maandag 29 augustus 2016

Drie activiteiten die het menselijk bestaan de moeite waard maken

De oude Grieken maakten een onderscheid tussen drie menselijke activiteiten: arbeiden, werken en handelen. Het handelen is verbonden met het publieke leven, met de politiek. En daarvoor luidt het gezegde: ‘Alles is politiek’.

Hannah Arendt (1906-1975)

Enkele maanden geleden heb ik een lezersonderzoek uitgevoerd (nogmaals bedankt voor het invullen van de vragenlijst), waarvan ik de resultaten presenteerde in “Wat uit onderzoek is gebleken”. Ik vroeg onder andere welk onderwerp ik liever zou laten rusten. Dat onderwerp bleek te zijn: politiek.
Op die uitkomst wil ik graag terugkomen.

De menselijke conditie
In “The Human Condition” (“De menselijke conditie”, 1958) maakt de filosoof Hannah Arendt, in navolging van de oude Grieken, onderscheidt tussen drie activiteiten, elk met een eigen waarde voor het menselijk bestaan (de vita activa): arbeiden, werken en handelen.


Arbeiden
Arendt legt uit dat arbeiden de activiteit is die correspondeert met het biologische proces van het menselijke lichaam – het in cultuur gebrachte land.

Bij de oude Grieken betekende arbeiden slaaf zijn van de nood. Door anderen aan zich te onderwerpen en met geweld te dwingen (slaven)arbeid te verrichten, konden sommigen zich aan de noodzakelijkheden van het aardse leven bevrijden. Door de slaaf animal laborans te noemen gaven de oude Grieken uiting aan hun minachting voor arbeid.

Alles wat de arbeid produceert is bestemd om bijna onmiddellijk te worden geconsumeerd – het product wordt verbruikt. Arbeid laat niets blijvends achter, alleen: het leven hangt van deze inspanning af.


Werken
Werken is de activiteit die correspondeert met het niet-natuurlijke aspect van het menselijke bestaan – het door mensenhanden gemaakte ding.

Het werk van onze handen, het werk van homo faber brengt een bijna oneindige verscheidenheid van dingen voort, zoals werktuigen en machines. Ze worden gebruikt in plaats van verbruikt; ze zijn duurzaam.
Homo faber treedt op als heer en meester van de aarde, die hij geheel tot werktuig maakt. Daarbij geldt: het doel heiligt de middelen.


Handelen
Handelen is de activiteit die correspondeert met de menselijke conditie van het politieke leven – het politieke lichaam. Dit wordt gekenmerkt door pluraliteit: ieder neemt zijn eigen standpunt in.

Volgens de oude Grieken is het politieke leven (bios politikos) alleen weggelegd voor mensen in vrijheid, dus niet voor de slaven, ambachtslieden en kooplui van die tijd.
Er is bij de oude Grieken een scherp onderscheid tussen het publieke en het private domein, tussen de publieke zaak (handelen) en de zorg voor het dagelijkse bestaan (de privéhuishouding; arbeiden en werken). Het gezinshoofd, de heerser over de huisgemeenschap, was vrij burger die huis en hof kon verlaten en het publieke domein kon betreden. Realiseer je dat het grootste deel van het volk destijds niet vrij was.

Tot de bios politikos behoren volgens de oude Grieken twee activiteiten: handelen (praxis) en spreken (lexis). Door te spreken maakt de mens zich als handelende persoon kenbaar: hij kondigt aan wat hij doet, gedaan heeft en nog van plan is te doen.
De mannen van de daad en de mannen van het woord hebben de hulp nodig van homo faber, namelijk de hulp van kunstenaars, dichters en geschiedschrijvers, van monumentenbouwers en vertellers, omdat zonder hen het enige product van hun activiteit, de rol die zij spelen en het woord dat zij spreken, het moment van handelen of spreken niet zou overleven. Handelen produceert levensgeschiedenissen en door die verhalen op te schrijven of op een andere manier vast te leggen, ontstaan alsnog tastbare producten.

Macht wordt geëffectueerd waar woord en daad geen gescheiden wegen gaan, waar woorden geen leeg gepraat en daden geen gewelddaden zijn, maar waar woorden worden gebezigd om er werkelijkheden mee te onthullen en waar daden zijn gericht op het aanknopen van relaties en het scheppen van nieuwe werkelijkheden. Het alternatief voor macht is geweld.

Vaak is geprobeerd om burgers van het publieke domein te weren, terwijl een heerser de publieke zaken behartigt. Dit betekent de opheffing van de pluraliteit, waarvoor een monarchie, eenmansregering of regelrechte tirannie in de plaats komt. Handelen wordt omgezet in maken, namelijk in geweld (het doel heiligt de middelen). 

De menselijke conditie en mijn blog
Het voornaamste verschil tussen slavenarbeid en moderne, vrije arbeid is dat de arbeider van nu wordt toegelaten tot het publieke domein en volledige burgerrechten bezit. Voor het eerst in de geschiedenis wordt aan arbeiders toegang tot het publieke domein en gelijke rechten verleend.

Politiek is niet langer een zaak van de elite, zoals bij de oude Grieken. Iedereen heeft stemrecht en met een referendum kan iedereen zich over elke mogelijke zaak uitspreken. Bovendien is het spreken over de publieke zaak dankzij de sociale media voor iedereen mogelijk.

En daarom neem ik de vrijheid om ook over politieke thema’s blogposts te publiceren. Ook al vinden sommige van mijn lezers dat ik dat liever niet zou doen.
Maar wees gerust, ik zal me inhouden.

Vraag: wie wil het boek “De menselijke conditie” van Hannah Arendt lezen?
Laat maar weten of je belangstelling hebt. Wie het eerst komt, het eerst maalt.

maandag 22 augustus 2016

Toen as en aarde omhoog werden gebracht

Van sommige historische gebeurtenissen is het eeuwen later nog interessant de datum te weten. Zo vond op 24 augustus 79 de fameuze uitbarsting van de Vesuvius plaats. Steden als Pompeï en Herculaneum werden volledig bedolven. Plinius de Jongere is onze ooggetuige.

Forum, Pompeï, met in de verte de Vesuvius

Italië telt ongeveer dertig vulkanen, waarvan de Vesuvius, de Etna en de Stromboli het bekendst zijn. Dat vooral de Vesuvius zeer gevaarlijk is, bleek in het jaar 79, toen de vulkaan op een explosieve wijze tot uitbarsting kwam. Pompeï, Stabiae, Oplontis en Herculaneum werden compleet bedolven. Eeuwen later werden deze plaatsen opgegraven en nu zijn het toeristische attracties.

Pompeï
De opgravingen van Pompeï liggen aan de rand van de stad van 25.000 inwoners die tegenwoordig nog die naam draagt. Sinds het midden van de achttiende eeuw is hier een enorm complex aan ruïnes uitgegraven. Ze geven een prachtig beeld van het leven in de Romeinse tijd, een leven dat plotseling tot stilstand kwam.
Hoewel, plotseling… In het jaar 62 was de stad al door een aardbeving ernstig beschadigd geraakt.

Tussen de bouwvallen door zie je in de verte steeds de vulkaan die in 79 de schade aanrichtte, rustig en sereen als de vermoorde onschuld.

Plinius de Jongere (62-ca. 113) beschreef in brieven aan de geschiedschrijver Tacitus (56-117) hoe de ramp met de Vesuvius zich in 79 voltrok en hoe zijn oom, Plinius de Oudere (omstreeks 24 geboren) daarbij om het leven kwam. Het motto van Plinius de Oudere was: vita vigilia est (het leven is: wakker zijn). Hij sliep dan ook zo weinig mogelijk om te voorkomen iets van het leven te missen.

Plinius de Jongere:
Op 24 augustus om ongeveer één uur 's middags wijst mijn moeder erop,
dat er een wolk met ongewone grootte en uiterlijk verscheen.

Overzicht van Pompeï

Aan de rand van het complex, bij de Porta Vesuvio heb je een mooi uitzicht over de opgravingen van Pompeï met in de verte de Monte Faito.

Plinius de Jongere:
Intussen lichtten uit de berg de Vesuvius op meerdere plaatsen zeer brede vlammen
en hoge branden op, waarvan de gloed en de helderheid door het duister
van de nacht werd geaccentueerd.

Straatbeeld van Pompeï

Theater van Pompeï

Het grote theater van Pompeï (er is ook een klein theater) bood plaats aan 5000 personen. Erachter zie je de barakken van de gladiatoren.

Plinius de Jongere:
Aan de landzijde spleet de zwarte en huiveringwekkende wolk, gebroken
door kronkelende en sidderende flitsen van brandend gas, open in lange figuren
van vlammen; die waren gelijk aan, maar nog groter dan bliksemflitsen.

Thermopolium, Pompeï

Een thermopolium is een plaats waar eten werd verkocht, het is de toenmalige variant op de snackbar – fastfood is van alle tijden. Je vindt deze voorzieningen op verschillende plaatsen in Pompeï en Herculaneum.

Plinius de Jongere:
En niet veel later daalde die wolk af naar de aarde, bedekte de zee; hij had Capri omhuld
en aan het oog onttrokken, evenals de landtong van Misenum.

Amforen in Pompeï

 Fresco “Venus in de schelp”, Pompeï

Overzicht van Herculaneum, met de Vesuvius op de achtergrond

Herculaneum
Herculaneum is een stuk compacter dan Pompeï, maar de gebouwen, vooral de houten onderdelen zijn er beter bewaard gebleven, nadat de stad in 79 door een dikke laag hete modder was bedolven.

Straatbeeld van Herculaneum

Plinius de Jongere:
Er viel een asregen, maar nog niet dicht. Ik keek om: een dikke nevel bedreigde ons in
de rug en achtervolgde ons als een over de aarde uitgegoten vloed. …  Men hoorde
het gejammer van vrouwen, het geschrei van kinderen, het geschreeuw van mannen.

Thermen van Herculaneum

Mozaïek, Herculaneum

Bas-reliëf, Herculaneum

Bij veel kunst in Pompeï en Herculaneum gaat het om kopieën. De originelen en de meer verfijnde kunstwerken worden veilig tentoongesteld in het Museo Archeologico Nazionale in Napels.

Plinius de Jongere:
Het werd iets lichter, maar wij hielden het niet voor daglicht, maar voor een
bewijs van naderend vuur. Het vuur bleef gelukkig op een afstand; maar er
kwam opnieuw duisternis en weer as, veel en dicht. Wij moesten telkens opstaan
en die afschudden, anders waren wij eronder bedolven en door
het gewicht doodgedrukt.

Verkoolde deur, Herculaneum

Dat we hier niet te maken met zomaar ruïnes, maar met wat overbleef na een alles verzengende stortvloed kun je zien aan de verkoolde restanten van een deur.

Slachtoffers van de vulkaanuitbarsting, Herculaneum

En het is op dramatische wijze te zien aan de skeletten van de slachtoffers, die nu nog in Herculaneum te vinden zijn.

Plinius de Jongere:
Eindelijk verdunde zich de dichte damp en loste zich op als in rook of nevel;
weldra kwam het daglicht en scheen zelfs de zon, maar vaal, als
bij een zonsverduistering.

De krater van de Vesuvius

Vesuvius
Wij wilden met eigen ogen vaststellen of de Vesuvius (1181 m) een bedreiging zou kunnen vormen voor ons verblijf in Italië. Wat blijkt: de vulkaan is een business model. Je kunt met een touringcar vanuit Pompeï of Herculaneum naar de berg afreizen, tegen betaling uiteraard. Wij reden zelf de berg op en dat betekent dat je op een bepaald moment een kaartje voor het parkeren aan een bospad moet kopen (€ 5). Dan volgt voor € 2 per persoon een ritje met een shuttle busje; het alternatief is een wandeling van drie kilometer over een nogal saaie asfaltweg, waar alleen de geelbloeiende brem het oog vermaakt. Daarna nog € 10 per persoon voor de toegang tot het Parco Nazionale del Vesuvio.
Dan pas kun je beginnen aan de klim van de kale berg over een stoffig bergpad. Dat kost ongeveer een halfuur en dat gaat in een gezellige optocht – want we zijn niet alleen.

De inspanning wordt beloond als de kraterrand bereikt wordt. Hier kun je letterlijk met je neus boven een vulkaan hangen. Enerzijds valt het wat tegen, anderzijds is het geruststellend dat er – zo te zien – geen teken is van vulkanische activiteit. Toch zien we niemand vanaf de rand in de krater afdalen (al kan dat met een ervaren gids).

Uitzicht van de Vesuvius op de Golf van Napels

Met je rug naar de krater heb je een mooi uitzicht over de Golf van Napels: het eiland Capri, het schiereiland van Sorrento, de dichtbebouwde vlakte langs de vulkaan, de stad Napels en de eilanden Procida en Ischia.
Ons uitzicht wordt enigszins belemmerd door een bosbrand op de flanken van de berg. Een blusvliegtuig vliegt constant heen en weer tussen de zee en de brandhaard.

Ik vraag me af welke verzekering de schade dekt, mocht de vulkaan als in het rampjaar 79 opnieuw tot uitbarsting komen. De laatste uitbarsting van de Vesuvius was in 1944, het is dus geen dode vulkaan.

Lees de brieven van Plinius de Jongere aan Tacitus: http://www.koxkollum.nl/plinius/PliniusVI16.htm en http://www.koxkollum.nl/plinius/PliniusVI20.htm
Lees over Italië ook “Hoe wij ons citroenen lieten verkopen” en “Waarom we het hogerop zoeken”.

maandag 15 augustus 2016

Waarom we het hogerop zoeken

De Amalfikust maakt met stadjes en wandelpaden indruk op elke hoogte. Geen wonder dat het gebied de inspiratiebron vormde van kunstenaars uit vele landen, onder wie de Nederlandse kunstenaar Escher.

Villa Rufolo, Ravello

De doorgaande weg langs de Amalfikust kronkelt op ongeveer 100 tot 200 m hoogte langs de rotswanden en door dorpjes en stadjes. Vanaf die hoogte heb je verbluffende uitzichten op de kust, zoals ik liet zien in “Hoe wij ons citroenen lieten verkopen”.

Villa Rufolo, Ravello

Ravello
Wie het hogerop zoekt, gaat naar Ravello. Dit prachtige stadje ligt op 360 m hoogte, hoog boven Amalfi. Het heeft een eigen kathedraal en twee landgoederen, die beide een bezichtiging waard zijn: Villa Rufolo en Villa Cimbrone. De tuin van Villa Rufolo vormt het decor van het jaarlijkse Ravello Festival, dat in het teken staat van klassieke muziek. Het landhuis werd in 1270-1280 gebouwd door de rijke familie Rufolo, die door Boccaccio in zijn “Decamerone” (1353) werd genoemd.

Terras van Oneindigheid, Villa Cimbrone, Ravello

Villa Cimbrone werd in het begin van de negentiende eeuw gebouwd. Het pad door de prachtige tuin eindigt abrupt op het Terras van Oneindigheid, een belvedère waar marmeren borstbeelden de rand van een klif markeren en vanwaar je een spectaculair uitzicht over de Golf van Salerno hebt.

Uitzicht op Scala van Villa Cimbrone, Ravello

In de tuin van Villa Cimbrone, bij een beeld van Mercurius is op een steen een Engelse dichtregel gegrafeerd, een adaptatie van Catullus uit 60 v.Chr.

Lost to a world in which I crave no part,
I sit alone and commune with my heart.
Pleased with my little corner of earth,
glad to have come, not sorry to depart.

Sentiero degli Dei
Voor wie het nog hoger zoekt, ligt er langs de Amalfikust een netwerk van voetpaden, zoals de Sentiero degli Dei, het Pad van de Goden. Deze wandelroute volgt grotendeels de hoogtelijn van 500 m en voert van het hooggelegen stadje Agerola naar Positano, aan de kust.

Casa dell’Acqua, Agerola

Voordat we aan de wandeling beginnen tappen we bij een soort tuinhuisje in Agerola, bij de Casa dell’Acqua water voor 5 eurocent per liter. We zijn niet de enigen die van deze faciliteit gebruikmaken. De drukte bij het tappunt doet zelfs vermoeden dat het hele dorp hier water komt halen – men loopt hier massaal naar de pomp. Vele pet-flessen worden gevuld, waarbij tussen plat water en water met bubbels kan worden gekozen.

Het pad is goed onderhouden, maar voert soms langs steile afgronden. Al wandelend heb je voortdurend uitzicht op de zee en het kustplaatsje Praiano.

Sentiero degli Dei, wandelpad 500 m boven zee

Verderop heb je zicht op Positano en het hele schiereiland van Sorrento.

Uitzicht over het schiereiland van Sorrento vanaf Sentiero degli Dei

Monte Faito
Het hoogste punt van het schiereiland van Sorrento is de Monte Faito (1131 m). De top van deze berg, middenin de bossen, wordt gemarkeerd door enkele zendmasten. Vandaar heb je een uitzicht over de Golf van Napels en het schiereiland.

Schiereiland van Sorrento vanaf Monte Faito

Escher
Als tiener had ik twee inspiratiebronnen bij het tekenen, een hobby die ik toen tamelijk intensief beoefende. Dat waren de Spaanse schilder Salvador Dali (van de slappe horloges) en de Nederlandse kunstenaar M.C. Escher (1898-1972).

Escher maakte deel uit van een groep kunstenaars, die langer of korter verblijf hielden in Ravello. Tot die groep behoorden ook Virginia Woolf, D.H. Lawrence, Graham Greene, Gore Vidal en Mirò. Het gezelschap stond bekend als de Bloomsbury Group.

Van enkele etsen valt de invloed van het landschap rond Amalfi op Escher duidelijk af te lezen.

Amalphitaanse kust, M.C. Escher, 1931

Amalfikust nabij Ravello

Oude huizen in Positano, M.C. Escher, 1934

Positano

Amalphitaanse kust, M.C. Escher, 1934

Amalfikust nabij Amalfi

maandag 8 augustus 2016

Hoe wij ons citroenen lieten verkopen

De Amalfikust is betoverend! Het is het bovenste deel van een bergketen, waarvan het lijkt alsof het laagste deel ooit door water werd overspoeld. Wegen door het dal moesten zo plaatsmaken voor de zee. Toch wordt in dit gebied al vele eeuwen intensief geleefd.

Amalfikust

De Amalfikust (Costiera Amalfitana) vormt de zuidkust van een schiereiland dat aan de andere zijde (in het noorden) de Golf van Napels afsluit. Het is een steile, ruige kust. Het doet enigszins denken aan een Noors fjord - maar dan bevolkt.

Er zijn de nodige dorpjes die door hun ligging grote indruk maken. De huizen zijn boven elkaar gebouwd. Platte daken, vaak voorzien van koepels. De straten zijn vaak niet breder dan trottoirs en ze nemen dikwijls de vorm van een trap aan. Zelfs de kleinste auto krijgen veel bewoners van de streek niet tot voor hun deur.

Conca dei Marini

Daarbij heeft de kust een rijke geschiedenis. De Republiek Amalfi, gesticht in 840, had in de 11e eeuw een machtsbasis die even sterk was als later die van Venetië. Zeevaarders uit Amalfi vond je in grote delen van de Middellandse Zee. Dat heeft z’n sporen nagelaten.

Terecht dat de Amalfikust is opgenomen in UNESCO Werelderfgoedlijst.

De kustweg
De kustweg van Sorrento naar Salerno is ongeveer 65 kilometer. Een dik uur rijden…?

Neen.

Trek daar gerust een heel dagdeel voor uit. De kustweg is een veredeld, bochtig bergpad en de belangstelling is groot. Het blijft niet personenauto’s: taxi’s, busjes, lijnbussen, touringcars, enkele vrachtauto’s, motoren, een incidentele wielrenner – en stilstaand verkeer. In de extra smalle straatjes van de dorpjes wordt dat soms héél gezellig, waarbij wij het gezegde hebben gemunt: “En dan past er altijd nog wel een brommertje bij.

Een aankomend verkeersinfarct op de weg langs de Amalfikust

Wat waren wij blij met onze goed verzekerde Lancia Ypsilon! Daar konden alle bussen moet goede wil prima aan voorbij.

Positano

Praiano

Conca dei Marini

Conca dei Marini

Vettica Minore

Amalfi
De hoofdplaats is uiteraard Amalfi. Wij kregen meteen bij aankomst aan de kust het dwingende advies: “Ga ja naar Pompeï, dan neem je de auto. Ga je naar Amalfi, dan neem je de bus.

Heel simpel, ga je tóch met de auto, dan ben je snel weer thuis omdat er geen parkeergelegenheid is of je bent snel door je vakantiebudget heen vanwege het dure parkeerkaartje. En zo’n buskaartje kost bijna niks.

Nou is de SITA-bus aan de Amalfikust ook niet alles, want die zit altijd stampvol, wat geen probleem is, zolang je mag instappen. Maar die garantie wordt niet gegeven.

Enfin, wij wandelden de vijf kilometer naar het stadje op aanwijzingen van onze VVV. Dat klinkt misschien uitsloferig: wandelen in de juli-hitte van Zuid-Italië. Maar met voldoende water, een hoofddeksel en goed schoeisel is dat – rustig aan – goed te doen.

Amalfi

De grootste attractie van Amalfi is de ligging: al die huisjes aan de zee, tegen de bergwand aangeplakt.

Kathedraal van Amalfi

Dan is er de kathedraal, de Duomo di Sant'Andrea, uit de 9e eeuw, waar volgens de overlevering Sint Andreas ligt begraven (maar daar denken ze in het Griekse Patras anders over). Deze apostel stierf de marteldood aan een diagonaal kruis, het Andreaskruis. In het koor van de kathedraal wordt dat op een groot schilderij weergegeven.

Sint Andreas

Altijd weer opmerkelijk dat je in Italië cultuur vindt, dat er nog behoorlijk gaaf uitziet, uit een tijd dat Nederland niet meer was dan een sompige rivierdelta.

Voetpad afgesloten bij rood hekwerk

Chiuso
De wandeling terug liep beter dan de heenweg aan de hand van een wandelkaart. Niet weer een eind over de kustweg, maar een rustig voetpad boven over, mooi langs de helling. Dat ging goed, totdat wij het pad tussen de tuinen pardoes afgesloten vonden. Er hing een bordje: “Chiuso”. Nou is mijn Italiaans niet best, maar dit begreep ik wel.

Voordat wij Plan B hadden kunnen bedenken, verscheen dertig meter terug een oudere heer op ons pad. Hij wenkte ons en beduidde dat we via zijn tuin onze weg zouden kunnen vervolgen. Hij begon een heel verhaal af te steken, waar wij niets van begrepen, want dat ging chiuso ver te boven.
En toen toonde hij ons zijn producten: citroenen. Zo groot als grapefruits!

Wij moesten tol betalen en schoven één euro per citroen in zijn mansbakje. Toen konden wij onze weg vervolgen. “Grazie mille”.
Maffia in milde vorm.


Citroenen
Hét landbouwproduct van de Amalfikust is de citroen. Je vindt ze overal: in de tuinen, afgevallen op straat, in winkels, als de citroenlikeur limoncello en verwerkt in gerechten (risotto alla limone). De Amalfikust dwingt de telers tot een uiterst fijnmazige verwerkingsstructuur.

Elk dorp aan de Amalfikust heeft zijn eigen limoncello, die toevallig ook nog eens de beste ter wereld is. Ik heb me – als bierdrinker – voor je opgeofferd om te controleren of dat ook klopt. Het leverde in elk geval een mediterraan stilleven op.


Cliffhanger
Als je het hogerop zoekt, levert de Amalfikust een ervaring die je ook geestelijk op een hoger plan brengt. Lees daarvoor mijn volgende blogpost…

Wij gebruikten de wandelkaarten “Amalfi Coast – Map of the paths” van www.carteguide.com
Meer informatie over de Amalfikust als Werelderfgoed: https://www.unesco.nl/erfgoed/costiera-amalfitana.

maandag 1 augustus 2016

Heritage that was rightly renovated

Does apply to buildings: the older, the more valuable? But what about the value of architectural heritage that's not so old? What do we do with these buildings when they deteriorate?

Seagram Building, New York
Ludwig Mies van der Rohe (1958)

Schunck Glaspaleis at Heerlen organizes the exhibition “Mies & The heritage of modernism” (“Mies & De erfenis van het modernisme”), until August 7, 2016. Ludwig Mies van der Rohe was an architect, born in Aachen in 1886 and who died in Chicago in 1969. He is an important representative of an architectural movement – and in a cultural movement in the broad sense – which is referred to as ‘modernism’.

The modernism of Mies and his fellow thinkers is reflected in a rigorous style with clean lines and a sober decor. Mies’s slogan was “less is more”. Modernistic buildings were contructed following that slogan roughly between 1920 and 1960. The most remarkable buidlings from modernism are the skyscrapers in American cities, such as the renowned Seagram Building in New York by Mies, dating back to 1958.

Schunck Glaspaleis, Frits Peutz (1933)
Exterior

Schunck Glaspaleis – Interior

Also the Schunck Glaspaleis (Glass Palace), designed by Frits Peutz in 1933 with its striking mushroom-shaped columns, can be assigned to modernism. This cultural center was origninally a department store. The picture above foto was taken at the opening of the Mies exhibition by Theo Bovens, Governor of the Province of Limburg, on 9 April 2016.

You love it or you hate it
Today, we have a double relationship to modernist buildings. Because we are not 'modern', but 'post-modern'. In addition to the super tight line and the Spartan decor, architects (and other artists) have introduced arcs, curves, other kinds of playfulness, and influences of all time. This eclectic style would be an abomination to Mies.

Some find modernist buildings wonderful and are prepared to pay a lot for an original modernist house. They appreciate the style's character and discipline. Others find the modernist style sterile and cold. They prefer to live in a 'cozy' contemporary or maybe a pre-modern (traditional) house. They appreciate the character of the contemporary playfulness.

Modernism in decline
Many modernist buildings have lost their original function and slowly decay. The question is: let it waste away, demolish, or renovate? The answer is not obvious “we must preserve modernist heritage”. Instead, it is as if society assigns more value to buildings as they get older. And as if we are less prepared to renovate buildings as they are younger.
And then the relatively young modernist buildings come off badly.

The exhibition on Mies van der Rohe stands up for the restoration of modernist heritage. This involves very specificly six buildings, designed by Mies, which have recently been restored - these buildings were treated a lot better than many other modernistic buildings. It is explained how the exterior and the interior of the buildings have been restored.
I shortly introduce these six buildings.

Villa Tugendhat, Brno, Tsjechië (1930)
Exterior

Villa Tugendhat – Interior

1. Villa Tugendhat
The house in Brno in the Czech Republic, which Mies designed for Grete and Fritz Tugendhat in 1930, is inscribed on the UNESCO World Heritage List. It had right away air conditioning installed, for those days quite exceptional. During the restoration, the heating system was connected to the municipal heating system.

860-880 Lake Shore Drive Apartments, Chicago (1951)
Exterior

860-880 Lake Shore Drive Apartments
Interior with Lake Michigan view

2. 860-880 Lake Shore Drive Apartments
This twin pair apartment towers of 26 floors in Chicago, built in 1951, is widely regarded as the prototype of skyscrapers that are built from steel and glass. The recent restoration covered the facades, lighting plan, doors, elevators and lobbies.

Verseidag, Krefeld (1930)

3. Verseidag
In 1930, Mies designed an office and warehouse for Verseidag in Krefeld, a company that now makes textiles for high-end industrial applications. The building allows natural light in and lets the staff look out.

S.R. Crown Hall, Chicago (1956)
Exterior

S.R. Crown Hall – Interior

4. S.R. Crown Hall
This building for the Illinois Institute of Technology from 1956 houses Mies' architecture school. The S.R. Crown Hall is considered one of Mies' masterpieces and one of the most important buildings of modernism. The restoration was mostly related to overdue painwork, which caused corrosion of the steel structure.

Farnsworth House, Plano, Illinois (1951)
Exterior

Farnsworth House – Interior

5. Farnsworth House
This iconic house near Chicago was completed in 1951 for Edith Farnsworth, a kidney specialist who wanted to practice her hobbies here: playing violin, translating poetry and enjoy nature. The restoration mainly concerned the steel and concrete structure.

Robert F. Carr Memorial Chapel of St. Savior, Chicago (1952)

6. Robert F. Carr Memorial Chapel of St. Savior
This chapel from 1952 stands on the site of the Illinois Institute of Technology in Chicago as a place where students, who are interested in the future of technology can make a connection between science and religion. The restoration involved almost all parts of the building.

It is no coincidence that neither of the pictures above shows people. That matches the tight vision of Mies van der Rohe on his own buildings, "less is more".

 Ludwig Mies van der Rohe (1886-1969)

More information about the exposition (in Dutch): www.schunck.nl/agenda/ludwig-mies-van-der-rohe 
More information about Ludwig Mies van der Rohe: https://en.wikipedia.org/wiki/Ludwig_Mies_van_der_Rohe 
This is a repost of my (Dutch) May 9, 2016 post.
Read my May 20, 2013 blog post about the reason why of my English reposts.