maandag 7 december 2015

De ontdekking van de Mijngod

Sint Barbara is de beschermheilige van de beoefenaars van gevaarlijke beroepen, waaronder mijnwerkers – dat is algemeen bekend. Maar wist je dat er ook een Mijngod is? Lees waar ik hem tegenkwam.

Barbarabeeld, Geleen

Afgelopen week, 4 december was de naamdag van de Heilige Barbara van Nicomedië, die volgens de overlevering omstreeks het jaar 205 door haar vader werd vermoord, omdat hij ontdekte dat zij zich tot het christendom had bekeerd. Zij staat bekend als een van de veertien Noodhelpers, want zij kan te hulp worden geroepen tegen brand, bliksem en storm. Zij is ook de beschermheilige van gevaarlijke beroepen als artilleristen en mijnwerkers, plus een reeks andere beroepen.

Het is dan ook geen wonder dat er voor de Loonhal van de Staatsmijn Maurits een Barbarabeeld staat, waar de heilige nog jaarlijks met bloemen wordt geëerd.
Maar Barbara heeft een protagonist, met wie je hieronder nader kennismaakt.

Loonhal Staatsmijn Maurits
De Loonhal is het centrale gebouw van de Staatsmijn Maurits, die van 1921 tot 1967 in bedrijf was. Het gebouw heeft een karakteristieke voorgevel in Amsterdamse stijl, versierd met een soort kantelen en met een voordeur geflankeerd door halfronde erkers. Deze gevel, evenals delen van het interieur, is rijksmonument.
Via dit gebouw en het badlokaal, dat daarachter ooit stond, gingen de mijnwerkers via een mijnschacht omlaag om steenkool te delven.

In de Loonhal werd aan het eind van de werkweek het loon in contanten aan de koempels uitbetaald. Ik heb me laten vertellen dat dit loon drie verschillende bestemmingen kreeg. Zo stonden voor de Loonhal de crediteuren klaar om achterstallige betaling op te eisen.
Zij die daaraan ontsnapten moesten langs ‘moeders de vrouw’ om bij haar het huishoudgeld in te leveren.
En wie daaraan ontkwam ging door naar het café, waar een groot deel van het zuurverdiende loon in drank en tabak werd omgezet.

De vraag
Ik mag mij tot een van de weinigen rekenen die tot de (voorlopige?) sluiting van de Loonhal in dat gebouw kantoor hield. In die periode (2008) werd ik benaderd door de Amsterdamse schrijver Pouw. Hij vroeg of ik wist waar het beeld de “Mijngod” van Brouwer stond.
Ik had geen idee.

Nou wil het geval dat ik toentertijd hielp bij het opzetten van een tentoonstelling over de Geleense beeldend kunstenaar Eugène Quanjel, waarvoor de Loonhal de locatie was. De organisator was Stichting Museum en Expositie Geleen (MEG). De vraag naar de Mijngod leidde ik door naar de mensen van deze stichting.

Er zijn allerlei archieven overhoop gehaald om de Mijngod te vinden. Er was wel wat informatie, maar niets leidde mij naar de locatie van het beeld.
Ik leerde dat de Mijngod bekend is onder de naam Kasper. Volgens de overlevering hielp hij de mijnwerker in nood, maar hij strafte als de mijnwerker iets deed dat niet in de haak was (‘een oude boze god’). – Met dank aan het zoekwerk door S.M., die zijn correspondentie steevast afsloot met “Glück Auf!

Ik gaf mijn halve antwoord door aan Pouw en daarmee was wat mij betreft de zoektocht naar de Mijngod doodgelopen. Andere zaken vroegen mijn aandacht.

Het antwoord
Korte tijd later ontving ik van Pouw een foto met de suggestie dat die misschien zou verraden waar het beeld van de Mijngod te vinden zou zijn:

Willem Brouwer werkend aan plastiek ‘Mijngod’,
gevelbekroning staatsmijn Maurits, Lutterade, 1923

Ik had geen idee waar hij die foto vandaan had, maar bij het bekijken ervan wist ik meteen waar de Mijngod te vinden was!
Er zijn zelfs vier mijngoden: de ‘kantelen’ op de voorgevel van de Loonhal.

Voorgevel Loonhal Staatsmijn Maurits

Tot op heden kijken de mijngoden met hun dreigende blikken Barbara recht in de ogen.

Detailfoto “Mijngod”/kanteel Loonhal

Willem Brouwer (1877-1933) was een Nederlandse keramist en beeldhouwer, die onder andere voor het Vredespaleis in Den Haag beeldhouwwerk heeft gemaakt.

De Mijngod
De Mijngod komt evident voort uit een legende, er valt dus weinig zinnigs te zeggen over zijn destructieve invloed: hoeveel mijnwerkers heeft hij daadwerkelijk voor hun wandaden gestraft?

Toch is de vrees voor destructie en straf niet ongegrond, maar een concreet aspect van het leven van de mijnwerker. Zo laten de statistieken zien dat alleen al in de Staatsmijn Maurits bijna 200 mijnwerkers zijn verongelukt, van wie 130 ondergronds (ook in de andere mijnen in Zuid-Limburg vielen doden te betreuren).

Hopelijk heeft Barbara vele andere mijnwerkers voor ongelukken behoed.

Glück Auf!

Zie ook “Breuken in het Heuvelland” van 15 april 2015.
Meer informatie over Stichting MEG: www.stichtingmeg.nl.