maandag 21 december 2015

Hoe de wereld dit jaar dichterbij kwam

December is de maand van jaaroverzichten. Ik vraag me af hoe 2015 de geschiedenisboekjes ingaat. Die vraag roept vooral nieuwe vragen op.

 
In 2004 zond de KRO het programma “De grootste Nederlander” uit. Pim Fortuyn eindigde op de eerste plaats, ex aequo met Willem van Oranje. Dit opmerkelijke resultaat kwam doordat Fortuyn kort tevoren (2002) was vermoord. Ik zou verbijsterd zijn als nu, elf jaar later, Fortuyn het opnieuw tot grootste Nederlander zou schoppen.

Pas na verloop van tijd is een juist oordeel mogelijk over de plaats van personen en gebeurtenissen in de geschiedenis. Het is dan ook speculatief om nu al over de gebeurtenissen van dit jaar zo’n oordeel te vellen.

Memorabel in 2015
Hier de twee meest gedenkwaardige gebeurtenissen van dit jaar, die kans maken om in de geschiedenisboekjes te komen, waarover romans geschreven of speelfilms gemaakt worden:
1. De terroristische aanslagen in Parijs.
2. De migrantenstroom naar West-Europa.

Terrorisme in Parijs
De aanslagen op 7 januari (Charlie Hebdo en een joodse supermarkt door Al-Qaida, totaal 20 doden) en 13 november (theater Le Bataclan, twee restaurants en een voetbalstadion door de Islamitische Staat, 130 slachtoffers) hebben ons diep geschokt. Uit solidariteit riepen velen “Je suis Charlie” en gingen tal van Facebook-foto’s schuil achter de Franse vlag.

Vóór 1 januari waren er ook al terroristische aanslagen in West-Europa (Londen, Madrid). We werden murw door aanhoudend nieuws over aanslagen in Nigeria, Mali (Boko Haram) en Syrië, Irak (IS) – ver van ons bed. Terwijl je misschien die aanslag op 25 juni bij een chemische fabriek in Lyon, waarbij een persoon werd onthoofd, alweer was vergeten of dat de dag erna in Tunesië 28 badgasten op het strand voor een hotel met een kalashnikov werden vermoord.

Nu – na 13 november – overheerst het gevoel dat onze beschaving ernstig wordt bedreigd. Ik zie een trendbreuk: terreur komt niet alleen van fanatici uit verre landen. In onze Westerse samenleving vinden jonge mensen voldoende grond om te ontsporen, om tot de vreselijkste misdaden te komen en niemand ontziend angst te zaaien – home grown.

Onze samenleving – met een sleutelrol voor ‘de overheid’*) – staat voor de moeilijke taak om de juiste tegenmaatregelen te nemen; er wordt een dringend beroep gedaan op het immuunsysteem van onze maatschappij. Hoe radicalisering te stoppen in een open samenleving?
In eigen land spitst de discussie zich toe op de lastige afweging tussen repressieve acties, zoals het monitoren van mobiel telefoonverkeer, en behoud van vrijheid. Laat het niet zo ver komen dat we alleen nog via detectiepoortjes toegang tot ‘het leven’ krijgen!

Daarnaast is er de behoefte om vooral in Syrië eens orde op zaken te stellen. Tot op heden durft geen enkel Westers land er een grondoorlog aan te gaan: veel te riskant, want door de IS is de definitie van oorlog totaal veranderd. Wat is dat voor een oorlog met strijders die ook onder ons wonen en onder de radar weten te blijven? Wanneer is in die oorlog een slag gewonnen? Wanneer is die oorlog gewonnen? Wie tekent de capitulatie als ‘wij’ hebben overwonnen?
Met het oog op de IS zijn zulke vragen ridicuul. Een oorlog met de IS is een oorlog zonder precedent! Het vraagt alles van de wijsheid, eenheid en vastberadenheid van de wereldgemeenschap.

Verder zal het helaas dikwijls gebeuren dat de goeden het met de kwaden moeten vergelden; ik geloof niet dat elke Syriër of Malinees – of wie daar op lijkt – een terrorist is, maar wél dat ze erop worden aangekeken. Ik las ergens: “Wie recht in de zon (de geloofsfanatici, gewelddadigen) moet kijken, heeft geen oog meer voor de sterren (de gematigden, andersdenkenden, rechtschapenen, rechtvaardigen).”

Migranten in West-Europa
De migrantenstroom beheerste het nieuws vrijwel het hele jaar en was ook vóór 1 januari al volop gaande. Het is dus lastig een datum te prikken. Toch noem ik 5 september, toen 7 à 8.000 migranten toestemming kregen om van de Oostenrijks-Hongaarse grens door te reizen naar München. Er werd vervolgens op regeringsniveau gesproken over het verdelen van 160.000 vluchtelingen over de Europese Unie.

Dit jaar waren vooral Syriërs in het nieuws. Zij werden niet alleen door de IS uit hun land verjaagd, ook zijn velen van hen op de vlucht voor president Assad.
Stel je eens voor: jouw huis, jouw straat, jouw stad is volledig in puin geschoten. Je legt met gebrekkige, soms ronduit levensgevaarlijke transportmiddelen een lang reis af naar een beter leven – naar een leven. Niemand doet dat voor z’n genoegen.

Het stelt ons voor de nodige problemen. Het is een zeer ongewoon beeld: groepen migranten die over de vluchtstrook – in dit verband letterlijk te nemen – via de Balkan richting Duitsland marcheren. Die aan de grenzen luidkeels doorgang eisen, bij Calais de Kanaaltunnel bestormen en soms klagen over het comfort van hun in allerijl klaargemaakte noodopvang.

Wanneer de komst van migranten bij mij zulke tegengestelde overwegingen losmaakt, dan vind ik het niet verwonderlijk dat dit ook leidt tot scherpe tegenstellingen in de samenleving. Tijdens inspraakavonden her en der in het land werd het conflict tussen barmhartigen en xenofoben dan ook op de spits gedreven.

En zo is ook bij dit thema sprake van een trendbreuk: vóór 2015 hoorde je niet veel anders over vluchtelingen dan dat ze op Lampedusa aankwamen. Nu vinden ze opvang in leegstaande gebouwen en tentenkampen in onze directe omgeving. De ‘wereld’ is dit jaar dichterbij gekomen.

Ik gun al die migranten zicht op een veilige toekomst. En ook hier ligt een delicate taak voor ‘de overheid’)*, namelijk hen een handje te helpen bij hun afweging: een toekomst bij ons of terug naar eigen land. En wie terugkeert staat voor de moeizame taak om een vervallen land weer op te bouwen.

Rimpelingen in geschiedenis?
Er was natuurlijk meer dat ons in 2015 bezighield, zoals de verkiezingsoverwinning van Syriza in Griekenland op 25 januari en onze kennismaking met premier Tsipras en zijn minister van Financiën Varoufakis. Of het conflict in Oost-Oekraïne, wat aanleiding was voor een audiëntie van de Duitse kanselier Merkel en de Franse president Hollande bij president Poetin in Moskou op 6 februari. En welk staartje krijgt het neerhalen van een Russisch gevechtsvliegtuig door de Turken op 24 november?

Bij dat alles is het de vraag of 2015 – over enige tijd bezien – meer zal zijn dan een rimpeling in de geschiedenis. Ik ben dan ook benieuwd welk stuk wrakhout van het vergane jaar 2015 op de kust van de historie zal aanspoelen.

Vraag: wat is jouw super-historische 2015-moment?

*) Ik plaats ‘de overheid’ tussen aanhalingstekens, want het is gemakkelijk gezegd: “De overheid moet het oplossen,” maar wat/wie is dat eigenlijk, ‘de overheid’?

maandag 14 december 2015

2015: 80 – 75 – 50 – 40

Er gaat geen jaar voorbij of er wordt wel iets herdacht dat dan honderd, vijftig of tien jaar geleden is gebeurd: historische gebeurtenis of het geboorte- of sterfjaar van een beroemde figuur. Ik noem enkele herdenkmomenten in 2015 rond Chemelot.

Julianakanaal bij Stein

Een historisch jaar is bijvoorbeeld 1715: toen stierf de Franse Zonnekoning Lodewijk XIV. Of 1815: Slag bij Waterloo. En in 1915 publiceerde Einstein de algemene relativiteitstheorie. Dat is nu 300, 200 resp. 100 jaar geleden.
Bij mij komen vier andere getallen op, herdenkmomenten van 80, 75, 50 en 40 jaar geleden in relatie tot Chemelot.

1935: opening Julianakanaal
80 Jaar geleden werd het Julianakanaal geopend, dat parallel aan de Maas van Maastricht naar Maasbracht loopt. Dit kanaal was cruciaal voor de afvoer van steenkool en kunstmest naar afzetgebieden in Nederland, Duitsland en verder.
Er waren in 1935 in Zuid-Limburg twaalf steenkoolmijnen in bedrijf: de staatsmijnen Wilhelmina, Emma, Hendrik en Maurits en de particuliere mijnen Oranje-Nassau I, II, III en IV, Laura, Julia, Willem-Sophia en de Domaniale. Kunstmest werd bij de Staatsmijn Maurits geproduceerd.

In 2015 is het Julianakanaal nog steeds een belangrijk onderdeel van het waterwegennetwerk in Nederland. In opdracht van Rijkswaterstaat wordt gewerkt aan het verbreden van het kanaal om grotere schepen te kunnen verwerken. En OCI Nitrogen stelde in de Chemelot-haven te Stein een terminal voor vloeibare kunstmest en ammoniak in gebruik om het transport van deze producten per binnenvaartschip mogelijk te maken.

Centraal Laboratorium 1940

1940: opening Centraal Laboratorium
75 Jaar geleden werd het Centraal Laboratorium van DSM geopend. Ik heb me laten vertellen dat koningin Wilhelmina kort voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog de officiële openingshandeling verrichtte. Het laboratoriumgebouw werd ingericht naar aanwijzingen van de DSM-directeur Van Iterson, die kort tevoren naar Amerika was gereisd om te zien hoe de grote chemische bedrijven daar hun onderzoek hadden georganiseerd.

Het Centraal Laboratorium is inmiddels fors uitgebreid en omgedoopt naar Brightlands Chemelot Campus. In 2015 gingen hier twee onderzoekscentra van start: het Brightlands Materials Center en Chemelot InSciTe. Het Brightlands Materials Center is gericht op onderzoek naar polymere materialen (plastics). Chemelot InSciTe houdt zich bezig met de ontwikkeling en toepassing van biomedische materialen en de duurzame productie van biobased materialen.

Transition as tradition

1965: aankondiging mijnsluiting
50 Jaar geleden kondigde de toenmalige minister van Economische Zaken Joop den Uyl aan dat de mijnen in Limburg gingen sluiten, omdat de steenkoolwinning niet langer rendabel was door de opkomst van het aardgas en door goedkope kolenimport. Nieuwe werkgelegenheid werd gecreëerd in onder andere de textielindustrie (Macintosh), de kunststofverwerking (Curver) en bij de rijksoverheid (ABP en CBS).

In 2015 werd uitgebreid bij de mijnsluiting stilgestaan: het Jaar van de Mijnen. Daarbij werd gewezen op de transitie van de bedrijvigheid rond de mijnen, die onder meer heeft geleid tot Chemelot en Brightlands Chemelot Campus.
Die transitie is zeker indrukwekkend, maar soms wordt daarbij opgemerkt dat de chemische industrie in Geleen pas na de sluiting van de Staatsmijn Maurits in 1967 ontstond. Dit is niet correct: de chemie was al tientallen jaren eerder rond de Maurits ontstaan. Zo stonden in 1967 op het huidige Chemelot Industrial Park al fabrieken voor de productie van kunstmest, caprolactam, polyethyleen, synthetisch rubber en melamine. Die producten worden daar nu nog steeds gemaakt. Wel werden na 1967 onder meer acrylonitril, polyvinylchloride en polypropeen aan het productenpalet toegevoegd.

1975: explosie naftakraker 2
40 Jaar geleden, op 7 november 1975 vond de explosie plaats van naftakraker 2 op het huidige Chemelot-terrein. Daarbij vielen veertien doden te betreuren. Deze ramp heeft diepe indruk gemaakt. Iedereen die toen in de buurt was, had haar of zijn Kennedy-moment: je weet nog precies waar je was toen het gebeurde.
Bekijk het YouTube-filmpje: https://youtu.be/JFw4QWnnqBg

In 2015 werden Chemelot en de omwonenden geconfronteerd met een groot aantal incidenten die soms ernstige overlast gaven. De irritatie en ongerustheid die dat heeft opgewekt is begrijpelijk. Maar zonder daarvan iets af te doen, mogen we wel vaststellen dat het incident in 1975 veel ernstiger was.
Op Chemelot leren we nog steeds van elk incident en dat gold des te meer voor de explosie van naftakraker 2. Zo wordt nu inert stikstofgas gebruikt om te voorkomen dat stoffen in reactorvaten tot explosie kunnen komen (daar was bij naftakraker 2 niet in voorzien). En zo wordt de meetkamer van waaruit een fabriek wordt bestuurd niet meer middenin de fabriek geplaatst (zoals bij naftakraker 2), maar aan de rand ervan.

Lees “Breuken in het Heuvelland” van 15 juni 2015 voor meer informatie over de steenkoolwinning in Zuid-Limburg.
Lees ook “De ontdekking van de Mijngod” van 7 december 2015 voor een aardige anekdote over Staatsmijn Maurits.
En lees “Waarom iedereen beter wordt van Chemelot InSciTe” van 5 oktober 2015.

maandag 7 december 2015

De ontdekking van de Mijngod

Sint Barbara is de beschermheilige van de beoefenaars van gevaarlijke beroepen, waaronder mijnwerkers – dat is algemeen bekend. Maar wist je dat er ook een Mijngod is? Lees waar ik hem tegenkwam.

Barbarabeeld, Geleen

Afgelopen week, 4 december was de naamdag van de Heilige Barbara van Nicomedië, die volgens de overlevering omstreeks het jaar 205 door haar vader werd vermoord, omdat hij ontdekte dat zij zich tot het christendom had bekeerd. Zij staat bekend als een van de veertien Noodhelpers, want zij kan te hulp worden geroepen tegen brand, bliksem en storm. Zij is ook de beschermheilige van gevaarlijke beroepen als artilleristen en mijnwerkers, plus een reeks andere beroepen.

Het is dan ook geen wonder dat er voor de Loonhal van de Staatsmijn Maurits een Barbarabeeld staat, waar de heilige nog jaarlijks met bloemen wordt geëerd.
Maar Barbara heeft een protagonist, met wie je hieronder nader kennismaakt.

Loonhal Staatsmijn Maurits
De Loonhal is het centrale gebouw van de Staatsmijn Maurits, die van 1921 tot 1967 in bedrijf was. Het gebouw heeft een karakteristieke voorgevel in Amsterdamse stijl, versierd met een soort kantelen en met een voordeur geflankeerd door halfronde erkers. Deze gevel, evenals delen van het interieur, is rijksmonument.
Via dit gebouw en het badlokaal, dat daarachter ooit stond, gingen de mijnwerkers via een mijnschacht omlaag om steenkool te delven.

In de Loonhal werd aan het eind van de werkweek het loon in contanten aan de koempels uitbetaald. Ik heb me laten vertellen dat dit loon drie verschillende bestemmingen kreeg. Zo stonden voor de Loonhal de crediteuren klaar om achterstallige betaling op te eisen.
Zij die daaraan ontsnapten moesten langs ‘moeders de vrouw’ om bij haar het huishoudgeld in te leveren.
En wie daaraan ontkwam ging door naar het café, waar een groot deel van het zuurverdiende loon in drank en tabak werd omgezet.

De vraag
Ik mag mij tot een van de weinigen rekenen die tot de (voorlopige?) sluiting van de Loonhal in dat gebouw kantoor hield. In die periode (2008) werd ik benaderd door de Amsterdamse schrijver Pouw. Hij vroeg of ik wist waar het beeld de “Mijngod” van Brouwer stond.
Ik had geen idee.

Nou wil het geval dat ik toentertijd hielp bij het opzetten van een tentoonstelling over de Geleense beeldend kunstenaar Eugène Quanjel, waarvoor de Loonhal de locatie was. De organisator was Stichting Museum en Expositie Geleen (MEG). De vraag naar de Mijngod leidde ik door naar de mensen van deze stichting.

Er zijn allerlei archieven overhoop gehaald om de Mijngod te vinden. Er was wel wat informatie, maar niets leidde mij naar de locatie van het beeld.
Ik leerde dat de Mijngod bekend is onder de naam Kasper. Volgens de overlevering hielp hij de mijnwerker in nood, maar hij strafte als de mijnwerker iets deed dat niet in de haak was (‘een oude boze god’). – Met dank aan het zoekwerk door S.M., die zijn correspondentie steevast afsloot met “Glück Auf!

Ik gaf mijn halve antwoord door aan Pouw en daarmee was wat mij betreft de zoektocht naar de Mijngod doodgelopen. Andere zaken vroegen mijn aandacht.

Het antwoord
Korte tijd later ontving ik van Pouw een foto met de suggestie dat die misschien zou verraden waar het beeld van de Mijngod te vinden zou zijn:

Willem Brouwer werkend aan plastiek ‘Mijngod’,
gevelbekroning staatsmijn Maurits, Lutterade, 1923

Ik had geen idee waar hij die foto vandaan had, maar bij het bekijken ervan wist ik meteen waar de Mijngod te vinden was!
Er zijn zelfs vier mijngoden: de ‘kantelen’ op de voorgevel van de Loonhal.

Voorgevel Loonhal Staatsmijn Maurits

Tot op heden kijken de mijngoden met hun dreigende blikken Barbara recht in de ogen.

Detailfoto “Mijngod”/kanteel Loonhal

Willem Brouwer (1877-1933) was een Nederlandse keramist en beeldhouwer, die onder andere voor het Vredespaleis in Den Haag beeldhouwwerk heeft gemaakt.

De Mijngod
De Mijngod komt evident voort uit een legende, er valt dus weinig zinnigs te zeggen over zijn destructieve invloed: hoeveel mijnwerkers heeft hij daadwerkelijk voor hun wandaden gestraft?

Toch is de vrees voor destructie en straf niet ongegrond, maar een concreet aspect van het leven van de mijnwerker. Zo laten de statistieken zien dat alleen al in de Staatsmijn Maurits bijna 200 mijnwerkers zijn verongelukt, van wie 130 ondergronds (ook in de andere mijnen in Zuid-Limburg vielen doden te betreuren).

Hopelijk heeft Barbara vele andere mijnwerkers voor ongelukken behoed.

Glück Auf!

Zie ook “Breuken in het Heuvelland” van 15 april 2015.
Meer informatie over Stichting MEG: www.stichtingmeg.nl.