maandag 29 mei 2017

The Windy Mountain revisited

On my first time climb by bike the mountain vanished in a damp, cold cloud. When I tried again, another challenge awaited me. There’s always something going wrong!


The bike ride is the same, but people differ. What's an almost superhuman effort for one person, is a piece of cake for the other. Age, physical condition, training, shape of the day, mood, and motivation play a role.
That’s what I felt during my second climb of the Mont Ventoux.

The year before, I had climbed the mountain, but as you can read in "To the top of a vanished mountain", I did not see much of it. So, I didn't let go the next chance to climb it again.

This time the misery arose already before departure. The bus was ready to leave, loaded with the luggage and bicycles of twenty enthusiastic cyclists. The plan was to leave Urmond (NL) on a Thursday evening at nine o'clock. The ride would take all night to arrive at the well-known camping Carpe Diem. After two relatively quiet cycling days, we would climb the Mont Ventoux on the Sunday.
However…

But then the message from the quartermasters at Vaison-la-Romaine came through that the Mont Ventoux would be closed on Saturday and Sunday, because of a classic sports car rally.

Two alternatives were presented: to make the climb in the afternoon, upon arrival, or early Saturday morning, before the mountain closed. The first option found the most support. That meant: straight from the bus, after a sleepless night, on the bike for a ride that is difficult enough in itself. But it was preferred over rising at five o'clock on Saturday morning.


The bus was fine, but in a seated position it's virtually impossible to get through the night comfortably. Therefore, we were glad that to see the Bald Mountain in the distance, towering above the surrounding landscape.

The bicycle tour
At ten o'clock we arrived at the camping with sleepy heads and at two o'clock we got on the bike. It was lovely to shake off the lame feeling of the previous night. This was what we came for: cycling in the mountains.

To get to Bédoin, the starting point of the climb, we first had to cross the Col de la Madeleine. This slope may not pose a problem for a well-trained cyclist, otherwise don't consider to climb the Mont Ventoux.

During the first ten kilometers from Bédoin, I asked myself: "When does that climb start?" Until St. Estève, it's a completely flat road. But beyond that village, I realized that the climb from Bédoin would be more difficult than from Sault, the year before. From Sault you start the climb after two kilometers and the total distance is more than four kilometers longer than from Bédoin. Moreover, Sault is situated 450m higher than Bédoin.


Halfway through the run-up to the real climb, signs reminded me of the roadblock, the following days. During the climb I saw some classic sports cars, Porsches, Ferraris. Roaring motors, high speed. Twice they passed, first up, then down again. Normally, I like to watch those classic cars, but then I despised them.

I did not only detest those cars, my anger also turned to the mountain. Because the steep climb went through a dense forest. The bends in the road allowed me to look no further than 300 meters. No views, nowhere. Not very interesting for tourists. On the side of the road a sign read: "Le Mont Ventoux 1909m - Géant de Provence - 15 km - 9.1% sur 1 km - Alt. 630m”. Such signs offered the only orientation on the progress of the climb.

And then, with those signs along the road and cycling to the maximum of my abilities, I began to do my calculations. How far would it be and how long would it take? I shifted to my lightest gear (38-28). My speed dropped from 10 to 8 km per hour. Would it have been so difficult if I had slept properly?
And so I began thinking about getting off the bike, just to take the pressure from the pedals for a while...
No! Carry on!

My calculations were correct: Chalet-Reynard came into view. Here the road from Sault joins the route to the top. For me, this was a nice place for a short break.


On the bare mountain
I set off again for the last part of the climb, and I took it easy. The landscape and the view were now very interesting, especially because the year before, through the fog, I had not seen anything of it.

What a bizarre landscape! No tree in sight, just a few plants, some flowers. It was all gravel and rocks. And the mountains around were much lower than this Giant of the Provence.
I enjoyed it and got off my bike three times to take some pictures.


I also stopped at the monument for Tommy Simpson, the British cyclist who died there during a stage in 1967. The top of the mountain, with its weather station, which I had seen ahead of me for six kilometers, was now very close.


A few hundred meters to go. I shifted again to my lowest gear and quickly I arrived at the top. I did it! It was windy over there - the mountain deserved its name. I had to pay attention not to fall.
Now, I made the pictures I did not get a chance to make the previous year.

It was quite chilly, only 12 degrees. After a break in the restaurant at the summit, I descended to Malaucène. My cruising speed was more than 60 instead of 8 km per hour.

Simple pleasure
The bike ride is the same, but people differ. There are also things that cyclists have in common: the simple pleasure to hit the road and to go wherever you want (with attention to safety). Entering the struggle against bad weather and the heavy course. Enjoying the scenery unfolding around you, the conversation on the way, the breaks at a terrace of your choice. At home, the satisfaction with the accomplishment and the healthy fatigue.
These were my experiences when I climbed the Mont Ventoux for the second time.

This is a repost of my (Dutch) January 30, 2017 post.
Read my May 20, 2013 blog post about the reason why of my English reposts.

maandag 22 mei 2017

En toch met open armen ontvangen!

Sommige films blijven na het zien in het hoofd hangen. Zoals de documentaire “Astral” van Proactiva Open Arms. Over een thema, waarop recent in ons land de kabinetsformatie is stukgelopen. Een film die inspeelt op noties als ‘humaniteit’ en ‘barmhartigheid’. En dan gaat het over vluchtelingen.


Het is 2015. Langs de territoriale wateren voor de kust van Libië vaart een zeiljacht, de “Astral”. Ogenschijnlijk een luxe vaartuig, maar bij nadere beschouwing meer een Spartaans ingerichte vissersboot, waarvan de bemanning klaar zit om de vis binnen te halen.
En dan roept een van de bemanningsleden, loerend door een verrekijker, in het Spaans: “Daar komt iets aan!

Brightlands Inspiration Cinema
Aan het einde van de werkdag zitten we te kijken in het auditorium Arthur van Center Court, het centrale gebouw op Brightlands Chemelot Campus. Dit is de eerste filmvertoning vanuit een nieuw campusinitiatief: Brightlands Inspiration Cinema. Het idee om juist deze film te vertonen komt voort uit een andere community op de campus, Café Latino, waar campusbewoners met een Spaanse of Latijns-Amerikaanse achtergrond elkaar ontmoeten.

De Astral is in gebruik bij de Spaanse organisatie Proactiva Open Arms, die zich inspant om vluchtelingen voor de Libische kust te redden. Zodra de zee enigszins kalm is, vertrekken namelijk allerlei vaartuigen vanuit Libië, volgeladen met vluchtelingen die voor de overtocht naar Europa honderden euro’s hebben neergeteld, geld dat ze eigenlijk niet kunnen missen. Ze gaan aan boord zonder bagage, want dat kost passagiersplaatsen.

De film laat zien hoe berooide mensen van grote rubberboten worden gehaald. Vooral mannen, maar ook vrouwen en kinderen, enkele baby’s zelfs. Uit hun ogen straalt een mengeling van angst en opluchting. De vluchtelingen worden aan boord van de Astral genomen of herverdeeld over de boten van andere reddingsorganisaties. Op één dag in 2015 was de Astral betrokken bij de redding van maar liefst 3.500 vluchtelingen.
De rubberboten blijven voor lijk in zee liggen, prooi van aasgieren in de vorm van piraten die uit zijn op de buitenboordmotoren en het rubber – voor het geld. Waarom niet afzinken? Omdat je dan ruzie krijgt met zwaarbewapende sujetten, met wie je geen ruzie wilt.

Aan boord van de Astral krijgt een van de vluchtelingen een kaart van de Middellandse Zee voorgeschoteld: “Wijs eens aan waar we zijn?” Hij wijst ergens in de buurt van Griekenland. Hij schrikt zichtbaar als hem wordt gewezen dat hij zich nog vlak voor de kust van Afrika bevindt.
En die schrik is terecht, want zonder de redding door de Astral wachtte hem en al die anderen op die rubberboten een zekere dood op de grote Middellandse Zee.

Tegenhouden
Twee dingen uit de film vielen mij op. Om te beginnen de uitspraak dat wij in Europa die vluchtelingen niet kunnen tegenhouden, al dirigeren we onze hele marine naar de Middellandse Zee. Mensen zullen wegen zoeken én vinden om de reis te maken.
Of beter gezegd: af te maken. Want voordat zij Libië hebben bereikt, hebben ze er al een hele reis vol ontberingen op zitten. Ze zijn ondervoed, bestolen, bedreigd, afgeranseld, bedrogen. Bijna onbeschermd hadden ze te lijden van hitte en koude. En menige vluchteling werd ongestraft vermoord.
En als ze eindelijk in Libië aankomen, vallen ze in handen van groepen die het zelden goed met hen voor hebben. Wat ze nog aan bezittingen hebben overgehouden wordt hen ook afgenomen, inclusief het paspoort. Ze worden opgesloten, als slaaf te werk gesteld en gemarteld. Enkelen slagen erin het geld bijeen te schrapen dat nodig is om de oversteek naar Europa te bekostigen, waarbij ze zich aan mensensmokkelaars overleveren.

Ze zijn afkomstig uit grote delen van Azië en Afrika, gebieden waar het leven tot een absurditeit is verworden door oorlog, stammentwisten, terrorisme, droogte, schrijnende armoede, politieke ontwikkelingen en andere rampspoed.
Een concreet voorbeeld is Zuid-Soedan. Daar zijn grote gebieden die lijden onder ernstige hongersnood, gevolg van gewapende strijd. Boeren zijn gevlucht en laten hun land onbewerkt achter. De inwoners zijn afhankelijk van buitenlandse hulp en niet in staat iets nieuws op te bouwen.

In dit verband is een veelgemaakte opmerking dat het hier vooral om economische vluchtelingen gaat. Ten dele klopt dat, maar daarbij moet meteen gezegd worden dat de verschillen in welvaart tussen het rijke Westen en het arme Zuiden ronduit schokkend zijn. De relatieve rijkdom die in Europa in het verschiet ligt, wordt door de migranten tijdens hun odyssee in constant levensgevaar en pas na lange tijd héél misschien bereikt. Wie met dit vooruitzicht op pad gaat, wordt niet alleen gemotiveerd door een positief vooruitzicht, maar ook door volkomen uitzichtloosheid.

Met welke motivatie dan ook, men komt. En men komt in groten getale. Een miljoen vluchtelingen staan in Libië klaar om bij de eerste gelegenheid die wordt geboden de oversteek naar Europa te maken. In de eerste vier maanden van 2017 arriveerden er zo 37.500 migranten in Italië.
De onmacht om deze mensen tegen te houden verhinderde in Den Haag de vorming van een nieuw kabinet. Gemakkelijke oplossingen zijn er niet. Zo zijn afspraken als met Turkije in Libië niet mogelijk, omdat er geen centrale regering is.

Beloofde Land
Een tweede ding dat mij opviel, is dat Europa door de vluchtelingen vaak als het Beloofde Land wordt aangeduid. Dit is een Bijbels begrip. Wie de herkomst nagaat, kan meer of minder alarmerende scenario’s schilderen. Ik zal de grondverf voor je aanbrengen.

God beloofde aartsvader Abraham een rijk nageslacht, maar drie generaties na hem bevond dat nageslacht, de Israëlieten, zich in een vreemd land, Egypte. De Israëlieten waren gevlucht voor hongersnood. (Of waren zij economische vluchtelingen avant la lettre?) De situatie in Egypte, dat werd geregeerd door farao’s, de dictators van die tijd, verslechterde en onder leiding van Mozes trokken ze als één volk weg, de Exodus.

De Israëlieten reisden naar het land van de Kanaänieten, een gebied dat we nu aanduiden als Israël. En hier komt de analogie met de vluchtelingen naar Europa om de hoek: zij trokken naar het Beloofde Land. Dit land, tussen de Nijl en de Eufraat, gaf de Heer hen (Jozua 1 : 2), de inlossing van een oude belofte aan Abraham (Genesis 15 : 18).
Ook voor de Israëlieten was het een tocht vol ontberingen, die lang duurde. Ze verbleven namelijk in de woestijn, net zo lang totdat een hele generatie was gestorven. Maar evenals veel vluchtelingen hun Beloofde Land (Europa) weten te bereiken, bereikte het volk Israël uiteindelijk hun Beloofde Land.
Dat land gaf zich niet zonder slag of stoot gewonnen. Een lange strijd om het bezit ervan volgde. Met steun van de Heer wonnen de Israëlieten. Ze maakten korte metten met de oorspronkelijke inwoners van het land, een passage die de Bijbel voor sommigen tot een verwerpelijk boek maakt.

Veel van de Joden, de Israëlieten van tegenwoordig, leven in de Diaspora, oftewel buiten Israël. Maar Israël blijft voor hen het Beloofde Land. Ik denk dat we ervan uit moeten gaan dat de vluchtelingen van nu hun verblijf in Europa niet als Diaspora ervaren. En dat ze niet hun oorspronkelijke vaderland als het Beloofde Land zien, maar Europa. De migranten zullen – naar analogie van de Israëlieten – geen korte metten met ons zullen maken, wel zullen ze hun plaatsje in onze samenleving opeisen.

Recht op leven
De vrijwilligers die meewerken aan Proactiva Open Arms weten dat de toekomst van de vluchtelingen na hun redding uiterst ongewis blijft. Hun narigheid krijgt bij aankomst in Europa nog geen einde. De cynische vraag is daarom: waarom zou je dan zoveel inspanning plegen om hen te redden? Het antwoord is onthutsend simpel: om levens van mensen te behouden, omdat dit het meest basale mensenrecht is.

Het bleef stil in de zaal toen de film was afgelopen.

Meer informatie over Proactiva Open Arms: www.proactivaopenarms.org/en (je kunt er ook doneren).

maandag 15 mei 2017

Zwerfvuil of moedwillige stort?

Ergernis, daar heb je vooral jezelf mee. Maar ik weet zeker dat één verschijnsel velen van ons ergert, mede omdat het zich in zoveel vormen aandient: rotzooi langs de weg en in de natuur. Want ga maar na…


De Afvalallée, de Lorrenlaan, de Wegwerpweg, de Strontsteeg. Dit zijn de straten die ik regelmatig door moet voor mijn woon-werkverkeer, vernoemd naar wat je er aantreft: zwerfvuil. Dat woord is eigenlijk een eufemisme, want het gaat zelden om een per ongeluk weggewaaid snoepwikkeltje. Het wordt er moedwillig gestort.
Dus vooral na een weekend is het raak: keukenafval, tuinafval, bouwafval, al dan niet verpakt in vuilniszakken, boodschappentassen of dozen, verder afgedankt meubilair, oude rijwielen, enzovoort, enzovoort.

Sommige zaken kunnen er te voet zijn gebracht, voor andere heb je toch echt een auto nodig. Die automobilisten leggen die rommel niet netjes aan de kant, maar werpen het via een snel geopend portier naar buiten – ik was meermalen getuige. Zo verdwijnen de verpakkingen van het Big Mac-menu door het autoraampje in de volgorde waarin de inhoud wordt opgepeuzeld. Tegen de tijd dat de reiziger zijn eindbestemming heeft bereikt is de maaltijd vergeten, maar die verpakkingen zwerven tot in lengte van jaren rond.
Voor de goede orde: dit is geen aanklacht tegen McDonalds, maar tegen personen die afval uit het autoraam gooien.

Ook mijn medeweggebruikers op de racefiets kan ik helaas niet vrijpleiten. Wikkels van energierepen dwarrelen niet zelden achteloos richting het asfalt. Dit is een van de redenen dat bepaalde Nederlandse toertochten van Belgische of Duitse gemeenten geen vergunning meer krijgen. Zo hebben die Belgen en Duitsers met hun ergernis dus niet zichzelf maar vooral goedwillende fietsers.
Onder hondenbezitters bestaat sociale controle wat betreft het opruimen van de hondenpoep: hondenkak, in de bak! Maar op sommige achteraf paadjes is het tóch opletten waar je loopt.

Het zwerfvuil is bij elkaar geteld dus een voortdurende ergernis: het ziet er niet uit en het trekt ongedierte aan (een rat kruiste al eens mijn weg). Om van de criminele, aan drugshandel gelieerde vormen van dergelijk stortgedrag nog maar te zwijgen. Dan gaat het om zware milieudelicten.


Laat niet als dank…
In die context zijn rijmpjes die je aantreft op bordjes in natuurgebieden aandoenlijk, maar – vrees ik – nauwelijks effectief. Bijvoorbeeld het oude, welbekende rijmpje van de ANWB, uit de tijd dat dit nog als “A.N.W.B.” werd gespeld:

Laat niet, als dank voor 't aangenaam verpoozen,
den eigenaar van ’t bosch de schillen en de doozen.

En zo zagen we vanaf een bergpad in Oostenrijk het volgende rijmpje op een boom gespijkerd.

Bitte!
Bitte, lärm nicht kreuz und quer
auf und ab im Wald umher,
wozu gibt es sichre Wege?
Denk an's Wild und seine Hege!
Zugleich bitte ich um's eine:
Häng dein Hündchen an die Leine!
Furchtbar is des Feuers Macht,
darum gib aufs Zündholz acht!
Speisereste, Glas, Papier -
bitte, lass das doch nicht hier,
zu Natur - und Umweltschutz
passt kein Abfall und kein Schmutz!
Danke!

Die Jägerschaft

Of zoals ze in Ierland zeggen: "For Yeats' sake – Bring your rubbish home". Naar de dichter en Nobelprijswinnaar W.B. Yeats, begraven in het Ierse stadje Drumcliffe (Co. Sligo; lees “Gouden Eeuwen in Ierland”).

Uit de jaren 1930 dateert een plaquette op de muur van het Rowardennan Hotel in Stirling, Schotland:

A request – From the Holiday Fellowship
Friend, when you stray, or sit and take your ease
On moor, or fell, or under spreading trees
Pray, leave no traces of your wayside meal
No paper bag, no scattered orange peel,
Nor daily journal littered on the grass,
Others may view these with distaste, and pass
Let no one say, and say it to your shame,
That was all beauty here until you came.

Met zoveel troep in het publieke domein kun je niet volhouden dat mensen orde nastreven, zoals je misschien kunt concluderen uit “Scheiden doet verblijden”. Het Bijbelse scheppingsverhaal is dan ook met enig cynisme als volgt samen te vatten: In zes dagen schiep God de hemel en de aarde (ook de mens schiep Hij). En hij rustte op de zevende dag. En op de achtste dag kon Hij de troep gaan opruimen die de mens had aangericht!

En nu die troep opruimen
Hoezeer ook met de kraan open, er wordt op vele fronten spreekwoordelijk gedweild. Om te beginnen in mijn eigen gemeente Sittard-Geleen. Want telkens weer stel ik vast dat de troep die ’s maandagsochtends, op weg naar mijn werk nog mijn ergernis opwekte diezelfde avond, op weg naar huis alweer is verdwenen – en dat vast niet door toedoen van de persoon die het daar heeft gedumpt.
Dus: bravo voor de medewerkers van de gemeente die deze schoonmaak voor hun rekening nemen!

En wie vaststelt dat de rotzooi blijft liggen, kan daarvan melding doen via de smartphone-app “BuitenBeter” van Yucat B.V. (ook voor andere meldingen).

Dan is er de Waste Free Waters Foundation van Gijsbert Tweehuysen die zich beijvert voor het schoonmaken van rivieren. Dat initiatief ontstond ook uit ergernis. De Maas is een regenrivier met grote verschillen in de waterstand. Als na hoogwater een periode met laagwater volgt, zie je plastic afval in de struiken op de rivieroever hangen. Dit geeft een zeer lelijke aanblik.

The Ocean Cleanup

Maar deze stichting kan al het plastic in de Maas niet tegenhouden en er zijn zóveel rivieren in de wereld. Gevolg: de oceanen zijn ernstig vervuild geraakt met plastic afval. Niet als lege shampooflesjes, maar als heel kleine deeltjes die in het water drijven: de plastic soep. Deze soep dient vissen en andere zeedieren tot ‘voedsel’. En daar komen initiatieven als de Plastic Soup Foundation en The Ocean Cleanup van Boyan Slat tegen in het geweer.

Zorgvuldig gebruik
De oplossing begint bij het zorgvuldig gebruik van plastic, vooral wat betreft het weggooien. Op vele plaatsen in het land wordt plastic verpakkingsafval ingezameld. Dit afval wordt gerecycled, bijvoorbeeld door het Chemelot-bedrijf QCP, en kan zo worden hergebruikt, bijvoorbeeld voor kinderwagens; lees “Het museum van de toekomst”.

Met dat ‘zorgvuldig gebruik’ raken we aan een ander aspect van afval, namelijk de vraag of we al dat plastic überhaupt moeten gebruiken. Daarbij botsen twee leefstijlen: consumentisme en consuminderen. Representanten van het eerste vinden we in onze consumptiemaatschappij overal waar commerciële bedrijven hun producten aanbieden, soms ronduit agressief. Daarnaast vind je steeds meer uitingen van een tegenbeweging, al zijn die vaak op één aspect van de consumptie, bijvoorbeeld op voedsel, gericht.
Een voorbeeld van dit (over)bewuste consumeren is Voluntary Simplicity, een Amerikaans initiatief dat “simpel leven” voorstaat. Velen van ons gaat dit misschien te ver, maar ik vermoed dat wie simpel leeft het wel uit z’n hoofd haalt troep langs de weg te dumpen. Ik zou willen dat dit voor iedereen geldt: geen troep op de weg!

Meer informatie over de Waste Free Waters Foundation: https://wastefreewaters.wordpress.com
Meer informatie over de Plastic Soup Foundation: www.plasticsoupfoundation.org
Meer informatie over The Ocean Cleanup: www.theoceancleanup.com
Meer informatie over Voluntary Simplicity (Engelstalig): www.simplicitycollective.com.

maandag 8 mei 2017

Het museum van de toekomst

Wie aan een museum denkt, denkt aan zaken uit het verleden, ongeacht hoezeer het museum erin slaagt om het stof van eeuwen weg te poetsen. In Zuid-Limburg vinden we drie musea bij elkaar vol verwijzingen naar de toekomst.

 Museumplein Limburg, Kerkrade

Sinds 2015 telt Kerkrade maar liefst drie musea, vlakbij elkaar. Met een knipoog naar de hoofdstad worden ze tezamen aangeduid als Museumplein Limburg. Het complex ligt diep in het zuiden des land, maar de trein stopt er letterlijk voor de deur, dus de bereikbaarheid is prima. We hebben het over Continium, Cube en Columbus.

Creative City
Het Museumplein Limburg is tot stand gekomen dankzij de Provincie Limburg, die 2014 besloot geld uit te trekken voor een aantal structuurversterkende maatregelen op de gebieden ‘economisch profiel & menselijk kapitaal’ en ‘kwaliteit van wonen en leven’. Binnen dit laatste gebied valt het gecombineerde project “Kerkrade Centrum/Creative City”. Bij Creative City gaat het om een investering door de provincie van € 9 miljoen.

Voorbeeld van design: citroenpers Juicy Salif, Philippe Starck

Cube Design Museum
Vanuit het hele land komen bezoekers naar Cube, een museum dat geheel aan design is gewijd. Het toont hoe design, d.w.z. vorm en functie in dienst staan van de gebruiker van alledaagse (en minder alledaagse) gebruiksvoorwerpen – design for human needs. Dat gaat van telefoons tot frisdrankflesjes. Ga maar eens na in hoeveel vormen iets simpels als een citroenpers verkrijgbaar is.
Twee voorbeelden van design licht ik er even uit.


MeatTheFuture
In 2013 was professor Mark Post van de Universiteit Maastricht wereldnieuws toen hij de eerste hamburger van kweekvlees presenteerde. Dit bracht een hele discussie op gang. Over de wijze waarop wij een groeiende wereldbevolking voorzien van voedsel, met name vlees. Hoe dit vlees wordt geproduceerd en hoe duurzaam de intensieven veehouderij is. Kortom, wat staat er op het menu in 2028?

En dan komt Cube met een hele expositie over wat er mogelijk is als je de kweekburger als inspiratiebron neemt. De expositie heet heel toepasselijk “MeatTheFuture” en deze is amusant en ongemakkelijk tegelijk. Want wat te denken van een ravioli, gevuld met stukjes kip uit een laboratorium. Of van vleespoeder van in-vitro vlees, dat gemakkelijk naar arme landen en crisisgebieden kan worden getransporteerd, waar het kan worden toegepast in soepen, shakes en gebak.


Greentom
Op Chemelot draait sinds begin 2016 de fabriek van QCP, waar kunststof verpakkingsafval wordt verwerkt tot nieuwe kunststofkorreltjes. QCP staat voor Quality Circular Polymers en het bedrijf is een representant van de circulaire economie.

De Limburgse ontwerper Bart Bost ontwierp een kinderwagen, de Greentom, als de duurzaamste, veiligste, handigste en lichtste buggie van de wereld. Het aspect duurzaam komt onder meer tot uitdrukking in de materiaalkeuze, namelijk de 100% gerecyclede kunststoffen van QCP. Het frame is gemaakt van gerecycled polypropeen en het zitje van gerecyclede frisdrankflessen.
Dit is een mooi voorbeeld hoe twee Limburgse initiatieven elkaar gevonden hebben. En het ontwerp van de Greentom werd bekroond met de ‘Best of the Best’ Red Dot Award 2016 en de Maastricht Award ‘Made in Maastricht’ 2016.

 Columbus Earth Center, Museumplein Limburg

Columbus Earth Center
Columbus biedt een audiovisuele show die letterlijk onder je voeten wordt opgevoerd, op een 16 meter ronde, 8 meter diepe projectie – de wereld aan je voeten. Het idee is dat je vanuit het heelal neerkijkt op de Aarde. Dit voert tot de conclusie: dit is alles wat we hebben en daar omheen is er niets, dit is onze plek in de wereld en daar moeten we zuinig op zijn.

Continium Discovery Center
Het Continium vormt de basis van het Museumplein Limburg. Het is gewijd aan de ontwikkelingen van wetenschap en techniek in verleden (onder andere de mijnbouw), heden en toekomst. Het museum dateert van 1998, toen nog onder de naam Industrion (tot 2009). Het museum is zo ingericht dat ook jongeren het leuk vinden – het is een kidsproof museum.


De chemische bedrijven op Chemelot maken dankbaar gebruik van de mogelijkheden van het Continium om jongeren op een speelse wijze met de wereld van chemie en techniek kennis te laten maken. In het kader van het programma Chemelot2Discover gaan leerlingen van 50 basisscholen in de omgeving van Chemelot met bussen vol naar het Continium.
De bedrijven op Chemelot hebben een gezond eigenbelang bij dit programma. Ze voorzien dat oudere werknemers langzaamaan met pensioen gaan. Die moeten worden opgevolgd en zo ontstaat vraag naar personeel met een stevige achtergrond in chemie en techniek. Via Chemelot2Discover kan de belangstelling voor die disciplines al jong gewekt worden.
Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst.


Het Continium beschikt over aangepast klaslokalen waar de leerlingen hun gang kunnen gaan met allerhande gereedschappen en apparaten, alles onder begeleiding. Je vindt er zelfs een paar kolomboren. Zo’n omgeving, waarbij het woord knutselen goed past, voert mij in gedachten terug naar mijn jeugd. Toen was ik op basisschool in de weer met een figuurzaag. En thuis verrichtte ik na een greep in de gereedschapskist van mijn vader 'anatomisch onderzoek' op menig fietsen-lijk, tot op de kogeltjes van de lagers nauwkeurig.

Meer zien
Wie na een bezoek aan het Museumplein Limburg op zoek is naar meer museaals in de omgeving kan bijvoorbeeld terecht bij de toeristische spoorweg de Miljoenenlijn van de Zuid-Limburgse Stoomtrein Maatschappij, het Bonnefantenmuseum in Maastricht of Museum De Domijnen in Sittard. En wie van het museumbezoek wil bijkomen tijdens een wandeling adviseer ik de route “Kerkrade” van 7,6 kilometer door de prachtige Anstelvallei (je kunt de auto gewoon laten staan): www.wandelgidszuidlimburg.com/wandelroutes/123.html.

Meer informatie over Museumplein Limburg: www.museumpleinlimburg.nl.
Meer informatie over Continium Discovery Center: www.continium.nl.
Meer informatie over Cube Design Museum: www.cubedesignmuseum.nl.
Meer informatie over Columbus Earth Center: www.columbusearththeater.nl.
Meer informatie over QCP: www.qcpolymers.com.
Meer informatie over de Greentom kinderwagen: www.greentom.com.

maandag 1 mei 2017

De rijkdom aan geuren

Laatst kocht ik voor mijn vrouw een flesje eau de toilette. Terwijl dit keurig voor mij werd ingepakt, bedacht ik dat er dus winkelketens floreren op basis van geuren. Dat er een geur- en smaakstoffenindustrie bestaat. En dat er op Brightlands Chemelot Campus een bedrijf is dat daarin succesvol actief is.


Laboratorium van Isobionics
Foto Dols Fotografie

Ongestructureerde rijkdom
Met de regenboog biedt de natuur inzicht in kleuren. Voor windkracht hebben we de schaal van Beaufort. Voor de elementen in ons universum kunnen we terugvallen op Mendelejev’s periodiek systeem. Maar geuren zijn blijkbaar zo gecompliceerd, dat hiervoor geen goed overzicht voorhanden is. Ik vond een “wiel van geuren” (hieronder), maar dat doet volgens mij onvoldoende recht aan de rijkdom aan geuren in onze omgeving.

Wiel van geuren

Het plezier van geuren
Geuren hangen rond dingen en mensen, in parken en bossen, in gebouwen, bewust aangebracht in winkels, als marketingtool.
Geuren geven een prettig gevoel.

Volgens het ‘wiel’ vind je geuren in parfums, eaux des toilettes en after shaves. Verder zitten er geuren in wasmiddelen en in allerhande drogisterij-artikelen en dranken. Hierbij gaat het meestal om geuren van plantaardige oorsprong, vooral bloemen. In mijn tuin staat een lavendel , type “Parfum de Nature”.
De samenstelling van parfums is grosso modo bekend, waarbij de kenners een onderscheid maken tussen topnoten, hartnoten en basisnoten. En dan nemen we ingrediënten waar als mandarijn, citroen, bramen, meloen, brood, roos, heide, kamperfoelie, kamfer, basilicum, hooi, kaneel, koffie, laurier, chocolade, karamel, dennen, bamboe, allerlei harsen en daarnaast dierlijke geuren.

Parfumproducenten voegen daar hun poëtische omschrijvingen aan toe, zoals: “Een prikkelende blend met houtachtige noten, omhuld met een suède akkoord”. Of: “Een ode aan de gardenia, van de tedere eerste bloesems tot de verslavende rijke geur bij volle bloei”. Alsmede verleidelijke flacons en een premium prijsstelling.

Vrijwel alle voedingsmiddelen hebben een geur. Het beoordelen van de geur is een vast onderdeel van wijn- en whiskyproeverijen: "Deze whisky heeft de geur van een oud zadel in een Engelse paardenstal."
Logischerwijs liggen geur en smaak dichtbij elkaar. Geur verfijnt de smaakbeleving.

Geuren hangen rond gebieden: de uienvelden in Flevoland, de lavendelvelden in de Provence, de kruidnagels van Zanzibar, een haardvuur van cederhout in Canada. En hele volken dragen een geur met zich mee.

Geuren dringen via een open zenuw direct tot in je hersenen door. Geen wonder dat geuren bepaalde herinneringen kunnen oproepen. Zonder het spul bij de hand te hebben weet ik dat ik de reuk van wapenolie meteen zal herkennen en dat die mij zal terugvoeren naar de tijd dat ik mijn militaire dienstplicht vervulde.
En de geur van Zwitsal babyzalf voert mij terug naar de tijd dat onze kinderen in de luiers lagen – om in die context van andere geuren maar te zwijgen.

Een penetrante geur
In tegenstelling tot kleuren zijn er naast aangename ook onaangename geuren – en hier faalt het ‘wiel van geuren’. Een spruitjeslucht is spreekwoordelijk voor kleinburgerlijkheid. Een penetrante geur is zelden aangenaam. Connotaties met onaangename geuren treffen we aan in spreekwoorden en gezegden, zoals: “Zachte heelmeesters maken stinkende wonden”.

En er zijn andere associaties. Want hoe zouden de 18e-eeuwse schepen van de Verenigde Oost-Indische Compagnie, beladen met specerijen, geroken hebben? De geur van kolonialisme en uitbuiting – of zoals de oude Romeinen zeiden: "Pecunia non olet”, geld stinkt niet.
En hoe roken de 19e-eeuwse slagvelden die Napoleon veroorzaakte? De geur van dood en verderf.
Of sterker nog: hoe roken de atmo-terroristische aanslagen met mosterdgas in de Eerste Wereldoorlog? En welke geur ging vooraf aan de dodelijke werking van het Xyklon B in de nazi-gaskamers tijdens de Tweede Wereldoorlog?

In de Bijbel krijgen geuren een sacrale betekenis. De oudtestamentische Israëlieten kenden voorschriften voor offers, waarbij zij dieren, zoals runderen, in rook lieten opgaan (Exodus 29). Verder beschikten zij over een reukofferaltaar, waarop reukwerk van welriekende specerijen in rook opging: tot een aangename geur voor de Heere (Exodus 30).
Alhoewel, sacraal? De belangstelling voor barbecueën bewijst dat stervelingen delen in de waardering van dergelijke geuren.

En de geurzin komt voor in de literatuur. In de roman “Het parfum” vertelt de Duitse auteur Patrick Süskind over een persoon met een bovenmenselijk reukvermogen en over de vernietigende gevolgen daarvan, die in de ondertitel “De geschiedenis van een moordenaar” worden aangekondigd.

Isopreen, bouwsteen voor vele natuurlijke geurstoffen

De geurende natuur
Volgens een recent onderzoek van NIOO-KNAW communiceren de micro-organismen in de bodem met elkaar met behulp van vluchtige stoffen, de zgn. terpenen, een soort feromonen. Omdat er zo enorm veel micro-organismen in de grond zitten is het ‘Terpeens’ meteen de meest gesproken taal ter wereld.
Chemisch gezien vormt het molecuul isopreen de basis van terpenen. En daarmee komen wij bij een andere variant daarvan: de isoprenoïden. Hiertoe behoren tal van geurstoffen. En zoals gezegd: in geuren zit handel.




Valenceen en nootkatoon
En Isobionics, gevestigd op Brightlands Chemelot Campus, heeft dat goed in de gaten. Het bedrijf produceert langs natuurlijke weg, met behulp van micro-organismen (waarvan ik niet weet of zij het ‘Terpeens’ beheersen) een aantal geurstoffen, isoprenoïden: valenceen (sinaasappel), nootkatoon (grapefruit), beta-elemeen (gember), beta-bisaboleen (limoen), sandelhout en patchouli. Deze producten vinden bijna moeiteloos hun weg naar de geur- en smaakstoffenindustrie, bijvoorbeeld voor frisdranken.
Kortom, Isobionics laat zich geen limoenen voor citroenen verkopen.



De producten van Isobionics zijn enorm geconcentreerd, er is dus maar weinig van nodig om geur en smaak aan een eindproduct te geven. Bovendien bespaart de productie ervan karrevrachten aan sinaasappelen.

Laatst kocht ik voor mijn vrouw een flesje eau de toilette. Voor moederdag. Ik hoop dat ze het lekker vindt.

Meer informatie over de samenstelling van parfums: www.fragrantica.nl
Meer informatie over terpenen: https://nioo.knaw.nl/nl/pers/de-meest-gesproken-taal-ter-wereld-het-terpeens
Meer informatie over Isobionics: www.isobionics.com.