maandag 30 mei 2016

Hoe Chemelot meer kansen biedt

Chemelot is van groot belang voor de gehele regio en dat moeten we zo houden. Maar dan moet de site wel concurrerend blijven en een forse slag maken op het gebied van duurzaamheid.


Onlangs publiceerden de grotere bedrijven op het industrieterrein Chemelot* een gezamenlijke visie op de toekomstige ontwikkeling, de “Visie Chemelot 2025”.

Ambitie
De bedrijven willen Chemelot tussen nu en 2025 doen uitgroeien tot de meest competitieve en duurzame chemie- en materialensite van West-Europa. Daarvoor is nodig:
  • Kostenreductie
  • Duurzaamheidstransitie van productieprocessen
  • Duurzaamheidstransitie van producten
  • Concurrerend blijven
  • Waarborg voor leefbaarheid en veiligheid
  • Benutting groeipotentie.
De resultaten:
  • In 2025 excelleert Chemelot Industrial Park op het gebied van energie- en grondstoffenverbruik
  • Brightlands Chemelot Campus staat dan internationaal bekend als koploper in de toepassing van innovatieve en duurzame materialen.
  • Toptalenten uit de hele wereld trekken naar Chemelot om te werken aan vernieuwende technologieën en producten.

Stevige basis
De visie stelt dat Chemelot in Europa een unieke locatie is. De aanwezigheid van allerlei organisaties, van wetenschappelijk onderzoek tot maakindustrie, op één locatie is cruciaal voor de verdere ontwikkeling.
Met een omzet van € 10 miljard neemt Chemelot 20 procent van de chemiesector in Nederland voor haar rekening. Bij de bedrijven op Chemelot zijn bijna achtduizend mensen werkzaam, tel daarbij de afgeleide werkgelegenheid, onder andere bij toeleveranciers. Lees ook “Wat Chemelot bijzonder maakt” en “Wat is de stip op de horizon van de campus?”.

Chemelot beschikt over één gemeenschappelijke omgevingsvergunning, die flexibiliteit biedt in de verdeling van de beschikbare milieuruimte (zoals emissies en geluid) over bestaande én nieuwe bedrijven.

Duurzaamheidstransitie van productieprocessen
Door integratie en synergie via energie-uitwisseling en recycling (restenergie en producten van de ene fabriek zijn energie en grondstof voor een andere) is Chemelot nu al een van de meest duurzame chemielocaties in Europa. De bedrijven op Chemelot investeren jaarlijks in totaal meer dan € 200 miljoen, waarvan ongeveer een derde deel in het verbeteren van de duurzaamheid.

De verbetering van duurzaamheid van de productieprocessen heeft betrekking op:
  • Efficiënter omgaan met grond- en brandstoffen; meer energiebesparing
  • Meer gebruik van hernieuwbare (biobased) alternatieven voor fossiele grondstoffen
  • Benutting van restwarmte, bijvoorbeeld Het Groene Net voor stadsverwarming
  • Maximaliseren van herbruikbaarheid van producten en grondstoffen
  • Technologieën voor het vangen en hergebruik van CO2
  • Verdere reductie van emissies, zoals broeikasgassen en stof
  • Recycling, bijvoorbeeld van kunststoffen
  • Gebruik van duurzame energie, opgewekt op Chemelot of in de directe omgeving.
Deze stappen moeten ook genomen worden om te zorgen dat Chemelot concurrerend blijft en dat het een aantrekkelijke vestigingsplaats wordt voor nieuwe chemische fabrieken, bijvoorbeeld voor biobased en circulaire chemie. Door verduurzaming kan beter worden ingespeeld op schommelingen in de grondstoffenmarkten en de energieprijzen én het creëert marktkansen.

Duurzaamheidstransitie van producten
Bij het verbeteren van de duurzaamheid van producten moet je denken aan:
  • Materialen uit hernieuwbare (biobased) bronnen
  • Lichtere materialen (voor toepassing in energiezuinig transport)
  • Materialen die langer meegaan
  • Materialen die kunnen worden hergebruikt
  • Verpakkingsmaterialen voor langer houdbaar voedsel
  • Materialen voor betere warmte-isolatie
  • Materialen voor opslag van energie, windmolens en zonnecellen.

Leefbaarheid en veiligheid; benutten groeipotentie
Chemelot levert een bijdrage aan de versterking van de economische structuur van de regio en biedt kansen voor het vergroten van de werkgelegenheid. Het aantrekken van nieuwe bedrijven schept werkgelegenheid, het ondersteunt de verduurzaming en zorgt voor kostenverdunning voor de huidige bedrijven – zonder in te boeten op veiligheid voor omwonenden en met behoud van een prettige leefomgeving.
Van belang is ook het aantrekken, opleiden en behouden van nieuwe medewerkers vanuit de regio en het buitenland. Dit geldt niet alleen voor toptalenten, maar ook voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.

Nieuwe bedrijven op Chemelot sluiten idealiter aan bij de focus van de site op chemicaliën, hoogwaardige materialen en duurzame materialen. Ook gebruiken ze bij voorkeur grondstoffen die op Chemelot worden geproduceerd of dragen ze bij aan de duurzaamheidstransitie, bijvoorbeeld via recycling van materialen en het gebruik van biobased materialen. De vestiging van nieuwe bedrijven mag geen veiligheidsconsequenties voor omliggende wijken en dorpen hebben. Zonodig vindt overleg plaats met de Provincie Limburg en gemeenten over huidige en toekomstige risico- en/of geluidscontouren.

Chemelot heeft een railterminal en een eigen haven in Stein, wat opties biedt voor meer aan- en afvoer van grondstoffen en eindproducten over water en spoor in plaats van de weg. Omwille van de bereikbaarheid en het voorkomen van knelpunten bij calamiteiten is de aanleg van een nieuwe afrit van de A2 wenselijk.

In eerste instantie is er op de site voldoende ruimte voor het vestigen van nieuwe zware chemie en nieuwe campusonderdelen, waarbij je kunt denk aan:
  • Chemiebedrijven die doorgroeien van startup via proeffabriek naar grootschalige industriële productie
  • Kennisintensieve productiebedrijven, zoals medische technologie, 3D-printen en celtherapie.
Voor de campus is de beschikbare ruimte rond 2023 evenwel volledig benut, zodat doorgroei buiten het terrein aan de orde is. Uitbreiding in noordelijke richting ligt dan het meest voor de hand. Lees ook “Ruimte voor ontwikkeling”.

Eén aanspreekpunt
Samenwerking tussen de bedrijven op site en campus is van cruciaal belang om dit alles voor elkaar te krijgen . Ook de dialoog met omwonenden en andere stakeholders is daarvoor essentieel.

Er komt één aanspreekpunt voor alle belanghebbenden op het gebied van communicatie, veiligheid, acquisitie en de duurzaamheidstransitie: de Directeur Chemelot.
Door betere communicatie wordt uitgelegd waarom Chemelot zich een moderne, efficiënte en duurzame chemie- en materialensite kan noemen, een veilige buur en een aantrekkelijke locatie voor bedrijven en medewerkers.

Ondersteuning door overheden
Er wordt een beroep gedaan op de overheid, onder meer om een financieringsfaciliteit in te richten om daaruit duurzaamheidsprojecten (verwachtte investering € 50 miljoen) en aansluitkosten (verwachtte investering € 25 miljoen) voor te financieren. Die aansluitkosten betreffen het aansluiten van nieuwe fabrieken op voorzieningen als stoom, stroom, afvalwaterzuivering en pijpleidingen.

Acties
De visie moet nu verder worden uitgewerkt en daartoe zijn in het visiedocument 21 acties geformuleerd, die hieronder worden opgesomd.

* De grotere bedrijven op Chemelot zijn SABIC, OCI Nitrogen, Arlanxeo, Fibrant, AnQore, DSM, Brightlands Chemelot Campus, Sitech en USG.

De “Visie Chemelot 2025 – De meest competitieve en duurzame chemie- en materialensite van West-Europa” is online opvraagbaar: http://www.chemelot.nl/lib/downloads/Visie%20Chemelot%202025.pdf 

ACTIES
Acties uit de “Visie Chemelot 2025” met een indicatie van de timing:
  1. Benoemen Programmamanager Chemelot 2025 (medio 2016).
  2. Aanstellen Chemelot-communicatieteam (medio 2016).
  3. Gezamenlijke opdrachtstelling door de site-users aan de Programmamanager om te komen tot een heldere governance structuur Chemelot 2025, noodzakelijk om een Directeur Chemelot met heldere en eenduidige taken en bevoegdheden te benoemen (na aanstelling Programmamanager).
  4. Opzetten gezamenlijk overleg tussen campus-bedrijven en de R&D van onder andere SABIC, DSM en Arlanxeo om de onderzoeksinstituten, -thema’s en -competenties op de campus te versterken en uit te bouwen. Hierbij kijken wij nadrukkelijk welke thema’s wij gezamenlijk kunnen oppakken (vanaf tweede helft 2016).
  5. Brightlands Sustainable Technologies Institute: haalbaarheidsstudie naar het opzetten van een wetenschappelijk instituut voor publiek-private samenwerking, waarbij verschillende duurzame procestechnologieën zullen worden geëvalueerd (2017).
  6. Nauwe samenwerking tussen de campus en site-users in het ‘Brightlands Innovation Factory‘-initiatief (vanaf medio 2016).
  7. Talentontwikkeling: de gezamenlijke HR-onderdelen van de Chemelot-bedrijven slaan de handen ineen om te komen tot een externe positionering en te onderzoeken of en hoe samenwerking kan helpen bij het ontwikkelen en behouden van talent en het invullen van maatschappelijke thema’s (eind 2016).
  8. USG-studie naar optimalisatie van de utiliteiten energie en stoom op de Chemelot-site, inclusief de mogelijkheden van Power2Heat en Heat2Power (eind 2016)
  9. Opzetten van een toegewijd en proactief Chemelot Industrial Park-acquisitieteam met een meerjarig, financieel commitment van de betrokken partijen op de Chemelot-site (inclusief evaluatie slaagkans na twee jaar).
    De acquisitie-organisaties van de campus en het Industrial Park zullen nauw samenwerken en onderzoeken op welke thema’s zij elkaar kunnen versterken. Een belangrijke succesfactor is dat dit in samenwerking met NFIA (Netherlands Foreign Investment Agency) en de Provincie Limburg wordt vormgegeven, gevraagd wordt om een in-kind bijdrage.
  10. Heldere afspraken met de overheden (en andere stakeholders) over de milieuruimte en de geluids- en risicocontouren en eventueel te nemen maatregelen (start overleg tweede helft 2016).
  11. Opstellen gezamenlijke duurzaamheidsagenda, inclusief thema’s, concrete projectvoorstellen, financiering en samenwerking verbanden (begin 2017).
  12. Onderzoek van DSM, USG, Sitech en een strategische energiepartner naar kansen en mogelijkheden voor opwekking van duurzame energie (2017).
  13. Sanering van een aantal historische verontreinigingen op de Chemelot-locaties door DSM onder toezicht van de Provincie Limburg (2016-2020).
  14. Ondersteuning van de realisatie van het ‘Groene Net’ (vanaf 2016).
  15. Chemelot vraagt de overheden aanvullend een financieringsfaciliteit in te richten met als doel concrete duurzaamheidsinvesteringen en noodzakelijke site-ontwikkelingen en plug & play op Chemelot te kunnen voorfinancieren van in totaal € 75 miljoen. Gezamenlijk gaan wij, bij voorkeur onder regie van de Provincie Limburg, samen onderzoeken wat de kaders en condities zijn waaronder deze financieringsfaciliteit succesvol kan worden vormgegeven.
    Voor de duurzaamheidsinvesteringen zullen wij ook de mogelijkheden van het NIA (Nederlands Investerings Agentschap) en de NLII (Nederlandse Investeringsinstelling) in het onderzoek meenemen (eind 2016).
  16. Fysieke ruimte toevoegen aan de campus: twaalf hectare tussen de huidige campus en de Urmonderbaan toevoegen aan de huidige vijfentwintig hectare. Inclusief een met de huidige site-users afgestemd plan omtrent het verplaatsen van Gate 1, de tarieven voor site-services en de te vergunnen risicocontouren (eind 2016).
  17. Ontwikkelvisie opstellen voor verdere doorgroei van de campus (start vanaf medio 2016).
  18. Mobiliteitsstudie voor de site waarbij de mogelijkheden van scheiding voor personen- en goederenvervoer en verschuiving in modaliteiten wordt onderzocht (in samenwerking met regionale overheden en het ministerie van Infrastructuur en Milieu) (2017/2018).
  19. Studie uitvoeren naar Zuidelijke Spooraansluiting Chemelot (eind 2016 afgerond).
  20. Verbeteren van de bereikbaarheid van Chemelot door aansluiting bij project ‘Verbreding A2’ (start 2016).
  21. Afstemming met Limburg Agenda, POL 2014 (Provinciaal Omgevingsplan Limburg; inclusief de lopende regionale uitwerking daarvan) en bestemmingsplan. De ontwikkelvisie is onderdeel van dit afstemmingsproces (meerjarig traject – start 2016).

maandag 23 mei 2016

What is the campus focusing on?

Viability is the most general purpose of an organization. How that goal is reached, is often written down in the 'mission' and 'vision'. Brightlands Chemelot Campus has also issued these statements.

Dols Photography

In his book “Start With Why” (2009) author Simon Sinek indeed starts with WHY? This involves questions like: what is your goal, what makes you tick, what do you believe in? Read “Why you remain faithful to great leaders”.

Answering such questions for an organization is a case for management. And for Brightlands Chemelot Campus, management has captured the answers to those questions in three statements: mission, vision, and ambition.

Mission
What is – in addition to viability – the higher purpose of the campus, or: why is the campus developed? This is laid down in the mission statement for Brightlands Chemelot Campus:
Contribute to global challenges by strengthening the regional knowledge economy and manufacturing industries, the international competitiveness, and the innovation ability, as well as the growth of direct and indirect employment. For that we create an environment where people can excel.
Vision
The next question is how this higher goal should be achieved, i.e., in what direction will the campus develop (qualitatively), what will happen there? This is the vision statement:
Brightlands Chemelot Campus is internationally recognized as the place to be, where the combination of unique knowledge of our people in the fields of performance materials and chemicals leads to global breakthroughs and solutions in the fields of sustainability and health.
Ambition
To concretize this mission and vision, to quantify these and to get the necessary focus, an ambition was issued:
The realization of a worldwide reputation of Brightlands Chemelot Campus as an open innovation ecosystem for top talent and top industry, with 2,900 knowledge workers and 1,000 students in 2023.
Towards achievement
In an analysis by Buck Consultants International, commissioned by the Dutch Ministry of Economic Affairs, four core elements of a campus are distinguished: *
  1. Physical location with high-value proposition regarding housing & facilities
  2. Focus on R&D and/or knowledge-intensive activities
  3. Presence of explicit expertise
  4. Active open innovation.
These core elements are also crucial for realizing Brightlands Chemelot Campus’ ambitions, these give relief to its mission and vision.

1. Physical location with high-value proposition regarding housing & facilities
This involves:
  • Good real estate: office space, laboratories, small production halls, classrooms, public acilities, etc.
  • Enabling technologies, advanced analytical equipment for research into materials
  • Pilot and mini plants.
2. Focus on R&D and/or knowledge-intensive activitiesWithin Brightlands these activities are placed with several research institutes; the upper four are (also) located at Chemelot:
3. Presence of explicit expertise
Brightlands Chemelot Campus is home to various types of organizations, each expert in their own way:
  • Multinationals: DSM, SABIC, and ARLANXEO (was LANXESS)
  • Start-up companies
  • SMEs
  • Educational institutes: Maastricht University, Chemelot Innovation and Learning Labs (CHILL), Leeuwenborgh Opleidingen, Arcus College, Zuyd University of Applied Sciences, Eindhoven University of Technology, and RWTH Aachen University
  • Research institutes: AMIBM, Chemelot InSciTe, and Brightlands Materials Center.
4. Active open innovation
At Brightlands Chemelot Campus components of this core element are:
  • The community, which means that people on campus are connected, among themselves and with valuable networks
  • The attractiveness of the environment around the campus for new talent
  • Support, such as venture capital.
According to Buck's analysis, at Brigthlands Chemelot Campus these four core elements are already developed so far that this campus is classified to the (last) phase of ‘maturity’ (as well as eight other campuses in the Netherlands). *

Much work needs to be done at Brightlands Chemelot Campus to further develop these four core elements and to achieve the ambitions for 2023. For example, there are several real estate projects that need to be completed and research institutes to be further developed.

And thus we are – in the scheme of Sinek – 'descended' to HOW? and WHAT?

* The (Dutch) report “Actualisatie campussen onderzoek Buck Consultants International” (2014) is available online via the Dutch Ministry of Economic Affairs: www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2015/02/23/actualisatie-campussen-onderzoek-buck-consultants-international 
In this report nine campuses in the Netherlands are designated as ‘mature’:
  1. Kennispark Twente, Enschede
  2. Wageningen Campus
  3. Utrecht Science Park
  4. Amsterdam Science Park
  5. Leiden Bio Science Park
  6. Science Park Technopolis Delft
  7. High Tech Campus Eindhoven
  8. Science Park Ekkersrijt, Eindhoven
  9. Chemelot, Sittard-Geleen.
This is a repost of my (Dutch) February 29, 2016 post.
Read my May 20, 2013 blog post about the reason why of my English reposts.

maandag 16 mei 2016

Hoe ik de Vaalserberg vlakker maakte

Dit is voor iedereen die weet dat je meer moet bewegen, maar bij wie het er maar niet van komt. Zelf was ik ook zo iemand. Iemand die eigenlijk wel weet: bloggen is dodelijk.
Deze post is een aanmoediging.


Jawel, bloggen is dodelijk. Want het is een statische activiteit. En teveel zitten is slecht voor een mens. Daarom stellen sommige geleerden: “zitten is dodelijk”.
Dat besef was bij mij al doorgebroken voordat ik met bloggen begon.

Jaren geleden verhuisden wij binnen onze woonplaats, waardoor mijn woon-werkverkeer reduceerde van vier kilometer tot negenhonderd meter (dit was niet de reden voor de verhuizing).
Het was niet meer de moeite waard om de fiets te pakken, ik ging te voet naar mijn werk. Maar zo’n korte wandeling geeft te weinig beweging. Ik zou dichtgroeien. Er moest iets gebeuren.

Mijn goede vriend H.V. adviseerde mij: “Klaas, weet je wat jij moet doen? Jij moet gaan fietsen!” Racefietsen, bedoelde hij. Dat advies sprak me aan.

Hij vergezelde mij naar een gespecialiseerde fietsenzaak, waar ik een diepte-investering deed in een Giant Peloton renfiets en bijpassende kleding. Mijn eerste fietsseizoen ging op aan korte tochtjes in noordelijke richting, waar het vlak is. Fietsen in zuidelijke richting, het Heuvelland in, trok mij niet. Dat leek mij veel te zwaar.

Het volgende voorjaar waren mijn collega’s er achter gekomen dat ik een racefiets had aangeschaft. “Mooi,” zeiden ze, “dan kun je eind augustus met ons mee met de DSM Classic.

Deze jaarlijkse toertocht van zo’n honderd kilometer voerde toen van Kasteel Vaalsbroek naar Banneux. Inmiddels is dit de ODS Classic en doet de tocht Blegny in plaats van Banneux aan. Dwars door de heuvels dus.

Maar dat gaat mij nooit lukken,” wierp ik tegen.
Mijn collega’s drongen aan: “Jawel, wel als je met onze trainingstochten meegaat.

Zelden ben ik zo vaak zo moe geweest als in die zomer, hoe leuk ik het fietsen op zich ook vond. Na elke trainingstocht kwam ik afgemat thuis.

Eén keer beklommen we de Vaalserberg. Die klim begint in de bocht bij de schutterij. Ik was kapot toen ik bij de Wilhelminatoren aankwam.

Tijdig was mijn conditie zodanig opgekrikt dat ik de Classic keurig heb uitgefietst.

Dat steile stuk
Enkele jaren later fietste ik eens alleen in het Heuvelland. Ik daalde af van Simpelveld naar Nijswiller. Ik dacht: “Laat ik eens naar de Vaalserberg gaan, daar ben ik lang niet geweest.
Ik dacht ook: “Nou moet ik zometeen opletten, want daar zit zo’n steil stuk.

Ik beklom de Vaalserberg en kwam vlotweg bij de Wilhelminatoren. Ik vroeg me de hele tijd af: “Waar zit nou dat steile stuk?

Mijn conditie was verder verbeterd en het oprijden van de Vaalserberg vormde geen bijzondere uitdaging meer. En behalve met de ODS Classic heb ik vele keren meegereden met toertochten als de Grenslandklassieker, de Elfmerentocht en de Mergelheuvelland-tweedaagse. Ze staan ook dit jaar weer op het programma.

Aanmoediging
Deze post is een aanmoediging! Vind je een bepaalde activiteit leuk, dan word je er door de nodige oefening steeds beter in. Wie oefent ervaart dat het je steeds makkelijker af gaat.
Wie voldoende beweegt ervaart ook dat het lichaam zich snel herstelt, ook na een zware medische ingreep.

Ga dus aan de slag en kom in beweging!

Dankjewel
Ik bedank iedereen die mij die zomer tot serieus fietsen heeft aangezet.
Ik bedank ook alle vrijwilligers die elk jaar weer toertochten als de ODS Classic mogelijk maken.

Deze blogpost is een vervolg op “Inleiding tot de atletische sferologie”.
Lees ook “Je moet anders gaan leven”.

P.S.
Misschien vind je nog even tijd voor mijn lezersonderzoek? Het kost je hooguit één minuut. Klik om naar de vragenlijst te gaan.

maandag 9 mei 2016

6 Erfstukken die terecht een opknapbeurt kregen

Geldt voor gebouwen: hoe ouder, hoe waardevoller? Maar hoe zit het dan met de waarde van architectonisch erfgoed dat nog niet zo oud is? En wat doen we ermee als zulke gebouwen in verval raken?

Seagram Building, New York
Ludwig Mies van der Rohe (1958)

Tot 7 augustus 2016 vind in Schunck Glaspaleis te Heerlen de expositie “Mies & De erfenis van het modernisme” plaats. Ludwig Mies van der Rohe was een architect, die in 1886 in Aken werd geboren en in 1969 in Chicago overleed. Hij is een belangrijke representant van een stroming in de architectuur – en in de cultuur in brede zin – die als ‘modernisme’ wordt aangeduid.

Het modernisme van Mies en zijn geestverwanten komt tot uiting in een strenge stijl met strakke lijnen en een sobere aankleding. Het motto van Mies was “less is more”. Modernistische gebouwen volgens dat motto werden ruwweg tussen 1920 en 1960 gebouwd. De meest opmerkelijke gebouwen uit het modernisme zijn wolkenkrabbers in Amerikaanse steden, waaronder het beroemde Seagram Building in New York van Mies uit 1958.


Schunck Glaspaleis, Frits Peutz (1933)
Exterieur

Schunck Glaspaleis – Interieur

Ook het Glaspaleis, een ontwerp van Frits Peutz uit 1933 met z’n markante paddenstoelvormige kolommen, kan bij het modernisme worden ingedeeld. Dit cultureel centrum was oorspronkelijk een warenhuis. De foto hierboven is van de opening van de Mies-expositie door gouverneur Theo Bovens op 9 april 2016.

You love it or you hate it
Tegenwoordig hebben we een dubbelhartige relatie tot modernistische gebouwen. Wij zijn namelijk niet ‘modern’, maar ‘post-modern’. Architecten (en andere kunstenaars) hebben naast de superstrakke lijn en de Spartaanse aankleding ruimte gemaakt voor bogen, welvingen, allerlei speelsheden en invloeden van alle tijden. Deze eclectische stijl zou voor Mies een gruwel zijn.

Sommigen vinden modernistische gebouwen prachtig en hebben er veel voor over om in een origineel modernistisch huis te wonen. Zij waarderen het karakter van de discipline. Anderen vinden de modernistische stijl te steriel en te kil. Zij wonen liever in een ‘gezellige’ hedendaagse of juist pre-modernistische (klassieke) woning. Zij waarderen het karakter van de hedendaagse speelsheid.

Modernisme in verval
Veel modernistisch gebouwen hebben hun oorspronkelijke functie verloren en raken langzaamaan in verval. De vraag is dan: laten verpieteren, slopen of restaureren? Het antwoord is niet vanzelfsprekend “wij moeten modernistisch erfgoed behouden”. Het is namelijk alsof de maatschappij aan gebouwen meer waarde toekent naarmate ze ouder zijn. En alsof we minder bereid zijn gebouwen te restaureren naarmate ze jonger zijn.
En dan komen de relatief jonge modernistische gebouwen er vaak bekaaid van af.

De expositie over Mies van der Rohe breekt een lans voor het restaureren van het modernistische erfgoed. Het gaat dan heel concreet over zes bouwwerken die door Mies zijn ontworpen en die recent zijn gerestaureerd – die gebouwen wél dus. Deze gebouwen worden in hun context geplaatst en er wordt getoond hoe bij de restauratie het exterieur en het interieur zijn opgeknapt.
Ik stel die zes gebouwen kort aan je voor.

Villa Tugendhat, Brno, Tsjechië (1930)
Exterieur

Villa Tugendhat – Interieur

1. Villa Tugendhat
Het woonhuis te Brno in Tsjechië, dat Mies in 1930 voor Grete en Frits Tugendhat ontwierp, staat op de UNESCO Werelderfgoedlijst. Het was meteen al voorzien van airconditioning, voor die tijd vrij uitzonderlijk. Tijdens de restauratie werd de verwarmingsinstallatie met het verwarmingssysteem van de gemeente verbonden.

860-880 Lake Shore Drive Apartments, Chicago (1951)
Exterieur

860-880 Lake Shore Drive Apartments
Interieur met uitzicht op Lake Michigan

2. 860-880 Lake Shore Drive Apartments
Deze dubbelflat van 26 verdiepingen voor appartementen in Chicago uit 1951 wordt wereldwijd beschouwd als het prototype van wolkenkrabbers die uit staal en glas zijn opgebouwd. De recente restauratie betrof de gevels, het verlichtingsplan, de deuren, de liften en de lobby’s.

Verseidag, Krefeld (1930)

3. Verseidag
In 1930 ontwierp Mies een kantoor met magazijn voor Verseidag in Krefeld, een bedrijf dat tegenwoordig textiel voor hoogwaardige industriële toepassingen maakt. Het gebouw laat daglicht binnen en laat de medewerkers naar buiten kijken.

S.R. Crown Hall, Chicago (1956)
Exterieur

S.R. Crown Hall – Interieur

4. S.R. Crown Hall
Dit gebouw voor het Illinois Institute of Technology uit 1956 huisvest Mies’ architectuurschool. De S.R. Crown Hall wordt beschouwd als een van Mies’ meesterwerken en als een van de belangrijkste gebouwen van het modernisme. De restauratie had vooral betrekking op achterstallig schilderwerk, waardoor corrosie van de staalconstructie was ontstaan.

Farnsworth House, Plano, Illinois (1951)
Exterieur

Farnsworth House – Interieur

5. Farnsworth House
Dit iconische woonhuis nabij Chicago werd in 1951 opgeleverd voor Edith Farnsworth, een nierspecialist, die hier haar hobby’s wilde beoefenen: viool spelen, poëzie vertalen en van de natuur genieten. De restauratie betrof vooral de stalen en betonnen constructie.

Robert F. Carr Memorial Chapel of St. Savior, Chicago (1952)

6. Robert F. Carr Memorial Chapel of St. Savior
Deze kapel uit 1952 staat op het terrein van het Illinois Institute for Technology in Chicago als een plaats waar studenten, die geïnteresseerd zijn in de toekomst van technologie, een verbinding tussen wetenschap en religie kunnen maken. De restauratie betrof vrijwel alle onderdelen van het bouwwerk.

Het is niet toevallig dat op geen van bovenstaande foto’s mensen staan afgebeeld. Dat past bij de strakke visie van Mies van der Rohe op zijn eigen gebouwen: “less is more”.

Ludwig Mies van der Rohe (1886-1969)

Meer informatie over de expositie: www.schunck.nl/agenda/ludwig-mies-van-der-rohe
Meer informatie over Ludwig Mies van der Rohe: https://nl.wikipedia.org/wiki/Ludwig_Mies_van_der_Rohe


P.S.
Denk je nog aan mijn lezersonderzoek? Het kost je hooguit één minuut. Klik om naar de vragenlijst te gaan. Alvast bedankt.  

maandag 2 mei 2016

Europa ligt om de hoek met 20 projecten

Europa is niet ver weg, ergens in Brussel, maar dichtbij! Ga maar na hoeveel projecten op Brightlands Chemelot Campus, in het hart van de Euregio, met Europese steun worden opgepakt.


Tijdens de “Europa om de hoek” Kijkdag op Brightlands Chemelot Campus kan iedereen zelf vaststellen welke projecten met steun van de Europese Unie of een andere overheid zijn of worden gerealiseerd.
Klik voor meer informatie over de Europa om de hoek” Kijkdag op 13 mei 2016.

De overheidssubsidies zijn afkomstig uit verschillende fondsen:
    
Hieronder de meest opmerkelijke projecten op Brightlands Chemelot Campus.

Project NaCoSol

1. NaCoSol
Kriya Materials ontwikkelt nanocomposiet coatings die een betere opbrengst van zonnecellen mogelijk maken.
NaCoSol vergt een investering van € 380.000, waarvan € 123.000 subsidie van EFRO.
Meer informatie over Kriya Materials.

 
AMARYLLIS laboratorium

2. AMARYLLIS
Een mini-laboratorium voor het bereiden van een stamcelproduct voor de behandeling van patiënten met een dwarslaesie.
Neuroplast werkt samen met PathoFinder, Maastricht Instruments en de School for Mental Health and Neuroscience van de Universiteit Maastricht.
AMARYLLIS vergt een investering van € 1,5 miljoen, waarvan € 500.000 subsidie van EFRO.
Meer informatie over AMARYLLIS.
  
3. Biobased materialen voor de geur- en smaakstoffenindustrie
Isobionics verbetert fermentatieprocessen voor ingrediënten voor de geur- en smaakstoffenindustrie.
Dit project vergt een investering van € 780.000, waarvan € 195.000 subsidie van EFRO.

4. Campus Community Building & Communicatie
Dit project draagt bij aan een cultuur van samenwerken tussen de mensen die werken op Brightlands Chemelot Campus:
  1. Het inrichten van Gebouw 24 op een wijze die ontmoetingen stimuleert.
  2. Betere informatievoorziening door middel van beeldschermen, nieuwsbrieven, website en social media
  3. Het organiseren van activiteiten die leiden tot meer samenwerking.
Dit project vergt een investering van € 1,3 miljoen, waarvan € 672.000 subsidie van EFRO.

 
EOS P 396 3D-printer van Xilloc

5. ADAM
In ADAM (Advanced Dutch Additive Manufacturing) werken Xilloc, Atum 3D en Brightlands Chemelot Campus samen aan de toepassing van 3D-geprinte hulpmiddelen voor tandartsen en chirurgen.
ADAM vergt een investering van € 1,8 miljoen, waarvan € 800.000 subsidie van EFRO.
Meer informatie over ADAM.

 
Spinning disc reactor van Flowid

6. Spin-in
Het opschalen van de spinning disc-technologie van het laboratorium naar commerciële schaal. Het betreft een nieuw type chemische reactor, kleiner, veiliger, efficiënter en milieuvriendelijker dan conventionele reactors. Flowid, een startup voortgekomen uit de Technische Universiteit Eindhoven, plaatst de eerste reactor op Brightlands Chemelot Campus.
Spin-in vergt een investering van € 1,7 miljoen, waarvan € 700.000 subsidie van EFRO.
Meer informatie over Spin-in.

Pilot Plant complex met onder andere de biobased proeffabriek van Chemelot InSciTe
Artist impression BroekBakema

7. SCeLiO-4B
Een proeffabriek voor de omzetting van biomassa naar BioBased Building Blocks. Bedrijven in Zuid-Nederland kunnen van deze faciliteit gebruikmaken. SCeLiO-4B wordt onder andere door het Chemelot Institute for Science & Technology (InSciTe) uitgevoerd.
SCeLiO-4B vergt een investering van € 11,3 miljoen, waarvan € 4,5 miljoen subsidie van EFRO.
Meer informatie over SCeLiO-4B.
  
8. Proeftuinproject Thermoplastische composieten
Thermoplasten zijn kunststoffen die bij verhitting zacht worden; composieten zijn uit verschillende componenten, zoals glasvezels, carbonvezels en plastics, opgebouwd. In het proeftuinproject wordt kennis over thermoplastische composieten vertaald naar de praktijk van het bedrijfsleven. De uitvoering ligt bij het Brightlands Materials Center, in samenwerking met elf bedrijven uit de regio, bijeengebracht door het DPI Value Centre.
Dit proeftuinproject vergt een investering van € 5,7 miljoen, waarvan € 2 miljoen subsidie van EFRO.

9. Accelerate3
Het ontwikkelen van polymere materialen voor 3D printen, inclusief biobased polymeren. Daartoe worden expertise en infrastructuur van Brightlands Chemelot Campus, Centexbel, KULAK en TUA West bijeengebracht.
Accelerate3 vergt een investering van € 3 miljoen, waarvan € 1,25 miljoen subsidie van Interreg Vlaanderen-Nederland.
Meer informatie over Accelerate3.

10. BIO-HArT
Aromaten zijn belangrijke bouwstenen voor de chemische industrie, die vrijwel allemaal uit de steeds schaarsere fossiele grondstoffen worden gehaald. In BIO-HArT (Biorizon Innovatie en Opschaling van Hernieuwbare Aromaten Technologie) wordt technologie voor een alternatieve grondstof ontwikkeld. Er worden procesopstellingen in Gent, Antwerpen, Bergen op Zoom en op Brightlands Chemelot Campus opgezet.
In BIO-HArT werken negen partijen samen, waaronder het Chemelot Institute for Science & Technology (InSciTe), TNO en VITO.
BIO-HArT vergt een investering van € 6 miljoen, waarvan € 3 miljoen subsidie van Interreg Vlaanderen-Nederland.
Meer informatie over BIO-HArT.

 
Innovatieve leeromgeving

11. Biobased Materials Plus
Universiteit Maastricht, Chemelot Innovation and Learning Labs (CHILL), Zuyd Hogeschool, Avans Hogeschool, Brightlands Chemelot Campus, DSM en SABIC ontwikkelen een innovatieve leeromgeving in de biobased materialen voor internationaal toptalent en professionals.
Biobased Materials Plus vergt een investering van € 2,34 miljoen, waarvan € 820.000 subsidie van EFRO en de Provincie Limburg.
Meer informatie over Biobased Materials Plus.
  
12. BIO4SELF
De ontwikkeling van nieuwe biobased polymeercomposieten, die kunnen worden toegepast in bijvoorbeeld auto’s en huishoudelijke apparaten.
BIO4SELF wordt gecoördineerd door Centexbel en IBA; naast de Universiteit Maastricht zijn hier twaalf vooraanstaande Europese onderzoeksinstituten bij betrokken.
BIO4SELF vergt een investering van € 8 miljoen, waarvan € 6,8 miljoen subsidie van Horizon 2020.
Meer informatie over BIO4SELF.
  
13. SUMMIT
SUMMIT richt zich op zonnecelsystemen, die langer meegaan én kunnen dienen als geïntegreerde bouwelementen. Een mooi alternatief voor conventionele systemen, die zwaar en onaantrekkelijk zijn en vaak niet op een dak of muur passen.
Een van de negen partijen in het SUMMIT-consortium rond TULiPPS is Yparex, gevestigd op Brightlands Chemelot Campus.
SUMMIT vergt een investering van € 6,5 miljoen, waarvan € 4 miljoen subsidie van het Zevende Kaderprogramma.
Meer informatie over SUMMIT.
  
14. ROBOX
Onderzoek naar de technisch-economische haalbaarheid van het gebruik van biokatalysatoren door de farmaceutische, voedingsmiddelen-, fijnchemicaliën- en kunststoffenindustrie. Biokatalysatoren (enzymen die door micro-organismen geproduceerd worden) bieden een aantrekkelijk alternatief voor de klassieke synthese van chemische producten, omdat ze toegepast kunnen worden onder milde omstandigheden: op kamertemperatuur, bij neutrale pH en onder atmosferische druk.
Het ROBOX-consortium omvat 19 partijen, waaronder DSM en PNO Consultants.
ROBOX vergt een investering van € 11,4 miljoen, waarvan € 8,3 miljoen subsidie van Horizon 2020.
Meer informatie over ROBOX.
  
15. BIOCASCADES
De ontwikkeling van duurzame enzymatische reacties in het kader van ‘groene chemie’. Doordat hierbij bepaalde stappen in productieprocessen kunnen worden overgeslagen, resulteert dit in duurzame en efficiënte productie tegen lagere kosten, met een lagere energiebehoefte en met minder afval.
Het BIOCASCADES-consortium van twaalf organisaties, waaronder DSM, wordt geleid door de Ruhr-Universität Bochum.
BIOCASCADES vergt een investering van € 2,8 miljoen, volledig gesubsidieerd in het kader van MSCA.
Meer informatie over BIOCASCADES.
  
16. NoNoMeCat
De vervanging van gangbare katalysatoren, met name de edelmetalen ruthenium, osmium, rodium, iridium, palladium en platina. Deze zijn giftig, (dus) schadelijk voor het milieu, schaars en (dus) duur. Het onderzoek richt zich op de vervanging ervan door metalen als mangaan, ijzer, kobalt, nikkel en koper, die minder giftig en minder schaars zijn.
Het NoNoMeCat-consortium van negen organisaties, waaronder DSM, wordt geleid door de Universiteit Utrecht.
NoNoMeCat vergt een investering van € 3,3 miljoen, volledig gesubsidieerd in het kader van MSCA.
Meer informatie over NoNoMeCat.
  
17. Los Bacos
De ontwikkeling van materialen voor zonnepanelen, waarmee een efficiëntieverbetering van 2% en een kostenverlaging van 4% mogelijk wordt.
Los Bacos, waarbij DSM betrokken is, vergt een investering van € 1,3 miljoen, waarvan € 750.000 subsidie van TKI Solar Energy.

18. Silicon Competence Centre 2
Onderzoek naar kristallijn silicium voor zonnecellen, waarmee de positie van Nederland op dit gebied wat betreft kennis en industrie wordt versterkt.
SiCC2, waarin DSM partner is, vergt een investering van € 9,5 miljoen, waarvan € 7 miljoen subsidie van TKI Solar Energy.
Meer informatie over SiCC2. 

19. ImPaCCt
ImPaCCt (Improved Process Performance by Process Intensification in Centrifugal Contactors) is een project van Huntsman, AkzoNobel, Technische Universität Dortmund en DSM: onderzoek naar nieuwe typen reactoren onder de verzamelnaam Higee (high gravity), waaronder Rotating Packed Bed (RPB). Daarmee kunnen verbeteringen op het gebied van efficiëntie en duurzaamheid worden gerealiseerd.
ImPaCCt vergt een investering van € 2,3 miljoen, waarvan € 1 miljoen subsidie van ISPT.

Vergroening van Brightlands Chemelot Campus
  
20. Green2Innovate
Het beter bereikbaar, aantrekkelijker en leefbaarder maken van de ‘openbare ruimte’ op Brightlands Chemelot Campus door de aanleg van parkeervoorzieningen, landschapsinrichting en infrastructuur.
Green2Innovate vergt een investering van € 5,5 miljoen, waarvan € 2,7 miljoen subsidie van de Provincie Limburg.

In het Coalitieakkoord 2015-2019 van de Provincie Limburg was te lezen dat het provinciaal bestuur meer aanspraak wil maken op nationale en Europese cofinanciering uit verschillende programma’s en fondsen (lees “Hoe Limburg welvarender wordt"). De lijst hierboven bevat de nodige voorbeelden van dergelijke aanspraken.

De “Europa om de hoek” Kijkdag is een landelijk initiatief: www.europaomdehoek.nl.

Oproep: kom naar de “Europa om de hoek” Kijkdag op Brightlands Chemelot Campus op vrijdag 13 mei 2016. Aanmelding vooraf is noodzakelijk.