maandag 26 december 2016

Kerst

Kerst is een tijd van bezinning, overdenking. Een moment om stil te zijn en te luisteren.


De geboorte van Jezus
En het geschiedde in die dagen dat er een gebod uitging van keizer Augustus dat heel de wereld ingeschreven moest worden.
Deze eerste inschrijving vond plaats toen Cyrenius over Syrië stadhouder was.
En ze gingen allen op weg om ingeschreven te worden, ieder naar zijn eigen stad.
Ook Jozef ging op weg, van Galilea uit de stad Nazareth naar Judea, naar de stad van David, die Bethlehem heet, omdat hij uit het huis en het geslacht van David was, om ingeschreven te worden met Maria, zijn ondertrouwde vrouw, die zwanger was.
En het geschiedde, toen zij daar waren, dat de dagen vervuld werden dat zij baren zou, en zij baarde haar eerstgeboren Zoom, wikkelde Hem in doeken en legde Hem in de kribbe, omdat er voor hen geen plaats was in de herberg.

De herders en de engelen
En er waren herders in diezelfde streek, die zich ophielden in het open veld en ’s nachts de wacht hielden over hun kudde.
En zie, een engel van de Heere stond bij hen en de heerlijkheid van de Heer omscheen hen en zij werden zeer bevreesd.
En de engel zei tegen hen: Wees niet bevreesd, want zie, ik verkondig u grote blijdschap, die voor heel het volk wezen zal, namelijk dat heden voor u in de stad van David de Zaligmaker geboren is; Hij is Christus, de Heere. En dit zal voor u het teken zijn: u zult het Kindje vinden in doeken gewikkeld en liggend in de kribbe.
En plotseling was er bij de engel een menigte van de hemelse legermacht, die God loofde en zei: Eer zij aan God in hoogste hemelen, en vrede op aarde, in mensen een welbehagen.
En het geschiedde, toen de engelen van hen weggegaan waren naar de hemel, dat de herders tegen elkaar zeiden: Laten wij nu naar Bethlehem gaan en dat woord zien dat er geschied is, dat de Heere ons bekendgemaakt heeft.
En zij gingen met haast en vonden Maria en Jozef, en het Kindje liggend in de kribbe.
Toen zij Het gezien hadden, maakten zij overal het woord bekend dat hun over dit Kind verteld was.
En allen die het hoorden, verwonderden zich over wat door de herders tegen hen gezegd werd.
Maar Maria bewaarde al deze woorden en overlegde die in haar hart.
En de herders keerden terug en zij verheerlijkten en loofden God om alles wat zij gehoord en gezien hadden, zoals tot hen gesproken was.
En toen acht dagen vervuld waren, en men het Kind besnijden moest, werd Hem de Naam Jezus gegeven, die genoemd was door de engel voordat Hij in de moederschoot ontvangen was.

Het Heilig Evangelie naar de beschrijving van Lukas 2 : 1-21.

En bij zijn komst heeft Hij door het Evangelie vrede verkondigd aan u die veraf was, en aan hen die dichtbij waren.

De brief van de apostel Paulus aan de gemeente van Efeze 2 : 17.

Bijbel, Herziene Statenvertaling (2010).

maandag 19 december 2016

Hoe AMIBM de biobased draad oppakt

Op 9 december 2016 was er op Brightlands Chemelot Campus een feestje. Het Aachen-Maastricht Institute for Biobased Materials (AMIBM) opende een splinternieuw laboratorium voor onderzoek en ontwikkeling van materialen uit plantaardig materiaal. Lees hoe AMIBM hier letterlijk de draad oppakt, biobased natuurlijk.

 Wet spinning line van AMIBM

Het nieuwe laboratorium van AMIBM is gevestigd in een ingrijpend gerenoveerd campusgebouw. Dit gebouw is onderdeel van het complex waarin DSM in 1940 (toen nog vóór alles een mijnbedrijf) met het chemisch onderzoek begon.

En nu wordt die traditie op die plaats voortgezet door AMIBM, een grensoverschrijdende samenwerking tussen Universiteit Maastricht, RWTH Aachen en Fraunhofer: twee vooraanstaande universiteiten en het grootste instituut voor toepassingsgericht onderzoek in Europa.

AMIBM wil traditionele polymere bouwstenen (op basis van fossiele grondstoffen) vervangen door innovatieve en duurzame alternatieven (op basis van biologische grondstoffen). Daartoe werken biologen, chemici, ingenieurs en medici uit 16 landen samen. Zij worden (deels) op de campus opgeleid bij de nieuwe masteropleiding Biobased Materials van de Universiteit Maastricht – in eigen huis, dus.

Vijf onderzoekslijnen
Bij dat onderzoek volgt het instituut de gehele keten van plantenteelt tot hoogwaardige toepassing, waarbij vijf onderzoekslijnen kunnen worden onderscheiden, op elk met een eigen professor.
  1. Moleculaire & toegepaste biotechnologie (Rainer Fischer)
  2. Chemische verwerking & moleculaire opwerking (Stefaan De Wildeman)
  3. Groene chemie & materiaaltoepassing (Sanjay Rastogi)
  4. Polymeertoepassing (Gunnar Seide)
  5. Biobased materialen voor geneeskunde (Stefan Jockelhövel).
1. Moleculaire & toegepaste biotechnologie: nieuwe en gemodificeerde biologische bronnen
Een prachtig voorbeeld is de verwerking van krabschalen, een afvalproduct van de voedselindustrie. Die krabschalen bevatten chitine, een natuurlijk polymeer, dat erg op cellulose lijkt. Uit chitine kan chitosan worden gewonnen, een omzetting die bij AMIBM op een veilige manier enzymatisch wordt uitgevoerd, nadat de chitine met behulp van diepzee-bacteriën is afgebroken. Chitosan is een stof met een antibacteriële werking, een soort geneesmiddel dus.
Stefaan De Wildeman: ”Als ik kijk naar wereld van vandaag, dan schaam ik me voor mijn kinderen. We moeten af van de wat-maakt-het-uit mentaliteit tegenover plastic. Anders wordt dit het einde van de wereld zoals wij die kennen.

2. Chemische verwerking & moleculaire opwerking: nieuwe chemische bouwstenen
Dit betreft onderzoek naar ‘biobased building blocks’ (aromaten) die extra functionaliteit toevoegen aan vezels en coatings. Cruciaal is dat stoffen worden gebruikt die van nature in planten worden aangetroffen.
Sanjay Rastogi: “Te vaak zie ik dat wetenschappers eerst uit biologische bouwstenen een materiaal ontwikkelen en dan beginnen pas na te denken over de mogelijke toepassingen ervan. Dat is verkeerd om. Je wilt toch geen groene fles die lekt omdat het materiaal waarvan het is gemaakt begint te ontbinden.

3. Groene chemie & materiaaltoepassing: nieuwe polymeertechnologie
Onderzoek naar de omzetting van de biobased building blocks in polyethyleen met uitzonderlijke eigenschappen, onder meer wat betreft breuksterkte. Daarvoor moeten de onderzoekers op zoek naar de juiste moleculen, in plantaardig materiaal.

4. Polymeertoepassing: innovatieve technische toepassingen
Een mooi voorbeeld betreft zgn. cellulosic aerogel vezels. Dit zijn polymeren uit plantaardig materiaal die kunnen worden verwerkt tot superdunne laagjes (2000 m2 per gram), uitstekend geschikt voor warmte- en geluidsisolatie. Bij dit onderzoek is het ITA betrokken, het Institut für Textiltechnik van RWTH Aachen.
Stefan Jockelhövel: “De natuur is een fantastische leraar! Luister en leer!

5. Biobased materialen voor geneeskunde: innovatieve medische toepassingen
Biologisch afbreekbare (lees: biobased) polymeren zijn voor de moderne geneeskunde onmisbaar: van plant naar implantaat. Het onderzoek richt zich op de afbraak ervan in het menselijk lichaam. Het AME het instituut Applied Medical Engineering van RWTH Aachen, is bij dit onderzoek betrokken.

Duurzaamheid voorop
AMIBM streeft ernaar dat de uitkomsten van het onderzoek (via spin-offs) vertaald worden naar de industrie. Deze praktische uitkomsten moeten duurzaam zijn. Dat betekent dat de biobased materialen worden opgenomen in een gesloten cirkel:

Grondstof – Fabricage – Transport – Gebruik – Recycling – Grondstof – enz.

Zo sluit AMIBM aan bij de circulaire economie.

 Spinkop van de wet spinning line van AMIBM

Nieuwe apparatuur: wet spinning line

Met de opening van het laboratorium komt nieuwe apparatuur beschikbaar en komen nieuwe initiatieven tot stand. Zo heeft AMIBM voor de ontwikkeling van medische vezels een zgn. ‘bi-component wet spinning line’ geïnstalleerd, een apparaat van bijna 20 meter – uniek in de wereld. Hiermee kunnen biobased vezels op kamertemperatuur worden gesponnen, desgewenst twee verschillende biobased polymeren tegelijkertijd, en worden voorzien van een coating. De vezels kunnen bijvoorbeeld worden gebruikt voor hartkleppen.

Nieuwe initiatieven: BioTex Fieldlab
BioTex Fieldlab is een project van AMIBM, MODINT en CHILL. MODINT te Zeist is de brancheorganisatie voor mode, interieur, tapijt en textiel (600 bedrijven); CHILL op Brightlands Chemelot Campus is de leer-werk omgeving Chemelot Innovation and Learning Labs (mbo, hbo, wo). Het onderzoek richt zich op de ontwikkeling van vezels en garens uit biopolymeren (zoals PLA, PEF, bioPET, bioPA, PT, PBS, PHA). Ook wordt gekeken naar de ontwikkeling van nieuwe textiele productieprocessen en –applicaties.
Er wordt nauw samengewerkt met twee industriële producenten van biopolymeren, Avantium (PEF) en Corbion (PLA), en met bedrijven uit de textielindustrie, zoals Star Sock, Desso, Bonar, Van Puijenbroek, Edel Group, Rinos, Auping en Best Wool Carpets. Het project moet resulteren in een makkelijk toegankelijk laboratorium voor Nederlandse bedrijven uit de textielindustrie.
BioTex Fieldlab vergt een investering van € 2,25 miljoen, waarvan € 760.000 subsidie van EFRO en het rijk.

AMIBM wordt financieel mogelijk gemaakt door de Provincie Limburg en biedt nu al werkgelegenheid voor 50 talenten uit binnen- en buitenland. Lees ook “Vriend van de plant”.

maandag 12 december 2016

Hoe in Oslo oude interesses herleefden

Het zal jou niet anders vergaan dan mij. Je bent een tijdlang ergens door geboeid. Je leest en bekijkt alles wat erover kunt vinden. Totdat andere zaken hun aandacht opeisen. En veel later komt er iets langs, waardoor die oude interesse opnieuw gewekt wordt. Dat overkwam mij in Oslo.

Opera House Oslo, exterieur

Begin november was ik in de Noorse hoofdstad Oslo en in dat weekend begon daar de winter. De eerste sneeuw dwarrelde neer, terwijl wij naar ons hotel in de wijk Briskeby liepen. De meegekomen kou versterkte de aantrekkingskracht van twee musea op Bygdøy, een schiereiland in de Oslofjord: het Kon-Tiki Museum en, letterlijk aan de overkant van de straat, het Fram Museum.
Hier werden twee vergeten interesses bij mij weer tot leven gewekt. Als tiener was ik al geïntrigeerd door de Kon-Tiki-expeditie van Thor Heyerdahl en door poolexpedities.

De Kon-Tiki op volle zee

Kon-Tiki
Het Kon-Tiki Museum gaat over de expedities van de Noor Thor Heyerdahl (1914-2002), een van de laatste ontdekkingsreizigers. Hier liggen het originele balsavlot Kon-Tiki en de papyrusboot Ra II.

Met zijn expedities wilde Heyerdahl aantonen dat er al heel vroeg contact was tussen ver van elkaar gelegen gebieden:
  • Tussen Zuid-Amerika van voor de aankomst van Europeanen en het Polynesische Paaseiland (Kon-Tiki)
  • Tussen het oude Egypte en Amerika, ver voor Columbus (Ra I en Ra II).
Om te bewijzen wat niet gedocumenteerd was, deed hij die reizen in 1947 resp. 1969/1970 over met zoveel mogelijk authentieke schepen – een bijzondere vorm van archeologie. Alleen de communicatiemiddelen waren eigentijds.

 De Kon-Tiki veilig in het museum

Met vijf avonturiers, onder wie twee verzetshelden uit de Tweede Wereldoorlog, liet Heyerdahl zich in 101 dagen door de stroming en de wind op zijn vlot meevoeren over de Stille Oceaan. De meegenomen leeftocht vulden ze aan met vis. De tocht voerde van Peru naar het atol Raroia in Frans-Polynesië, een afstand van 7000 km.
Heyerdahl’s documentaire “Kon-Tiki” (1950) won een Oscar; bekijk de 3-minuten trailer.

De Fram in het ijs van de Noordpool

Poolexpedities
Het Fram Museum vormt de permanente sarcofaag voor de schepen Fram en Gjøa, die stille getuigen zijn van expedities naar de extreme uithoeken van onze aarde. We leren er over de Noren Fridtjof Nansen (1861-1930) en Roald Amundsen (1972-1928) en de Ier Ernest Shackleton (1874-1922).

Fridtjof Nansen liet de Fram (Noors: voorwaarts) speciaal voor poolreizen bouwen. Hij wilde zich daarmee in het poolijs laten insluiten. Het ijs zou het schip volgens Nansen meenemen over de Noordpool. Dat insluiten door het ijs lukte in 1893, het meevoeren met het ijs ook, maar de route voerde niet over de noordpool. De Fram bereikte 85°56'N, een record, voordat het in augustus 1896 weer uit het ijs vrijkwam.

Het duurde nog tot 1909 voordat Robert Peary claimde als eerste mens de Noordpool te hebben bereikt. Nansen werd ambassadeur van Noorwegen in Londen en ontving in 1922 de Nobelprijs voor de Vrede, omdat hij opkwam voor vluchtelingen en staatlozen.

Roald Amundsen vertrok in 1903 op de Gjøa om de noordwestelijke doorvaart, van Groenland naar Alaska te maken. De Gjøa doorstond twee overwinteringen en zo werd de doorvaart in 1905 voltooid.

Amundsen op de Zuidpool (1911)

In 1910 vertrok Amundsen op de Fram voor een nieuwe ontdekkingsreis, dit keer met de Zuidpool als doel. Hij slaagde er op 14 december 1911 in als eerste mens de Zuidpool te bereiken.
Vijf weken later arriveerde daar een Brits expeditieteam onder leiding van Robert Falcon Scott. Op de terugweg kwam het hele team om.
Bekijk de 21-seconden videoclip.

De Fram veilig in het museum

In 1928 verongelukte Amundsen in een vliegtuigcrash boven de Noordelijke IJszee tijdens een reddingsmissie voor Umberto Nobile. Hij was een Italiaanse poolreiziger, met wie Amundsen twee jaar tevoren in het luchtschip Norge over de Noordpool was gevlogen. Nobile was in de luchtballon Italia in moeilijkheden gekomen toen hij van de Noordpool terugkeerde.

De Endurance in het ijs van de Zuidpool

Tenslotte vertelt het Fram Museum over Ernest Shackleton, die zijn expeditie heeft beschreven in “South” (“Zuidpool”, 1919). Hij vertrok in 1914 op het schip de Endurance om Antarctica per slee dwars over te steken, naar een tweede schip, de Aurora.
De Endurance liep in januari 1915 vast in het ijs. Eind oktober moest Shackleton met zijn bemanning het schip verlaten, dat een maand later in het ijs onderging. In de drie reddingssloepen van de Endurance bereikten zij het onbewoonde Elephant Island. Voor hulp moest Shackleton met vijf metgezellen* in de reddingssloep James Caird nog 1000 km varen naar Zuid-Georgia. Daar wachtte nog een klim over een rotswand en gebergte om hulp te bereiken. Eind augustus 1916 werden alle 22 leden van de expeditie op Elephant Island door de Chileense marine gered.
Nadat Shackleton was gestorven aan een hartaanval is hij op Zuid-Georgia begraven.

Dit soort heroïsche verhalen vind ik prachtig, al ben ik blij dat ik zoveel ontberingen niet hoef te doorstaan.

Andere bezienswaardigheden in Oslo
En als je dan toch in Oslo bent, is het een kleine moeite om nog twee interessante plaatsen te bezoeken.

Nobels Fredssenter, Oslo

Breng een bezoekje aan het Nobel Vredescentrum in de wijk Akersbrygge, dat de ontvangers van de Nobelprijs voor de Vrede eert.

Opera House Oslo, wandeling op het dak

En vergeet niet om een wandeling te maken op het schuine dak van het Opera House, een modern gebouw dat zowel buiten als binnen indruk maakt.

Opera House Oslo, interieur

* Een van hen heette Thomas Crean, afkomstig uit de buurt van het Ierse stadje Dingle. Om hem te eren brouwt de Dingle Brewery Crean’s Irish Lager.

maandag 5 december 2016

Een twist tussen België en Duitsland over metaal

Ten zuiden van Vaals lag ooit een halfbakken land: Neutraal Moresnet. Het was een uitvalsbasis voor smokkelaars en criminelen. Een eeuw lang ontzegden België en Duitsland elkaar het recht op dit kleine gebied. Inzet van de twist: een zinkmijn.

Gebouw van zinkmijn Vieille Montagne te Kelmis (1910)

De geschiedenis van Neutraal Moresnet is opgetekend in het boek “Moresnet – Opkomst en ondergang van een vergeten buurlandje” door Philip Dröge (2016).

Het landje Moresnet bestond van 1817-1920. Een piepklein land met Kelmis als hoofdstad, dat samen met België, Duitsland (Pruisen) en Nederland een vierlandenpunt vormde. Het resultaat van een misverstand of slordigheid in de nasleep van de overwinning op Napoleon tijdens de vredesonderhandeling in Wenen.

Al die jaren bleef het landje bestaan doordat de omliggende landen Nederland (na 1830 België) en Pruisen het niet eens konden worden over de verdeling van het gebied, want aan welk land zou de winstgevende zinkmijn toevallen?

Sint Rochuskapel nabij Kelmis

Moresnet was een buitenbeentje in het negentiende-eeuwse Europese bestel.
  • Allereerst vanwege de aanwezigheid van een zinkmijn, waarvan elders in Europa slechts één andere was, in Pruisen. De mijn werd particulier geëxploiteerd in een tijd dat zink een veelgevraagd materiaal was.
  • De oorspronkelijke inwoners van Moresnet hadden geen nationaliteit, want het gebied had niet de status van zelfstandig land, er was geen burgerlijke stand en geen douane. Dit leverde verwarrende situatie op, die door vertegenwoordigers van België en Pruisen moesten worden opgelost. En dat terwijl de zinkmijn personeel uit de omliggende landen aantrok.
  • Moresnet was een vrijplaats voor gespuis dat in de omliggende landen gezocht werden. In combinatie met de zinkmijn leek Moresnet op een boomtown in het Wilde Westen tijdens een gold rush. Moresnet had slechts één politieagent in dienst, een eenvoudige veldwachter. Na zink is jenever het belangrijkste product van Moresnet – accijnsvrij.
  • Moresnet geeft eigen postzegels uit. Aangezien Moresnet niet een écht land is, blijft het bij één serie, een collectors item voor elke postzegelverzamelaars – bestaan zij nog?
  • Alle bijna-overeenkomsten tussen België en Pruisen over een definitieve verdeling van Moresnet verdwijnen bij herhaling in een lade. Want wie krijgt de zinkgroeve?
  • Op enig moment komt er in hotel Bergerhoff, dat sinds 1885 in Moresnet is gevestigd, een casino. Dit casino probeert gokkers uit heel Europa te trekken. De vertegenwoordigers uit België en Pruisen laten orde op zaken stellen en sluiten het casino.
  • Moresnet ontwikkelt zich tot een walhalla voor smokkelaars. Veel luxe producten zijn in Moresnet veel goedkoper dan in Duitsland door het ontbreken van accijns. De plaatselijke douane in niet bij machte de smokkelaars een strobreed in de weg te leggen.
  • Het had weinig gescheeld of in Moresnet was het Centrale Bureau gevestigd van de beweging die de kunsttaal Esperanto bevorderde. Moresnet werd omgedoopt tot Amikejo en kreeg een eigen volkslied in het Esperanto. Uiteindelijk bleef het Centrale Bureau van de Esperanto-beweging in Genève gevestigd.
Kasteel Eyneburg nabij Kelmis

Bij de Vrede van Versailles, na de Eerste Wereldoorlog, komt aan het bestaan van Neutraal Moresnet een eind. Bij het uitbreken van de Grote Oorlog hadden de Duitsers het landje tegelijk met België geannexeerd, maar in 1920 wordt het gebied aan België toegewezen.

Vergeten buurland
Kelmis heet nu La Calamine. Van het mijnbouwverleden is niets meer terug te vinden, geen informatiebordjes, geen monumenten. Waar ooit de mijn was, is nu de garage van de busonderneming Sadar. Alleen de initialen op het gebouw van de mijn, dat nu een beetje vervallen is, verraden de oorspronkelijke bestemming: V.M., Vieille Montagne. En je hebt er nog de Casinostrasse en de Casinoweiher.
Geen wonder dat het landje Moresnet vergeten is.

Kelmis ligt middenin een mooi gebied om te wandelen of fietsen. Dat maakt het de moeite waard om er op bezoek te gaan.

Vraag: wie wil het boek “Moresnet – Opkomst en ondergang van een vergeten buurlandje” van Philip Dröge lezen?
Laat maar weten of je belangstelling hebt. Wie het eerst komt, het eerst maalt.