maandag 5 juni 2017

Hoe het onder de grond begon

Er wordt hard aan gewerkt om Chemelot en Brightlands vooruit te brengen wat betreft innovativiteit en concurrentiekracht. Dit vergt omschakeling in doen en denken. Omschakelingen zijn verbonden met de geschiedenis van het gebied waar Chemelot en Brightlands zijn gelegen. We gaan terug in de tijd.


Staatsmijn Maurits, 1967 
DSM, www.deMijnen.nl

De voorgeschiedenis van het gebied tussen Geleen, Urmond, Stein, Elsloo en Beek gaat terug tot vóór het begin van onze jaartelling. Bij grondwerkzaamheden voor de nieuwbouw van het kantoor voor ARLANXEO op Brightlands Chemelot Campus werden in 2012 resten blootgelegd van gebouwen, waarschijnlijk een boerenerf, die stammen uit de IJzertijd (800-50 v.Chr.). Rondom de gebouwen lagen grote kuilen die op basis van aardewerkscherven eveneens in de IJzertijd gedateerd kunnen worden.
Tot in de twintigste eeuw bleef dit een agrarisch gebied.

Eind negentiende eeuw waren enkele Duitse en Belgische bedrijven begonnen met steenkoolwinning in Zuid-Limburg. Geologisch gezien vormen de Belgische Kempen, Zuid-Limburg en grote delen van de Duitse deelstaat Nordrhein-Westfalen één steenkoolrijk gebied. De Nederlandse overheid onderkende het strategisch belang van steenkool en ging over tot de oprichting van De Staatsmijnen (later DSM) in 1902. In de Oostelijke Mijnstreek opende DSM drie steenkoolmijnen, lees daarover “Breuken in het Heuvelland”. Ruim tien jaar later richtte DSM zijn blikken ook naar de Westelijke Mijnstreek, met name op Geleen.

Een vierde staatsmijn
De gemeenteraad van Geleen tekende in Den Haag protest aan tegen de mogelijke vestiging van een mijnzetel binnen haar rustige, behoudende agrarische gemeenschap.
Uit de brief van het gemeentebestuur Geleen, 14 maart 1908:
Maar laten wij eens zien de nadeelen die Geleen van de mijnen zou lijden. Over de moreele nadeelen zullen wij eens niet spreken maar de materieele slechts dit ééne: Waar moeten de landbouwers komen aan werklieden voor hunnen landerijen. Hoeveel zullen zij deze moeten betalen. Neen Geleen is ons te lief met zijne gezonde brave en welvarende bevolking om deze te verlagen tot mijnslaven.
In de gemeente Sittard groeide ondertussen de hoop dat de ‘buit’ kon worden binnengehaald en bij Koninklijk Besluit van 12 maart 1915 ging de kogel door de kerk. De vierde staatsmijn kwam in Lutterade, ten westen van Geleen. Van daaruit bestonden de beste mogelijkheden om de zogeheten Maasvelden te ontginnen. Eén jaar later kreeg deze mijn de officiële naam Staatsmijn Maurits. Het werk richtte zich in eerste instantie op het afdiepen van twee schachten die toegang tot het zwarte goud zouden bieden.
Op 1 januari 1926 ging de exploitatie officieel van start.

Ondergrondse opname Staatsmijn Maurits 1960
DSM, www.deMijnen.nl

Het hoofdgebouw
In 1922 werd in Geleen de eerste steen gelegd voor het hoofdgebouw van de Staatsmijn Maurits. Vanaf de opening in 1924 tot aan de sluiting van de mijn op 1 september 1967 vormde dit het ‘zenuwcentrum’, waar niet alleen de bedrijfsleider, hoofdingenieur, opzichters en het bedrijfsbureau gehuisvest waren, maar waartoe ook het gigantische badgebouw behoorde (inmiddels gesloopt).

Het hoofdgebouw is een ontwerp van de Amsterdamse architect Leliman. Hij was een vertegenwoordiger van de Amsterdamse School, die zich afzette tegen de neogotiek en neorenaissance van rond de eeuwwisseling. Met Berlage als voorman werden de ontwerpen van deze school rationalistischer, met schoon metselwerk. Boven de massieve houten voordeur is in stijl de naam Staatsmijn Maurits gemetseld. Daarboven vier gevelbekroningen, voorstellende de “Mijngod”, van de hand van de Amsterdamse keramist Willem Coenraad Brouwer uit 1923, lees “De ontdekking van de Mijngod".
Vanaf 1937 werd het gebouw gefaseerd uitgebreid, zo kwam er onder meer een nieuwe loonhal bij.

Nieuwe loonhal Staatsmijn Maurits, 1952
DSM, www.deMijnen.nl

In de loonhal kregen de mijnwerkers op zaterdag letterlijk hun loon uitbetaald. Daartoe werden voor de kantoren van de opzichters koperen hekwerken geplaatst, waarlangs de ‘ondergronders’ op volgnummer hun loonzakje gingen halen. Langs de muren van de (oude) hal zijn nog steeds de houten banken aanwezig waarop de mijnwerkers op hun beurt konden wachten.
Begin jaren ’60 werd de (oude) loonhal verfraaid met een glaskunstwerk van Eugene Quanjel. Het draagt de titel ‘Carboon’ en beeldt het ontstaan van de kolenlagen uit. Bijzonder is dat gebruik werd gemaakt van een speciale, binnen DSM ontwikkelde techniek, waarbij de gekleurde delen tussen twee glasplaten zijn gelijmd.

J. Kleynen, opbraakseingever, bij kledinghaak in
het badlokaal van de Staatsmijn Maurits, 1948
DSM, www.deMijnen.nl

Achter de loonhal lag een gigantische kleedruimte, omringd met baden voor alle rangen en standen. Het originele ontwerp was bemeten op ca. 4000 medewerkers (er werd in drie ploegen gedurende zes dagen gewerkt). Iedereen had zijn eigen kledinghaak, die aan een ketting omhoog werd getakeld waarna deze met een veiligheidsslot werd vastgelegd. Daarmee hingen de kleren letterlijk hoog en droog.

Lampisterie op de Staatsmijn Maurits, 1938
DSM, www.deMijnen.nl

Voordat zij naar het kleedlokaal gingen, haalden de kompels hun identiteitspenning op. Nadat ze zich hadden omgekleed, vertrokken zijn naar de lampisterie waar ze de noodzakelijke verlichting meekregen. Vervolgens stelden de kompels zich in colonne op in de loopbrug naar de schacht: vooraan de ploegen die ondergronds het verste moesten reizen. In de hoogtijdagen, begin jaren vijftig, werkten ca. 5700 arbeiders ondergronds en 3400 bovengronds. ‘De Maurits’ was Europa’s meest moderne, veilige en efficiënte mijnen.

Einde mijnbouw
Nadat in 1957 een topproductie werd gehaald, waren de gloriejaren van de Nederlandse Staatsmijnen snel voorbij. Op 29 mei 1959 werd in de akker van K.P. Boon in Slochteren het eerste Gronings gas ontdekt. Mede als gevolg van de opkomst van dit aardgas en aardolie, ontstond overproductie. Vandaar dat in 1965 werd besloten dat de staatsmijnen dichtgingen. Minister van Economische Zaken Joop den Uyl kwam op 16 december 1965 naar Heerlen om dit nieuws in de schouwburg te brengen. Daarna werden op 17 juli 1967 de laatste kolen uit ‘de Maurits’ gehaald.

Watertoren van Staatsmijn Maurits, 1955
Monument Gemeente Sittard-Geleen

Mijnverleden
De loonhal Maurits aan de Mijnweg in Geleen is een van de weinige herinneringen aan het mijnbouwverleden op Chemelot, in heel Zuid-Limburg zelfs. Het is gedeeltelijk een rijksmonument, met name de voorgevel en de banken binnen.

Daarnaast zijn er nog vijf gemeentelijke monumenten op of nabij Chemelot aanwezig: de constructiewerkplaats, de watertoren, het mijnmonument, het Barbara-monument en het mozaïekmonument. De constructiewerkplaats achter de loonhal dateert uit de beginperiode van de mijnbouw. Bijzonder zijn de oorspronkelijke staalconstructie, bestaande uit geklonken en geschroefde onderdelen, en de nog oorspronkelijke kozijnen en ramen in de gevels. De bijzondere 30 m hoge watertoren, eveneens achter de loonhal, werd iets later gebouwd. Het mijnmonument in de wijk Mauritspark van Eugene Quanjel dateert van 1937. Hierop worden “Landbouw” en “Mijnindustrie” verbeeld. Het Barbara-monument staat in het plantsoen tegenover de ingang van de loonhal en werd in 1951 door de kunstenaar Wim van Hoorn in opdracht van het personeel van de Staatsmijn Maurits gemaakt. De heilige Barbara gold als beschermheilige voor de mijnwerkers (en andere gevaarlijke beroepen) , lees “De ontdekking van de Mijngod”.

Mozaiekmonument Harry Schoonbroodt, 1953
www.koelpiet.nl

Het mozaïekmonument op het kruispunt van de Mijnweg en de Tunnelstraat werd in 1953 opgericht als jubileumgeschenk van de Geleense burgerij aan de Staatsmijnen en werd gemaakt door de kunstenaar Harry Schoonbroodt. Het monument draagt de tekst: “De landman ploegt niet meer zijn voren, want wijken moest het wuivend koren. God blijv’ ons geven arbeidsvreugd en schenke toekomst aan de jeugd.

...en schenke toekomst aan de jeugd
Niet als mijnwerker, die mogelijkheid viel in 1967 definitief af. Maar wél als procesoperator of in een van de vele andere beroepen die rond de (voormalige) Staatsmijn Maurits ontstonden.
Feitelijk waren die beroepen al sinds de stichting van de mijn ontstaan, want mét de mijnbouw ontstond hier de chemie…

Ga naar www.demijnen.nl om zelf op zoek te gaan naar foto’s uit de mijntijd.