003), Martek (2011), ONC, Kensey Nash, Fortitech (2012), Tortuga (2013) en Aland (2015).

Stanyl-fabriek

Stanyl
In de jaren 80 richtte het onderzoek in de bulkchemie zich op energie-efficiëntie en lager grondstoffengebruik. Ook werd veel onderzoek gedaan naar alternatieve productieprocessen, voor caprolactam, ammoniumsulfaat en melamine. Het bleek echter niet rendabel om deze processen in bestaande fabrieken toe te passen of om bestaande fabriek te vervangen.
Een diversificatie op basis van acrylonitril was de ontwikkeling van nylon 4.6 onder de naam Stanyl. Dit type nylon is bestand tegen hoge temperaturen en is stootvast. Commerciële productie startte in 1990. Deze engineering plastic werd vooral in elektronica toegepast. In vergelijking met caprolactam is Stanyl geen grondstof voor nylon, maar een nylon op zich.

Carbolim
In 1985 gingen Air Liquide en ACP een joint venture aan: Carbolim, het eerste niet-DSM-bedrijf op Chemelot. De samenwerking betrof een CO2-productieplant; deze CO2 is een bijproduct van de ammoniaksynthese. De kooldioxide wordt onder meer toegepast in frisdranken en mineraalwater, voor het inertisering van tanken en processen, voor de groeistimulatie van planten in kassen en voor de foaming van kunststoffen.

PVC-fabriek

Eerste desinvestering: LVM
In 1988 verkocht DSM de PVC-fabriek uit 1972 (lees “Hoe DSM een sprong voorwaarts maakte”) onder de naam Limburgse Vinyl Maatschappij (LVM) aan het Belgische bedrijf Tessenderlo Chemie – de eerste in een reeks desinvesteringen die doorloopt tot 2015. Deze transactie hield verband met de maatschappelijke weerstand die tegen PVC was gerezen na problemen met dioxine-emissies uit PVC-afval in vuilverbrandingsinstallaties.
In 2011 werd de PVC-activiteiten van Tessenderlo Chemie overgenomen door het Britse bedrijf INEOS ChlorVinyls. Nu is de fabriek van Vynova, een onderdeel van ICIG, dat zich toelegt op vinylchlorides, met fabrieken in Tessenderlo, Wilhelmshaven, Mazingarbe, Runcorn en dus op Chemelot. ICIG (International Chemical Investors Group) is een Luxemburgs-Duitse industriële investeringsmaatschappij, waaronder ook Enka valt (voorheen AkzoNobel).

De grondstoffenfabriek voor Dyneema en de Stanyl-fabriek op Chemelot zijn nog eigendom van DSM, zij het dat de UHMW-PE-fabriek bediend wordt door personeel van SABIC. De voormalige opslagloods van Holland Sweetener Company maakt nu deel uit van Brightlands Chemelot Campus, hier zijn de cleanrooms van Lonza Nederland en Chemelot InSciTe ondergebracht. De vestiging in Venlo werd enkele jaren geleden door DSM gesloten.

Lees ook “Hoe het onder de grond begon”, “De ontdekking van de Mijngod”, “De eerste transitie: van steenkool naar chemie” en “Toen het donkerder werd dan in een mijnschacht”.

maandag 2 april 2018

De rechten van burgers in het digitale tijdperk

Per 25 mei 2018 wordt nieuwe regelgeving inzake gegevensbescherming, die de (online) privacy van Europese burgers beter moet beschermen, van toepassing. Die burgers krijgen meer rechten. En aan organisaties die persoonsgegevens verwerken worden meer regels gesteld. Sta er eens even bij stil.


De nieuwe regelgeving onderscheidt vier rollen:
  • De persoon – jij en ik, als burger, medewerker, patiënt, vrijwilliger, lid, klant – wiens gegevens worden verwerkt, de betrokkene
  • De organisatie – jouw werkgever, leverancier of vereniging – die persoonsgegevens verwerkt, de verwerkingsverantwoordelijke (verder: de organisatie)
  • De dienstverlener aan wie een organisatie de gegevensverwerking heeft uitbesteed, de verwerker
  • De privacy-toezichthouder, in Nederland de Autoriteit Persoonsgegevens.

Bij persoonsgegevens wordt onderscheid gemaakt tussen:
  • Gewone gegevens, zoals naam, adres, e-mailadres, telefoonnummer en burgerservicenummer *)
  • Bijzondere gegevens, bijvoorbeeld inzake gezondheid of politieke opvattingen en ook genetische gegevens (DNA) en biometrische gegevens (vingerafdrukken)
  • Strafrechtelijke gegevens, zoals veroordelingen en verdenkingen.

Rechten van betrokkenen
Als betrokkene krijg je meer en verbeterde privacy-rechten, zoals:
  • Recht op inzage: je mag de gegevens inzien die organisaties van jou verwerken
  • Recht op correctie en verwijdering: je mag de gegevens die organisaties van jou verwerken wijzigen
  • Recht op dataportabiliteit: organisaties moeten zorgen dat jij je gegevens makkelijk kunt krijgen en vervolgens kan doorgeven aan een andere organisatie als je dat wilt
  • Recht op vergetelheid: je hebt het recht om online ‘vergeten’ te worden
  • Recht op beperking van de verwerking: je mag minder gegevens laten verwerken
  • Recht met betrekking tot geautomatiseerde besluitvorming en profilering: je hebt recht op een menselijke blik bij besluiten die over jou gaan
  • Recht om bezwaar te maken tegen de gegevensverwerking
  • Recht op duidelijke informatie over wat organisaties met jouw gegevens doen (informatieplicht). Veel organisaties publiceren op hun website een privacyverklaring.

Verantwoordingsplicht
Organisaties hebben een verantwoordingsplicht om aan te tonen dat zij voldoen aan de bescherming van het grondrecht van mensen op privacy. Die verantwoording wordt afgelegd met behulp van de volgende maatregelen.
  • Register van verwerkingsactiviteiten
  • Data protection impact assessment
  • Register van datalekken
  • Aantonen van toestemming van betrokkenen
  • Functionaris voor de gegevensbescherming.

Overzicht verwerkingen
Organisaties moeten hun gegevensverwerkingen in kaart brengen in een register van verwerkingsactiviteiten. Hierin documenteren zij welke persoonsgegevens zij verwerken en met welk doel zij dit doen, waar deze gegevens vandaan komen en met wie zij ze delen.

Data protection impact assessment
Bij grootschalige gegevensverwerking waarbij sprake is van een hoog privacy-risico voor de betrokkenen moet een organisatie een zogenaamd data protection impact assessment uitvoeren. Dat is een instrument om vooraf de privacy-risico’s van een gegevensverwerking in kaart te brengen en vervolgens maatregelen te nemen.

Meldplicht datalekken
Organisaties moeten alle datalekken documenteren en daarvan melding doen bij de Autoriteit Persoonsgegevens.

Toestemming
Voor de verwerking van persoonsgegevens is een grondslag nodig, bijvoorbeeld toestemming van de betrokkene. Organisaties moeten kunnen aantonen dat zij een geldige toestemming hebben gekregen. En dat het voor mensen net zo makkelijk is om hun toestemming in te trekken als om die te geven.
De verwerking van bijzondere en strafrechtelijke persoonsgegevens is verboden, tenzij wordt voldaan aan een aantal strengere eisen. Het verwerken van gegevens van kinderen tot 16 jaar mag alleen met toestemming van de ouders.

Voorbeeld: wanneer iemand zich via een online formulier aanmeldt als abonnee op een digitale nieuwsbrief, dan ontvangt betrokkene een bevestigingsmail met een link, die moet worden aangeklikt voordat het abonnement ingaat (en dit moet in het abonneebestand worden vastgelegd). De abonnee moet zich ook kunnen afmelden, wat doorgaans geregeld wordt via de link “afmelden” in de voetnoot van de betreffende nieuwsbrief.

Functionaris voor de gegevensbescherming
Organisaties kunnen verplicht zijn om een functionaris voor de gegevensverwerking aan te stellen. Dit is iemand die binnen de organisatie toezicht houdt op de toepassing en naleving van de regelgeving. Deze functionaris is verplicht bij overheden en publieke organisaties, bij organisaties die op grote schaal individuen volgen en organisaties die bijzondere persoonsgegevens verwerken.

Privacy by design & privacy by default
Bij het ontwerpen van producten en diensten zorgt de aanbieder ervoor dat persoonsgegevens goed worden beschermd en dat niet meer gegevens worden verzamelt dan noodzakelijk voor het doel van de verwerking. En dat die gegevens niet langer worden bewaard dan nodig. Dit volgens het uitgangspunt privacy by design.
Privacy by default houdt in dat organisaties technische en organisatorische maatregelen nemen om te zorgen dat zij, als standaard, alléén persoonsgegevens verwerken die noodzakelijk zijn voor het specifieke doel dat zij willen bereiken. Bijvoorbeeld door:
  • een app niet de locatie van gebruikers te laten registeren als dat niet nodig is
  • op de website het vakje ‘Ja, ik wil aanbiedingen ontvangen’ niet vooraf aan te vinken
  • als iemand zich op een nieuwsbrief abonneert niet meer gegevens te vragen dan nodig is.
Je kunt trouwens zelf de privacy-instellingen van je telefoon aanpassen, zoals locatiegegevens. Voor praktische hulp bij het aanpassen van de instellingen op je telefoon en computer: www.veiliginternetten.nl.

Verwerkersovereenkomsten
Organisaties die de gegevensverwerking hebben uitbesteed aan een verwerker moeten met zo’n dienstverlener een verwerkersovereenkomst afsluiten.

Tenslotte
De verjaardagskalender mag na 25 mei 2018 gewoon op het toilet blijven hangen, want de verwerking van persoonsgegevens voor puur persoonlijk gebruik is en blijft toegestaan.

*) Voor de grootschalige verwerking van BSN-nummers worden speciale regels verwacht.

Dit artikel dient uitsluitend ter bewustwording van de nieuwe privacywetgeving.
Meer informatie over de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), bijvoorbeeld welke eisen er gesteld worden aan een register van verwerkingsactiviteiten of aan een verwerkersovereenkomst en wanneer er minder of juiste aanvullende eisen gelden, is beschikbaar via de website van de Autoriteit Persoonsgegevens: www.autoriteitpersoonsgegevens.nl.
De volledige tekst van de verordening is online beschikbaar via: https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX%3A32016R0679.
En wie twijfelt over wat de AVG voor de eigen organisatie betekent consulteert een jurist.

maandag 19 maart 2018

Weet jij wat je moet doen?

Het gebeurt zelden. Maar stel: plotseling gaat het luchtalarm af en verschijnt er een bericht van NL-Alert op je smartphone.



Het gebeurt inderdaad zelden, maar denkbeeldig is het niet. De laatste keer dat het luchtalarm in de Westelijke Mijnstreek afging was op 9 november 2015: een grote brand in een opslagloods op Chemelot Industrial Park.

Brand op Chemelot, 9 november 2015

Veel inwoners van de gemeente Sittard-Geleen werden opgeschrikt door het alarm. Maar wat bleek: slechts weinigen wisten wat hen te doen stond – in het jargon: het handelingsperspectief ontbrak.
Voor omwonenden van Chemelot (in de ruimste zin) is door de gemeente Sittard-Geleen in samenwerking met Chemelot voorlichtingsmateriaal samengesteld, dat inmiddels in delen van de gemeente is verspreid, hier de digitale versie.
Neem even de tijd om daarvan kennis te nemen, het kan bijzonder van pas komen.

Als het sirene-alarm afgaat
  1. Raak niet in paniek, blijf kalm. Handel rustig, maar direct.
  2. Ga naar binnen. Stop je werkzaamheden, breng jezelf in veiligheid en ga niet onnodig naar buiten.
  3. Breng anderen in veiligheid. Waarschuw anderen met gebaren/signalen naar binnen te gaan.
  4. Lees de instructiekaart. Volg de acties.
  5. Sluit ramen en deuren.
  6. Zet het ventilatiesysteem uit. Schakel, wanneer aanwezig, het ventilatiesysteem uit met de knop of stekker.
  7. Sluit overige openingen. Maak roosters, kieren en open haard dicht of dek deze af met een natte doek.
  8. Blijf weg van deuren en ramen.
  9. Volg de regionale omroep L1 radio en/of tv. Volg de adviezen en instructies van de officiële rampenzender.
  10. Volg NL-Alert op uw mobiel. Adviezen en instructies zijn ook te lezen via NL-Alert.
Bekijk ook de video “Wat moet u doen als een sirene-alarm af gaat?”.

Nou heb je misschien al lezend bedacht dat er zich situaties kunnen voordoen, waarin deze instructies niet goed uitpakken. Dergelijke scenario’s zijn misschien denkbaar, maar in de meeste gevallen leiden die instructies tot de beste oplossing (lees ook “Duidelijke afspraken – voor als het mis gaat”).

Luchtalarm verdwijnt
De rijksoverheid heeft besloten om per 1 januari 2020 het luchtalarm af te schaffen. Daarna worden de sirenes niet langer elke eerste maandag van de maand om 12.00 uur getest. Die sirenes zijn ten tijde van de Koude Oorlog geïnstalleerd om te waarschuwen voor atoomaanvallen door de Sovjet Unie. Daarvoor zijn ze nooit gebruikt, wél voor calamiteiten, zoals de brand op Chemelot in 2015.

Met de afschaffing van dat luchtalarm vertrouwt de overheid dus geheel op NL-Alert, wat riskant is, omdat de psychologie ons leert dat mensen meer dan één prikkel nodig hebben om een alarmering serieus te nemen.
Typische reacties op een eerste prikkel zijn: “Ja, ja, het zal wel.” Of: “Het zal wel weer een test zijn.” Of: “Het zal zo’n vaart niet lopen.
Dan komt de tweede prikkel: “Nu wordt het menens, maar eens nadenken wat me te doen staat.

De gemeente Sittard-Geleen en Chemelot doen een beroep op de rijksoverheid om het sirene-alarm in elk geval in de omgeving van Chemelot na 2020 in stand te houden.

Niet iedereen wordt bereikt?
Verder wordt wel gezegd dat niet iedereen met NL-Alert bereikt wordt, zoals ouderen zonder smartphone of bezitters van een smartphones waarop het NL-Alert-signaal niet kan worden ontvangen. De ervaring van professionele hulpverleners leert evenwel dat het niet perse nodig is om met de alarmering iedereen rechtstreeks te bereiken. Een alarmsituatie gaat namelijk gepaard met het verschijnsel dat mensen naar elkaar omzien. Alleen personen die in grote afzondering verkeren, kunnen in zo’n geval mogelijk over het hoofd worden gezien.

Vraag: weet jij wat je moet doen als het luchtalarm af gaat of als je een NL-Alert-bericht binnenkrijgt?

Voor meer informatie: www.crisis.nl.

maandag 12 maart 2018

De Amerikaanse droom uiteengespat?

Afgelopen najaar maakte ik een reis door Zuidoost-USA. Daardoor kwamen sommige kunstwerken uit de expositie “The American Dream” mij bekend voor. Kijk met mij mee.


Edward Hopper, Morning Sun, 1952
Olieverf op doek

De expositie “The American Dream: Amerikaans Realisme 1945-1965” in het Drents Museum toont Amerikaanse kunst aan de hand van vijf thema’s: Stad, Verhaal, Stilleven, Mens en Platteland.
Luister bij het lezen van deze blogpost naar de Spotify-playlist “Visit The American Dream”.

De Amerikaanse kunstenaars laten de realiteit van het dagelijkse leven van gewone mensen zien, in al haar schoonheid en optimisme. Enkelen van hen stellen ook het individualisme en consumentisme aan de kaak, een wereld waarin niet iedereen succesvol en rijk is. De titel van de tentoonstelling (‘de Amerikaanse droom’) kan dus ironisch worden opgevat.
Oftewel: de Amerikaanse droom als een wortel die je wordt voorgehouden en die je nooit bereikt, zoals Sandra Smets schreef (NRC, 23 november 2017).

In de fotocollectie van mijn Amerika-reis ging ik op zoek naar beelden die de sfeer oproepen van de kunst die ik op de expositie zag. Het resultaat volgt hieronder.

Ralph Going, Amsterdam Diner, 1980
Olieverf op doek

In een typisch Amerikaans fastfoodrestaurant zit slechts één enkele gast, die wezenloos voor zich uitkijkt.

Pizza Hut, Panama City, FL

In dit fastfoodrestaurant bleef vrijwel niemand langer dan nodig is om de afhaalpizza in ontvangst te nemen.

* * *

Robert Birmelin, A Subway Experience, 1966
Acrylverf op doek

De drukte van de dagelijkse spits in de metrotunnels wordt weergegeven in de schimmen die het verstrijken van kostbare tijd – time is money – verbeelden.

MARTA , Atlanta, GA

Peachtree Center, diep onder de grond, is het knooppunt van de vier metrolijnen in Atlanta.

* * *

Richard Estes, The Candy Store, 1969
Olieverf en acrylverf op doek

In de Amerikaanse consumptiemaatschappij draait het om vraag en aanbod, zoals in deze snoepwinkel. In de ruiten wordt de straat weerspiegeld.

Supermarkt in Florida

Deze supermarkt biedt een enorm assortiment aan, waaronder de vouwstoeltjes die bovenop de schappen staan uitgestald.

* * *

Idelle Weber, Cooper Union Trash, 1974
Olieverf op doek

Onvermijdelijk zie je in het straatbeeld iets terug van duizenden tonnen afval die dagelijks in een stad als New York worden geproduceerd.

Vuilcontainer, Clarksdale, MS

Deze container was voorzien van een waarschuwing: “Not for public use. Any unauthorized person using this container will be prosecuted.” Geen halve maatregelen!

* * *

Robert Gniewek, Scotten Inn, 2014
Olieverf op doek

Een verlaten straat bij avond, waar een goudverlicht café met een Pepsireclame nostalgisch lonkt.

Hoek Dumaine St-Bourbon St, New Orleans, LA

In het French Quarter van New Orleans zijn de straten zelden verlaten, maar ook hier werd reclame voor een bekende frisdrank gemaakt.

* * *

Andy Warhol, Brillo Soap Pads Box, 1964
Synthetische polymeerverf op hout

Een replica op ware grootte van een ultiem symbool van de consumptiemaatschappij, dat behoort tot de beeldcultuur van iedere Amerikaan.

Urinoirs, Nashville, TN

Ook sanitair is beeldcultuur, want elke man die ooit in Amerika was, herkent onmiddellijk dit ontwerp van American Standard - met een knipoog naar Marcel Duchamp.

* * *

Thomas Hart Benton, Homestead, 1934
Tempera en olieverf op paneel

Een typisch beeld van het Amerikaanse platteland in de jaren voor de oorlog, een beeld van geborgenheid, afzondering en rust.

Graanbedrijf in Mississippi

Een typisch beeld van het Amerikaanse platteland anno nu, een beeld van zakelijkheid en globalisering.

* * *

John W. McCoy, Brandywine at Twin Bridges, 1953
Tempera op hout

Deze eenzame boom aan de Brandywine rivier in Pennsylvania lijkt wel een gekwelde menselijke figuur.


Bradley Fork Trail, North Carolina

Wandeling langs een rivier door de Great Smoky Mountains tijdens de Indian Summer.

* * *

John W. McCoy, Four O’Clock Train, circa 1940-1941
Aquarel


Spoorlijn bij de Hopson Plantage, Clarksdale, MS

* * *

Charles Burchfield, Winter Sunburst, 1960
Aquarel, houtskool en wit krijt op papier


Zonsondergang, Panama City, FL

* * *

Oproep
Ga snel naar Assen en scan daarna nog eens je vakantiefoto’s!
Stuur mij duo’s van een afbeelding van een kunstwerk naar keuze plus een zelfgemaakte foto die de sfeer van dat kunstwerk oproept (d.w.z. niet een foto van dat kunstwerk) en schrijf erbij wat het voorstelt. Mocht ik de beschikking krijgen over een bruikbare serie, dan zal ik daarvan een nieuwe blogpost maken, vergelijkbaar met dit artikel.

Bekijk de trailer van de expositie “The American Dream - American Realism 1945-2017” in het Drents Museum Assen en de Kunsthalle Emden: https://youtu.be/EREeXC_NBDE
De expositie is nog te zien tot en met 27 mei 2018, meer informatie: www.visittheamericandream.nl

maandag 5 maart 2018

When it went darker than in a mine shaft

In the years 1939-1945 the world went through a dark period. Also today’s Chemelot suffered from the Second World War.


Bombed houses in Geleen, October 6, 1942
DSM, www.deMijnen.nl

The first war years
When World War II broke out, twelve mines were operating in South Limburg: four large state mines, including the Maurits, and eight much smaller, privately operated mines. Together, they employed 32,000 workers. In the course of the war, output per worker decreased by over one fourth, while sickness absence rose from 8.5% in 1938 to 25.4% in August 1944. This was partly compensated by an increase in the workforce to 42,000 in 1943.

By the end of 1941, mandatory Sunday work was introduced to be able to meet the excessive German export demands. Though lured with extra remunerations, the miners initially refused to cooperate but they gave in when four hundred uncooperative workers were sent to the coal mines in the Ruhr area – to set an example.

In 1941, one quarter of the South Limburg production was exported to Germany. This resulted in a coal crisis, which was exacerbated by the extremely cold winter of 1941-’42. Coal was allotted mainly to gas, water and power companies, which meant that the civilian population was left in the cold for a large part of that winter.

It was not only the coal supply that suffered under the occupation: production of nitrogen fertilizers by the DSM Fertilizer Works decreased by more than 50%. From year to year the agricultural lands became more and more exhausted.

The bombardment
In the night of 5 to 6 October 1942, British bombers dropped their bombs on the Maurits State Mine and its surroundings. The mine took some hits and had to be shut down for a week, after which it took another seven months for the normal production level to be reached again. Most bombs, however, fell on Geleen, resulting in almost a hundred casualties and almost 3000 people losing their homes. The bombardment proved to be a mistake: the bombs were actually meant for targets in Germany.

Excavator in a fertilizer warehouse
DSM Fertilizer Works
DSM, www.deMijnen.nl

The refusal
In August 1944, the German chemical industry faced a shortage of ammonia for the production of bombs and grenades. The German occupying force demanded that the DSM Fertilizer Works would immediately start producing only ammonia. The State Mines management refused to cooperate. Directors, engineers and technicians had to go underground, together with their families. On 1 September 1944, the big gas holder of the Maurits cokes plant was shot in flames by the RAF, after which ammonia production had to be stopped.

The liberation (September 1944)
Just before Geleen was liberated on 18 September 1944, the Germans stole away the coal inventories, the platinum catalysts and other materials from the nitric acid plant.

The Germans had not had time enough to flood the mines, so that coal production could rapidly be resumed. For various reasons, however, this did no go very smoothly. The miners were physically exhausted, and there were material shortages of, for instance, food, mining wood, clothes, shoes and mine lamps. In addition, there was a great deal of labor unrest. The miners were disgruntled when the management proved to be lenient for the supervisory personnel that had incurred the workers’ hatred before or during the occupation because of their ‘prodding and pushing system’ and their ‘Feldwebel cursing and snarling methods’. There was also much anger that, while the lower ranks were purged, no measures were taken at management level.
Many miners sought other jobs and one month after the liberation only 15,000 miners worked in the mines. Due to the lack of transport means the mines still built up large coal inventories while people in the neighboring province of North Brabant suffered cold in the first few months after the liberation.

Since all transport lines between the north of the Netherlands and the mines in South Limburg had been cut off, major shortages of domestic fuel developed in the winter of 1944-’45. The hunger winter can therefore rightly be called a ‘winter of cold’, too.

The information in this blog post is taken from Lou de Jong’s historical work “The Kingdom of The Netherlands in the Second World War” (“Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog”) (1969-1988), available online (in Dutch) via https://www.niod.nl/nl/download.
Visit www.demijnen.nl to search for photos from the wartime.
Read also “How it started underground” and “The first transition: from coal to chemicals”.
This is a repost of my (Dutch) September 25, 2017 post.
Read my May 20, 2013 blog post about the reason why of my English reposts.

maandag 26 februari 2018

De kiezer aan zet in de gemeente

Op 21 maart 2018 zijn er gemeenteraadsverkiezingen. Wat hebben de partijen in Sittard-Geleen voor met Brightlands Chemelot Campus en Chemelot Industrial Park? Een overzicht.



Hieronder volgen standpunten en maatregelen van de politieke partijen in Sittard-Geleen inzake Chemelot en Brightlands, waarmee de onderlinge verschillen tussen die partijen tot uitdrukking komen.

1. CDA
De provincie heeft een belangrijke rol in de ontwikkeling van de regionale economie, met name Chemelot en Brightlands.
Risicovol transport van gevaarlijke stoffen van Chemelot gaat nu over het spoor langs verschillende wijken naar het emplacement bij Sittard. Een nieuw aan te leggen zuidelijke spooraansluiting leidt ertoe dat het transport direct afbuigt en niet langs deze wijken komt.
Er is geen bezwaar tegen eventuele uitbreiding van Brightlands naar het gebied De Lexhy zolang het gaat om kantoren c.q. campusfaciliteiten (dus: geen industrie). Voorwaarden zijn dat de bouw duurzaam is en wordt geïntegreerd in het gebied en dat de bestaande geluidsoverlast niet toeneemt door af- en aanrijdende vrachtwagens.
Het Groene Net wordt verder uitgerold.

2. G.O.B.
In de omgeving van Chemelot wordt alles in het werk gesteld om de overschrijding van de externe veiligheidscontouren terug te dringen.
De Visie Chemelot 2025 wordt verder uitgewerkt ten aanzien van de ontwikkeling van Chemelot en de uitbreiding van Brightlands, met bijzondere aandacht voor De Lexhy en Graetheide. De mogelijke economische ontwikkelingen worden daarbij afgewogen ten opzichte van de leefbaarheid van de omliggende kernen. En er wordt een mobiliteitsonderzoek uitgevoerd naar de gevolgen van deze gebiedsontwikkeling.

3. Stadspartij
Initieer in het kader van een versnelde transitie van fossiel naar duurzaam een brede discussie ter vermindering van de CO2-uitstoot van Chemelot.
Het is onacceptabel dat voor uitbreiding van Chemelot natuurgebieden als Graetheide en De Lexhy worden opgeofferd, ook omdat op Chemelot nog voldoende terrein beschikbaar is.
Nieuwbouw van kantoren op Brightlands, waar dagelijks studenten en medewerkers aanwezig zijn in de nabijheid van chemische installaties, wordt niet toegestaan. Dit soort kantoren dient zich in Geleen-Centrum te vestigen.
Een Living Lab is een test- en ontwikkelomgeving waar nieuwe producten en diensten ontwikkeld worden, een samenwerkingsverband tussen bedrijven, kennisinstellingen, overheid en gebruikers. Brightlands biedt een enorme kans om zo’n Living Lab te realiseren.
Voor het vervoer van chemische stoffen richting Chemelot wordt langs de A2 een veilige nieuwe spoorroute aangelegd, ver van de bewoonde gebieden.

4. Socialistische Partij
Bestaande bedrijventerreinen worden opgeknapt, waardoor vestiging voor nieuwe en bestaande bedrijven aantrekkelijk wordt. Er komen geen nieuwe bedrijventerreinen. Graetheide krijgt een duurzame bestemming; Brightlands breidt hier niet uit.
Er wordt een saneringsfonds ingesteld om Chemelot schoon te maken, voor als bedrijven zouden vertrekken. De bedrijven op Chemelot, met name DSM, reserveren of verzekeren hiervoor de benodigde middelen.
Samen met de provincie wordt een onderzoek uitgevoerd naar de luchtkwaliteit rond Chemelot en de A2. Gezondheidsrisico’s of stank worden aangepakt.
De op Het Groene Net aangesloten woningen en bedrijven blijven profiteren van gunstige tarieven. Immers de restwarmte wordt 'gratis' aangeboden.

5. DNA Partij
Creëer een Brightlands beleving- en demonstratiecentrum in de binnenstad van Geleen. Dit om een betere verbinding te creëren tussen grootindustrie, onderwijs en de inwoners, bezoekers en ondernemers van de gemeente.
Realiseer een Technische en chemische speelhoek voor de jeugd in de binnenstad.
Trek nieuwe studierichtingen aan in zowel de technologie, biochemie, IT als in de milieu-sector, in afstemming met de huidige opleidingen.
Er komt een technische en chemische "roadshow" op lagere en middelbare scholen in samenwerking met Chemelot/Brightlands.
Uitbreiding van Brightlands gericht op ontwikkeling van duurzame productie wordt toegestaan.

6. GroenLinks
De wegwerp-economie omvormen tot een circulaire economie: afvalstoffen worden grondstoffen. Via Het Groene Net wordt voor de verwarming van woningen niet alleen biomassa ingezet, maar ook restwarmte van Chemelot.
Chemelot loost geen chemische stoffen meer op de Maas, zodat Maaswater geschikt blijft als grondstof voor drinkwater.
Realiseer een robuuste ecologische verbindingszone over de Graetheide, in plaats van daaraan een economische bestemming te geven. Het natuurgebied De Lexhy wordt niet gebruikt voor de ontwikkeling van Brightlands. De beloofde integrale gebiedsvisie dient als basis voor afwegingen van economische belangen tegen die van natuur, landschap en leefbaarheid.

7. Partij van de Arbeid
De verdere ontwikkeling van Chemelot en Brightlands verdient steun en de uitbreiding van Brightlands naar De Lexhy is onder voorwaarden bespreekbaar.
Realiseer een aansluiting van Brightlands op het centrum van Geleen door middel van een op zonne-energie aangedreven elektrisch wegtreintje, liefst vormgegeven naar het voorbeeld van ondergrondse mijnkarretjes.
Realiseer een forse uitbreiding van Het Groene Net, waarmee woningen, bedrijven en organisaties met restwarmte van Chemelot worden verwarmd.
De gemeente besteedt extra aandacht aan de veiligheid in de wijken rondom Chemelot. Het snel en duidelijk alarmeren van de bevolking bij een incident is van groot belang. In 2020 worden de sirenes door de rijksoverheid uitgeschakeld. De gemeente bespreekt met de wijkplatforms of aanvullende middelen nodig zijn (dus bovenop middelen als NL-Alert). Denk hierbij aan ontvangertjes in huis of slimme apparatuur in de openbare ruimte.

8. Democraten 66
Goederenvervoer over het spoor dient veilig plaats te vinden, met zo weinig mogelijk overlast voor de omgeving. Daarom wordt de zuidelijke spooraansluiting bij Chemelot gerealiseerd.
Het gebruik van energie via onder meer Het Groene Net wordt bevorderd. De aanleg van Het Groene Net wordt versneld en op grotere schaal uitgevoerd in samenwerking met Chemelot, de biomassacentrale en de provincie.
Op het moment dat op Chemelot geen uitbreidingsmogelijkheden meer voorhanden zijn, kan een uitbreiding van Brightlands op De Lexhy worden toegestaan, maar uitsluitend voor campus-gerelateerde ontwikkelingen. Het verlies aan natuurgebied wordt gecompenseerd, bijvoorbeeld op Graetheide.
Het onderwijs moet beter aansluiten op de behoefte van de (Eu)regionale arbeidsmarkt, onder meer van de chemische industrie.

9. VVD
-

10. Partij voor de Vrijheid
-

11. Samen Politiek Actief
Het hergebruik van de afvalwarmte van Chemelot via Het Groene Net verdient steun, maar de gemeentelijke bijdrage in de kosten voor dit project had effectiever ingezet kunnen worden, bijvoorbeeld voor zonnepanelen.
Indien uitbreiding van Chemelot in noordelijke richting aan de orde is, ontvangt de gemeenschap een aanzienlijk deel van de winst op de meerwaarde van landbouwgrond ten opzichte van bedrijventerrein. Voordat dit actueel wordt is invulling van de ongebruikte ruimte op Chemelot nodig.
Mocht de gemeente opteren voor een experiment met legale wietteelt, dan komt de steenberg op Chemelot daarvoor wellicht in aanmerking.
De aanwezigheid van Chemelot vormt voor Sittard-Geleen een veel grotere en reëlere dreiging dan de kerncentrale in Tihange. De gemeente zorgt ervoor dat Chemelot de impact van een incident verkleint.
De Zuidaansluiting levert slechts een minieme bijdrage aan de verbetering van de veiligheid rond station Sittard en daarom is er geen reden dat de gemeente hieraan miljoenen bijdraagt.

12. 50Plus
-

Hier volgen de websites van de partijen die op 21 maart 2018 in Sittard-Geleen aan de verkiezingen deelnemen:
  1. CDA: www.cda.nl/limburg/sittard-geleen
  2. G.O.B.: www.gob-online.nl
  3. Stadspartij: www.stadspartij.org
  4. Socialistische Partij: http://sittard-geleen.sp.nl
  5. DNA Partij: www.dna-partij.nl
  6. GroenLinks: http://sittard-geleen.groenlinks.nl
  7. PvdA: http://sittardgeleen.pvda.nl
  8. D66: http://sittard-geleen.d66.nl
  9. VVD: http://sittardgeleen.vvd.nl
  10. PVV: -
  11. S.P.A.: www.spa-sg.nl
  12. 50Plus: www.50pluspartij.nl/sittard-geleen/2295-50plus-ook-in-sittard-geleen

Lees “Hoe oordeelt Sint Joep over Chemelot Campus?”, “Chemelot Industrial Park en Sint Joep” en “Tegen het democratisch tekort” over de programma’s van de partijen die in 2014 deelnamen aan de verkiezingen in Sittard-Geleen.
Lees “Hoe krijgt het nieuwe college ons aan het werk?” over het coalitieakkoord Sittard-Geleen 2014-2018.
Lees “Hoe Chemelot meer kansen biedt” over Visie Chemelot 2025.