maandag 28 maart 2016

Hoe combineer je gezelligheid, natuurschoon en sport?

Ook deze zomer organiseer ik een korte fietsvakantie naar de bergen. Dit keer gaat de reis naar Oostenrijk en iedereen die in de bergen wil fietsen mag mee. Lees meer over de Brightlands Austria Challenge 2016.


De laatste zomers ging ik voor korte fietsvakanties naar de Franse Alpen. Dat waren fantastische ervaringen: met een leuk groepje fietsers op pad, dwars door de natuur en daarbij een forse fysieke inspanning. Dat geef veel voldoening.
Dit jaar geef ik daaraan een nieuwe draai: niet naar Frankrijk, maar naar Oostenrijk; niet met een klein gezelschap, maar met een zo groot mogelijke groep.
Dit idee sluit ook prima aan bij het gedachtengoed van Brightlands: meer bereiken door samenwerking. En hierbij betrekken we ook personen die indirect een relatie met Brightlands hebben – het is dus ‘inclusief’.

De Brightlands Austria Challenge 2016 van 30 juni t/m 4 juli is hét evenement voor iedereen die in de bergen wil fietsen. Deelnemers worden ook geworven op de Brightlands-campussen, vandaar de naam.

Programma
Het programma in grote lijnen:
  • Donderdag, 30 juni: reis naar Oostenrijk (850 km), accommodatie (nog te reserveren) in Kaprun of Zell am See (op ca. 760 m hoogte)
  • Vrijdag, 1 juli: fietsdag om op te warmen, met als doel Enzingerboden (1478m) en – voor de liefhebber – verder naar Tauernmoossee (2023m)
  • Zaterdag, 2 juli: relatieve rustdag, met als doel Kolm Saigurn (1596m)
  • Zondag, 3 juli: de grote klapper: Grossglockner Hochalpenstrasse naar Hochtor (2504m)
  • Maandag, 4 juli: thuisreis.
     
Sfeer en doelstellingen
Om zoveel mogelijk deelnemers – dus ook jou – mee te krijgen, geldt het volgende:
  • Het sociale karakter staat voorop: de ontmoeting tussen mensen met een gemeenschappelijke passie, fietsen
  • Op de tweede plaats komt het toeristische aspect: de fietstochten voeren door een adembenemend landschap, waarvan iedereen kan genieten
  • Pas op de derde plaats komt de sportieve prestatie.
Er is dus tijd voor een goed gesprek en rondkijken. Wie geen topconditie heeft kan ook mee, je rijdt in je eigen tempo naar boven. Niettemin staat het iedereen vrij om zo snel mogelijk het hoogste punt te bereiken. Hoe ook, fietsen in de bergen is uitdagend.
Het wordt een onvergetelijke ervaring voor zoveel mogelijk deelnemers.

Uitrusting en veiligheid
Deelnemers aan de Brightlands Austria Challenge 2016 starten met een (ren)fiets in goede technische staat: goed werkende remmen, goede banden, adequaat schakelwerk (een licht verzet, bv. 34-28, is in de bergen aan te bevelen).
En je hebt materiaal bij je om onderweg eenvoudige reparaties uit te voeren.

Fietshelm is verplicht en denk aan je kleding: in de bergen kan het weer snel omslaan. Zonnebrandcrème is er onmisbaar (we rekenen op stralend weer).

Je houd je uiteraard aan de geldende verkeersregels. De Grossglockner Hochalpenstrasse kan behoorlijk druk zijn, dus blijf aan de kant van de weg en fiets achter elkaar.

Reizen en accommodatie
Wij regelen de (3 sterren) accommodatie voor de Brightlands Austria Challenge 2016. Er moet nog iets gezocht worden in Kaprun of Zell am See. Dit zijn wintersportplaatsen, dus we vinden vast wel iets behoorlijks; wie hier een geschikte accommodatie weet, laat het even weten.
We coördineren de heen- en terugreis, die gedacht is met eigen vervoer.
Voor het overige rekenen we op zelfredzaamheid – dat geldt ook voor het opdoen van voldoende fysieke conditie.

Juridische aspecten
Deelname aan de Brightlands Austria Challenge 2016 is op eigen risico.
We adviseren het lidmaatschap van de NTFU, dan ben je (extra) verzekerd.

Kosten
Deelname aan de Brightlands Austria Challenge 2016 is voor eigen rekening, waarbij we zoveel mogelijk proberen de kosten te delen. Ook proberen we uiteraard de kosten laag te houden.

Trainingstochten
Op dit moment zijn in het kader van de Brightlands Austria Challenge 2016 nog geen (gezamenlijke) trainingstochten gepland. De mogelijkheden worden onderzocht als duidelijk wordt hoe de groep is samengesteld.

Brightlands-campussen
De Brightlands Austria Challenge 2016 heeft zijn naam van Brightlands. Er zijn vier Brightlands-campussen:
  • Brightlands Chemelot Campus: chemie en materialen
  • Brightlands Maastricht Health Campus: gezondheid
  • Brightlands Campus Greenport Venlo: voeding
  • Brightlands Smart Services Campus: data.
Deelnemers aan de Brightlands Austria Challenge 2016 worden ook geworven onder personen die in welke hoedanigheid dan ook gelieerd zijn aan een van deze campussen.

BELANGSTELLING?
Heb je belangstelling voor de Brightlands Austria Challenge 2016?
Laat het mij weten! (als ‘t kan uiterlijk 10 april)
 
PROMOTIE!
Maak andere fietsers (van je fietsclub) attent op de Brightlands Austria Challenge 2016.

maandag 21 maart 2016

Hoe je kunt instemmen door te zwijgen

Op 6 april wordt de Nederlandse kiezer geacht om naar de stembus te gaan om zijn oordeel te geven over het Associatieverdrag tussen de Europese Unie en Oekraïne. Als voorstander van de representatieve democratie vind ik dit een absurde gang van zaken.


Op 6 april beantwoordt de Nederlandse kiezer, voorzover die een stembus kan vinden, de vraag: “Bent u voor of tegen de wet tot goedkeuring van de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en Oekraïne?

Het absurde van het referendum
Ik bestempeld dit referendum tot iets absurds:
  1. Een associatieverdrag leent zich niet voor een referendum
  2. Het referendum komt te laat
  3. Het referendum is een ongeschikte vorm van democratie.
1. Verkeerd onderwerp
Een associatieverdrag, had jij daar ooit van gehoord? Had iemand mij daarover enkele maanden geleden verteld, ik had het als een oninteressante wetenswaardigheid afgedaan.

Een associatieverdrag is gericht op vergaande samenwerking tussen de EU en het betreffende land. Het gaat over economische samenwerking en versterking van de rechtsstaat (bestuur, mensenrechten, terrorisme).

De Europese Unie heeft associatieverdragen afgesloten met Turkije en Chili. Verdragen met Centraal-Amerika, Georgië, Moldavië en Oekraïne zijn nog niet volledig geratificeerd. Het referendum gaat alleen over het laatstgenoemde land, die andere verdragen zijn blijkbaar okay. Of gaan we daar zometeen ook nog referenda over krijgen?

Het referendum is eigenlijk bedoeld als een stemming tegen de Europese Unie. Of zoals de initiatiefnemer voor het referendum, Jan Roos van GeenPeil roept: “Om de macht terug te halen uit Brussel.” Als je dat wilt, laat het referendum daar dan ook over gaan: “Moet Nederland al dan niet uit de Europese Unie?

Nu wordt een onverhoopte meerderheid tegen een associatieverdrag straks uitgelegd als een ja voor een ‘Nexit’ of iets dergelijks. Dat is mij te kort door de bocht.

2. Te laat
Het associatieverdrag is al goedgekeurd door het Nederlandse Parlement. Ik vind het terecht dat zo’n besluit hier genomen is, want daarvoor hebben wij de leden ervan ‘aangesteld’. Het volk laat zich in het Parlement vertegenwoordigen – de representatieve democratie, the best of all worlds.

In deze situatie – de Kamer heeft gesproken – komt het raadgevend referendum te laat. Nu is dit referendum stemmingmakerij, precies wat de initiatiefnemers voor ogen staat (een eventueel correctief referendum zou zinvoller zijn geweest).

3. Sowieso ongeschikt
Ik ben geen voorstander van het referendum als bestuursvorm. Politieke besluiten gaan vrijwel altijd over complexe zaken. Welke doorsnee burger heeft tijd en zin om zich daarin (regelmatig) te verdiepen? Besteed die energie liever aan het maken van een weloverwogen keuze voor jouw volksvertegenwoordiger.

Onderwerpen voor referenda zullen worden gekaapt door partijen die de grootste mond hebben, die trending topic op de sociale media zijn. Ik geloof niet dat je als samenleving via referenda tot wijze besluiten komt.

En stel je voor, dat je voor elk besluit naar de stembus moet. Eens in de tien jaar een referendum (de laatste die ik me herinner, over de Europese ‘grondwet’, was op 1 juni 2005) is nog wel bij te benen. Maar het Parlement hamert wekelijks vele onderwerpen af. Gaan wij elke week naar de stembus? Ik dacht het niet. Met referenda wordt democratie een zaak van onbezoldigde hobbyisten en door eigenbelang gedreven fanatici.

Het belang van het verdrag
Enkele overwegingen vóór het associatieverdrag:
  • Europa heeft belang bij een stabiel land aan de oostgrens en het associatieverdrag draagt daartoe bij. Oekraïne is nog druk bezig het oude Sovjetsysteem van zich af te schudden en zich aan de daarmee samenhangende corruptie te ontworstelen.
  • De bevolking van Oekraïne is in ruime meerderheid voor een nauwere samenwerking met Europa. Sommigen vinden dat het associatieverdrag in het nadeel van de Oekraïense bevolking is vanwege de neoliberale inslag, die zorgt dat rijken alleen maar rijker worden. Op zich een serieus te nemen bedenking bij het verdrag, maar in relatie tot Oekraïne is dat een gotspe. Oekraïne is een oligarchie: geld en macht zijn in handen van een relatief kleine groep. Het associatieverdrag is een actieplan voor hervormingen, die de bevolking meer keuzevrijheid biedt. Zonder verdrag blijven de oligarchie en de corruptie voortbestaan. De nieuwe generatie in Oekraïne verdient Europese steun.
  • Het associatieverdrag beoogt geen EU-lidmaatschap van Oekraïne. Evenmin biedt het verdrag de Oekraïners vrij reizen door de Europese Unie.
  • Nederland verstrekt geen omvangrijke financiële ondersteuning aan Oekraïne, die steun komt van andere landen (VS, China, Japan, Canada en – onder strikte voorwaarden – het IMF).
  • De Nederlandse handel (vooral machines en transportmiddelen, chemische producten en landbouwproducten) en hun Oekraïense afnemers profiteren van het wegvallen van de 5 procent importheffing.
  • Een nee tegen het verdrag is een symbolische overwinning voor Poetin. Deze despoot, die de Krim heeft geannexeerd, laat geen middel onbenut om Europese/NAVO-landen tegen elkaar uit te spelen (zie Syrië).
  • Bij een nee slaat Nederland binnen de Europese Unie een modderfiguur, uitgerekend in het halfjaar dat ons land voorzitter is.
Ja of nee
Ik ben dus voor het associatieverdrag. En dan nu de hamvraag: ga je stemmen op 6 april?

Bij verkiezingen heeft men het wel eens over het “feest van de democratie”, maar dit referendum voelt meer als “democratisch corvee”.

En er is iets dat te denken geeft. Bij reguliere verkiezingen roepen partijen: “Stem op mij!” Bij dit referendum roepen de initiatiefnemers iets heel anders: “Ga stemmen!
Dat maakt mij achterdochtig.

Het referendum is alleen 'geldig' als de opkomst tenminste 30 procent is. De initiatiefnemers verwachten wél een meerderheid tegen het verdrag, maar twijfelen over de opkomst. Met reden, want in 1999 was de opkomst voor de verkiezingen voor het Europese Parlement slechts 29,9 procent.

Ik zal mij van stemming onthouden. Ik ga Roos en consorten niet helpen aan legitimatie voor hun stemmingmakerij.

Wat mij betreft:
Ga op 6 april gewoon naar je werk, voltooi enkele klussen, ga bij iemand op bezoek, ga een eind fietsen of schrijf een blogpost, maar ga dit keer niet naar de stembus.

Tenslotte
Voor deze blogpost ontving ik geen subsidie.

De tekst van de “Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en Oekraïne, anderzijds, Brussel (2014)” is online opvraagbaar: http://wetten.overheid.nl/BWBV0006389/2014-06-27.

maandag 14 maart 2016

Fascinating things about regularity – in Antiquity and now

A mathematical form –the regular pentagon – puts us on a journey of discovery along a personal memento of my childhood, the ancient Greek, and we find a remarkable piece of craftsmanship at Brightlands Chemelot Campus.


Self-made dodecahedrons

It must have been about 1977, when I was in the last year of my high school, when I took six sheets of DIN A4 100 gram paper and fabricated three dodecahedrons, with a ruler, a drafting compass, a pencil, a pair of scissors and a Pritt stick. I stacked them together and assembled the object on a pentagonal paper pedestal. Above, a recent photo; my craftwork has survived decades of relocations and other discomfort.

In my childhood I was fascinated by regular mathematical forms, a fascination that I not only share with lovers of diamonds and crystals (Swarovski), but also with philosophers of antiquity.

And thus we arrive at specific belief systems. Whatever you think of that, it's quite intriguing and worth exploring.

Timaeus
Timaeus” is a dialogue by Plato from 360 B.C., in which the astronomer and physicist Timaeus of Locri gives a description of nature, which has been qualified by the English philosopher Bertrand Russell as ‘silly’.

Timaeus states that God created the Universe, shaped in a perfect form: a sphere, where the ends are everywhere equidistant from the center – a suitable form for the Living, which in itself should include all living beings.

By analogy, the human head is spherical: according to Timaeus the gods gave the head, the most divine and sacred residence in us, the body as a vehicle to move.

Four elements defined
According to Timaeus the visible and tangible world is composed of fire, earth, water, and air. These four elements are enclosed by triangles, or more accurately three-dimensional combinations thereof.

4: tetrahedron – FIRE

The element fire is represented as a tetrahedron (with four surfaces).

8: octahedron – AIR

Air is represented as a octahedron (with eight surfaces).

20: icosahedron – WATER

Water is depicted as an icosahedron (with twenty surfaces).

6: cube – EARTH

The fourth element, earth is represented as a hexahedron (cube, with six surfaces).

According to Timaeus these are forms that possess the property that they divide the entire sphere (which is a model for the Universe) in equal and uniform parts.

Fire is represented as the smallest of these bodies (tetrahedron), the icosahedron (water) rolls easily, and the cube (earth) is the least susceptible to movement.

Four elements pictured
We find the concept of the four elements at various places, for instance in the thriller "The Bernini Mystery” by Dan Brown (2000). There and elsewhere alien forces are assigned to the elements.

Glass screen at Brightlands Chemelot Campus

We also encounter the four elements at Brightlands Chemelot Campus. In the hall of one of the buildings we find a freestanding stained glass screen with unclear signature, on which an element is pictured on each quadrant.

Fire

Bottom right fire is displayed, with burning torches, a flaming fagot, lightning, and the sun as distinctive attributes.

And God said: “Let there be light.” (Genesis 1 : 3).

Air

Top left air is depicted with birds, clouds, and a kite.

And God said:" …let birds fly above the earth across the vault of the sky.” (Genesis 1 : 20).

Water

Bottom left water is displayed, using marine animals, rain, and a sailing ship.

And God said: “Let the water teem with living creatures…” (Genesis 1 : 20).

Earth

Finally, top right we find earth, presented by plants, a cornucopia, and a globe.

And God said: “Let the land produce vegetation: seed-bearing plants and trees on the land that bear fruit with seed in it, according to their various kinds.” (Genesis 1 : 11).

12: dodecahedron

The fifth element
In Timaeus another body is mentioned, with which Plato posits a fifth element and which completes the classic collection of Platonic bodies: the dodecahedron (with twelve surfaces), the object of the craftwork from my youth.
The dodecahedron is supposed to be the classical symbol of health.

Incidentally, Aristotle also introduces a fifth element: ether, the first element, which allows the circular motion of celestial bodies.

Dodecahedron derivates
From Wenzel Jamnitzer, Perspectiva corporum regurarium,
Nurnberg 1568

Complex mathematics
All Platonic bodies meet three requirements:
  1. The surfaces are regular polygons.
       
  2. All surfaces, edges, and vertices are equal.
       
  3. The complete sphere is ‘convex’, i.e. the vertices form a sphere (which is the perfect form of the Universe, according to the Timaeus).
So there are five Platonic bodies? Surely not, because many variations are possible – there is even a separate discipline of mathematics that deals with this. Variations are possible by playing with the requirements of the bodies. For example, this results in the object below.


The Timaeus is available in English online: http://www.gutenberg.org/files/1572/1572-h/1572-h.htm. It’s about much more than the elements, for example about the mythical Atlantis.
This blog post is a repost of my (Dutch) February 1, 2016 post.
Read my May 20, 2013 blog post about the reason why of my English reposts.

maandag 7 maart 2016

Hoe het was voordat het werd volgebouwd

In de buurt van het Friese Sneek raak je onder de indruk van het weidsheid van landschap. Stedelingen vinden dat bijzonder, want in het volgebouwde Nederland vormt de horizon zelden een strakke lijn. Maar dat is niet altijd zo geweest.

 Uitgestrekt landschap nabij Sneek

In “Het lege land: de ruimtelijke orde van Nederland 1798-1848“ van Auke van der Woud (1987; 2010) lezen we over Nederland toen er nog geen wegen waren, toen het platteland tot in de steden binnendrong.

Van der Woud’s beschrijving van het negentiende-eeuwse landschap is even wijds als dat landschap zelf, over:
  1. De vloek van het water
  2. De zegen van het water
  3. De opmerkelijkste ontwikkelingen
  4. De steden
  5. De militaire functie.
   
1. Water als vloek
De grootste zorg van de overheid betrof het water. Op de zeedefensie was het nodige aan te merken, wat in 1825 tot een watersnood in de IJseldelta leidde (380 doden).

Overstroming te Vierhuis (1825)
Dirk Piebes Sjollema

En ook de rivieren konden maar moeizaam in bedwang worden gehouden, wat resulteerde in overstromingen van de Rijn, Waal en Maas in de winters van 1784, 1795, 1799, 1803, 1809 (200 doden) en 1820.

2. Water als zegen
Maar water was voor Nederland ook een zegen. Er was een heel netwerk van kanalen. Enkele werden in de door Van der Woud beschreven periode aangelegd, zoals de Zuid-Willemsvaart (1809)en het Noordhollandsch Kanaal (1824). Koning Willem I (koning van 1815-1840) werd de ‘Kanalenkoning’ genoemd.

Trekschuit omstreeks 1850
R. de Vries

Dankzij kanalen konden economie en ontginningen (de Veenkoloniën) tot ontwikkeling komen, waarbij de snelheid van de trekschuit het tempo aangaf. Daarbij werd de aanleg van kanalen inzet van politieke twisten, wat bijvoorbeeld de kaarsrechte grens tussen Groningen en Drenthe (de zgn. Semslinie) verklaart, waarlangs het Stadskanaal werd aangelegd (1856).

In schril contrast daarmee stond het Nederlandse wegennet, waarvan rond 1800 slechts 165 km goed begaanbaar was. Wegen hadden eerder een politieke dan een economische betekenis: ze dienden om de provinciehoofdsteden met elkaar te verbinden.

De spoorwegen hadden wél economische betekenis. Zij verenigden het beste van twee werelden: de goedkope vrachtprijs van de scheepvaart en snelheden die alleen op de hardste en vlakste wegen haalbaar waren. In 1839 werd tussen Amsterdam en Haarlem de eerste spoorlijn in Nederland aangelegd en daarna breidde het spoorwegnet zich snel uit. De trein werd ook gebruikt voor personenvervoer. In 1850 waren er 0,9 miljoen passagiers op een bevolking van 3,0 miljoen (tegen 16,8 miljoen inwoners in 2013).
Geen wonder dat elke plaats graag een station aan een spoorlijn wilde.

Landschap met rechts een boerderij tussen hoge bomen
1817

3. De opmerkelijkste ontwikkelingen
Volgens Van der Woud voltrekken zich in het lege landschap van Nederland twee opmerkelijke ontwikkelingen:
a.    Landwinning door droogmakerijen en indijking
b.    Ontginning van woeste gronden.

a. Droogmakerijen en indijkingen
De grootste droogmakerijen waren de Zuidplas (ten westen van Gouda, 1838) en de Haarlemmermeer (1839-1853). Deze meren waren ontstaan door vervening van laagveen en een slechte bodemstructuur. Het land eromheen werd bedreigd door oeverafslag, de zgn. waterwolf. Zonder de stoomgemalen Leeghwater, Cruquius en Lynden was het droogmalen van de Haarlemmermeer niet gelukt.
Indijkingen, het inpolderen van buitendijks land, vonden plaats in Zeeland, Noord-Holland en Groningen. Pas in 1918 werd besloten tot het indijken van de Zuiderzee (de Afsluitdijk is van 1932).

b. Ontginningen
De woeste gronden, rond 1800 een derde deel van Nederland, waren armoedige streken. Door particulier initiatief werd uit het hoogveen van de Veenkoloniën turf gewonnen, wat een vrijwel onvruchtbare, zanderige vlakte achterliet. Door de aanvoer van mest kwamen deze gronden toch nog tot ontwikkeling.
Bij de turfwinning en in de landbouw werden paupers te werk gesteld in het kader van weldadigheid.

Winter met molen
Anton Karssen (19e eeuw)

4. De steden
In 1815 waren Amsterdam (180.000 inwoners), Rotterdam (58.000) en Maastricht (17.000) de grootste steden van Nederland. Tussen 1800-1850 was sprake van leegloop van de Hollandse steden, wat leidde tot leegstand en afbraak. Het waren vooral de gegoeden die de steden verlieten en daarmee verarmden de steden.
De aansluiting op waterwegen, straatwegen en spoorlijnen was van politiek, economisch en cultureel belang voor de steden. Spoorwegstations kwamen vaak buiten het stadscentrum te liggen, buiten de stadspoort (barrière).
Van stadsuitbreiding was toen amper sprake, de stedenbouw kenmerkte zich door invulling, verdichting en herbestemming. Grootse plannen als in Engeland en Frankrijk gingen grotendeels aan Nederland voorbij.

5. De militaire functie van het landschap
Dan is er nog het militaire gebruik van het lege land. In de eerste helft van de negentiende eeuw werd de Nieuwe Hollandse Waterlinie gebouwd, voor de inundatie van grote gebieden in Noord-Holland, Utrecht en Gelderland. Drie keer gebeurde dat: 1870 (Frans-Duitse Oorlog), 1914-1918 (Eerste Wereldoorlog) en 1939-1940 (Tweede Wereldoorlog). Door de opkomst van vliegtuigen was inundatie niet langer effectief.

Door de toenemende kracht van artillerie gold datzelfde voor de militaire vestigingen in de steden Groningen, Nijmegen, Grave, 's-Hertogenbosch, Breda, Heusden, Geertruidenberg, Vlissingen, Venlo en Maastricht. Die vestigingen werden langzaamaan afgebroken, werkverschaffing voor paupers. De overblijvende stadswallen werden gebruikt voor recreatie (de stadswandeling).

The Wall A2 Leidsche Rijn
VVKH Architecten 2010

Nieuwe natuur = cultuur
Pas in de tweede helft van de twintigste eeuw werd het lege land opgevuld. De laatste tijd is er belangstelling voor "nieuwe natuur": cultuurgrond wordt teruggegeven aan de natuur, zoals bij het Fochteloërveen. Stadsbestuurders willen overkluisde riviertjes weer zichtbaar door hun steden laten stromen. En op sommige plaatsen in de stad zien we de landbouw terugkeren (urban farming).

Dat neemt niet weg dat grote delen van Nederland zijn volgebouwd met woonwijken, bedrijventerreinen en infrastructuur. Gevolg: iedere dorpeling is tegenwoordig een halve stedeling.
Wat rest van vroeger zijn kanalen, zeedijken, droogmakerijen en waterlinies met de status van rijksmonument.