maandag 26 december 2016

Kerst

Kerst is een tijd van bezinning, overdenking. Een moment om stil te zijn en te luisteren.


De geboorte van Jezus
En het geschiedde in die dagen dat er een gebod uitging van keizer Augustus dat heel de wereld ingeschreven moest worden.
Deze eerste inschrijving vond plaats toen Cyrenius over Syrië stadhouder was.
En ze gingen allen op weg om ingeschreven te worden, ieder naar zijn eigen stad.
Ook Jozef ging op weg, van Galilea uit de stad Nazareth naar Judea, naar de stad van David, die Bethlehem heet, omdat hij uit het huis en het geslacht van David was, om ingeschreven te worden met Maria, zijn ondertrouwde vrouw, die zwanger was.
En het geschiedde, toen zij daar waren, dat de dagen vervuld werden dat zij baren zou, en zij baarde haar eerstgeboren Zoom, wikkelde Hem in doeken en legde Hem in de kribbe, omdat er voor hen geen plaats was in de herberg.

De herders en de engelen
En er waren herders in diezelfde streek, die zich ophielden in het open veld en ’s nachts de wacht hielden over hun kudde.
En zie, een engel van de Heere stond bij hen en de heerlijkheid van de Heer omscheen hen en zij werden zeer bevreesd.
En de engel zei tegen hen: Wees niet bevreesd, want zie, ik verkondig u grote blijdschap, die voor heel het volk wezen zal, namelijk dat heden voor u in de stad van David de Zaligmaker geboren is; Hij is Christus, de Heere. En dit zal voor u het teken zijn: u zult het Kindje vinden in doeken gewikkeld en liggend in de kribbe.
En plotseling was er bij de engel een menigte van de hemelse legermacht, die God loofde en zei: Eer zij aan God in hoogste hemelen, en vrede op aarde, in mensen een welbehagen.
En het geschiedde, toen de engelen van hen weggegaan waren naar de hemel, dat de herders tegen elkaar zeiden: Laten wij nu naar Bethlehem gaan en dat woord zien dat er geschied is, dat de Heere ons bekendgemaakt heeft.
En zij gingen met haast en vonden Maria en Jozef, en het Kindje liggend in de kribbe.
Toen zij Het gezien hadden, maakten zij overal het woord bekend dat hun over dit Kind verteld was.
En allen die het hoorden, verwonderden zich over wat door de herders tegen hen gezegd werd.
Maar Maria bewaarde al deze woorden en overlegde die in haar hart.
En de herders keerden terug en zij verheerlijkten en loofden God om alles wat zij gehoord en gezien hadden, zoals tot hen gesproken was.
En toen acht dagen vervuld waren, en men het Kind besnijden moest, werd Hem de Naam Jezus gegeven, die genoemd was door de engel voordat Hij in de moederschoot ontvangen was.

Het Heilig Evangelie naar de beschrijving van Lukas 2 : 1-21.

En bij zijn komst heeft Hij door het Evangelie vrede verkondigd aan u die veraf was, en aan hen die dichtbij waren.

De brief van de apostel Paulus aan de gemeente van Efeze 2 : 17.

Bijbel, Herziene Statenvertaling (2010).

maandag 19 december 2016

Hoe AMIBM de biobased draad oppakt

Op 9 december 2016 was er op Brightlands Chemelot Campus een feestje. Het Aachen-Maastricht Institute for Biobased Materials (AMIBM) opende een splinternieuw laboratorium voor onderzoek en ontwikkeling van materialen uit plantaardig materiaal. Lees hoe AMIBM hier letterlijk de draad oppakt, biobased natuurlijk.

 Wet spinning line van AMIBM

Het nieuwe laboratorium van AMIBM is gevestigd in een ingrijpend gerenoveerd campusgebouw. Dit gebouw is onderdeel van het complex waarin DSM in 1940 (toen nog vóór alles een mijnbedrijf) met het chemisch onderzoek begon.

En nu wordt die traditie op die plaats voortgezet door AMIBM, een grensoverschrijdende samenwerking tussen Universiteit Maastricht, RWTH Aachen en Fraunhofer: twee vooraanstaande universiteiten en het grootste instituut voor toepassingsgericht onderzoek in Europa.

AMIBM wil traditionele polymere bouwstenen (op basis van fossiele grondstoffen) vervangen door innovatieve en duurzame alternatieven (op basis van biologische grondstoffen). Daartoe werken biologen, chemici, ingenieurs en medici uit 16 landen samen. Zij worden (deels) op de campus opgeleid bij de nieuwe masteropleiding Biobased Materials van de Universiteit Maastricht – in eigen huis, dus.

Vijf onderzoekslijnen
Bij dat onderzoek volgt het instituut de gehele keten van plantenteelt tot hoogwaardige toepassing, waarbij vijf onderzoekslijnen kunnen worden onderscheiden, op elk met een eigen professor.
  1. Moleculaire & toegepaste biotechnologie (Rainer Fischer)
  2. Chemische verwerking & moleculaire opwerking (Stefaan De Wildeman)
  3. Groene chemie & materiaaltoepassing (Sanjay Rastogi)
  4. Polymeertoepassing (Gunnar Seide)
  5. Biobased materialen voor geneeskunde (Stefan Jockelhövel).
1. Moleculaire & toegepaste biotechnologie: nieuwe en gemodificeerde biologische bronnen
Een prachtig voorbeeld is de verwerking van krabschalen, een afvalproduct van de voedselindustrie. Die krabschalen bevatten chitine, een natuurlijk polymeer, dat erg op cellulose lijkt. Uit chitine kan chitosan worden gewonnen, een omzetting die bij AMIBM op een veilige manier enzymatisch wordt uitgevoerd, nadat de chitine met behulp van diepzee-bacteriën is afgebroken. Chitosan is een stof met een antibacteriële werking, een soort geneesmiddel dus.
Stefaan De Wildeman: ”Als ik kijk naar wereld van vandaag, dan schaam ik me voor mijn kinderen. We moeten af van de wat-maakt-het-uit mentaliteit tegenover plastic. Anders wordt dit het einde van de wereld zoals wij die kennen.

2. Chemische verwerking & moleculaire opwerking: nieuwe chemische bouwstenen
Dit betreft onderzoek naar ‘biobased building blocks’ (aromaten) die extra functionaliteit toevoegen aan vezels en coatings. Cruciaal is dat stoffen worden gebruikt die van nature in planten worden aangetroffen.
Sanjay Rastogi: “Te vaak zie ik dat wetenschappers eerst uit biologische bouwstenen een materiaal ontwikkelen en dan beginnen pas na te denken over de mogelijke toepassingen ervan. Dat is verkeerd om. Je wilt toch geen groene fles die lekt omdat het materiaal waarvan het is gemaakt begint te ontbinden.

3. Groene chemie & materiaaltoepassing: nieuwe polymeertechnologie
Onderzoek naar de omzetting van de biobased building blocks in polyethyleen met uitzonderlijke eigenschappen, onder meer wat betreft breuksterkte. Daarvoor moeten de onderzoekers op zoek naar de juiste moleculen, in plantaardig materiaal.

4. Polymeertoepassing: innovatieve technische toepassingen
Een mooi voorbeeld betreft zgn. cellulosic aerogel vezels. Dit zijn polymeren uit plantaardig materiaal die kunnen worden verwerkt tot superdunne laagjes (2000 m2 per gram), uitstekend geschikt voor warmte- en geluidsisolatie. Bij dit onderzoek is het ITA betrokken, het Institut für Textiltechnik van RWTH Aachen.
Stefan Jockelhövel: “De natuur is een fantastische leraar! Luister en leer!

5. Biobased materialen voor geneeskunde: innovatieve medische toepassingen
Biologisch afbreekbare (lees: biobased) polymeren zijn voor de moderne geneeskunde onmisbaar: van plant naar implantaat. Het onderzoek richt zich op de afbraak ervan in het menselijk lichaam. Het AME het instituut Applied Medical Engineering van RWTH Aachen, is bij dit onderzoek betrokken.

Duurzaamheid voorop
AMIBM streeft ernaar dat de uitkomsten van het onderzoek (via spin-offs) vertaald worden naar de industrie. Deze praktische uitkomsten moeten duurzaam zijn. Dat betekent dat de biobased materialen worden opgenomen in een gesloten cirkel:

Grondstof – Fabricage – Transport – Gebruik – Recycling – Grondstof – enz.

Zo sluit AMIBM aan bij de circulaire economie.

 Spinkop van de wet spinning line van AMIBM

Nieuwe apparatuur: wet spinning line

Met de opening van het laboratorium komt nieuwe apparatuur beschikbaar en komen nieuwe initiatieven tot stand. Zo heeft AMIBM voor de ontwikkeling van medische vezels een zgn. ‘bi-component wet spinning line’ geïnstalleerd, een apparaat van bijna 20 meter – uniek in de wereld. Hiermee kunnen biobased vezels op kamertemperatuur worden gesponnen, desgewenst twee verschillende biobased polymeren tegelijkertijd, en worden voorzien van een coating. De vezels kunnen bijvoorbeeld worden gebruikt voor hartkleppen.

Nieuwe initiatieven: BioTex Fieldlab
BioTex Fieldlab is een project van AMIBM, MODINT en CHILL. MODINT te Zeist is de brancheorganisatie voor mode, interieur, tapijt en textiel (600 bedrijven); CHILL op Brightlands Chemelot Campus is de leer-werk omgeving Chemelot Innovation and Learning Labs (mbo, hbo, wo). Het onderzoek richt zich op de ontwikkeling van vezels en garens uit biopolymeren (zoals PLA, PEF, bioPET, bioPA, PT, PBS, PHA). Ook wordt gekeken naar de ontwikkeling van nieuwe textiele productieprocessen en –applicaties.
Er wordt nauw samengewerkt met twee industriële producenten van biopolymeren, Avantium (PEF) en Corbion (PLA), en met bedrijven uit de textielindustrie, zoals Star Sock, Desso, Bonar, Van Puijenbroek, Edel Group, Rinos, Auping en Best Wool Carpets. Het project moet resulteren in een makkelijk toegankelijk laboratorium voor Nederlandse bedrijven uit de textielindustrie.
BioTex Fieldlab vergt een investering van € 2,25 miljoen, waarvan € 760.000 subsidie van EFRO en het rijk.

AMIBM wordt financieel mogelijk gemaakt door de Provincie Limburg en biedt nu al werkgelegenheid voor 50 talenten uit binnen- en buitenland. Lees ook “Vriend van de plant”.

maandag 12 december 2016

Hoe in Oslo oude interesses herleefden

Het zal jou niet anders vergaan dan mij. Je bent een tijdlang ergens door geboeid. Je leest en bekijkt alles wat erover kunt vinden. Totdat andere zaken hun aandacht opeisen. En veel later komt er iets langs, waardoor die oude interesse opnieuw gewekt wordt. Dat overkwam mij in Oslo.

Opera House Oslo, exterieur

Begin november was ik in de Noorse hoofdstad Oslo en in dat weekend begon daar de winter. De eerste sneeuw dwarrelde neer, terwijl wij naar ons hotel in de wijk Briskeby liepen. De meegekomen kou versterkte de aantrekkingskracht van twee musea op Bygdøy, een schiereiland in de Oslofjord: het Kon-Tiki Museum en, letterlijk aan de overkant van de straat, het Fram Museum.
Hier werden twee vergeten interesses bij mij weer tot leven gewekt. Als tiener was ik al geïntrigeerd door de Kon-Tiki-expeditie van Thor Heyerdahl en door poolexpedities.

De Kon-Tiki op volle zee

Kon-Tiki
Het Kon-Tiki Museum gaat over de expedities van de Noor Thor Heyerdahl (1914-2002), een van de laatste ontdekkingsreizigers. Hier liggen het originele balsavlot Kon-Tiki en de papyrusboot Ra II.

Met zijn expedities wilde Heyerdahl aantonen dat er al heel vroeg contact was tussen ver van elkaar gelegen gebieden:
  • Tussen Zuid-Amerika van voor de aankomst van Europeanen en het Polynesische Paaseiland (Kon-Tiki)
  • Tussen het oude Egypte en Amerika, ver voor Columbus (Ra I en Ra II).
Om te bewijzen wat niet gedocumenteerd was, deed hij die reizen in 1947 resp. 1969/1970 over met zoveel mogelijk authentieke schepen – een bijzondere vorm van archeologie. Alleen de communicatiemiddelen waren eigentijds.

 De Kon-Tiki veilig in het museum

Met vijf avonturiers, onder wie twee verzetshelden uit de Tweede Wereldoorlog, liet Heyerdahl zich in 101 dagen door de stroming en de wind op zijn vlot meevoeren over de Stille Oceaan. De meegenomen leeftocht vulden ze aan met vis. De tocht voerde van Peru naar het atol Raroia in Frans-Polynesië, een afstand van 7000 km.
Heyerdahl’s documentaire “Kon-Tiki” (1950) won een Oscar; bekijk de 3-minuten trailer.

De Fram in het ijs van de Noordpool

Poolexpedities
Het Fram Museum vormt de permanente sarcofaag voor de schepen Fram en Gjøa, die stille getuigen zijn van expedities naar de extreme uithoeken van onze aarde. We leren er over de Noren Fridtjof Nansen (1861-1930) en Roald Amundsen (1972-1928) en de Ier Ernest Shackleton (1874-1922).

Fridtjof Nansen liet de Fram (Noors: voorwaarts) speciaal voor poolreizen bouwen. Hij wilde zich daarmee in het poolijs laten insluiten. Het ijs zou het schip volgens Nansen meenemen over de Noordpool. Dat insluiten door het ijs lukte in 1893, het meevoeren met het ijs ook, maar de route voerde niet over de noordpool. De Fram bereikte 85°56'N, een record, voordat het in augustus 1896 weer uit het ijs vrijkwam.

Het duurde nog tot 1909 voordat Robert Peary claimde als eerste mens de Noordpool te hebben bereikt. Nansen werd ambassadeur van Noorwegen in Londen en ontving in 1922 de Nobelprijs voor de Vrede, omdat hij opkwam voor vluchtelingen en staatlozen.

Roald Amundsen vertrok in 1903 op de Gjøa om de noordwestelijke doorvaart, van Groenland naar Alaska te maken. De Gjøa doorstond twee overwinteringen en zo werd de doorvaart in 1905 voltooid.

Amundsen op de Zuidpool (1911)

In 1910 vertrok Amundsen op de Fram voor een nieuwe ontdekkingsreis, dit keer met de Zuidpool als doel. Hij slaagde er op 14 december 1911 in als eerste mens de Zuidpool te bereiken.
Vijf weken later arriveerde daar een Brits expeditieteam onder leiding van Robert Falcon Scott. Op de terugweg kwam het hele team om.
Bekijk de 21-seconden videoclip.

De Fram veilig in het museum

In 1928 verongelukte Amundsen in een vliegtuigcrash boven de Noordelijke IJszee tijdens een reddingsmissie voor Umberto Nobile. Hij was een Italiaanse poolreiziger, met wie Amundsen twee jaar tevoren in het luchtschip Norge over de Noordpool was gevlogen. Nobile was in de luchtballon Italia in moeilijkheden gekomen toen hij van de Noordpool terugkeerde.

De Endurance in het ijs van de Zuidpool

Tenslotte vertelt het Fram Museum over Ernest Shackleton, die zijn expeditie heeft beschreven in “South” (“Zuidpool”, 1919). Hij vertrok in 1914 op het schip de Endurance om Antarctica per slee dwars over te steken, naar een tweede schip, de Aurora.
De Endurance liep in januari 1915 vast in het ijs. Eind oktober moest Shackleton met zijn bemanning het schip verlaten, dat een maand later in het ijs onderging. In de drie reddingssloepen van de Endurance bereikten zij het onbewoonde Elephant Island. Voor hulp moest Shackleton met vijf metgezellen* in de reddingssloep James Caird nog 1000 km varen naar Zuid-Georgia. Daar wachtte nog een klim over een rotswand en gebergte om hulp te bereiken. Eind augustus 1916 werden alle 22 leden van de expeditie op Elephant Island door de Chileense marine gered.
Nadat Shackleton was gestorven aan een hartaanval is hij op Zuid-Georgia begraven.

Dit soort heroïsche verhalen vind ik prachtig, al ben ik blij dat ik zoveel ontberingen niet hoef te doorstaan.

Andere bezienswaardigheden in Oslo
En als je dan toch in Oslo bent, is het een kleine moeite om nog twee interessante plaatsen te bezoeken.

Nobels Fredssenter, Oslo

Breng een bezoekje aan het Nobel Vredescentrum in de wijk Akersbrygge, dat de ontvangers van de Nobelprijs voor de Vrede eert.

Opera House Oslo, wandeling op het dak

En vergeet niet om een wandeling te maken op het schuine dak van het Opera House, een modern gebouw dat zowel buiten als binnen indruk maakt.

Opera House Oslo, interieur

* Een van hen heette Thomas Crean, afkomstig uit de buurt van het Ierse stadje Dingle. Om hem te eren brouwt de Dingle Brewery Crean’s Irish Lager.

maandag 5 december 2016

Een twist tussen België en Duitsland over metaal

Ten zuiden van Vaals lag ooit een halfbakken land: Neutraal Moresnet. Het was een uitvalsbasis voor smokkelaars en criminelen. Een eeuw lang ontzegden België en Duitsland elkaar het recht op dit kleine gebied. Inzet van de twist: een zinkmijn.

Gebouw van zinkmijn Vieille Montagne te Kelmis (1910)

De geschiedenis van Neutraal Moresnet is opgetekend in het boek “Moresnet – Opkomst en ondergang van een vergeten buurlandje” door Philip Dröge (2016).

Het landje Moresnet bestond van 1817-1920. Een piepklein land met Kelmis als hoofdstad, dat samen met België, Duitsland (Pruisen) en Nederland een vierlandenpunt vormde. Het resultaat van een misverstand of slordigheid in de nasleep van de overwinning op Napoleon tijdens de vredesonderhandeling in Wenen.

Al die jaren bleef het landje bestaan doordat de omliggende landen Nederland (na 1830 België) en Pruisen het niet eens konden worden over de verdeling van het gebied, want aan welk land zou de winstgevende zinkmijn toevallen?

Sint Rochuskapel nabij Kelmis

Moresnet was een buitenbeentje in het negentiende-eeuwse Europese bestel.
  • Allereerst vanwege de aanwezigheid van een zinkmijn, waarvan elders in Europa slechts één andere was, in Pruisen. De mijn werd particulier geëxploiteerd in een tijd dat zink een veelgevraagd materiaal was.
  • De oorspronkelijke inwoners van Moresnet hadden geen nationaliteit, want het gebied had niet de status van zelfstandig land, er was geen burgerlijke stand en geen douane. Dit leverde verwarrende situatie op, die door vertegenwoordigers van België en Pruisen moesten worden opgelost. En dat terwijl de zinkmijn personeel uit de omliggende landen aantrok.
  • Moresnet was een vrijplaats voor gespuis dat in de omliggende landen gezocht werden. In combinatie met de zinkmijn leek Moresnet op een boomtown in het Wilde Westen tijdens een gold rush. Moresnet had slechts één politieagent in dienst, een eenvoudige veldwachter. Na zink is jenever het belangrijkste product van Moresnet – accijnsvrij.
  • Moresnet geeft eigen postzegels uit. Aangezien Moresnet niet een écht land is, blijft het bij één serie, een collectors item voor elke postzegelverzamelaars – bestaan zij nog?
  • Alle bijna-overeenkomsten tussen België en Pruisen over een definitieve verdeling van Moresnet verdwijnen bij herhaling in een lade. Want wie krijgt de zinkgroeve?
  • Op enig moment komt er in hotel Bergerhoff, dat sinds 1885 in Moresnet is gevestigd, een casino. Dit casino probeert gokkers uit heel Europa te trekken. De vertegenwoordigers uit België en Pruisen laten orde op zaken stellen en sluiten het casino.
  • Moresnet ontwikkelt zich tot een walhalla voor smokkelaars. Veel luxe producten zijn in Moresnet veel goedkoper dan in Duitsland door het ontbreken van accijns. De plaatselijke douane in niet bij machte de smokkelaars een strobreed in de weg te leggen.
  • Het had weinig gescheeld of in Moresnet was het Centrale Bureau gevestigd van de beweging die de kunsttaal Esperanto bevorderde. Moresnet werd omgedoopt tot Amikejo en kreeg een eigen volkslied in het Esperanto. Uiteindelijk bleef het Centrale Bureau van de Esperanto-beweging in Genève gevestigd.
Kasteel Eyneburg nabij Kelmis

Bij de Vrede van Versailles, na de Eerste Wereldoorlog, komt aan het bestaan van Neutraal Moresnet een eind. Bij het uitbreken van de Grote Oorlog hadden de Duitsers het landje tegelijk met België geannexeerd, maar in 1920 wordt het gebied aan België toegewezen.

Vergeten buurland
Kelmis heet nu La Calamine. Van het mijnbouwverleden is niets meer terug te vinden, geen informatiebordjes, geen monumenten. Waar ooit de mijn was, is nu de garage van de busonderneming Sadar. Alleen de initialen op het gebouw van de mijn, dat nu een beetje vervallen is, verraden de oorspronkelijke bestemming: V.M., Vieille Montagne. En je hebt er nog de Casinostrasse en de Casinoweiher.
Geen wonder dat het landje Moresnet vergeten is.

Kelmis ligt middenin een mooi gebied om te wandelen of fietsen. Dat maakt het de moeite waard om er op bezoek te gaan.

Vraag: wie wil het boek “Moresnet – Opkomst en ondergang van een vergeten buurlandje” van Philip Dröge lezen?
Laat maar weten of je belangstelling hebt. Wie het eerst komt, het eerst maalt.

maandag 28 november 2016

De perfecte mix van licht en donker

Wie zou denken dat het heldere dat doorklinkt in de naam ‘Brightlands’ gecombineerd kan worden met het spreekwoordelijk ‘donkere’ van de Middeleeuwen? Center Court, het splinternieuwe centrale gebouw van Brightland Chemelot Campus, laat zien dat dat wel degelijk mogelijk is.

Center Court, Brightlands Chemelot Campus
Ector Hoogstad Architecten, foto Dols Fotografie

In Chemelot, sinds vijftien jaar de naam van het chemiepark in Zuid-Limburg, zit de verwijzing naar “chemie” en “plaats” (Engels: “lot”) verborgen. Ik ben al heel wat mensen tegengekomen die ook een verband leggen met Camelot, het legendarische kasteel van koning Arthur, de plaats waar in een grijs verleden de Ridders van de Ronde Tafel bijeenkwamen.

In het nieuwe Center Court, dat op 16 november 2016 door Commissaris van de Koning Theo Bovens werd geopend, is die vergelijking tussen Chemelot en Camelot doorgetrokken. De vergaderzalen zijn daar namelijk vernoemd naar ridders uit de Arthurlegende:
  • Bors
  • Cadof
  • Caradoc
  • Dagonet, de brainstormruimte
  • Gareth
  • Pellinore
  • Lamorak
  • Lancelot, met een echte ronde tafel
  • Lionel, de lunchkamer
  • Safir, de centrale hal
  • Tor
  • Tristan
  • Ywain
  • En natuurlijk Arthur, het 300 zitplaatsen tellende auditorium
  • En dan is er nog de sporthal Merlin.
Niet alle ridders zijn vernoemd, opvallende afwezigen zijn Parzival en Galahad, maar we moeten rekening houden met de beoogde groei van de campus.

Wie waren die figuren eigenlijk?
Soms worden de Ridders van de Ronde Tafel ‘semi-historisch’ genoemd. Zo heeft de leiderfiguur Arthur vrijwel zeker ooit geleefd, maar het is niet bekend waar (waarschijnlijk in Engeland) en wanneer (gesneuveld in het jaar 537?). De verhalen die over hem de ronde doen gaan misschien terug op historische bronnen, maar het zijn vooral volksverhalen van schrijvers uit Noordwest-Europa die sinds de twaalfde eeuw zijn opgeschreven.

In die Arthurverhalen vormen beschavingsidealen, zoals dapperheid, loyaliteit, beminnelijkheid en vriendelijkheid, een rode draad. Meestal worden de ridders geconfronteerd met een uitdaging, die vaak inhoudt dat een ridder iets moet zoeken. Hij keert terug als overwinnaar, met het gevonden object en meestal ook met een jonkvrouw.

Hieronder mijn interpretatie van het Arthurverhaal.

Slag bij Mons Badonicus

Het Arthurverhaal
Arthur was een Britse legeraanvoerder die tijdelijk een halt toeriep aan de veroveringen van de Angelsaksen in Brittannië, nadat de Romeinse legioenen waren vertrokken. Hij won meerdere veldslagen tegen de Saksen, waaronder de slag bij Mons Badonicus (Mount Badon).

Nadat zijn vader was gesneuveld nam de magiër Merlijn de jonge prins Arthur onder zijn hoede en liet hem uit veiligheidsoverwegingen opvoeden bij een eenvoudig gezin. Merlijn plaatste op het kerkhof van Londen een steen met daarop een aambeeld en daarin het zwaard Excalibur. Merlijn vertelde dat degene die dit zwaard uit het aambeeld zou trekken, de wettiggeboren koning van Brittannië zou zijn. Vele edelen probeerden het, maar tevergeefs. Op een dag zag de jonge Arthur het zwaard uit het aambeeld steken en trok het er zonder moeite uit.

De Ridders van de Ronde Tafel

Arthur liet Camelot bouwen. Hij trouwde met de schone Guinevere en als huwelijkscadeau kreeg hij een ronde tafel, met plaats voor twaalf ridders. Daarbij moet je weten dat Arthur een zoon had bij Morgause: Mordred. Deze Morgause had ook vier zonen bij koning Lot van de Orkney-eilanden: Gareth, Walewein, Agravaine en Gaheris.

Pellinore
Pellinore was de koning van het land van de Heilige Graal. Hij wierp zijn familie in een bloedige strijd toen hij koning Lot in een gevecht doodde. Tien jaar later wreekten Lots zonen Walewein en Gaheris hun vaders dood door Pellinore in een duel af te slachten.

Lamorak belaagd

Lamorak
De zonen van Pellinore waren Lamorak, Tor, Aglovale en Parzival. De jonge en knappe Lamorak begon een affaire met Lots weduwe Morgause. Gaheris betrapte de twee geliefden samen, terwijl Morgause verbleef op Waleweins landgoed. Gaheris onthoofdde zijn eigen moeder, maar Lamorak wist te ontsnappen en dook onder. Lamorak verscheen weer op een toernooi en legde zijn situatie uit aan koning Arthur, maar hij weigerde het voorstel van Arthur om een wapenstilstand in te lassen. Toen Lamorak vertrok werd hij belaagd door de broers Walewein, Gaheris, Agravaine en Mordred. Mordred gaf Lamorak de doodslag.

Lancelot
Door een heldhaftige reddingsactie om Arthurs geliefde Guinevere uit handen van de vijand te redden, kreeg Lancelot de kans om tafelridder te worden. Hij werd de rechterhand van Arthur. Tijdens een lange afwezigheid van Arthur raakten Guinevere en Lancelot verwikkeld in een liefdesaffaire. Toen Arthur hier achter kwam, moest Lancelot vluchten en werd Guinevere veroordeeld tot de brandstapel. Arthur wist dat Lancelot alles zouden doen om haar te bevrijden en daarom riep hij zijn ridders op om de brandstapel te bewaken. Lancelot verscheen ten tonele en redde Guinevere van de executie, maar in het gevecht werden Gaheris en Gareth, de broers van Walewein, gedood.
Daarop dwong Walewein Arthur tot een oorlog tegen Lancelot. Toen Arthur naar Frankrijk overstak om Lancelot te achtervolgen, liet hij Guinevere bij Mordred achter. Deze wilde echter zelf met haar trouwen, om zo de troon te kunnen bestijgen. Dat leidde tot de fatale slag bij Camlann, waarbij Mordred sneuvelde, Arthur dodelijk gewond raakte en het koninkrijk ten onder ging.

Safir was de zoon van de Saraceense koning Esclabor. Eens vochten Safir en zijn broer Palamedes met elkaar om een jonkvrouw. In hun volle wapenuitrusting waren ze beiden onherkenbaar. Na een zwaardgevecht van een uur raakten ze onder de indruk van elkaars dapperheid en besloten ze hun identiteit bekend te maken. De broers schrokken en verzoenden zich. Ze sloten zich aan bij Lancelot in zijn strijd tegen koning Arthur.

Het bereiken van de Heilige Graal

De Heilige Graal
Parzival, de zoon van Pellinore, ging met Bors en Galahad, de zoon van Lancelot, op zoek naar de Heilige Graal. De Heilige Graal was de beker waarin het bloed van Christus was opgevangen bij zijn kruisiging en die door Jozef van Arimathea in veiligheid werd gebracht, mogelijk naar Glastonbury in Engeland. De graal zou bovennatuurlijke krachten bezitten.
Galahad vond de graal en de drie tafelridders brachten de graal naar het mythische eiland Sarras, ergens in het Midden-Oosten. Galahad en Parzival stierven daar en Bors keerde als enige terug naar het hof van Arthur.
Bors kwam eens voor een dilemma komt te staan: hij moest kiezen tussen het redden van zijn broer Lionel, die door een groep strijders dreigde doorboord te worden met spietsen, en een jonkvrouw, die door een ridder ontvoerd dreigde te worden. Hij koos voor de vrouw, maar bad dat het met zijn broer goed zou komen. Uiteindelijk versloeg Lionel zijn belagers en was boos op Bors en wilde hem vermoorden. Maar er flitste een donderslag op zijn zwaard, waarna de broers weer vriendschap sloten.

Caradoc
Caradoc de Oudere trouwde met de schone Ysave, maar zij werd spoedig verleid door de tovenaar Eliavres. Eliavres sprak een vloek uit over Caradoc, waardoor hij beesten aanzag voor zijn vrouw, terwijl de tovenaar bij Ysave een zoon verwekte. Caradoc de Oudere noemde de zoon naar zichzelf en Caradoc de Jongere werd ook tafelridder. Daar verscheen Eliavres en hij daagde een ridder uit om hem te onthoofden, maar: mocht hij dat overleven dan zou de tovenaar die ridder onthoofden. Caradoc nam die uitdaging aan. Nadat de tovenaar als bij toverslag zijn hoofd had teruggeplaatst bood Caradoc zijn nek aan. Eliavres weigerde echter hem te doden en onthulde dat hij zijn echte vader was. De tovenaar werd daarop vernederd en opgesloten, ver van zijn maitresse Ysave.

Dagonet
Dagonet was de geliefde nar van koning Arthur. Hij beschouwde zichzelf als een moedige strijder, maar bij het minste of geringste vluchtte hij. Hij hield de tafelridders graag voor de gek. Op hun beurt gebruikten de tafelridders Dagonet om hun vijanden een hak te zetten. Dit moest de nar soms met een pak slaag bekopen.

 Ywain redt een leeuw

Ywain
Ywain redde een leeuw die anders door een moerasslang verzwolgen zou worden. Uit dank sloot de leeuw vriendschap en volgde Ywain overal waar hij naartoe ging. Samen beleefden ze allerlei avonturen, zoals het verslaan van reuzen. Ywain werd op het slagveld vermoord door Mordred, die hem doormidden kliefde.

 Tristan en Isolde 

Tristan en Isolde
Tristan en Isolde werden verliefd nadat zij per ongeluk een liefdesdrank hadden gedronken. Later raakte Tristan in een gevecht in Bretagne gewond door een giftige speer. Hij stierf in de veronderstelling dat Isolde hem zou hebben verloochend. Ten onrechte. En toen Isolde de dode Tristan zag, stierf ze zelf van verdriet.

Het Arthurverhaal en Brightlands
Zoals de tafelridders op zoek waren naar de Heilige Graal zoeken de bewoners van Brightlands Chemelot Campus naar oplossingen op het gebied van duurzame technologieën en hoogwaardige materialen om zo een positieve bijdrage te leveren aan onze samenleving. In plaats van ridders zitten in Center Court studenten, ondernemers, wetenschappers en andere deskundigen aan tafel.

Voor het volledige Arthurverhaal verwijs ik naar de speelfilm “Monty Python and the Holy Grail” (1975). Ik zag deze film voor het eerst tijdens een filmavond van mijn studentenvereniging, toen de dvd-speler nog moest worden uitgevonden en de speelfilm in drie filmblikken werd aangeleverd. Per abuis werden de delen in de volgorde 1, 3, 2 geprojecteerd.
Dat deed aan ons kijkplezier weinig af

maandag 21 november 2016

9 Smart services, thanks to big data

The Brightlands Smart Services Campus at Heerlen (NL) has jumpstarted: 12 September 2016, the Dutch Minister of Economic Affairs officially opened the campus building. But what’s that: ‘smart services’?

Brightlands Smart Services Campus

Brightlands Smart Services Campus
In Limburg there are four Brightlands campuses where students, researchers, and entrepreneurs are working at the challenges modern society is facing.

Each campus has its own focus area:
  • Chemelot Campus at Sittard-Geleen: materials
  • Maastricht Health Campus: health
  • Campus Greenport Venlo: food
  • Smart Services Campus at Heerlen: smart services.
The Smart Services Campus is located in a completely renovated building, that was previously used by APG. Together with Maastricht University and the Province of Limburg, pension provider APG is the founder of the campus. The campus collaborates with renowned organizations, such as Accenture, Conclusion, KPN, BNY Mellon, Statistic Netherland (CBS), Zuyd University of Applied Sciences, the Dutch Open University, and TNO. Furthermore, smaller companies and start-ups are located there.

Smart services include:
  • Data Science: analyzing and utilizing large amounts of data
  • Service Design: developing services that recognize user needs by smart use of data
  • Social Impact: taking into account social aspects, such as privacy. These aspects are emphasized in training, and while setting up companies and developing services.
The general idea is that by analyzing large amounts of data the underlying context become visible and as a result better decisions can be made.

Now you probably comment: that’s very abstract. That’s why I give you nine examples of ‘smart services’.

www.livehoods.org

1. Livehoods
With Livehoods (www.livehoods.org) you can literally map the movements of large groups, for instance the inhabitants of metropoles. It’s based on Foursquare, which people use to let their friends know what places they visit. This results in the ‘urban landscape’: where are the natural borders within a city. These borders do not necessarily have to fit with existing suburbs. Banks can better determine where to establish a branch. It also offers considerable potential to shops, health centers, and governments.

2. Smart traffic lights
Congestion of roadways leads to loss of valuable time and energy, and to additional emissions. Making traffic lights more intelligent can improve this situation. These kinds of systems use sensors that monitor the flow of traffic. In the United States these systems are expanded from small neighborhoods to cities, counties, and even whole states. This results in a better flow.

3. Smarter treatment of diseases
Analyzing the medical data of a large number of patients provides insight in the best treatment method for certain diseases. It becomes clear which (sequence of) treatments more often have a positive effect and which have more frequently a negative effect. As a result, medical practitioners move towards the best practice for a specific disease (technical term: ‘data-driven pathways’).

4. Climate control
The larger a building the more difficult the climate control. That’s why smart measurement systems are installed to help controlling the climate in such large buildings.

Dutch smartphone app Toogethr

5. Smarter commuting
At the busiest time of the morning rush hour, 2.4 million Dutchmen are en route. Most of them are sitting alone. By combining a large amount of data carpooling can be encouraged. For that purposed the smartphone app Toogethr was developed (http://site.toogethr.com). One traveler (the driver) offers a ride to another traveler (the passenger); travel expenses can be shared.

6. Smarter energy
Most owners of photovoltaic systems deliver an energy surplus to their power supplier. This can be different, i.e., by sharing the surplus directly with other energy users. Several smartphone apps have been developed for that, such as Powerpeers (www.powerpeers.nl).

Dutch smartphone app Misnixx

7. Smarter neighborhood surveillance
An increasing number of smart systems becomes available that enable residents to supervise their neighborhood. Smartphone apps can be used to make users aware of shady dealings. For example, the Dutch initiative Buren-Alert has developed the MisNixx app and there is the Homies app with the slogan “Always somebody at home” (http://homies.nu).

Virtual Reality glasses

Edgar Dale’s Cone of Experience

8. Virtual Reality
By combining visual material certain situations can be visualized in three dimensions. The viewer (with special glasses) feels like being transported to a completely different environment. This technique can be used for games, but is also very suitable for education and training. People learn better via simulation than by reading texts, as Edgar Dale has proved years ago. The degree of experience counts.

9. Blockchain
And finally I mention ‘blockchain’. This complex technology for instance enables the alternative currency bitcoins. Many data collections, such identity data, medical files, company data, Internet domains and patents, are kept by designated authorities – security is crucial. Blockchain is fundamentally different, because the database has no owner, just like the Internet has no owner. It’s about decentral and open networks. The user can only carry out transactions, for instance paying in bitcoins, in which case his balance is settled decentral. At Brightlands Smart Services Campus the potential of blockchain is subject of research.

The importance of smart services
Now you can easily image how important it is…
  • …to treat the use of large amounts of data scientifically
  • …to explore (and exploit) the virtual endless number of possibilities of using large amounts of data
  • …to be aware of the social impact of this.
All these three aspects can be found in the examples given above.

This is a repost of my (Dutch) September 19, 2016 post.
Read my May 20, 2013 blog post about the reason why of my English reposts.

maandag 14 november 2016

5 Beelden op herhaling bij een duivelskunstenaar

In 2016 organiseerde Het Noordbrabants Museum in ’s-Hertogenbosch de expositie “Jheronimus Bosch – Visoenen van een genie”. Ik stond er oog in oog met eeuwenoude kunst: intrigerende schilderijen en tekeningen. Hoe gek moet je zijn om dit te maken? Kijk over mijn schouders mee.

Jheronimus Bosch, De hooiwagen (middenpaneel)

Volgens de befaamde Nederlandse historici Jan en Annie Romein in “Erflaters van onze beschaving” (1938) was Jeroen Bosch, die leefde van ca. 1450 tot 1516, ‘een ziener’. Volgens hen was Bosch een mans-die-zag, iemand die uitmuntte in de kunst van het waarnemen.

Jheronimus Bosch, Tuin der lusten
Middenpaneel: De mensheid voor de zondvloed

Aandachtig kijken
En waar de schilder een ziener is, geldt voor de kijker: aandachtig kijken! Op de meeste werken van Jeroen Bosch zie je telkens weer nieuwe details, zoals op De hooiwagen en de Tuin der lusten, die hierboven zijn weergegeven (te klein om alle details te ontwaren).

Het gaat mij te ver om het werk van Jeroen Bosch te interpreteren, deskundigen hebben daar al de grootste moeite mee. Maar als je goed kijkt, zie je bepaalde thema’s op verschillende werken terugkomen. Meestal gaat het om symbolen voor het kwaad (of zo je wilt: het Kwaad) en bepaalde ondeugden.
Ik toon je de marskramer, het mes, de vis, de uil en de stadsbrand.

1. De marskramer
De marskramer is tweemaal onderwerp van een schilderij.

Jheronimus Bosch, De marskramer (detail)

Jheronimus Bosch, De hooiwagen
Buitenpaneel: De marskramer (detail)

2. Het mes

Jheronimus Bosch, Tuin der lusten
Linkerpaneel: De hel (detail)

Jheronimus Bosch, Het laatste oordeel
Rechterpaneel: De hel (detail)

3. De vis

Jheronimus Bosch, Verzoeking van de heilige Antonius
Linkerpaneel: De heilige Antonius beschuldigd door duivels (detail)

Jheronimus Bosch, Tuin der lusten
Middenpaneel: De mensheid voor de zondvloed (detail)

Jheronimus Bosch, De hooiwagen (middenpaneel, detail)

4. Uil

Jheronimus Bosch, Tuin der lusten
Middenpaneel: De mensheid voor de zondvloed (detail)

Jheronimus Bosch, De marskramer (detail)

Jheronimus Bosch, De hooiwagen (middenpaneel, detail)

Jheronimus Bosch, Het woud heeft oren, het veld heeft ogen (detail)

5. De stadsbrand

Jheronimus Bosch, Verzoeking van de heilige Antonius
Middenpaneel: De heilige Antonius in het nauw (detail)

Jheronimus Bosch, Het laatste oordeel
Rechterpaneel: De hel (detail)

Jheronimus Bosch, De hooiwagen
Rechterpaneel: De hel (detail)

Andere terugkerende thema’s zijn de vos, de haan, het stekelvarken, de wolf, de hond, de ‘langneus’, de ‘kopvoeter’, de executieplaats en de befaamde boommens.

Jheronimus Bosch, Tuin der lusten
Rechterpaneel: De hel (detail)

Over Jeroen Bosch verscheen de roman “De duivelskunstenaar” door Matthias Rozemond (2016). Ik geef gratis een exemplaar weg. Wie heeft belangstelling?
Laat het maar even weten. Wie het eerst komt, het eerst maalt.

maandag 31 oktober 2016

De ondernemende stad op de kaart in 8 stappen

De ambitie: Sittard-Geleen staat in 2020 bekend als de meest ondernemende stad van Limburg. De troeven zijn de historische binnenstad en de regiofunctie van Sittard, de innovatieve sectoren die de gemeente tot een businessstad maken en de aantrekkingskracht die de stad uitoefent op goed opgeleide jongeren. Het is nu zaak deze troeven uit te spelen om juist die groep te verleiden in Sittard-Geleen te blijven (of komen) werken en wonen.



1. De opdracht
In 2009 werd door het Kenniscentrum voor Bevolkingsdaling en Beleid te Ulestraten (KcBB) in opdracht van de gemeente Sittard-Geleen het onderzoek “Hier, daarheen en soms weer terug” uitgevoerd onder oud-leerlingen van het voortgezet onderwijs in die gemeente. Hieruit bleek dat uiteindelijke vooral uitzicht op een passende baan de doorslag geeft bij de keuze voor een woonplaats.

Volgens de onderzoekers zou de overheid vooral moeten inzetten op een betere arbeidsmarkt met meer banen voor hoger opgeleiden.
Om de bevolkingsdaling – de aanleiding tot het onderzoek – te keren, leidde de gemeente uit dit onderzoek de opdracht af de lokale arbeidsmarkt te verbeteren.

Makkelijker gezegd dan gedaan.

Want hoe maak je van Sittard-Geleen een aantrekkelijke gemeente? Hoe onderscheid je je van al die andere gemeenten die op het gebied van citymarketing alles uit de kast halen?
  • Er gaat niets boven Groningen
  • Je vindt ’t pas echt in Utrecht
  • Helmond: een glimlach in Brabant
  • eMMen Maakt Meer Mogelijk
  • Je treft ’t in Tiel.
Echter: citymarketing is kostbaar, maar weinig effectief, zoals in datzelfde jaar (2009) was te lezen in het proefschrift “Silicon Somewhere?” van Gert-Jan Hospers, bijzonder hoogleraar citymarketing aan de Radboud Universiteit.

2. De analyse
Om een begin te maken met het verbeteren van de arbeidsmarkt vroeg de gemeente het bureau Merkator locatie & marketing te Amsterdam om de situatie te analyseren. En dit bureau beschreef als volgt.
  • Sittard heeft een aantrekkelijke historische binnenstad
  • Sittard-Geleen is een businessstad met diverse innovatieve sectoren
  • Sittard is het natuurlijke stedelijk middelpunt van de regio
  • Sittard-Geleen is een jonge, actuele stad met veel aantrekkingskracht op goed opgeleide jongeren.
Dat was moedgevend, na dat KcBB-onderzoek.

3. De doelstelling
Wat ook moedgevend was, was het proces die tot die beschrijving had geleid. Daar waren namelijk vertegenwoordigers uit de werelden van gemeente, sociaal-maatschappelijke organisaties, bedrijfsleven, kunst en cultuur, onderwijs, toerisme en sport bij betrokken geweest. Deze groep vormde een weerspiegeling van de samenleving.

Zij schaarden zich gezamenlijk achter de doelstelling: in 2020 staat Sittard-Geleen bekend als de meest ondernemende stad van Limburg op sociaal, cultureel en commercieel gebied.
Dit was nodig om bewoners, bedrijven en bezoekers aan de stad te binden.

4. De organisatie
Anders dan bij andere steden is citymarketing voor Sittard-Geleen niet alleen zaak van de gemeente, maar ook van de partijen die eerder een bijdrage aan de analyse hadden geleverd. In 2010 werd een vereniging opgericht waarvan die organisaties en bedrijven lid werden, BrandPartners Sittard-Geleen.

5. De doelgroep
De belangrijkste doelgroep voor de citymarketing door BrandPartners bestaat uit goed opgeleide jonge mensen (circa 17 tot 27 jaar), met een voorkeur voor praktisch, bètagericht onderwijs en werk. Deze focus werd onderbouwd door een aanvullend onderzoek door marktonderzoekbureau RMI te Heerlen.

6. De middelen
Een van de middelen om deze doelgroep te bereiken is de website www.insittardgeleen.nl. Deze site informeert in het Nederlands, Engels en Duits over de thema’s wonen, ondernemen, vrijetijd, studeren en winkelen.

7. De bewijslast
Over het thema ondernemen biedt de website onder de titel “Spotlight” testimonials van ondernemers die het “ondernemende” van de stad personifiëren:
  • René Joosten van adviesbureau Offermans Joosten
  • Olaf Houben van autoleasebedrijf Zuidlease
  • Dimitri Palmen van automatiseerder BCT
  • Huub Meessen van recyclingfabriek QCP
  • Bert Kip van Brightlands Chemelot Campus.
Onder de “Innovaties” vinden we initiatieven die Sittard-Geleen tot een ondernemende stad maken:
  • Chemelot, bestaande uit Brightlands Chemelot Campus en Chemelot Industrial Park
  • De logistieke hub, met de Barge Terminal Sittard-Geleen te Holtum-Noord
  • De autofabriek VDL Nedcar
  • Het ultramoderne ziekenhuis Zuyderland
  • De excellente sportomgeving van Sportzone Limburg.
En wie meer bewijs wil dat Sittard-Geleen ondernemend is, kijkt op “Made in Sittard-Geleen” voor:
  • Het nieuwe onderzoekscentrum van SABIC op Brightlands Chemelot Campus
  • De orthopedische hulpmiddelen van Smeets Loopcomfort
  • De sociale robot Tommy van Zuyderland
  • De wereldwijde handel in smaakstoffen door Fromatech
  • De e-coaches van Sananet voor chronisch zieken
  • Het energie-efficiënte datacenter van Cegeka
  • De dashboards voor VDL Nedcar van IAC
  • Het instituut Chemelot InSciTe voor onderzoek naar biomedische en biobased materialen
  • De unieke leeromgeving van CHILL
  • De intensieve hulp voor veelbelovende starters door Brightlands Innovation Factory
  • Enzovoort…
8. De resultaten
Het is nog geen 2020, dus nog te vroeg om vast stellen of Sittard-Geleen inderdaad bekend staat als de meest ondernemende stad van Limburg. De website wordt alvast goed bezocht.

En ik ben blij dat veel voorbeelden van “ondernemend” in Sittard-Geleen te vinden zijn op de Chemelot-site en de Brightlands-campus. Dit draagt zeker bij aan de doelstelling van de BrandPartners, temeer daar beide entiteiten de ambitie hebben om in aantal arbeidsplaatsen te groeien.

Meer informatie over de Vereniging BrandPartners Sittard-Geleen: www.brandpartnerssittardgeleen.nl.
Meer informatie over Sittard-Geleen: www.insittardgeleen.nl.

maandag 24 oktober 2016

De dichter uit Duluth in 25 gedichten

Wat leuk dat Bob Dylan de Nobelprijs voor de Literatuur heeft gewonnen! Ik heb nog een oude verzamel-lp van hem met daarop de aanprijzing: “Nobody sings Dylan like Dylan”. Nu kunnen we daaraan toevoegen: ‘Nobody writes poems like Dylan’.

 
De eerste keer dat ik Bob Dylan hoorde was bij een jeugdvriend thuis: de live dubbel-lp Before The Flood uit 1974, met The Band als zijn begeleidingsband. Ik werd er meteen door gegrepen. En nu, met de toekenning van die Nobelprijs, is het alsof ik daarmee op het juiste paard heb gewed.

Korte tijd later kocht ik de verzamel-lp Bob Dylan’s Greatest Hits uit 1967, waarop nummers van Dylan’s eerste vijf, zes albums waren samengebracht. Enkele ervan staan ook op Before The Flood, zoals Blowin’ In The Wind, een nummer op The Freewheelin’ Bob Dylan uit 1963, dat aansloot bij de beweging voor burgerrechten en de vredesbeweging van die tijd.

Sindsdien maakt de zanger (dichter) deel uit van mijn culturele bagage.

Sterk oeuvre
Gedurende meer dan vijftig jaar is Bob Dylan nieuwe, vernieuwende muziek blijven maken. Een kleine greep uit de enorme verzameling:
  • Girl From The North Country van The Freewheelin’ Bob Dylan, een lied dat Dylan later op Nashville Skyline uit 1969 zong met Johnny Cash.
        
  • Subterranean Homesick Blues van Bringing It All Back Home uit 1965, mogelijk vernoemd naar het boek The Subterraneans door Jack Kerouac.
         
  • It’s Allright, Ma (I’m Only Bleeding), ook van dat album, met strofes als: “Don’t hate nothing at all except hatred”.
        
  • En ook van die lp: Maggie’s Farm, een van de nummers die het moment markeren dat Dylan overstapte van acoustic naar electric, tot ergernis van zijn fans.
       
  • Just Like Tom Thumb’s Blues van Highway 61 Revisited, dat volgens Dylan begint in Mexico City en eindigt in Des Moines.
       
  • Ballad Of A Thin Man van datzelfde album, over de lotgevallen van Meneer Jones.
       
  • Most Likely You Go Your Way (I’ll Go Mine) van Blonde on Blonde uit 1966, hier in de bewerkte versie van Mark Ronson uit 2007.
       
  • I Threw It All Away van Nashville Skyline, het country-uitstapje van Dylan.
        
  • Knockin’ On Heaven’s Door beschrijft de dood van de hulpsheriff in de western Pat Garrett & Billy the Kid uit 1973: “Mama, take this badge off of me, I can't use it anymore.
       
  • Forever Young van Planet Waves uit 1974, geschreven als een slaapliedje voor Dylan’s zoon Jesse in de vorm van een soort oudtestamentische zegen.
       
  • Tangled Up In Blue van Blood On The Tracks uit 1975, waarover Dylan zei "The song took ten years to live and two years to write."
        
  • Hurricane van Desire uit 1976 is een protestlied over de gevangenschap van de bokser Rubin “Hurricane” Carter.
       
  • Not Dark Yet komt van Time Out Of Mind uit 1997, volgens sommige critici een van Dylan’s beste albums.
       
  • Beyond Here Lies Nothin' van Together Through Life uit 2009, met een venijnig videoclip.
        
  • Duquesne Whistle van Tempest uit 2012, met een videoclip, waarin iemand op enig moment voor de keuze komt te staan welke knuppel hij gaat gebruiken.


Traditie van Dylancovers
Bob Dylan schreef niet alleen voor zichzelf, maar ook voor anderen, zoals voor The Band het nummer I Shall Be Released op Music from Big Pink uit 1968. Big Pink is het huis van de bandleden, waar The Basement Tapes, uitgebracht uit 1975, werden opgenomen.

Verder bracht een grote schare popartiesten gedurende de afgelopen decennia covers uit van nummers van Bob Dylan. Dit is interessant voor wie moeite heeft met zijn gruizige, nasale stem (“Some people they tell me, I got the blood of the land in my voice.”):

Kortom
Voortdurend zweven er flarden songteksten van Bob Dylan door mijn hoofd.

En ik vind het (dus) prachtig dat deze dichter uit Duluth, Minnesota, de Nobelprijs voor de Literatuur 2016 heeft gewonnen.

Je kunt de genoemde songs achter elkaar afspelen via de speciale “Dichter uit Duluth” afspeellijst op YouTube.

maandag 17 oktober 2016

Wat doet big data bij u in de buurt?

Het gebruik van big data is tegenwoordig in opmars. En als er in Nederland één partij is die daarmee elke tegel kan lichten, dan is het toch wel het Centraal Bureau voor de Statistiek. Inderdaad, dit instituut komt overal, ook bij u in de buurt.

 
In “9 Slimme diensten met dank aan big data” schreef ik over big data in relatie tot Brightlands Smart Services Campus in Heerlen. In die stad is ook het Centraal Bureau voor de Statistiek gevestigd. Deze twee organisaties gaan samenwerken in een nieuw initiatief van het CBS: het Center for Big Data Statistics.

Center for Big Data Statistics
Binnen het Center for Big Data Statistics (CBDS) gaan nationale en internationale partijen uit overheid, bedrijfsleven, wetenschap en onderwijs samenwerken op het gebied van big data-technologie en big data-methoden voor de productie van officiële statistieken.

Dit moet leiden tot een statistiekvoorziening die sneller, beter en gedetailleerder is, met minder kosten en minder administratieve lasten. Daarbij moet je denken aan statistieken voor economische groei, veiligheid, gezondheid, arbeidsmarkt en sustainable development goals.
Alleen al het in kaart brengen van dat laatste onderwerp – sustainable development goals – vergt honderden statistische indicatoren. Maar dat is de moeite waard, want er zijn veel partijen die belangstelling hebben, zoals de Verenigde Naties en de Wereldbank.

Een van de internationale partijen is het Zuid-Koreaanse statistiekbureau KoStat.
Verder hebben zich gerenommeerde partijen bij het CBS aangesloten: De Nederlandsche Bank, TNO, Wereldbank, Ministerie van Economische Zaken, Microsoft, KPN, enkele andere ICT-bedrijven, APG, Provincie Limburg, Universiteit Maastricht, Open Universiteit, enkele andere (ook buitenlandse) universiteiten, Zuyd Hogeschool, Fontys Hogeschool, Eurostat, de statistiekbureaus van diverse Europese landen en – zoals gezegd – Brightlands Smart Services Campus.

Studenten, wetenschappers, startups en overige bedrijven en instellingen op Brightlands Smart Services Campus staan klaar om een bijdrage te leveren aan het Center for Big Data Statistics.

Big data bij u in de buurt
Dankzij nieuwe technieken en methoden worden statistieken ongetwijfeld beter, maar ook nu al is er een schat aan gegevens beschikbaar. Ook openbaar, voor iedereen online opvraagbaar.

Ik geef drie voorbeelden:
  • In “Honkvast” vind je een analyse van de migratie van de Nederlandse bevolking op basis van onderzoek van het Meertens Instituut
  • Kun je overal plezierig wonen?” gaat over een analyse van het woongenot in Nederland, uitgevoerd door NRC Handelsblad op basis van verschillende bronnen, waaronder het CBS.

CBSinuwbuurt
Het derde voorbeeld betreft CBSinuwbuurt. Het CBS stelt een groot aantal gegevens per gemeente, per wijk, per buurt en soms nog verfijnder beschikbaar.
Ik ben gaan kijken op www.CBSinuwbuurt.nl.

Via CBSinuwbuurt levert het CBS een waslijst aan gegevens, a big data list. Bekijk de aspecten hieronder, verdeeld over negen thema’s, of lees verder vanaf het kopje ‘Vier gemeenten vergeleken’.

1. Bevolking:
  • Aantal inwoners
  • Aantal mannen
  • Aantal vrouwen
  • Leeftijdsverdeling in procenten: 0 tot 15 jaar, 15 tot 25 jaar, 25 tot 45 jaar, 45 tot 65 jaar en 65 jaar en ouder
  • Huwelijkse staat in procenten: ongehuwd, gehuwd, gescheiden en verweduwd
  • Totaal aantal geboortes
  • Aantal geboorte per 1 000 inwoners
  • Sterfte, totaal aantal
  • Sterfte per 1 000 inwoners
  • Bevolkingsdichtheid (aantal inwoners per km2)
  • Totaal aantal particuliere huishoudens
  • Onderverdeling particuliere huishoudens in procenten: eenpersoonshuishoudens, meerpersoons huishoudens zonder kinderen, huishoudens met kinderen
  • Gemiddelde huishoudensgrootte (aantal personen)
  • Allochtonen in procenten van de totale bevolking: Westers allochtoon (totaal), niet-westers allochtoon (totaal), uit Marokko, Nederlandse Antillen en Aruba, Suriname, uit Turkije resp. overig niet-westers.
2. Bedrijven
  • Totaal aantal bedrijfsvestigingen
  • Aantal bedrijven in landbouw, bosbouw en visserij
  • Aantal bedrijven In nijverheid en energie
  • Aantal bedrijven in handel en horeca
  • Aantal bedrijven in vervoer, informatie en communicatie
  • Aantal bedrijven in financiële diensten, onroerend goed
  • Aantal bedrijven in zakelijke dienstverlening
  • Aantal bedrijven in cultuur, recreatie, overige diensten.
3. Wonen
  • Woningvoorraad (aantal woningen)
  • Gemiddelde woningwaarde (WOZ-waarde x 1.000 euro)
  • Verdeling woningvoorraad in procenten: eengezinswoningen vs. meergezinswoningen; koopwoningen, huurwoningen en eigendom onbekend
  • Verdeling woningvoorraad in procenten: bouwjaarklasse vanaf 2000 vs. bouwjaarklasse tot 2000.
4. Energieverbruik particuliere woningen
  • Gemiddeld aardgas- en elektriciteitsverbruik (m3 resp. kWh)
  • Gebruik naar woningtype (m3 resp. kWh): appartement, tussenwoning, hoekwoning, twee-onder-één-kap-woning en vrijstaande woning
  • Gebruik naar eigendom (m3 resp. kWh): huurwoning vs. koopwoning
  • Percentage woningen met stadsverwarming.
5. Inkomen
  • Aantal inkomensontvangers in particuliere huishoudens
  • Gemiddeld inkomen per inkomensontvanger (x 1 000 euro)
  • Gemiddeld inkomen per inwoner op basis van de totale bevolking in particuliere huishoudens (x 1.000 euro)
  • Verdeling personen in particuliere huishoudens in procenten: personen met laagste inkomen en personen met hoogste inkomen
  • Verdeling van particuliere huishoudens in procenten: huishoudens met laagste inkomen en huishoudens met hoogste inkomen
  • Percentage huishoudens onder of rond sociaal minimum
  • Percentage actieven 15–75 jaar.
6. Sociale zekerheid
  • Aantal algemene bijstandsuitkeringen
  • Aantal personen met een AOW-uitkering
  • Aantal arbeidsongeschiktheidsuitkeringen
  • Aantal WW-uitkeringen.
7. Motorvoertuigen
  • Aantal personenauto’s
  • Aantal personenauto’s per huishouden
  • Autodichtheid (aantal personenauto’s per km2)
  • Aantal bedrijfsmotorvoertuigen
  • Aantal motortweewielers
  • Verdeling personenauto’s: jonger dan 6 jaar vs. 6 jaar en ouder; brandstof benzine vs. overige brandstof.
8. Oppervlakte
  • Totale oppervlakte (ha)
  • Oppervlakte land (ha)
  • Oppervlakte water (ha).
9. Voorzieningen
  • Afstand tot huisartsenpraktijk
  • Aantal huisartsenpraktijken binnen 1, 3 resp. 5 km
  • Afstand tot apotheek
  • Afstand tot ziekenhuis exclusief resp. inclusief buitenpolikliniek 
  • Aantal ziekenhuizen exclusief resp. inclusief buitenpolikliniek binnen 5, 10 resp. 20 km
  • Afstand tot grote supermarkt
  • Aantal grote supermarkten binnen 1, 3 resp. 5 km
  • Afstand tot overige dagelijkse levensmiddelen
  • Aantal winkels voor overige dagelijkse levensmiddelen binnen 1, 3 resp. 5 km
  • Afstand tot warenhuis
  • Aantal warenhuizen binnen 5, 10 resp. 20 km
  • Afstand tot café
  • Aantal cafés binnen 1, 3 resp. 5 km
  • Afstand tot cafetaria
  • Aantal cafetaria’s binnen 1, 3 rep. 5 km
  • Afstand tot restaurant
  • Aantal restaurants binnen 1, 3 resp. 5 km
  • Afstand tot hotel
  • Aantal hotels binnen 5, 10 resp. 20 km
  • Afstand tot kinderdagverblijf
  • Aantal kinderdagverblijven binnen 1, 3 resp. 5 km
  • Afstand tot buitenschoolse opvang
  • Aantal buitenschoolse opvang binnen 1, 3 resp. 5 km
  • Afstand tot basisschool
  • Aantal basisscholen binnen 1, 3 resp. 5 km
  • Afstand tot voortgezet onderwijs
  • Aantal scholen voortgezet onderwijs binnen 3, 5 resp. 10 km
  • Afstand tot vmbo-scholen
  • Aantal vmbo-scholen binnen 3, 5 resp. 10 km
  • Afstand tot havo/vwo-scholen
  • Aantal havo/vwo-scholen binnen 3, 5 resp. 10 km
  • Afstand tot oprit hoofdverkeersweg
  • Afstand tot treinstation
  • Afstand tot belangrijk overstapstation
  • Afstand tot bibliotheek
  • Afstand tot zwembad
  • Afstand tot kunstijsbaan
  • Afstand tot podiumkunsten
  • Aantal podiumkunsten binnen 5, 10 resp. 20 km
  • Afstand tot poppodium 
  • Afstand tot bioscoop
  • Aantal bioscopen binnen 5, 10 resp. 20 km
  • Afstand tot sauna
  • Afstand tot zonnebank
  • Afstand tot attractie (pretpark, dierentuin of binnenspeeltuin)
  • Aantal attracties binnen 10, 20 resp. 50 km
  • Afstand tot brandweerkazerne.

Vier gemeenten vergeleken
Ontwerpbureau BuroSTUB gebruikte dit type gegevens bij opstellen van het rapport “Je zal er maar wonen: ontwerpend onderzoek naar huisvesting van kenniswerkers in een krimpregio”, waarover je meer kunt lezen in “Hoe je inspeelt op de woonwensen van kenniswerkers”.

Evenals in “Kun je overal plezierig wonen?” maak ik op basis van CBSinuwbuurt een vergelijking tussen vier gemeenten:
  • Sittard-Geleen, waar ik woon (80,53 km2, 94.000 inwoners, 1.186 inwoners per km2)
  • Midden-Drenthe, waar ik ben geboren (345,87 km2, 33.000 inwoners, 98 inwoners per km2)
  • Amsterdam, waar mijn echtgenote is geboren (219,32 km2, 821.000 inwoners, 4.954 inwoners per km2)
  • Maastricht, de provinciehoofdstad (60,03 km2, 122.000 inwoners, 2.162 inwoners per km2).
Ik geef hieronder de uitkomsten voor de thema’s bevolking, sociale zekerheid, motorvoertuigen en oppervlakte.




Stedelijkheid bepalend
Het laatste aspect – stedelijkheid – vat de verschillen tussen de gemeenten goed samen:
  • Bij sterke stedelijkheid zien we een grotere bevolking en een grotere bevolkingsdichtheid, meer personen tot 45 jaar en meer ongehuwde personen, meer eenpersoonshuishoudens en meer niet-westerse allochtonen.
    Dit gaat vooral op voor Amsterdam en in mindere mate voor Maastricht.
  • Bij zwakke stedelijkheid zien we meer personen van 45 jaar en ouder en meer gehuwde personen, meer meerpersoonshuishoudens, meer personen met een AOW-uitkering en meer personenauto’s per huishouden.
    Dit gaat vooral op voor Midden-Drenthe en in mindere mate voor Sittard-Geleen.
We zien enkele afwijkingen van die stelregels:
  • Het relatief grote aantal Westerse allochtonen in Maastricht. Dit zijn waarschijnlijk buitenlandse studenten, te oordelen naar het relatief grote aantal personen van 15 tot 25 jaar.
  • Het relatief grote aantal personen met een bijstandsuitkering en een arbeidsongeschiktheidsuitkering in Sittard-Geleen.
Het relatief grote oppervlak water in Amsterdam houdt naar mijn inschatting geen verband met de stedelijkheid en de andere statistische kengetallen.

Tenslotte
In al dit big data-geweld moeten we de privacy van de ‘gewone man’ niet uit het oog verliezen. Het is geruststellend dat CBS beschikt over het zogenaamde Privacy Audit Proof Certificate. Dit certificaat werd uitgereikt door Price Waterhouse Coopers (PwC) na een audit op basis van de normen van de Autoriteit Persoonsgegevens.
Ik hoop maar dat andere verzamelaars van big data even consciëntieus met de gegevens omgaan als het CBS.

Volg de ontwikkelingen rond het Center for Big Data Statistics op https://www.cbs.nl/nl-nl/onze-diensten/innovatie.