maandag 27 maart 2017

Buitencategorie bedwingt buitencategorie

Ik maak je bekend met een groot sportman, een man met een grote mond en een groot hart. Een man die sinds kort niet meer onder ons is.


Het is ruim tien jaar geleden dat we als club van collega-fietsers kennismaakten met Frits. Dat was op de valreep, want hij werd geïntroduceerd door zijn echtgenote (“mijn lief”), die toen net ontslag bij ons had genomen – ze zat al in haar opzegtermijn.
Sindsdien bleef het nog lang onrustig in ons fietspeloton.

De Ironman kwam onder ons
Frits maakte grote indruk op ons, voor wie fietsen niet meer dan bijzaak was en doorgaans onze enige sportieve bezigheid. Want Frits was buitencategorie: een semiprofessionele sportman, een triatleet, die dus óók nog deed aan zwemmen en hardlopen. En daarbij was hij ouder dan ons, vroeg met pensioen gegaan om zijn doel te bereiken: deelname aan het wereldkampioenschap Ironman in Hawaï, de zwaarste triatlon ter wereld.

Ik heb me eens laten uitleggen waarom die van Hawaï de zwaarste is. Het zwemmen gebeurt in water dat te warm is voor het dragen van een wetsuit, terwijl dat extra kledingstuk niet alleen beschermt tegen kou, maar ook drijfvermogen levert, dat je bij Hawaï dus moet missen. Dan volgt het fietsen door een krachtige en hete föhnwind, waarna het hardlopen plaatsvindt in de luwte, in de verzengende hitte.

Zorg voor goed materiaal!
De aanwezigheid van Frits bleef nooit onopgemerkt. Hij gaf op indringende wijze gevraagd en ongevraagd advies, aan fietsmaten en andere weggebruikers. Met heftige gebaren wees hij automobilisten erop dat ze beter moesten opletten. En als iemand lek reed maakte Frits ons bekend met de vereiste kwaliteit van het materiaal.

Dat keerde zich tegen hem toen hij tussen Mesch en Gronsveld zelf eens lek reed. Wij letten goed op hoe hij de reparatie uitvoerde, want daar konden wij ongetwijfeld iets van leren. Nou moet je weten: Frits reed niet op een ‘fiets’, maar op een Pinarello, eentje met van die hoge velgen. De reparatie nam veel tijd in beslag en op een gegeven moment kwam het hoge woord eruit: de binnenband paste niet, want het ventiel was te kort.
Zo leerden we dus daadwerkelijk iets over de vereiste kwaliteit van het materiaal: bij een wiel met een hoge velg hoort een binnenband met een extra lang ventiel.

Campagnolo versus Shimano
Ik kreeg van Frits privé-advies inzake materiaalkeuze toen ik liet weten dat ik een nieuwe racefiets wilde kopen: ”Klaas, jonge, doe jezelf een plezier en investeer in iets goeds, neem Campagnolo.” Dit merk werd door Frits beschouwd als superieur over Shimano, waar ik toen mee reed: “Shimano? Dat zijn werphengels.” Bovendien moest het frame volgens Frits in een mooie kleur zijn gespoten, blauw, rood of wit. Zeker geen zwart, dat vond hij lelijk!
Ik sloeg Frits’ advies in de wind en kocht een rijwiel dat met Shimano 105 was afgemonteerd, want dat sloot volgens mij prima aan bij mijn bescheiden behoeften op dat gebied. En toen ik daarmee in ons peloton verscheen, riep Frits uit: “Klaas, jonge, wat heb je nou toch gekocht…?!

Ook dit keerde zich tegen Frits, toen hij een tijd later een nieuwe Pinarello bestelde. Hij had daarbij nogal wat noten op de zang, want de nieuwe aanwinst moest worden voorzien van elektronische schakeling en een ruime set tandwielen in de cassette. En natuurlijk moest de fiets een leuk kleurtje krijgen.
Wat schetste onze verbazing toen hij in ons peloton verscheen met een zwarte Pinarello, afgemonteerd met Shimano. Frits had namelijk de nodige concessies moeten doen: de levertijd op een frame in zijn kleur bleek bijzonder lang en Campagnolo leverde op dat moment nog niet de gewenste tandwielenset.

Very expensive
We gingen eens naar de Franse Alpen om te fietsen en namen onze intrek in een aardig Frans hotelletje. Daar zetten we onze fietsen in een bergruimte en Frits sprak de hotelier, die Engels verstond, aan: “Hé, Jean-Claude, voorzichtig met mijn fiets! Very expensive!” Frits legde ons uit dat voor hem alle Fransen Jean-Claude heten, naar een Franse collega die hij eens had.

Het ontbijt was voor Frits een belangrijke maaltijd, waarbij hij onder andere muesli at. ’s Avonds vroeg hij de hotelier: “Jean-Claude, zou jij ervoor willen zorgen dat mijn muesli is geweekt in melk als ik morgenvroeg beneden kom? Dan is de muesli lekker zacht en dat eet prettiger.” De hotelier beloofde dit.
De volgende ochtend kwam Frits als een van de laatsten van onze groep naar beneden en Jean-Claude kwam aan met een kommetje, dat hij voor hem neerzette. Frits riep uit: “Jean-Claude, wat heb je gedaan?! Dat is geen melk, maar dat is water!” Waarop de hotelier zei: “Yes, but milk is very expensive.

Extra portie
Frits was gek op desserts, zoals tiramisu. Zo waren we eens in een hotel met halfpension, waar crème brulée op het menu stond. “Nou,” zei Frits, “het zal mij benieuwen, want een goede crème brulée is zeldzaam.” Het hotel was nogal onderkomen en dat wekte niet veel vertrouwen. Terwijl Frits zijn dessert verorberde kreeg hij een steeds grotere glimlach op zijn gezicht: “Dit is werkelijk perfect!
De volgende dag stond er geen crème brulée op het menu, maar Frits vroeg op zijn gebruikelijke, indringende wijze aan de serveerster of we dat niet tóch zouden kunnen krijgen. En tot onze grote verrassing kregen we 's avonds als extraatje inderdaad een crème brulée, zij het in een kleiner bakje. Die was wederom perfect!

Verjaardagsfeest
Terwijl we van dat dessert zaten te peuzelen stelde Frits voor om het jaar erna de Marmotte te gaan fietsen, maar dan niet op de dag zelf, maar een week erna. Daarmee zou hij dolgraag zijn zeventigste verjaardag willen vieren.
Nu moet je weten dat de Marmotte een van de zwaarste georganiseerde dagtochten is, zo’n 140 km door de Franse Alpen met ruim 5.000 hoogtemeters. Ik meende mijn grenzen te kennen en zei: “No way!” Frits antwoordde: “Kom op, Klaas! Als ik het kan, kan jij het zeker ook!
Daarmee haalde hij me over.


Op 12 juni 2015, op Frits’ 70e verjaardag, gingen we de Marmotte fietsen, met H.S. en neef K. Er was dat jaar een alternatieve route in verband met een aardverschuiving. Daarom was de Col de la Croix de Fer, met 2.068 m een col van de buitencategorie, de voorlaatste klim en de laatste was de Alpe d’Huez (1.845 m).

Frits zorgde dat we niet te snel gingen fietsen. En halverwege kwam uit de volgauto stokbrood met kaas en salami tevoorschijn. “En geen groot bord spaghetti, want dan ga je het niet redden!” En daarbij dronken we op Frits’ advies een blikje cola, een drankje dat ik alleen in de combinatie fysieke inspanning en warm weer neem.
Een uur later gaf Frits het bevel: “Zo, nu kun je je eerste gelletje nemen en de volgende over een halfuur!” Die rommel kwam me de neusgaten uit, maar had wel het gewenste effect, namelijk dat mijn energieniveau op peil bleef.

Toen we op de Croix de Fer aankwamen hadden we 3.900 hoogtemeters te pakken. Voor Frits was die klim overduidelijk een ongelooflijke worsteling geweest. Vrijwel elke andere zeventigjarige had de handdoek allang in de ring gegooid. Zo niet Frits, hij bedwong de pas.
Ik had de Alpe d’Huez enkele dagen tevoren als enige van mijn groep beklommen en wist dus wat ons nog te wachten stond. Daarom zei ik: “We hebben goed gefietst en we hebben nog een verjaardag te vieren. Let’s call it a day.
Vervolgens daalden we in euforie over onze prestatie met ruim 60 km per uur de Col du Glandon af, op weg naar ons pension.

Extra tijd
Frits nam deel aan vele halve en hele triatlons in binnen- en buitenland, maar hij slaagde er niet in om zich te kwalificeren voor de Ironman van Hawaï.
Afgelopen zomer kreeg Frits een hartaanval. Dankzij zijn goede conditie overleefde hij ruim een uur reanimatie. Frits wist niet van opgeven. Maar zoals indertijd met de crème brulée werd de extra tijd in een kleine portie geserveerd. Zeven maanden later, op 23 februari 2017 overleed onze Ironman.

 
In herinnering aan
Frits Massee (1945-2017)

maandag 20 maart 2017

A strong, sustainable economy thanks to 8 campuses

In the Netherlands there are eight campuses that are qualify as 'adult'. Each in their own way, they help to solve the major challenges we’re facing in today’s society.


Adult campuses
An analysis by Buck Consultants International, commissioned by the Dutch Ministry of Economic Affairs (2014), shows that in the Netherlands eight campuses or industrial parks can be categorized as adult. The other 31 campuses in the Netherlands are in the phases idea, start-up, or growth.

The adult campuses are:
  • Amsterdam Science Park 
  • Brightlands Chemelot Campus, Sittard-Geleen
  • High Tech Campus Eindhoven
  • Kennispark Twente, Enschede
  • Leiden Bio Science Park
  • TU Delft Science Park
  • Utrecht Science Park
  • Wageningen Campus.
In September 2016, these campuses have released a report in which they emphasize that they are the engines of a strong, sustainable economy.

Major societal challenges
The World Economic Forum identifies the following Grand Challenges the international community is facing:
  1. Health, demographic change and well-being
  2. Food security and sustainable agriculture and forestry
  3. Environment and resource security
  4. Access to clean and fresh water
  5. Smart, green and integrated transport
  6. Economic growth and social inclusion
  7. Societal resilience against natural and man-made disasters.
The eight campuses collectively contribute to resolving these concerns.

Strong reputation
Each in their own way, the eight campuses differ from average industrial sites in Netherlands on the following points:
  1. Client-based governance and living environment, providing excellent conditions
  2. Strong focus on R&D and knowledge-intensive activities
  3. Presence of several anchor tenants
  4. Active open innovation system.
These core competencies result in a strong reputation – worldwide.

Success factors
To improve the position of the eight campuses, these campuses pay close attention to the following success factors:
  • Availability of suitable buildings to accommodate companies in all development phases
  • A high-quality business environment, including a landscaped environment, pleasant buildings, joint amenities and facilities, such as a cafeteria, gym, or conference center
  • Transfer of know-how/open innovation, while recognizing each other’s intellectual property
  • Shared research facilities that help start-ups and SMEs by providing state-of-the-art facilities without huge investments
  • Financing start-ups in various stages of their development
  • Talent and excellence in research groups and companies
  • Marketing to get the parks on the radar of target companies
  • Sufficient critical mass, because more researchers and developers lead to more interaction and better chances of innovation success
  • Presence of at least one large know-how & technology-driven anchor tenant guarantees a continuous flow of ideas and new concepts
  • A strong vision on development, size, technology niches, and facilities
  • A dedicated park organization to make the other factors work.
In the joint report the campuses introduce themselves. Behind every company name, behind each research institute a whole world of economic activity respectively knowledge and skills are hidden – too much to elaborate in this blog post.
Most research institutes carry English names, showing their international orientation. Those names also indicate the areas of research the campuses are focusing on. The campuses are mutually rather complementary than competitive.


Amsterdam Science Park
The land owners of Amsterdam Science Park, with 130 companies, 3.800 jobs, and 6.300 students, are the University of Amsterdam, the City of Amsterdam, and the Netherlands Organization for Scientific Research (NWO). Over the period 2010-2015, 200 million euros were invested here.

AMS-IX (the largest data transport hub in the world), Equinix, Fokker Aerostructures, Tata Steel, Qualcomm, Agendia, Nikon Instruments, ASML, and Telecity are the anchor tenants.

The research institutes are the University van Amsterdam’s Faculty of Science, Mathematics and Computer Science (FNWI), the FOM institutes AMOLF and the National Institute for Subatomic Physics (Nikhef), the Dutch National Research Centre for Mathematics and Computer Science (CWI), SURFsara Computing and Networking Services, the Netherlands eScience Center (NLeSC), the Amsterdam University College (AUC), the Advanced Research Center for Nanolithography (ARCNL), the Qualcomm lab, and the Qusoft Research Center for Quantum Software.

Brightlands Chemelot Campus
DSM, the Maastricht University, and the Province of Limburg are the shareholder of Brightlands Chemelot Campus with 77 companies, 1.700 jobs, and 600 students. Here 250 million euros were invested in 2010-2015.

Anchor tenants are DSM, SABIC, Arlanxeo, Sappi, Yparex, Mitsubishi, Lydall, PharmaCell, Basic Pharma, Xilloc, Isobionics, Kriya Materials, Technoforce, and Flowid.

The Aachen-Maastricht Institute for Biobased Materials (AMIBM), the Chemelot Institute for Science and Technology (InSciTe), the Brightlands Materials Center, and Enabling Technologies are the research institutes, that have laboratories, cleanrooms, pilot plants, and analytic infrastructure at their disposal.
Also read “What is the campus focusing on?

High Tech Campus Eindhoven
The owner of High Tech Campus Eindhoven, with 150 companies and 10.000 jobs, is Ramphastos Investments, Marcel Boekhoorn’s investment company.

Philips, NXP, IBM, Intel, ABB, and Teledyne DALSA Inc. are the anchor tenants.

The research institutes are the Holst Centre (wireless sensors), Solliance (solar cells), EIT Digital, ITEA 3 (software), the Eindhoven University of Technology, and the Solar Energy Application Center (SEAC).

Kennispark Twente
The Municipality of Enschede, the Twente University, and several private parties are the owners of Kennispark Twente with 430 companies, 9.300 jobs, and 24.300 students. In 2010-2015, 95 million euros were invested.

Anchor tenants are Xsense, Demcon, Sigmax, Kite Robotics, Undagrid, Lionix, Clear Flight Solutions, SciSports, and Ipsum.

The Institute for ICT Research in Context (CTIT), the Institute for Innovation and Governance Studies (IGS), the Institute for Geo-Information Science and Earth Observation (ITC), the Institute for Nanotechnology (MESA+), the Institute for Biomedical Technology and Technical Medicine (MIRA), and Science Based Engineering (SBE) are the research institutes.

Leiden Bio Science Park
The land owners of Leiden Bio Science Park, with 130 companies, 18.200 jobs, and 24.700 students, are the Leiden University, the Municipality of Leiden, and the Leiden University Medical Center. Over the period 2010-2015, 175 million euros were invested.

Astellas, Biomarin, Janssen IDV and Janssen Biologics (both part of Johnson & Johnson), Galapagos, ProQr, Avery Dennison, Thermo Fisher Scientific, and Eurofins are the anchor tenants.

The research institutes are the Leiden Academic Centre for Drug Research (LACDR), the Leiden Institute for Brain and Cognition, the Leyden Academy on Vitality and Ageing, the BioMedical Metabolomics Facility Leiden (BMFL), the Cell Observatory, the Netherlands Centre for Electron Nanoscopy (NeCEN), the Clinical Trials Unit, TNO, the Center for Human Drug Research (CHDR), the Center for Proteomics and Metabolomics (CPM), the DNAmarkerpoint, the Leiden Genome Technology Center (LGTC), the C.J. Gorter Center for High Field MRI, and the Ultra-high field NMR facility.
Furthermore, there are two museums: the Naturalis Biodiversity Center and CORPUS (‘Journey through the human body’).

TU Delft Science Park
The Delft University of Technology is the owner of TU Delft Science Park with 219 companies, 16.000 jobs, and 24.100 students.

Anchor tenants are 3M, Applikon Biotechnology, Ampelmann, Exact Software, YES!Delft, Senz, D:DREAM teams – DARE, Delft Hyperloop, NUON Solar Team, Project MARCH, and Delft Robotics.

The research institutes are the ones related to the Delft University of Technology to start with: the Research Center for Quantum Computing and Quantum Internet (QuTech), the Else Kooi Laboratory (EKL, innovative scientific research lab), the TU Delft Wind Energy Institute (DUWIND), the Kavli Institute of Nanoscience Delft, the Space Institute, the Sport & Engineering Institute, and the Robotics Institute.
Furthermore, you find Deltares (independent institute for applied research in the fields of water and soil), TNO, the Netherlands National Metrology Institute (VSL), and the Holland Particle Therapy Centre.

Utrecht Science Park
Owners of Utrecht Science Park, with 85 companies 22.600 jobs, and 51.700 students, are the Utrecht University, the University Medical Center Utrecht (UMCU), and the Municipality of Utrecht. Over the period 2010-2015, 200 million euros were invested.

Danone, Genmab, Merus, Bioceros, GenDx, MILabs, and Philips Healthcare are the anchor tenants.

The research institutes are, first of all, the Utrecht University Faculties of Sciences, Veterinary Medicine, Geosciences, and Social and Behavioural Sciences. Furthermore, you find TNO, Deltares, the Hubrecht Instituut, the CBS-KNAW Fungal Biodiversity Centre, the Netherlands Institute for Space Research (SRON), the Prinses Maxima Centre, the UMCU, the HU University of Applied Sciences, the Advanced Research Center Chemical Building Blocks Consortium, and the Wilhelmina Children’s Hospital.

Wageningen Campus
The Wageningen University & Research, the Municipality of Wageningen, and several private parties are the owners of Wageningen Campus with 196 companies, 6.800 jobs, and 10.800 students. Here 800 million euros were invested in 2010-2015.

Anchor tenants are FrieslandCampina, Noldus, KeyGene, Solynta, Yili, Kikkoman, MeteoGroup, Micreos, Dupont, Eurofins, Nuplex, and Dutch Sprouts.

The research institutes are the ones related to the Wageningen University & Research to start with: Wageningen Environmental Research, Wageningen Economic Research, Wageningen Plant Research, Wageningen Food & Biobased Research, Wageningen Lifestock Research, the Netherlands Institute for Food Safety RIKILT, and the Centre for Development Innovation (CDI). Furthermore, you find the Netherlands Institute for Ecology (NIOO-KNAW), and the Maritime Research Institute Netherlands (MARIN).

Strong ambitions
The campuses all demonstrate strong ambitions for the coming years, considering the projected growth in jobs and the significant investments, planned for the period 2016-2020 (and already partially realized in 2016).

Economic growth and competitive power
The campuses have presented the report to the Dutch Ministry of Economic Affairs. After all, the campuses provide more knowledge transfer, new innovative products (and services), increased trade, and new jobs, which leads to a reinforcement of the growth and competitiveness of the Dutch economy.

The report “Motor of a strong and sustainable economy: Top Science & Innovation Parks in the Netherlands” is available online: http://www.utrechtsciencepark.nl/uploads/media/58330dae8aed2/prospectus-lr-final.pdf 
Also the report “Actualisatie campussen onderzoek Buck Consultants International” (2014) is available online via the Ministery of Economic Affairs (only in Dutch): www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2015/02/23/actualisatie-campussen-onderzoek-buck-consultants-international
This is a repost of my (Dutch) May 25, 2016 post.
Read my May 20, 2013 blog post about the reason why of my English reposts.

maandag 13 maart 2017

Over een vrolijk & swingend leesteken

De populaire muziek is zonder twijfel een prachtige uitlaatklep voor sprankelende creativiteit. Een klein, maar opmerkelijk deel van die creativiteit uit zich in de namen van de groepen die deze muziek vertolken. Daarbij speelt een speciaal lettertype een verbindende rol: het &-teken oftewel de ampersand.


De ampersand komen we tegen in de namen van allerlei muziekgezelschappen: legendarische popgroepen, gevestigde duo’s en gelegenheidsformaties.

Zomaar wat willekeurige namen met een &-teken: Gladys Knight & The Pips, Ronnie Earl & The Broadcasters, Walter Trout & The Radicals, Raimond van het Groenewoud & De Centimeters, Rooie Rinus & Pedaalemmer, Dwayne Dopsie & The Zydeco Hellraisers, Big Pete Pearson & The Gamblers, Jim Byrnes & The Sojourners, Nick Cave & The Bad Seeds, Elvis Costello & The Attractions, Tom Petty & The Heartbreakers, Florence & The Machine, Long Tall Ernie & The Shakers, Specs Hildebrand & The Living Room Band, Blind B' & The Visionairs, Peter & Zijn Rockets, Kool & The Gang, Gloria Estefan & The Miami Soundmachine, KC & The Sunshine Band, Diana Ross & The Supremes, Southside Johnny & The Ashbury Jukes, Hu & The Hilltops, Kid Creole & The Coconuts, Little Willie Littlefield & The Bluescrowns, Sunfire & The Louisiana Sunspots, Womack & Womack.
De lijst is bijna oneindig…

Zo komen we de ampersand al decennia lang tegen in de namen van popgroepen met een vast algoritme: de frontman (of een pseudoniem) & de begeleidingsband.
Voor mijn en – hopelijk – jouw genoegen heb ik daarvan een kleine selectie gemaakt, met bekende en onbekende namen, mooie en maffe namen.
Ik presenteer ze in chronologische volgorde.


1. Roy Acuff & His Crazy Tennesseeans: Freight Train Blues (1947)
Roy Acuff (1903-1992) was honkbalspeler, die tijdens zijn muziekcarrière in de countrymuziek in 1948 een poging deed om gouverneur van Tennessee te worden.


2. Billy Ward & His Dominoes: Sixty Minute Man (1951)
Met dit nummer scoorde Billy Ward (1921-2002) een grote hit in 1951.


3. Ike Turner & The Kings of Rhythm: Rocket 88 (1951)
Deze groep onder leiding van Ike Turner (1931-2007) ontstond eind jaren 1940 in Clarksdale, Mississippi. Het nummer “Rocket 88” is een van de eerste rock & roll-nummers. Geen wonder dat Bill Haley het in 1951 ook opnam, toen zijn begeleidingsband nog “The Saddlemen” heette.


4. Big Joe Turner & His Blues Kings: Shake, Rattle and Roll (1954)
Dit is het bekendste nummer van Joe Turner (1911-1985), dat pas écht bekend werd gemaakt door Bill Haley & His Comets.


5. Bill Hayley & The Comets: Rock Around The Clock (1954)
Het is alsof de ampersand zich goed thuis voelt in de rock & roll, waarvoor dit nummer van Bill Haley (1925-1981) iconisch is.


6. Elmore James & His Broomdusters: Wild About You (1956)
We vinden de ampersand niet alleen in de country en rock & roll, maar ook in de blues, zoals bij Elmore James (1918-1963), die nog heeft gespeeld met blueslegende Robert Johnson. James overleed aan een hartaanval.


7. Johnny Kidd & the Pirates: Shakin' All Over (1960)
In Engeland vinden we de rockband met Johnny Kidd (1935-1966), die een voorbeeld was voor Eric Clapton, Jeff Beck, Jimmy Page en Pete Townshend. Kidd kwam om in een auto-ongeluk.



8. Maurice Williams & The Zodiacs: Stay (1960)
Dit nummer van Maurice Williams en zijn rhythm & blues-groep werd gebruikt in de speelfilm "Dirty Dancing".


9. Booker T & The M.G.'s: Green Onions (1962)
En dan volgt het hammondorgel van Booker T Jones, met een nummer dat toevallig tijdens een jamsessie ontstond.


10. ZZ & De Maskers: La comparsa (1963)
Het is dankzij de uitzonderlijke kwaliteit van gitarist Jan de Hont dat de Nederpop-beatband van Bob Bouber, met een bizarre naam en rare Zorro-maskers, een klassiek klinkend nummer heeft uitgebracht.


11 Martha Reeves & The Vendellas: Dancing in the Street (1964)
Dit soulnummer is in 1985 wereldberoemd gemaakt door David Bowie & Mick Jagger.

 

12. Sam the Sham & The Faraos: Wooly Bully (1965)
Dit vreemde nummer van de groep rond Domingo Samudio werd de eerste nummer 1-hit in de Nederlandse Top 40 afkomstig uit de Verenigde Staten.


13. Johnny Kendall & The Heralds: See See Rider (1965)
In Amsterdam was er sinds 1963 de groep rond Johan Donker Kaat, een typisch voorbeeld van de Nederpop uit die tijd.


14. Gary & The Pacemakers: You'll Never Walk Alone (1965) 
Deze groep rond Gerry Marsden is een representant van de Mercybeat uit Liverpool. Op basis van dit nummer heeft een Nederlandse torenkraanmachinist ooit een eigen muziekcarrière gemaakt.


15. Question Mark & The Mysterians: 96 Tears (1966)
Deze mysterieuze groep komt met een elektronisch orgel voor de dag. Deze sound hoort echt bij die tijd.


16. Cuby & The Blizzards: Window of My Eyes (1968)
Deze bluesband rond Harry Muskee (1941-2011) en Eelco Gelling heeft Drentse roots. Hoewel ik – zoals jullie weten (anders bij dezen) – Drent bent, heb ik Cuby vooral in Limburg live zien optreden. Zo was ik bij zijn allerlaatste theaterconcert, in het Parkstad Theater Heerlen. Ook toen stond “Window of My Eyes” op de playlist, een van de beste bluesnummers die ons land heeft voortgebracht.


 
17. John Mayall & The Bluesbreakers: Room to Move (1969)
John Mayall is al over de tachtig, maar hij treedt nog steeds wereldwijd op en speelt dan steevast deze klassieker.


18. Derek & The Dominos: Layla (1971)
Layla” was een grote hit van deze superband rond Eric Clapton, die in de jaren 1970 en 1971 actief was.


19. Bill Wyman & The Rhythm Kings: Anyway the wind blows (van J.J. Cale uit 1974)
De voormalige bassist van The Rolling Stones heeft jarenlang opgetreden met deze band, die op aanstekelijke wijze allerlei covers speelde, onder anderen met Georgie Fame en Albert Lee.


20. Bob Marley & The Wailers: No Woman No Cry (1975)
Deze Jamaicaanse reggaeband werd opgericht door Bob Marley (1945-1981) en had in de jaren 1970 verschillende grote hits in Nederland. Marley overleed aan huidkanker.

21. Herman Brood & His Wild Romance: Saturday Night (1978)
Herman Brood (1946-2001) kwam in mijn middelbareschooltijd tweemaal optreden tijdens een schoolfeest in Assen, vlak voordat hij met zijn Wild Romance doorbrak. Onze muziekleraar kende hem persoonlijk. Ik herinner me nog dat de piano, waarop hij speelde, op een wankel onderstel stond. En ik heb me laten vertellen dat zijn gage bestond uit duizend gulden, een krat bier, een pak jus d’orange en een fles wodka. Dat bier was voor de band, Brood dronk de wodka-jus d’orange.


22. Bruce Springsteen & The E Street Band: The River (1981)
The Boss is een vaste waarden in de popmuziek, die – mede dankzij de naam van zijn begeleidingsband – niet in dit overzicht mag ontbreken met een van zijn grootste hits.


23. Stevie Ray Vaughan & Double Trouble: Pride and Joy (1983)
Double Trouble” is de titel van een nummer dat door Muddy Waters werd opgenomen en dat de naam gaf aan de begeleidingsband van Stevie Ray Vaughan (1954-1990). Hij stierf tijdens een helicopterongeluk.


24. Rod Piazza & The Mighty Flyers: Southern Lady (1994)
Rob Piazza verzorgt in dit overzicht de mondharmonica.


25. Louisiana Red & Little Victor's Juke Joint: Black Bayou (2009)
Deze eeuw lijkt tot dusver arm aan groepen met een ampersand, dus grijp ik terug op een oude rot in de bluesmuziek, Iverson Minter (1932-2012), in 2010 nog winnaar van de Blues Music Award.

Vraag: welk muziekgezelschap ontbreekt volgens jou ten onrechte in dit overzicht?

maandag 6 maart 2017

Hoe krijg je meer grip op je beslissingen?

Mensen beïnvloeden elkaar voortdurend. En wie begrijpt welke effecten dat kan hebben – bedoeld of onbedoeld – kan daar zijn voordeel mee doen. Zowel om anderen te beïnvloeden (voor welk doel dan ook), als om zich tegen dat soort beïnvloeding teweer te stellen.


Tegenwoordig worden we overstelpt door indrukken. We brengen steeds meer tijd door op de sociale media, voor velen van ons wordt de werkomgeving steeds dynamischer. En zelfs aan wie dat voorbij gaat, ontdekt bijvoorbeeld dat de tv steeds meer zenders aanbiedt. Om in die kakafonie tot de juiste besluiten te komen koersen de meeste mensen op het kompas van een aantal psychologische mechanismen.

Maar daar staat tegenover dat anderen diezelfde mechanismen toepassen om mensen te beïnvloeden. Denk aan bedrijven die proberen hun producten en diensten aan de man te brengen, charitatieve instellingen die giften verwerven of politieke partijen die jouw stem proberen te winnen.

Daarom is inzicht in die mechanismen belangrijk voor eenieder die meer grip op de eigen besluiten wil hebben – of voor wie er belang bij heeft anderen te beïnvloeden.

Dat inzicht werd in 1984 gegeven door Robert B. Cialdini in “Influence - The Psychology of Persuasion" (“Invloed – De zes geheimen van het overtuigen”). Hij onderscheidt zes ‘wapens ter beïnvloeding’, die in de praktijk krachtig kunnen uitwerken:
  1. Wederkerigheid
  2. Commitment
  3. Sociale bewijskracht
  4. Vriendelijkheid
  5. Autoriteit
  6. Schaarste.
1. Wederkerigheid
Volgens het mechanisme van wederkerigheid voelen mensen zich verplicht iets terug te doen als ze een ander iets ‘verschuldigd’ zijn. Bijvoorbeeld door het aannemen van een gunst of een geschenkje. Quid pro quo (voor wat hoort wat) of Bijbels: “Het is zaliger te geven dan te ontvangen”.

Enerzijds versterkt deze regel van wederzijds compromis de samenleving. Je kunt een ander immers gerust iets vragen, ook al kun je daar slechts iets kleins tegenover stellen. Anderzijds is dit een middel dat door verkopers wordt ingezet. Wie een ‘gratis’ product kreeg is genegen een aankoop te doen bij de gever, dikwijls voor veel meer dan de waarde van de gift.

Bedenk daarbij dat dit heel subtiel werkt, want volgens Cialdini mag de eerste concessie (het ‘gratis’ product) mag niet te groot zijn.

2. Commitment
Volgens het mechanisme van commitment willen mensen handelen in overeenstemming met hun keuzes. Wij zijn consistent met ons eenmaal gegeven commitment. Die consistentie is onmisbaar voor dagelijkse beslissingen, maar daar staat tegenover dat we tegenzin hebben om verkeerde beslissingen tegenover onszelf te erkennen.

Dit mechanisme wint aan kracht als je beslissingen opschrijft of ze tegenover anderen uitspreekt. Je blijft het meest trouw aan iets waaraan je je in het openbaar hebt verbonden. Denk aan het opschrijven van goede voornemens of het ondertekenen van een petitie. Belofte maakt schuld.

Wees voorzichtig bij het instemmen met kleine verzoeken. Dit leidt namelijk tot de bereidheid om in te stemmen met veel grotere verzoeken. En wees expliciet over je gevoelens als je hart zegt dat je de verkeerde keuze hebt gemaakt en dat je die liever corrigeert.

3. Sociale bewijskracht
Mensen zijn geneigd het gedrag van anderen te kopiëren. Wat doen mijn vrienden? Wat doet de rest van Nederland? Met andere woorden: wat wordt als ‘normaal’ gezien? Zo werkt het met de (irritante) ingeblikte lach van tv-comedy’s die ons zegt wanneer je lacht. Zo werkt het met testimonials in advertenties. En zo werkt het bij religieuze sektes.

Vooral in situaties waarin je niet precies weet wat van ons verwacht wordt, zijn we geneigd het gedrag van anderen over te nemen.

4. Vriendelijkheid
Mensen gunnen iets eerder aan mensen die ze aardig vinden. Zo worden Tupperware-party’s bij bekenden georganiseerd en gaan we sneller in op liefdadigheidsverzoeken die van bekenden komen.

Cialdini noemt enkele factoren voor het aardig vinden van iemand:
  1. Fysieke aantrekkelijkheid. Een verkoper moet netjes gekleed gaan.
  2. Overeenkomst. We mogen mensen meer die qua kledingstijl, achtergrond en interesses op ons lijken.
  3. Complimenten. Mensen zijn gevoelig voor vleierij.
  4. Het komt je bekend voor. We vinden mensen met wie we samenwerken aardiger dan met wie we in competitie zijn.
Wanneer je je realiseert dat iemand (een verkoper) jou in korte tijd liever mag dan je eigenlijk zou mogen verwachten, weet je dat er trucjes worden uitgehaald om je te beïnvloeden. Maak dan een onderscheid tussen het verzoek dat gedaan wordt en degene die dit verzoek doet.

5. Autoriteit
Mensen zeggen makkelijker ‘ja’ als ze de indruk hebben dat de zender van een boodschap speciale kennis of een bijzondere betrouwbaarheid bezit. We zijn kwetsbaar voor de symbolen van autoriteit: auto's, kleding (uniform), academische titels. De verschijning van autoriteit volstaat, inhoudelijk behoeft dit niet te worden onderbouwd.

Deze vorm van gehoorzaamheid maakt deel uit van onze opvoeding. De samenleving krijgt er stabiliteit door, want over het algemeen weten mensen met autoriteit wel degelijk waarover ze het hebben.

Je kunt je tegen de invloed van autoriteit verweren door er verdacht op te zijn: wees op je hoede voor de symbolen van autoriteit. Stel jezelf daarom de vraag: is deze autoriteit écht een deskundige?

6. Schaarste
Mensen raken meer gemotiveerd als ze het idee hebben dat er iets te verliezen en te winnen valt. Iets is meer waardevol als er minder van is. Wat schaars is, is aantrekkelijk, zeker als iets tevoren nog ruim voldoende aanwezig was. Die schaarste heeft betrekking op de beschikbare voorraad of de beschikbare tijd (deadline). De verkoper zegt: “Je moet nú kopen,” zodat je geen gelegenheid hebt om je te bedenken! Daarom wordt schaarste door verkopers vaak kunstmatig gecreëerd.

Je kunt je tegen de aantrekkelijkheid van schaarste teweerstellen door je te realiseren dat een artikel niet beter is doordat het schaars is. De waarde van het item wordt immers bepaald door de wens het te gebruiken en niet om het te bezitten.

Tenslotte verklaart Cialdini de oorlog aan eenieder die van deze mechanismen misbruik maakt, omdat zij ervoor zorgen dat je als individu in deze jachtige tijd niet langer kunt koersen op het kompas dat die mechanismen aanreiken.

En nu de praktijk
Om de theorie van Cialdini in praktijk te brengen kunnen we terecht bij Dale Carnegie. Hij publiceerde al in 1936 het boek "How to win Friends and Influence People" (“Hoe je vrienden maakt en mensen beïnvloedt”). Ik was anders niet over een tachtig jaar oud boek begonnen, als het niet tot op de dag van vandaag een bestseller zou zijn. En tot Carnegie’s nalatenschap behoort een trainingsinstituut, Dale Carnegie Training te New York: www.dalecarnegie.com.

Carnegie presenteert zijn boek, dat uit korte hoofdstukken bestaat, als een echt werkboek: hij verlangt van dat je het hoofdstuk voor hoofdstuk leest, herhaalt, leert en toepast – als er eentje is die mensen weet te beïnvloeden dan is het Carnegie wel.
De hoofdstukken zijn geordend naar vier thema’s:
  1. Technieken om met mensen om te gaan
  2. Manieren om je geliefd te maken
  3. Stappen om mensen te overtuigen
  4. Manieren hoe je mensen kunt veranderen zonder ergernissen op te wekken.
Hieronder laat ik korte beschrijvingen van de hoofdstukken volgen.

3 Technieken om met mensen om te gaan:
1. Bekritiseer niet, veroordeel niet en klaag niet. Breng anderen niet in de positie dat ze op zoek moeten naar uitvluchten om zichzelf te rechtvaardigen en ze een wrok gaan koesteren.
2. Laat je waardering blijken, eerlijk en oprecht. Dit sluit aan op het algemeen menselijk verlangen om belangrijk te zijn. Enthousiasme wek je door waardering en aanmoediging. Wees warm in je waardering en kwistig met je lof.
3. Wek bij de ander een gretig verlangen. De bekwaamheid om het standpunt van de ander boven water te krijgen en de dingen zowel vanuit diens optiek als die van jezelf te bezien.

6 Manieren om je geliefd te maken:
1. Stel oprecht belang in anderen. Je kunt in twee maanden meer vrienden maken door oprecht belang te stellen in anderen, dan in twee jaar door middel van pogingen om anderen zover te krijgen dat ze belangstelling gaan tonen voor jou.
2. Lach! Chinees gezegde: 'Een man zonder lach moet geen winkel beginnen.'
3. Bedenk dat iemands naam voor die persoon het belangrijkste en lieflijkste geluid is, in iedere taal.
4. Wees een aandachtig luisteraar. Moedig anderen aan om over zichzelf te praten.
5. Praat over dingen die de belangstelling hebben van je gesprekspartner.
6. Geef de ander het gevoel dat hij belangrijk is – en doe het oprecht. Volgens de Gulden Regel: behandel anderen zoals jij ook graag behandeld zou willen worden. Val de ander niet in de rede.

12 Stappen om mensen te overtuigen:
1. Er is maar één manier om bij een meningsverschil aan het langste eind te trekken – namelijk door redetwisten te vermijden.
2. Toon respect voor de opvattingen van de ander. Zeg nooit: 'Je zit ernaast!'
3. Als je het mis hebt, geef dat dan vlug en nadrukkelijk toe.
4. Pak het op een vriendelijke manier aan. Zoals Lincoln zei: “Met een druppel honing vang je meer vliegen dan met een liter azijn.”
5. Zorg dat je gesprekspartner van begin af aan je woorden moet beamen. Voorkom dat de ander het woordje 'nee' gaat gebruiken (de 'methode Socrates').
6. Laat de ander het leeuwendeel van het gesprek voor zijn rekening nemen.
7. Laat de ander gerust denken dat een idee van hem- of haarzelf is.
8. Probeer altijd oprecht de dingen te bezien vanuit het standpunt van de ander.
9. Toon medeleven en begrip voor de denkbeelden en verlangens van de ander.
10. Doe een beroep op edeler gevoelens. De meeste mensen zijn eerlijk en redelijk bij het nakomen van afspraken.
11. Dramatiseer uw denkbeelden. Maak er een show van.
12. Confronteer de ander met een uitdaging. Het stimuleren van onderlinge wedijver, aansluitend bij het menselijk verlangen om ergens in uit te blinken.

9 Manieren hoe je mensen kunt veranderen zonder ergernissen op te wekken:
1. Begin met lof en eerlijke waardering. En kom pas daarna met bemerkingen.
2. Vestig langs een omweg de aandacht op iemands fouten.
3. Begin eerst over je eigen miskleunen alvorens de ander te bekritiseren.
4. Stel vragen, in plaats van bevelen uit te delen.
5. Stel de ander in staat zijn gezicht te redden.
6. Prijs iedere verbetering, ook de geringste.
7. Voorzie de ander van een reputatie die hij wel op moet houden.
8. Geef aanmoedigingen en wek de indruk dat een fout eenvoudig te verbeteren valt.
9. Zorg dat de ander met plezier datgene doet wat jij voorstelt.

Soms volstaat een mooie postzegelverzameling om vrienden te maken en mensen te beïnvloeden, althans volgens Bob Dylan in "Tombstone Blues": https://youtu.be/D4vCOIIKjo4 (op 3’10”).

Het is de moeite waard om “Invloed – De zes geheimen van het overtuigen” door Robert B. Cialdini en “Hoe je vrienden maakt en mensen beïnvloedt” door Dale Carnegie te lezen. Zo krijg je meteen de toelichtingen op de adviezen die binnen het bestek van deze blogpost moesten ontbreken.
Laat maar weten of je belangstelling hebt. Wie het eerst komt, het eerst maalt.