maandag 28 augustus 2017

Goed volk komt door de achterdeur

Bij het drielandenpunt Oostenrijk-Italië-Zwitserland kun je vanuit Nauders een mooi rondje fietsen. En je kunt vandaar de Stelviopas bereiken – maar niet altijd via de fameuze route met de vele haardspeldbochten.

Weg naar Stelviopas vanuit Zwitserland

Ik vertelde mijn fietsenmaker over mijn avonturen op de Mont Ventoux, die je kunt nalezen in “Hoe ik terugkeerde naar de Kale Berg”. “Ik vond dat helemaal niks,” zei hij, “dat stuk door dat bos. Je ziet er niets, je hebt geen idee waar je bent. Dan kun je beter de Stelvio fietsen.”

De Passo dello Stelvio of Stilfserjoch ligt op de grens van Zwitserland en Italië en is met 2758 m een van de hoogste passen van de Alpen. De beklimming vanuit het oosten, vanuit Prad am Stilfserjoch gaat in 25 km via 48 haarspeldbochten ruim 1800 m omhoog, gemiddelde stijging 7,5%.
Dat leek mij wel wat en met enkele fietsmaten vertrok ik naar het Oostenrijkse Nauders, net onder de Reschenpas en 35 km van Prad, op 1360 m hoogte.

Weg naar Ofenpas vanuit Santa Maria im Münstertal

Dreiländergiro op onze manier
Daags voor we naar de Stelvio gingen, deden we een warming-up ronde, die was geïnspireerd door de toertocht die jaarlijks vanuit Nauders wordt georganiseerd: de Dreiländergiro. Deze kent een zware A-route en een kortere B-route. Onze tocht ging als volgt:
  • De Reschenpas (1500 m) met grensovergang
  • Glurns (900 m), een ommuurd stadje in het Italiaanse Vinschtal
  • Weer een grensovergang bij Taufers
  • Santa Maria im Münstertal (1375 m)
  • Naar de Ofenpas of Pass dal Fuorn (2149 m) door het Zwiterse Münsterdal
  • Martina (1036 m) met de laatste grensovergang
  • De Norbertshöhe (1475 m).
Dat was een rit van 130 km. Iemand in onze groep registreerde 2300 hoogtemeters, hieronder in beeld gebracht.

Profiel Dreiländergiro vanuit Nauders

De afdaling van de Reschenpas tot Glurns gaat over een verkeersluw fietspad, langs twee meren, de Reschensee en de Haidersee.

Dat weekend hadden ze in Duitsland een nationale feestdag en het was alsof iedereen die in dat land een motor bezat die dag met ons de Ofenpas opreed. Dat leverde voor ons fietsers niet perse gevaarlijke situaties op, maar het lawaai was oorverdovend – niet echt de rust die je met het hooggebergte associeert. Ik werd er tureluurs van.

Ofenpas (2149 m)

Bij de Ofenpas zit het venijn in de staart: vanaf Glurn gaat het gemiddeld 4,4% omhoog, maar de laatste vijf kilometer met 8,7%. Geen wonder dat ik trek had toen ik na ruim 1200 m klimmen boven was aangekomen. Na wat snacks kreeg ik weer oog voor de prachtige omgeving.

Via de Norbertshöhe keerden we terug in Nauders, een relatief eenvoudige klim: 375 hoogtemeters, gemiddeld 6,4% over bijna 6 km. Maar na 120 km viel het niet mee om boven te komen.

Een alternatieve route
We kregen van de VVV in Nauders bevestigd dat de route naar de Stelvio vanuit Prad vanwege lawinegevaar was afgesloten. Wat ’n domper!
We deden kaartstudie: er zijn diverse opties en ook is er een alternatieve route naar de Stelviopas, vanuit het noorden. De beklimming vanuit Santa Maria im Münstertal gaat over 16 km 1400 m omhoog, met een vrijwel constante stijging van 8,4%.

Langs sneeuwbanken omhoog
Vanuit Nauders naar Santa Maria is 46 km, dezelfde weg als gisteren – in het hooggebergte heb je niet veel keuze. Daarin een klim van ‘slechts’ 475 hoogtemeters. En het is maar goed dat het daarbij bleef, want vanaf Santa Maria volgt een stevige klim. En ook aan deze kant van de Stelvio voert de weg door een hele serie haarspeldbochten, vooral aan het begin. Daarvoor hoef je dus niet vanuit Italië te komen.

Een stukje van de weg is onverhard, een Naturweg. Waar het asfalt weer begint was voor mij een mooi punt om een stop te maken en even van de omgeving te genieten.

Enkele kilometers voor de Stelvio kom je bij een andere pas, de Umbrailpas (2501 m). Het kale berglandschap was daar van aanzien veranderd doordat er nog veel sneeuw lag. Er was machinaal een goot door het sneeuwveld gefreesd, wat aan weerszijden van de weg een witte wand opleverde, zoals de foto hierboven laat zien. Dat gaf een speciaal effect aan onze fietstocht.

Uitzicht vanaf de Stelviopas

Boven op de pas konden we met eigen ogen zien waarom de Stelvio vanuit Italië was gesloten: sneeuw bedekte grote delen van de spaghetti aan haarspeldbochten. Voorzover de weg zichtbaar was, lag die er verlaten bij – de ‘voordeur’ bleef nog even toe.

De afdaling tot aan Glurns verliep soepel, de Naturweg gaf geen problemen. Maar er was één ding dat ik tot dan toe over het hoofd had gezien: vanaf Glurns moest de Reschenpas worden beklommen. Zolang je fris bent stelt deze klim van 600 m over een afstand van 25 km, gemiddeld 2,3%, niet veel voor. Maar zo fris was ik niet meer. Het was een ware worsteling om boven te komen.

Bij aankomst in Nauders hoorde ik dat ik in 119 km maar liefst 2900 hoogtemeters had gemaakt. Nog nooit had ik in één rit zoveel geklommen. En omdat ik zo uitgeput was, bepaalde ik dat dit voor mij voortaan het maximum zou zijn.
Maar zulke grenzen zijn er om te overschrijden…