maandag 30 januari 2017

Hoe ik terugkeerde naar de Kale Berg

De eerste keer dat ik per fiets een berg beklom, verdween deze in een natte, koude wolk. Toen ik het nog eens probeerde, wachtte er een heel andere uitdaging. Zo is er altijd wat!


De fietstocht is hetzelfde, maar mensen verschillen. Wat voor de één bijna bovenmenselijke inspanning vergt, is voor de ander een peulenschil. Gestel, leeftijd, conditie, training, vorm van de dag, humeur en motivatie spelen een rol.
Dat merkte ik bij mijn tweede beklimming van de Mont Ventoux.

Het jaar ervoor was ik die berg ook al opgefietst, maar zoals je in “Naar de top van een verdwenen berg” kunt lezen, kreeg ik daar toen weinig van te zien. De kans om dat over te doen greep ik met beide handen aan.

Dit keer kondigde de ellende zich voor vertrek al aan. De bus stond klaar in Urmond, beladen met de bagage en rijwielen van twintig enthousiaste fietsers. Op een donderdag zouden we ’s avonds om negen uur vertrekken naar de inmiddels bekende camping Carpe Diem, de rit zou ruim de hele nacht duren. Na twee relatief rustige fietsdagen zouden we ’s zondags de Mont Ventoux gaan beklimmen.
Maar…

Maar toen kwam de mededeling van de kwartiermakers in Vaison-la-Romaine dat de Mont Ventoux uitgerekend die zaterdag en zondag afgesloten zou zijn in verband met een rally van klassieke sportwagens.

We kregen twee alternatieven voorgeschoteld: ofwel ’s middags na aankomst de klim maken ofwel zaterdagochtend vroeg, voordat de berg zou worden afgesloten. De eerste optie vond de meeste steun. Dat betekende dus: meteen vanuit de bus, na een slapeloze nacht, op de fiets voor een tocht die zonder dat al zwaar genoeg is. Maar beter dan zaterdagmorgen om vijf uur op.


De bus was okay, maar de nacht is zittend met de beste wil niet comfortabel door te komen. We waren dan ook blij dat we ’s ochtends in de verte de Kale Berg boven het omliggende landschap zagen uittorenen.

De fietstocht
Om tien uur arriveerden we met onze slaperige koppen op de camping en om twee uur stapten we op de fiets. Heerlijk was dat, zo konden we de lamlendigheid van de voorbije nacht uit ons lichaam schudden. En dit was waarvoor we waren gekomen: fietsen in de bergen.

Om bij Bédoin, het startpunt van de klim, te komen gingen we eerst de Col de la Madeleine over. Die helling mag voor een goed getrainde fietser geen probleem zijn, want anders hoef je niet aan de Mont Ventoux te beginnen.

Wie vanuit Bédoin aan de klim begint, vraagt zich de eerste tien kilometer af: “Waar blijft toch die helling?” Tot St. Estève gaat het namelijk geheel vlak. Pas toen ik dat dorp was gepasseerd, drong tot me door waarom de beklimming vanuit Bédoin zwaarder zou worden dan vanuit Sault, het jaar ervoor. Vanuit Sault begin je namelijk al na twee kilometer te klimmen en de totale afstand is ruim vier kilometer groter dan vanuit Bédoin. En bovendien ligt Sault 450 m hoger dan Bédoin.

 
Halverwege de aanloop naar de echte klim werd ik door borden herinnerd aan de stremming van de weg, de dagen erna. Tijdens de klim zag ik enkele klassieke sportwagens, Porsches, Ferraris. Hoge toeren, hoge snelheid, veel lawaai. Tweemaal kwamen ze langs scheuren, eerst omhoog, daarna weer naar beneden. Normaal vind ik die klassiekers leuk om naar te kijken, maar toen foeterde ik op ze.

Niet alleen die auto’s verfoeide ik, ook de berg moest het ontgelden. Want de steile klim voerde door een bos met lage bomen. Door de bochten in de weg kon ik hooguit 300 meter vooruitkijken. Geen enkel uitzicht, nergens. Toeristisch niet zo interessant. Een bord aan de kant van de weg: “Le Mont Ventoux 1909m – Géant de Provence – 15 km – 9.1% sur 1 km – Alt. 630m”. Zulke borden boden de enige oriëntatie op de voortgang van de klim.

En toen, met dit soort borden langs de weg en zo tegen het maximum van mijn fietskunnen, begon ik te rekenen. Hoe ver zou het nog zijn en hoe lang zou ik erover doen? Ik gooide m’n lichtste verzet (38-28) in de strijd. Mijn snelheid zakte van 10 naar 8 km per uur. Zou het ook zo zwaar zijn geweest als ik vannacht fatsoenlijk geslapen had?
En zo begon ik te denken aan afstappen, even de druk van de pedalen…
Nee, doorfietsen!

Mijn rekensommetjes kwamen goed uit: Chalet-Reynard kondigde zich aan. Hier voegt de weg vanaf Sault zich bij de route naar de top. Voor mij was dit een geschikte plaats voor een korte pauze.


Over de kale berg
Ik stapte weer op de fiets en tufte kalmpjes naar boven voor het laatste deel van de klim. Het landschap en het uitzicht waren nu zeer interessant, vooral ook omdat ik daar het jaar tevoren in die mist helemaal niets van gezien had.

Wat een bizar landschap! Geen boom te zien, slechts een enkele plant, wat bloemen. ’t Was allemaal grind en rotsblokken wat de klok sloeg. En rondom bergen die allemaal een stuk lager waren dan deze Reus van de Provence.
Ik genoot en stapte driemaal af voor het maken van foto’s.


De laatste keer stapte ik af bij het monument voor Tommy Simpson, de Britse wielrenner die daar tijdens een etappe in 1967 overleed. De top van de berg, die ik al zes kilometer lang in de verte zag liggen, gemarkeerd door het weerstation, was nu heel dichtbij gekomen.


Nog een paar honderd meter te gaan. Ik schakelde weer naar mijn laagste verzet, zodat ik netjes bij de top aankwam. I did it! Het waaide er behoorlijk – de berg deed z’n naam eer aan. Ik moest opletten dat ik niet omviel.
Ik maakte de foto’s waar ik het voorafgaande jaar niet aan was toegekomen.

Echt warm was het er niet, slechts 12 graden. Na een pauze in het restaurant bij de top daalde ik af naar Malaucène. Mijn kruissnelheid was daarbij ruim 60 in plaats van 8 km per uur.

Simpel plezier
De fietstocht is hetzelfde, maar mensen verschillen. Al zijn er ook zaken die fietsers met elkaar gemeen hebben: het simpele plezier om te gaan over ’s Heren wegen, gaan waarheen je wilt (met aandacht voor veiligheid). Het aangaan van de strijd tegen slecht weer en met het zware parcours, het genieten van het landschap dat zich voor je ontvouwt, de gesprekken onderweg, de stops bij een terrasje naar keuze. Bij thuiskomst de tevredenheid over de verrichte prestatie en de gezonde, lome vermoeidheid in je lichaam.
Dit waren mijn ervaringen toen ik de Mont Ventoux voor de tweede keer beklom.

Deze blogpost is een bewerking van het verslag dat via SlideShare opvraagbaar is: www.slideshare.net/KlaasBos/mont-ventoux-verslag-2009

maandag 23 januari 2017

Oude bouwstijl in een modern jasje

In het laarsvormige land Italië, ergens op de wreef, vind je vlak bij elkaar enkele van de oude monumenten waaraan het land zo ongelooflijk rijk is: drie opmerkelijk goed bewaard gebleven Griekse tempels. Maar, hoezo oud? De bouwstijl floreert tegenwoordig in een modern jasje – in Nederland.



Tempel van Neptunus, Paestum

De vindplaats van die Griekse tempels is Paestum, evenals Napels en Palermo gelegen aan de Tyrreense Zee. De stad werd in 600 v.Chr. gesticht door de Grieken onder de naam Poseidonia. Later namen de Romeinen er de macht over. Met het Romeinse Rijk ging ook de stad ten onder in verband met malaria. Pas in 1750 werd de stad teruggevonden – met de tempels.

In de Tempel van Neptunus

Tempel van Neptunus
De grootste en best bewaard gebleven tempel in Paestum is de Tempel van Neptunus, genoemd naar dezelfde godheid waarnaar ook de stad genoemd is, maar die is gewijd aan een andere god: Apollo.

Basiliek, Tempel van Hera, Paestum

Basiliek
Pal naast de Tempel van Neptunus staat de Basiliek, oftewel de Tempel van Hera. Deze tempel werd gebouwd kort nadat de stad werd gesticht. Het bouwwerk is dus ruim 2500 jaar oud!

Tempel van Athene, Paestum

Tempel van Athene
Paestum is een soort religieuze autoboulevard, waar in plaats van autodealers de tempels netjes in hun klassieke sereniteit op een rij staan. Er staat hier namelijk nog een derde tempel, gewijd aan Athene.

De duiker, mascotte van Paestum

De duiker
De mascotte van Paestum is De duiker, die is te zien op een grafschildering. Hij is het symbool van de overgang van het leven naar de dood. We zien hier ook de Zuilen van Hercules afgebeeld. Dit is de Straat van Gibraltar, toen beschouwd als het einde van de wereld.

Museum Voorlinden, Wassenaar
Kraaijvanger Architects

Daglichttempel
In 2016 opende in Wassenaar een nieuw museum, dat door zijn bijzondere bouwstijl de bijnaam “daglichttempel” kreeg: Museum Voorlinden. Vanwege het gebruik van de kolommen heeft het gebouw veel weg van een Griekse tempel. Evenals de tempels van Neptunus en Athene in Paestum telt de voorgevel zes zuilen.

Ook lijkt de bouw geïnspireerd door de modernistisch architectuur van bijvoorbeeld Ludwig Mies van der Rohe, lees “6 Erfstukken die terecht een opknapbeurt kregen”.
Het museum is een initiatief van de kunstverzamelaar Joop van Caldenborgh. Het gebouw is gelegen in een fraaie, parkachtige tuin, ontworpen door Piet Oudolf.

Richard Serra
Open Ended
Museum Voorlinden

Door de mooie lichtinval komen alle kunstwerken in het museum goed tot hun recht. Dit is iets dat je ervaart letterlijk tot in de reusachtige sculptuur uit cortenstaal Open Ended van Richard Serra.

Hans-Peter Feldmann
Eiereimer auf Stuhl mit Pappsockel (2003)
Museum Voorlinden

Het grappige kunstwerk Eiereimer auf Stuhl mit Pappsockel van Hans-Peter Feldmann wordt getoond in de tijdelijke expositie Full Moon.

Ron Mueck 
Couple under an umbrella (2013)
Museum Voorlinden

De meer dan levensgrote maar zeer levensechte beeldengroep Couple under an umbrella (2013) van Ron Mueck behoort tot de vaste expositie van het museum.

Anders dan in Paestum blijft het op Voorlinden bij één ‘tempel’. Niet ver van het museum staat een landhuis. Daarin is het museumrestaurant gevestigd, een mooie plaats om het bezoek af te ronden.

Blogger tijdens veldonderzoek in Paestum

Lees ook “Toen as en aarde omhoog werden gebracht”.
Meer informatie over Voorlinden museum & gardens: www.voorlinden.nl.

maandag 16 januari 2017

Een sterke, duurzame economie dankzij 8 campussen

In Nederland zijn acht campussen die het predicaat ‘volwassen’ verdienen. Zij leveren elk op hun eigen manier een bijdrage aan oplossingen voor de grote maatschappelijke uitdagingen van tegenwoordig.


Volwassen campussen
Uit een inventaris van Buck Consultants International, in opdracht van het Ministerie van Economische Zaken (2014), komt naar voren dat er in Nederland acht campussen of bedrijvenparken zijn die aanspraak maken op het predicaat volwassen. De andere 31 campussen in Nederland worden gekwalificeerd als idee, opstart of groeifase.

Het gaat om de volgende volwassen campussen:
  • Amsterdam Science Park 
  • Brightlands Chemelot Campus, Sittard-Geleen
  • High Tech Campus Eindhoven
  • Kennispark Twente, Enschede
  • Leiden Bio Science Park
  • TU Delft Science Park
  • Utrecht Science Park
  • Wageningen Campus.
In september 2016 hebben deze campussen een brochure uitgebracht waarin zij onderstrepen dat zij de motoren zijn van een sterke, duurzame economie.

Grote maatschappelijke uitdagingen
Het World Economic Forum onderscheidt de volgende Grand Challenges waar de internationale gemeenschap voor staat:
  1. Gezondheid, demografische veranderingen en welzijn
  2. Voedselveiligheid en duurzame land- en bosbouw
  3. Milieu en beschikbaarheid van grondstoffen
  4. Toegang tot schoon drinkwater
  5. Slim, groen en geïntegreerd vervoer
  6. Inclusieve economische groei
  7. Weerstand tegen natuurlijke en door de mens veroorzaakte rampen.
De acht campussen leveren gezamenlijk een bijdrage aan het oplossen van deze zorgen.

Sterke reputatie
De acht campussen onderscheiden zich – elk op hun eigen wijze – op de volgende punten van doorsnee-bedrijventerreinen in Nederland:
  1. Hoogwaardige vestigingsmogelijkheden & faciliteiten
  2. Focus op R&D en/of kennisintensieve activiteiten
  3. Aanwezigheid van manifeste kennisdragers
  4. Actieve open innovatie.
Deze kerncompetenties resulteren in een sterke reputatie – wereldwijd.

Succesfactoren
Om de positie van de acht campussen te verbeteren besteden de campussen veel aandacht aan de volgende succesfactoren:
  • Geschikte gebouwen voor alle fasen van de bedrijfsontwikkeling
  • Een aantrekkelijke, zakelijke omgeving in de vorm van groenvoorziening en gezamenlijke voorzieningen, zoals restaurants, sportfaciliteiten en een congrescentrum
  • Kennisdeling via open innovatie, met respect voor ieders intellectueel eigendom
  • Gedeelde onderzoeksfaciliteiten, waartoe ook kleinere bedrijven zonder grote investeringen toegang hebben
  • Financiering die is afgestemd op de fase van de bedrijfsontwikkeling
  • Getalenteerde mensen in onderzoeksteams en bedrijven
  • Marketing waarmee de campussen op de radar van relevante partijen komen
  • Voldoende kritische massa, aangezien de interactie tussen meer onderzoekers en ontwikkelaars een grotere kans op succes biedt
  • Gezichtsbepalende bedrijven en organisaties, die in staat zijn talent aan te trekken en vast te houden
  • Een sterke visie op de ontwikkeling, omvang, onderzoeksgebieden en benodigde faciliteiten
  • Een organisatie die in staat is de bovenstaande succesfactoren te realiseren.
In het gezamenlijke rapport stellen de campussen zich aan ons voor. Achter elke bedrijfsnaam, achter elk onderzoeksinstituut gaat een hele wereld schuil van economische activiteit resp. kennis en kunde – te veel om in het kader van deze blogpost uit te schrijven.
Uit de veelal Engelse namen van de onderzoeksinstituten blijkt de internationale oriëntatie. Ook is uit die namen af te leiden op welke onderzoeksgebieden de betreffende campussen zich richten, waarbij die campussen onderling eerder complementair dan competitief zijn.


Amsterdam Science Park
De grondeigenaren van Amsterdam Science Park, met 130 bedrijven, 3.800 banen en 6.300 studenten, zijn de Universiteit van Amsterdam, de Gemeente Amsterdam en de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). In de periode 2010-2015 werd hier € 200 miljoen geïnvesteerd.

AMS-IX (het grootste datatransportknooppunt ter wereld), Equinix, Fokker Aerostructures, Tata Steel, Qualcomm, Agendia, Nikon Instruments, ASML en Telecity zijn de gezichtsbepalende bedrijven.

De onderzoeksinstituten hier zijn de Faculteit der Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica (FNWI) van de Universiteit van Amsterdam, de FOM-instituten AMOLF en het Nationaal Instituut voor Subatomaire Fysica (Nikhef), het Centrum voor Wiskunde & Informatica (CWI), SURFsara Computing and Networking Services, het Netherlands eScience Center (NLeSC), het Amsterdam University College (AUC), het Advanced Research Center for Nanolithography (ARCNL), het Qualcomm lab en het Qusoft Research Center for Quantum Software.

Brightlands Chemelot Campus
DSM, de Universiteit Maastricht en de Provincie Limburg zijn de aandeelhouders van Brightlands Chemelot Campus met 77 bedrijven, 1.700 banen en 600 studenten. Hier werd in 2010-2015 € 250 miljoen geïnvesteerd.

Gezichtsbepalende bedrijven zijn DSM, SABIC, Arlanxeo, Sappi, Yparex, Mitsubishi, Lydall, PharmaCell, Basic Pharma, Xilloc, Isobionics, Kriya Materials, Technoforce en Flowid.

Het Aachen-Maastricht Institute for Biobased Materials (AMIBM), het Chemelot Institute for Science and Technology (InSciTe), het Brightlands Materials Center en Enabling Technologies zijn hier de onderzoeksinstituten, die kunnen beschikken over laboratoria, cleanrooms, proeffabrieken en analytische infrastructuur.
Lees ook “Wat is de stip op de horizon van de campus?

High Tech Campus Eindhoven
De eigenaar van High Tech Campus Eindhoven, met 150 bedrijven en 10.000 banen, is Ramphastos Investments, een investeringsmaatschappij van Marcel Boekhoorn.

Philips, NXP, IBM, Intel, ABB en Teledyne DALSA Inc. zijn hier de gezichtsbepalende bedrijven.

De onderzoeksinstituten zijn het Holst Centre (draadloze sensoren), Solliance (zonnecellen), EIT Digital, ITEA 3 (software), de Technische Universiteit Eindhoven en het Solar Energy Application Center (SEAC).

Kennispark Twente
De Gemeente Enschede, de Universiteit Twente en enkele private partijen zijn de eigenaren van Kennispark Twente met 430 bedrijven, 9.300 banen en 24.300 studenten. In 2010-2015 werd hier € 95 miljoen geïnvesteerd.

Gezichtsbepalende bedrijven zijn Xsense, Demcon, Sigmax, Kite Robotics, Undagrid, Lionix, Clear Flight Solutions, SciSports en Ipsum.

Het Institute for ICT Research in Context (CTIT), het Institute for Innovation and Governance Studies (IGS), het Institute for Geo-Information Science and Earth Observation (ITC), het Instituut voor Nanotechnologie (MESA+), het Institute for Biomedical Technology and Technical Medicine (MIRA) en Science Based Engineering (SBE) zijn hier de onderzoeksinstituten.

Leiden Bio Science Park
De grondeigenaren van Leiden Bio Science Park, met 130 bedrijven, 18.200 banen en 24.700 studenten, zijn de Universiteit Leiden, de Gemeente Leiden en het Leiden Universitair Medisch Centrum. In de periode 2010-2015 werd € 175 miljoen geïnvesteerd.

Astellas, Biomarin, Janssen IDV en Janssen Biologics (beide onderdeel van Johnson & Johnson), Galapagos, ProQr, Avery Dennison, Thermo Fisher Scientific en Eurofins zijn hier de gezichtsbepalende bedrijven.

De onderzoeksinstituten zijn het Leiden Academic Centre for Drug Research (LACDR), het Leiden Institute for Brain and Cognition, de Leyden Academy on Vitality and Ageing, de BioMedical Metabolomics Facility Leiden (BMFL), het Cell Observatory, het Netherlands Centre for Electron Nanoscopy (NeCEN), de Clinical Trials Unit, TNO, het Center for Human Drug Research (CHDR), het Center for Proteomics and Metabolomics (CPM), het DNAmarkerpoint, het Leiden Genome Technology Center (LGTC), het C.J. Gorter Center for High Field MRI en de Ultra-high field NMR facility.
En bovendien zijn er twee musea: het Naturalis Biodiversity Center en CORPUS (‘Reis door de mens’).

TU Delft Science Park
De Technische Universiteit Delft is de eigenaar van TU Delft Science Park met 219 bedrijven, 16.000 banen en 24.100 studenten.

Gezichtsbepalende bedrijven zijn 3M, Applikon Biotechnology, Ampelmann, Exact Software, YES!Delft, Senz, D:DREAM teams – DARE, Delft Hyperloop, NUON Solar Team, Project MARCH en Delft Robotics.

De onderzoeksinstituten zijn om te beginnen die van de Technische Universiteit Delft: het Research Center for Quantum Computing and Quantum Internet (QuTech), het Else Kooi Laboratorium (EKL), het TU Delft Wind Energy Institute (DUWIND), het Kavli Institute of Nanoscience Delft, het Space Institute, het Sport & Engineering Institute en het Robotics Institute.
Daarnaast vind je hier Deltares (onafhankelijk toegepast kennisinstituut op het gebied van water en ondergrond), TNO, het Nationaal Metrologisch instituut (VSL) en het Holland Particle Therapy Centre.

Utrecht Science Park
Eigenaren van Utrecht Science Park, met 85 bedrijven 22.600 banen en 51.700 studenten, zijn de Universiteit Utrecht, het Universitair Medisch Centrum Utrecht (UMCU) en de Gemeente Utrecht. In de periode 2010-2015 werd € 200 miljoen geïnvesteerd.

Danone, Genmab, Merus, Bioceros, GenDx, MILabs en Philips Healthcare zijn hier de gezichtsbepalende bedrijven.

De onderzoeksinstituten zijn om te beginnen de faculteiten Bètawetenschappen, Diergeneeskunde, Geowetenschappen en Sociale Wetenschappen van de Universiteit Utrecht. Verder TNO, Deltares, het Hubrecht Instituut, het CBS-KNAW Fungal Biodiversity Centre, het Netherlands Institute for Space Research (SRON), het Prinses Maxima Centrum, het UMCU, de Hogeschool Utrecht, het Advanced Research Center Chemical Building Blocks Consortium en het Wilhelmina Kinderziekenhuis.

Wageningen Campus
Wageningen University & Research, de Gemeente Wageningen en enkele private partijen zijn de eigenaren van Wageningen Campus met 196 bedrijven, 6.800 banen en 10.800 studenten. Hier werd in 2010-2015 € 800 miljoen geïnvesteerd.

Gezichtsbepalende bedrijven zijn FrieslandCampina, Noldus, KeyGene, Solynta, Yili, Kikkoman, MeteoGroup, Micreos, Dupont, Eurofins, Nuplex en Dutch Sprouts.

De onderzoeksinstituten zijn om te beginnen die van Wageningen University & Research: Wageningen Environmental Research, Wageningen Economic Research, Wageningen Plant Research, Wageningen Food & Biobased Research, Wageningen Lifestock Research, het Nederlands Instituut voor Voedselveiligheid RIKILT en het Centre for Development Innovation (CDI). Verder het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW) en het Maritime Research Institute Netherlands (MARIN).

Krachtige ambities
De campussen geven alle blijk van krachtige ambities voor de komende jaren, gelet op de beoogde groei in arbeidsplaatsen en de forse investeringen die voor periode 2016-2020 op stapel staan (en in 2016 al deels zijn gerealiseerd).

Economische groei en concurrentiekracht
De campussen hebben het rapport aangeboden aan het Ministerie van Economische Zaken. De campussen zorgen immers voor meer kennisoverdracht, nieuwe innovatieve producten (en diensten), meer handel en nieuwe banen, wat leidt tot een versterking van de groei en concurrentiekracht van de Nederlandse economie.

Het rapport “Motor of a strong and sustainable economy: Top Science & Innovation Parks in the Netherlands” is online opvraagbaar (alleen in het Engels): http://www.utrechtsciencepark.nl/uploads/media/58330dae8aed2/prospectus-lr-final.pdf 
Ook het rapport “Actualisatie campussen onderzoek Buck Consultants International” (2014) is online opvraagbaar via het Ministerie van Economische Zaken: www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2015/02/23/actualisatie-campussen-onderzoek-buck-consultants-international

maandag 9 januari 2017

The entrepreneurial city in the picture in 8 steps

The ambition: in 2020, Sittard-Geleen is known as the most entrepreneurial city in the Province of Limburg. The biggest assets are the historical city center, Sittard’s regional function, the innovative sectors that turn the municipality into a real business town, and the city’s appeal on well-educated young people. To tempt this very group to stay at (or come to) Sittard-Geleen for working and living, playing on these assets is the big challenge.

Car assembly at VDL Nedcar in Sittard-Geleen

The Municipality of Sittard-Geleen is located in the Dutch Province of Limburg, and consists of three urban centers, Sittard (37,000 inhabitants) – where I live, Geleen (32,000 inhabitants) – where I work, and Born (6,000 inhabitants), and a few villages (93,000 inhabitants in total).

1. The assignment
In 2009, the municipality commissioned a survey, which was executed by KcBB from Ulestraten, under former students of secondary education in this municipality. It was found that the deciding factor when choosing a residence is the prospect of a suitable job.

The researchers advised the government to focus on improving the labor market, which should result in more jobs for the higher educated.
To reverse the population decline – the motivation for the survey – the municipality indeed derived from the survey the assignment to improve the local labor market.

Easier said than done.

How do you make Sittard-Geleen attractive? How do you differentiate from other cities that do all they can in the field of city marketing – each with their own slogan?

Moreover, city marketing is expensive, but not very effective, according to the dissertation published by Gert-Jan Hospers, Professor of City Marketing at Radboud University Nijmegen, in the same year (2009).

2. The analysis
To get started with improving the labor market, the municipality asked the agency Merkator from Amsterdam to analyze the situation. Here’s their summary:
  • Sittard has an attractive historical city center
  • Sittard-Geleen is a business town with various innovative sectors
  • Sittard is the region’s natural urban center
  • Sittard-Geleen is a young, modern city with much appeal on well-educated young people.
After the KcBB study, these were encouraging results.

3. The objective
Also encouraging was the process that resulted in this summary. In this process representatives from the municipality, societal organizations, companies, arts and culture, education, tourism, and sports were involved. This group was a nice representation of the city’s population.

They all supported the objective: in 2020, Sittard-Geleen is known as the most entrepreneurial city in Limburg – socially, culturally as well as commercially.
This is required to retain inhabitants, companies, and visitor in the city.

4. The organization
Unlike other cities, city marketing for Sittard-Geleen is not a matter for the municipality, but also for the parties that had contributed to the analysis. In 2010, an association was founded with organizations and companies as members: Vereniging BrandPartners Sittard-Geleen.

5. The target group
The most important target group for city marketing by BrandPartners are well-educated young people (aging 17 to 27 years), with a preference for practical, beta-oriented education and work. This focus was supported by additional research, executed by the market research agency RMI from Heerlen.

6. The tools
One of the tools to reach this target group is the website www.insittardgeleen.nl/en-GB. This site informs in Dutch, English, and German about themes such as living, business, recreation, studying, and shopping.

7. The proof
Within the theme business, under “Innovations” the website informs about initiatives that make Sittard-Geleen an entrepreneurial city:
  • Chemelot, comprising Brightlands Chemelot Campus and Chemelot Industrial Park
  • The logistics hub, with the Barge Terminal Sittard-Geleen at Holtum North
  • The car manufacturer VDL Nedcar
  • The modern Zuyderland hospital
  • The excellent sports facilities at Sportzone Limburg.
And anyone who requires more proof that Sittard-Geleen is entrepreneurial goes to “Made in Sittard-Geleen” for:
  • Agora, pioneer with laser light
  • Ekompany, manufacturer of super fertilizer
  • Isaac, producer of sports bikes.
8. The results
It’s not 2020 yet and therefore it’s too early to determine if Sittard-Geleen is actually known as Limburg’s most entrepreneurial city. In the meantime, the website attracts much attention.

And I’m proud that many “business” examples in Sittard-Geleen come from the Chemelot site and the Brightlands campus. This certainly contributes to the objective of the BrandPartners, particularly because both entities have the ambition to grow in number of employees.

In this context, it’s relevant to mention that many of the students studying at Brightlands Chemelot Campus come from abroad. At the campus the Maastricht University offers the bachelor Maastricht Science Programme and the Master Biobased Materials. Perhaps some of these students are the future entrepreneurs of Sittard-Geleen.

More information about Sittard-Geleen: www.insittardgeleen.nl/en-GB
This is a repost of my (Dutch) October 31, 2016 post.
Read my May 20, 2013 blog post about the reason why of my English reposts.