maandag 27 juni 2016

Hoe een Brightlands-startup de show stal in de Tweede Kamer

De chemische industrie is op zoek naar installaties die zuiniger omgaan met energie en minder bijproducten opleveren, die minder grondstoffen verbruiken en een lagere investering vergen. Daarover werd ook in de Tweede Kamer gesproken.

SpinPro spinning disc-reactor van Flowid

Algemene beschouwingen
Lees wat Diederik Samson (PvdA) zei tijdens de algemene beschouwingen over de begroting van het Ministerie van Economische Zaken, in debat met Marianne Thieme (PvdD) op 16 september 2015:

“Ik neem u mee naar de Eindhovense start-up Flowid, die letterlijk een revolutie aan het ontketenen is in de procesindustrie. Het zijn twee supersnel draaiende schijfjes — het klinkt zo simpel en het is zo mooi — waartussen iedere grondstof kan reageren tot een nieuw product, met name medicijnen, maar ook plastics; eigenlijk alles. De conventionele industrie van vandaag de dag maakt die producten nog op een fossiele wijze: lomp, in grote ketels met heel veel water, opkoken, stoffen bij elkaar gooien en hopen dat het goed gaat, destilleren en misschien heb je wat. Flowid kan dat nauwkeuriger, veiliger en schoner. Het kan de hele chemische industrie op z'n kop zetten. En die jongens zijn klaar voor de sprong. Ze willen een fabriek bouwen die die reactoren maakt, met nieuwe werkgelegenheid, van professor tot lasser. Wie investeert er nou? Straks leggen de Chinezen het geld op tafel en zijn we niet alleen de kennis, maar ook die banen kwijt. ”

Installatie van Flowid met SpinPro-reactor

De sprong gemaakt
Volgens Samson waren de jongens van Flowid “klaar voor de sprong”.

Klopt, want sinds 25 mei 2016 zijn ze officieel gevestigd op Brightlands Chemelot Campus. Toen betrok Flowid, samen met Chemelot InSciTe, een hal van het gloednieuwe pilot-plantcomplex op de campus.

InSciTe plaatste daar installaties voor het ontwikkelen en produceren van bouwstenen voor “groene” biobased materialen. Wetenschappers en ondernemers werken hier samen om processen en technologieën vanuit het laboratorium op te schalen, een belangrijke stap naar commercialisatie. Het onderzoek van InSciTe heeft onder meer betrekking op het efficiënt produceren van adipinezuur, een grondstof voor nylon, uit levulinezuur, dat uit biomassa kan worden gemaakt.

SpinPro-reactor
Flowid installeerde in de pilot-planthal de reactor waarover Samson sprak, de eerste proeffabriek in zijn soort ter wereld.
Het is de SpinPro-reactor, tot 100.000 keer kleiner dan conventionele reactoren en daardoor veel veiliger, efficiënter en milieuvriendelijker.

De SpinPro-reactor is gebaseerd op de spinning disc-technologie, die werd ontwikkeld binnen de faculteit Scheikundige Technologie van de Technische Universiteit Eindhoven. Flowid is, zoals Samson al aangaf, een spin-off van deze universiteit en richt zich op het verder ontwikkelen en naar de markt brengen van nieuwe procestechnologie.

In een SpinPro-reactor worden verschillende vloeistoffen van bovenaf op horizontaal geplaatste schijven gedoseerd. De schijven, ongeveer zo groot als een cd, draaien snel rond in een nauw aansluitende behuizing. Door het bijzondere krachtenveld mengen de stoffen vrijwel perfect terwijl ze in enkele seconden langs de draaiende schijven worden gepompt. De stoffen gaan onder uiterst gecontroleerde omstandigheden zeer snel een chemische reactie aan.
Bekijk de animatievideo: https://youtu.be/p42pCoOJ5sc.

Het nieuwe produceren
Samson had het goed gezien: de SpinPro-technologie onderscheidt zich van traditionele technologieën door een kleiner formaat van de reactor, lager energie- en grondstofverbruik, minder of geen vorming van bijproduct en door lagere operationele en investeringskosten.
Precies waarnaar de industrie op zoek is.

Ook is het systeem veiliger, zodat er kleinschalig mee geproduceerd kan worden. Biobased grondstoffen kunnen decentraal met de reactor worden verwerkt – bij de bron, zodat transport van water in de biomassa wordt voorkomen.
Een voorbeeld is de verwerking van butyllithium, dat wordt gebruikt voor rubber en plastics. In conventionele reactoren moet rekening worden gehouden met heftige reacties, die in de SpinPro-reactor beter te beheersen zijn.

Samenwerking
Door de reactor op de Brightlands-campus te installeren is opschaling van laboratorium naar een industriële omgeving mogelijk. Hier kan Flowid de productiecapaciteit verhogen van 8 tot 80 m3 per dag, ruim voldoende voor veel toepassingen.

InSciTe zal gebruikmaken van Flowid’s SpinPro-reactor – een mooi voorbeeld van samenwerking binnen het open innovatie-ecosysteem dat de campus is.
Hier werkt Flowid ook samen met Chemtrix; beide bedrijven vervangen (grootschalige) batchproductie door (kleinschalige) flowproductie. Verder werkt Flowid samen met Technoforce (scheidingstechnologie).

Inmiddels heeft Flowid de eerste spinning disc-reactoren verkocht in India – en AkzoNobel is geïnteresseerd.

Lees ook “28 Spraakmakende ontwikkelingen op Brightlands Chemelot Campus” en “Europa ligt om de hoek met 20 projecten”.
Wil je de algemene beschouwingen over Flowid (in context) nalezen: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/h-tk-20152016-2-7.html.
Meer informatie over Flowid: www.flowid.nl.

maandag 20 juni 2016

Waarom er nu geen maatregelen genomen worden

2015 was voor Chemelot een bijzonder jaar, vanwege een aantal incidenten die voor ophef zorgden. Dat was aanleiding voor een onafhankelijk onderzoek naar de mogelijke samenhang tussen die incidenten.

Brand in de Bosmanloods, 9 november 2015

Onlangs publiceerde Stichting Crisislab het onderzoek “Toeval of structureel incidentalisme? Negen incidenten uit 2015 bij Chemelot nader beschouwd”. Stichting Crisislab is de onderzoeksgroep die het onderzoek van de leerstoel Besturen van Veiligheid van de Radboud Universiteit Nijmegen ondersteunt. Ira Helsloot, een van de auteurs van het rapport, is hier hoogleraar.

Bij een aantal incidenten in 2015 moesten overheidsdiensten worden ingeschakeld; ze gaven in enkele gevallen langdurige overlast voor de omgeving en kregen veel media-aandacht. Chemelot Site Permit, de beheerder van de vergunningen voor de activiteiten op Chemelot, maakte zich, net als anderen, zorgen en gaf opdracht tot het onderzoek.

Hieronder de bevindingen van Crisislab.

Het jaar 2015 is weliswaar bijzonder, maar is geen indicatie voor een trendbreuk op veiligheidsgebied
Sinds 2014 schaalt Chemelot sneller op naar GRIP, waardoor incidenten die eerst geen GRIP zouden zijn geworden, dat nu wel worden, lees “Duidelijke afspraken – voor als het mis gaat”.
Drie van de zeven GRIP-incidenten in 2015 zouden tevoren niet als GRIP-incident zijn aangemerkt.

Bij enkele incidenten duurde de overlast langer dan gebruikelijk. Ook vonden enkele incidenten middenin de zomer plaats, waardoor ze meer overlast gaven dan wanneer ze ’s winters zouden hebben plaatsgevonden.

Crisislab concludeert dat het bij Chemelot steeds veiliger wordt in de zin dat het aantal ‘echte’ incidenten afneemt.

Algemene bevinding
Crisislab vond geen directe samenhang tussen de negen incidenten. Wel zijn er gemeenschappelijke factoren aan te wijzen die bij sommige incidenten een rol hebben gespeeld.
Hieronder de zes factoren, waarvan de eerste drie gelden voor alle (chemische) industrie en de andere drie specifiek voor Chemelot.

1. Een scherpere blik door de omgeving maakt ‘voorvallen’ tot ‘incidenten’
Wettelijke regels zijn scherper geworden en meetmethoden zijn verbeterd. Op Chemelot heeft dit in 2015 geleid tot enkele incidenten die voordien geen incident waren geweest.

Ook leidden overhaaste acties, ingegeven door zorgen over de acceptatie van overlast bij omwonenden, bij het incident met het dak van de naftatank tot meer in plaats van minder stankoverlast.

2. Complexe en gekoppelde processen leiden voorspelbaar tot incidenten
Sommige incidenten treden volledig onverwacht op en in navolging van Taleb (“The Black Swan - The Impact of the Highly Improbable”, 2007) noemt Crisislab dit ‘zwarte zwanen’. Dit zijn gebeurtenissen die buiten het normale verwachtingspatroon vallen, die optreden bij complexe en gekoppelde systemen (zoals chemische fabrieken) en die achteraf voorspelbaar lijken.

Bij enkele incidenten op Chemelot is achteraf goed te verklaren wat de technische oorzaak was. Maar voordat het incident plaatsvond, was de nodige kennis of het inzicht om het incident te voorkomen niet aanwezig, ondanks de ruime ervaring en grote deskundigheid van de betrokken medewerkers.

Crisislab stelt vast dat er onvermijdelijk echte incidenten zullen (blijven) plaatsvinden.

De gekoppeldheid van de fabrieken maakt Chemelot ook efficiënter, bijvoorbeeld doordat verschillende fabrieken stoffen van elkaar gebruiken. Hierdoor kan Chemelot wereldwijd concurreren.

3. Er is altijd en overal een spanning tussen veiligheid en productie
Het management van de fabrieken op Chemelot heeft veiligheid hoog in het vaandel staan en de medewerkers zijn zich daarvan bewust. Er zijn geen financiële redenen om niet voor meer veiligheid te kiezen.
Maar medewerkers moeten dagelijks de afweging maken of situaties veilig genoeg zijn, waarbij zij zich realiseren dat er geproduceerd moeten worden en dat er werkzaamheden verricht moeten worden. De boodschap ‘veiligheid boven alles’ helpt daarbij niet altijd.

Bij enkele incidenten op Chemelot heeft de afweging tussen efficiëntie van de productie en veiligheid van de werkzaamheden niet goed uitgepakt.

4. Er is in de dagelijkse praktijk veel aandacht voor veiligheid met een kleine ‘v’ waardoor de veiligheid met grote ‘V’ te weinig aandacht krijgt
In de dagelijkse praktijk, zoals bij onderhoudswerk, is er op Chemelot veel aandacht voor arbeidsveiligheid en kleine milieu-incidenten (‘v’), maar dat kan dan ten koste gaan van aandacht voor de procesveiligheid (‘V’). Dit leidde in 2015 tot enkele incidenten.

In het ontwerpproces van fabrieken en installaties op Chemelot is er wel veel aandacht voor de procesveiligheid en ook bij de bestrijding van een incident, zoals het blussen van een brand, staat de procesveiligheid voorop.

5. De risico-regelreflex vergroot de kans op incidenten
De risico-regelreflex is de reflex om na het bekend worden van een risico te besluiten tot het nemen van maatregelen om het risico te verminderen, zonder de voor- en nadelen van de maatregelen bewust te wegen.
Het managementsysteem van Chemelot schrijft voor dat er na een incident verbetermaatregelen genomen moeten worden. Echter, deze nieuwe maatregelen introduceren ook nieuwe complexiteit en daarmee risico’s op ongevallen ('zwarte zwanen').

Bij enkele incidenten op Chemelot zien we de risico-regelreflex terug.

6. De veiligheidsafspraken tussen de bedrijven helpen niet om de focus op veiligheid met een grote ‘V’ te leggen
Bedrijven op Chemelot hebben zich te houden aan allerlei samenwerkingsafspraken, zoals vergunningsvoorschriften en procedures (de ‘governance’). Daarbij komt dikwijls de (nog strengere) regelgeving van het eigen moederbedrijf.
De focus ligt daarbij op de veiligheid met de kleine ‘v’, wat niet bijdraagt tot aandacht voor de dagelijkse veiligheid van productieprocessen (grote ‘V’). Ook stimuleren de procedures de risico-regelreflex.

Crisislab concludeert dat Chemelot op dagelijks procesveiligheidsgebied nog een slag kan slaan.

Bij de negen incidenten in 2015 lijkt de governance geen rol te hebben gespeeld.

Geen directe samenhang, wel gemeenschappelijke factoren

Overige bevindingen
Crisislab ziet geen aanwijzingen voor een verband tussen het ontstaan van de incidenten en het inhuren van buitenlandse werknemers. Evenmin met mogelijke bezuinigingen op onderhoud. Ook is het gegeven dat er meer bedrijven dan voorheen op Chemelot zijn geen oorzaak voor de incidenten.

En nu verder
Het management van Chemelot is voorzichtig geworden om meteen allerlei acties aan te zetten en daarbij opnieuw in de risico-regelreflex te schieten. Eerst maar eens goed snappen wat er is gebeurd.
Bij de uitwerking van de onlangs gepubliceerde Visie Chemelot 2025 zal het onderzoek van Crisislab worden meegenomen, lees “Hoe Chemelot meer kansen biedt”.

Het rapport “Toeval of structureel incidentalisme? Negen incidenten uit 2015 bij Chemelot nader beschouwd” is online opvraagbaar: www.crisislab.nl/onderzoeksrapporten.
Hier is ook het rapport “De chemie tussen Chemelot en Geleen; Publieksonderzoek naar de mening van omwonenden van Chemelot over de omgang met risico’s” (2016) te vinden.

De negen incidenten (chronologisch)
  1. Het afblazen van een veerveiligheid bij de melaminefabriek (MELAF, OCI), 9 mei 2015 *
  2. Het vrijkomen van blauwzuur bij het TOX-riool van de ACN-fabriek (AnQore), 29 mei 2015 *
  3. De decomps waarbij polyethyleenpoeder vrijkwam in een woonwijk (SABIC), 5 juni, 25 juni en 23 juli 2016
  4. Het incident met het tankdak van naftatank T901 (SABIC), 2 juli 2015 *
  5. De brand in het paviljoen (SABIC), 16 juli 2015 *
  6. De lozing van pyrazolen in een zijtak van de Maas (Sitech), juli 2015
  7. De brand in de NF-2 van de kunstmestfabriek (OCI), 30 september 2015 *
  8. De brand bij AFA-3 van de ammoniakfabriek (OCI), 5 november 2015 *
  9. De brand in de Bosmanloods (Sitech), 9 november 2015 *
* Dit waren de zeven GRIP-incidenten in 2015.

maandag 13 juni 2016

Wat uit onderzoek is gebleken

Ik vroeg lezers om enkele vragen over mijn blog te beantwoorden. Hieronder presenteer ik de uitkomsten van dat lezersonderzoek.


Onderzoeksmethode
Een onderzoekrapportage begint altijd met een beschrijving van de methode en een analyse van de respons. Ik sluit graag bij die traditie aan.

Voor het uitvoeren van het “Lezersonderzoek Blog Klaas Bos” heb ik gebruik gemaakt van de online enquête service Survio (www.survio.com). Deze gratis tool biedt diverse opties om een vragenlijst op te stellen, de antwoorden (anoniem) vast te leggen en de uitkomsten te tonen. Sommige grafieken kun je kant-en-klaar downloaden (andere zijn daarvoor minder geschikt).
Het is niet mogelijk om antwoorden naar individuele respondenten terug te voeren.

Als je een betaald Survio-account neemt, kun je extra typen vraagstelling in je enquête opnemen. Ook kun je dan je enquête aan een bredere doelgroep voorleggen en kun je de resultaten in verschillende formats (pdf, docx en xlsx) downloaden en online delen.

Responsanalyse
32 Personen hebben meegedaan aan het lezersonderzoek.

Ik bedank iedereen die de moeite nam om de vragen te beantwoorden.

Sommigen vinden dat misschien teleurstellend: ‘slechts’ 32 respondenten.
Ik zeg maar zo: zo’n aantal vult een heel klaslokaal.

Gerelateerd aan het aantal lezers van de blogpost “Mag ik effe van uw tijd rove”, waarmee ik op 25 april 2016 opriep om de enquête in te vullen, bedraagt de respons 37%. Dit is een hoge respons op een post, die overigens op zich het gemiddeld aantal lezers van mijn posts geen goed heeft gedaan (weinig lezers dus).

Meer respondenten waren uiteraard welkom geweest. Maar ik weet: het invullen van lezersonderzoeken is niet populair.

Net zo min als tevredenheidsonderzoeken die na aankoop van een product of dienst steeds vaker aan je worden voorgeschoteld (soms via Survio). Zo werd mij onlangs gevraagd naar de tevredenheid over de dienstverlening van een winkel na aanschaf van een batterij.

Resultaten van het lezersonderzoek
Mijn onderzoek omvatte zeven vragen, zie hieronder.

84% vindt de wekelijks frequentie prima

De (wekelijkse) frequentie
84% Van de respondenten vindt de wekelijkse frequentie van de posts prima. De overige respondenten zien ze liever minder vaak, d.w.z. tweewekelijks of maandelijks, komen.

 87% vindt de lengte van de posts prima

De lengte van post
87% Van de respondenten vindt de lengte de posts prima. De overige respondenten vinden ze te lang.

Keuze van onderwerpen
Ik gaf in de vragenlijst een lange lijst (20) mogelijke onderwerpen. Zo veel zielen, zoveel zinnen: bijna al deze onderwerpen werden minimaal driemaal aangekruist. Ik geef de top 7:
  • Brightlands (Chemelot Campus)
  • Euregio
  • Geschiedenis
  • Chemelot (Industrial Park)
  • Limburg
  • Persoonlijke herinneringen (anekdotes)
  • Vakanties (sfeerimpressies, geschiedenis).
‘Politiek’ werd genoemd als onderwerp dat ik voortaan zou moeten laten rusten.

 53% vindt de Engelse posts prima

Engelse posts
53% Van de respondenten vindt het prima dat ik eens in de vijf weken een Engelse vertaling van een post publiceer. 16% Vindt dat dit vaker mag, terwijl 22% vindt dat ik liever parallel een volledig Engels blog bijhoud. Enkelen willen dat ik liever stop met Engelse posts.

Verbetersuggestie
Ik geef de gegeven suggesties en opmerkingen integraal weer:
  • Schrijf in het Engels en maak eens in de vijf weken een Duitse vertaling
  • Meer beeldmateriaal?
  • Niet de posts zelf maar de distributie: jouw blog verdient een groter bereik. (tweet dit)
  • Ik ben helemaal enthousiast. Doorgaan zo! (tweet dit)
    
Conclusies
Een onderzoekrapportage eindigt altijd met aanbevelingen en conclusies. Aangezien ik zowel ‘opdrachtgever’ als ‘uitvoerder’ ben, jump ik to conclusions.

Ik ben blij met de uitkomsten van het onderzoek. Zo kan ik aan de wekelijkse frequentie vasthouden en heb ik tegelijkertijd een excuus om het in de vakantietijd en rond de jaarwisseling wat rustiger aan te doen.

De lengte van de posts is in orde, maar het mag minder lang. Ik weet het: schrijven is schrappen.

De respondenten bieden mij een ruime vrijheid bij de keuze van onderwerpen: Brightlands (Chemelot Campus), Euregio, geschiedenis, Chemelot (Industrial Park), Limburg, persoonlijke herinneringen (anekdotes) en vakanties (sfeerimpressies, geschiedenis). Dit zijn populaire onderwerpen, waarover ik heb geschreven en – ook zonder de aanmoediging van de respondenten – zal schrijven.

Ik zit een beetje in de maag met het oordeel over de Engelse posts. Ik ben vooralsnog geneigd om de mening van de meerderheid te volgen en het zo te laten. Ik weet namelijk dat ik Engelstalige lezers heb. Maar het gaat me niet lukken om (naast de Nederlandse blog) een volledig Engelse (en/of Duitse) blog bij te houden.

Op één antwoord wil ik later dieper ingaan: zes respondenten vinden dat ik voortaan het onderwerp ‘politiek’ zou moeten laten rusten. Ik weet niet waarom zij dat vinden. Zijn ze het niet met me eens of interesseert politiek hen zo weinig?
Ik kom daarop terug – en dan niet met het argument ‘vrijheid van meningsuiting’.

     
Vragenlijst “Lezersonderzoek Blog Klaas Bos”, 25 april – 7 juni 2016

1. Blogposts publiceer ik wekelijks. Wat vind je van deze frequentie?
Prima
Liever minder vaak
Dat mag best vaker

2. Wat zou een betere frequentie zijn (in plaats van wekelijks)? (open antwoord)

3. Wat vind je van de lengte van de blogpost?
Meestal prima
Meestal te lang
Meestal te kort

4. Over welke onderwerpen mag ik vaker schrijven? (meerdere antwoorden mogelijk)
Automatisering
Brightlands (Chemelot Campus)
Chemelot (Industrial Park)
Cultuur
Drenthe
Economie, bedrijven
Euregio
Fietsen
Geschiedenis
Interviews
Limburg
Musea, tentoonstellingen, exposities
Muziek (blues, jazz, america)
Persoonlijke herinneringen (anekdotes)
Politiek
Recensies (van boeken)
Sittard-Geleen
Sociale media
Vakanties (sfeerimpressies, geschiedenis)
Wandelen
Ander onderwerp

5. Welke van de hierboven genoemde onderwerpen laat ik voortaan liever rusten?

6. Eens per 5 weken publiceer ik een Engelse vertaling van een blogpost. Wat vind je daarvan?
Prima
Dat mag vaker
Liever minder vaak
Houd liever (parallel) een volledig Engels blog bij
Stop met Engelse blogposts

7. Heb je suggesties om mijn blogposts te verbeteren? (open antwoord)

maandag 6 juni 2016

Europe supports 17 innovative projects in my region

Europe’s not far away, somewhere in Brussels, but very near! Just consider: the European Union supports a remarkable number of projects at Brightlands Chemelot Campus, in the heart of the Meuse-Rhine Euregion.

Project NaCoSol

Brightlands Chemelot Campus at Sittard-Geleen (NL) is a research and business campus with focus on performance materials and chemicals. It’s the place to be for people who combine knowledge and expertise to accomplish breakthroughs and solutions in the fields of sustainability and health.

To boost research in these areas, governmental support is essential. The European Union – often with co-funding from the national and regional governments – provides support through various programs:

Project details

Here are the most remarkable projects at Brightlands Chemelot Campus, involving serious money and with quite some relevance for society as a whole (in most projects other organizations are involved than just the one mentioned).

1. NaCoSol
Kriya Materials develops and commercializes nano-composite coatings with multiple functionalities, resulting in a higher solar cell efficiency.

 AMARYLLIS laboratory

2. AMARYLLIS
Neuroplast develops of a mini laboratory for preparing a marrow-derived stem cell product for the treatment of patients with a spinal cord lesion.

3. Bio-based materials for the fragrance and flavors industry
Isobionics increases productivity by developing improved fermentation protocols, extraction technologies, and chemical conversion approaches.

4. Campus Community Building & Communication
Brightlands Chemelot Campus enhances a culture of collaboration between people working at the campus:
  1. A physical environment where people can easily meet
  2. Better information for campus residents
  3. Organizing activities that result in more collaboration. 
Xilloc’s EOS P 396 3D printer

5. ADAM
In ADAM (Advanced Dutch Additive Manufacturing) Xilloc, Atum 3D, and Brightlands Chemelot Campus develop 3D printed guides for dentists and surgeons.

Flowid pilot plant with SpinPro reactor
Fotography Mischa Keijser

6. Spin-in
Flowid develops the spinning disc technology from laboratory to commercial scale. It’s about a new type of chemical reactor: smaller, safer, more efficient, and more environment friendly than conventional reactors. Flowid installs the first SpinPro reactor at Brightlands Chemelot Campus.

InSciTe bio-based pilot plant
Fotography Mischa Keijser

7. SCeLiO-4B
Chemelot Institute for Science & Technology (InSciTe) develops a pilot plant for the conversion of renewable raw materials (sugars, cellulose, and lignin) into bio-based building blocks. Companies in South Netherlands can use this facility too.

8. Pilot project Thermoplastic Composites
Thermoplastics are plastics that get soft when heated; composites are made from various components, such as glass fibers, carbon fibers, and plastics. Brightlands Materials Center translates knowledge about thermoplastic composites into business practices, in collaboration with eleven SMEs from the region.

Innovative learning environment

9. Biobased Materials Plus
Maastricht University, Chemelot Innovation and Learning Labs (CHILL), Zuyd University of Applied Sciences, Avans University of Applied Sciences, Brightlands Chemelot Campus, DSM, and SABIC develop an innovative learning environment in bio-based materials for international students and professionals.

10. Accelerate3 
The development of polymer materials for 3D printing, including bio-based polymers. To that end, expertise and infrastructure (3D printers and characterization equipment) at Brightlands Chemelot Campus, Centexbel, KULAK, and TUA West is combined.

11. BIO-HArT
Aromatics are important building blocks for the chemical industry, and they’re mostly extracted from increasingly scarce fossil resources. In BIO-HArT technology for an alternative raw material is developed. Process facilities will be created at Ghent, Antwerp, Bergen op Zoom, and Brightlands Chemelot Campus.

12. BIO4SELF
The development of new bio-based polymer composites with unique functional and mechanical properties that can for example be applied in cars and home appliances.

13. ROBOX
Research into the feasibility of the use of biocatalysts in various industries. Biocatalysts (enzymes that are produced by micro-organisms) offer an attractive alternative for the classic synthesis of chemical products, because they can be applied under mild conditions: at room temperature, neutral pH, and under atmospheric pressure.

14. Co-Pilot
The development of an open-access infrastructure for the pilot production of nanomaterials, with facilities at Kriya Materials and Fraunhofer ISC Wurzburg.

15. SUMMIT
Yparex helps to develop the best and most beautiful solar PV systems, suitable for both large-scale energy supply and houses.

16. BIOCASCADES
The development of sustainable enzymatic reactions in the context of ‘green chemistry’. Skipping certain steps in production processes results in more sustainable and more efficient production at a lower cost, with lower energy requirements and with less waste.

17. NoNoMeCat
The substitution of common catalysts, in particular the noble metals ruthenium, osmium, rhodium, iridium, palladium, and platinum. These are toxic, (therefore) bad for environment, scarce and (therefore) expensive. The research is aimed at their replacement by metals such as manganese, iron, cobalt, nickel, and copper, which are less toxic and less scarce.

More information about these and other innovation projects: www.brightlands.com/governmentsupport.

This blog post is also available as SlideShare:http://bit.ly/1TSlvl4.
This is a repost of my (Dutch) May 2, 2016 post.
Read my May 20, 2013 blog post about the reason why of my English reposts.