maandag 30 november 2015

De 9 beginselen van mijn blog

Na meer dan honderd blogposts is aan de orde welke uitgangspunten ik hanteer bij het publiceren van mijn blog en welke middelen ik daarbij gebruik.


In “7 Redenen om door te gaan na (meer dan) 100 blogposts” van 16 november 2015 stond ik stil bij een mijlpaal: ik publiceerde mijn honderste Nederlandse blogpost. Het produceren van blogs vergt de nodige voorbereiding, zoals: de selectie van het onderwerp, het schrijven van de tekst en het publiceren en bekendmaken ervan. Ik heb daarbij bewust of onbewust bepaalde uitgangspunten gehanteerd, die ik hieronder expliciet maak.

Uitgangspunten
Mijn uitgangspunten bij het bloggen zijn helder:
  1. Ik ben zelf verantwoordelijk voor mijn blogposts, ondanks dat ik de informatie uit allerlei bronnen bij elkaar sprokkel.
       
  2. Ik ben vrij in de keuze van mijn onderwerpen en wissel thema’s naar believen af. Ik schrijf geen voedselblog, geen reis-, automatiserings- of geschiedenisblog, geen Chemelot- of Brightlands-blog, ondanks dat ik over al die onderwerpen schrijf.
        
  3. Ik schakel geen proeflezers in, maar heb wél een enkele keer vooraf toestemming tot publicatie gevraagd, bijvoorbeeld voor “Snel weer gezond dankzij PathoFinder” van 12 augustus 2013 en “Scheiden doet verblijden” van 14 april 2014.
        
  4. Het is niet mijn doel om iets te verkopen of om iemand over te halen. Wél vind ik het mooi als lezers te kennen geven dat een artikel hen tot nadenken heeft aangezet.
        
  5. Een eenmaal gepubliceerde blogpost blijft op het internet staan (zolang de techniek beschikbaar blijft). Het is opmerkelijk dat oudere artikelen nog steeds worden bekeken, zoals “Op zoek naar een verdwenen dorp” van 27 mei 2013, een van mijn eerste artikel.
         
  6. Ongeveer een op de vijf posts publiceer ik in het Engels om niet-Nederlandse lezers ‘te bedienen’.
        
  7. In de vakantietijd sla ik enkele weken over en verwijs ik naar oudere blogposts.
         
  8. Jaarlijks verzamel ik mijn artikelen in een ebook (Nederlands en Engels).
         
  9. In “Disclaimer bij mijn blog” van 31 maart 2013 heb ik de disclaimer bij mijn blog vastgelegd, die ik in “Waarom een disclaimer voor sociale media” van 2 april 2013 heb toegelicht. Ook deze disclaimer vormt een uitgangpunt voor mijn blog.

Een ontwikkelingspuntje is de lengte van mijn artikelen: in mijn enthousiasme laat ik me dikwijls te zeer gaan.

Virtuele werkplaats
Zonder de hedendaagse technologieën zou het wekelijks produceren van een blogpost ondoenlijk zijn. Anders dan de werkplaats van een autogarage (zie de foto hierboven) is het benodigde gereedschap voor het bloggen niet lastig te verwerven: als je eenmaal een goed draaiende pc hebt, zijn ze gratis verkrijgbaar. Voor je het weet heb je je virtuele gereedschapskist gevuld.

Ik geef een opsomming van het gereedschap in mijn virtuele gereedschapskist:
    
  • Het internet als bron van informatie, waarbij ik Firefox als browser gebruik.
       
  • Microsoft OneNote voor het vastleggen van gedachten op computer, smartphone en tablet (gesynchroniseerd).
       
  • Microsoft Word voor het uitwerken van de teksten.
       
  • Microsoft Excel voor het plannen van de artikelen.
         
  • Microsoft SyncToy voor het offline veiligstellen van mijn teksten en bijbehorende bestanden.
         
  • Google Blogger als (gratis) publicatieplatform.
         
  • Google Analytics is (in eenvoudige vorm) in Blogger geïntegreerd.
         
  • Via Blogger kan men zich als abonnee aanmelden, de verzendlijst beheer ik met Google FeedBurner.
         
  • MailChimp voor het verspreiden van oudere blogposts onder de abonnees in vakantietijd.
         
  • Sociale media voor het bekendmaken van blogposts: Twitter, een Facebook-pagina (zie “Waarom is een Facebook-pagina soms beter?” van 23 juni 2014), LinkedIn en Google+.
         
  • Buffer voor het plannen van tweets en posts.
         
  • Bitly voor het verkorten van de internetadressen van de artikelen.
        
  • Voor de vertaling van mijn blogs wil ik nog wel eens een beroep doen op Google Translate en Linguee.
        
  • LinkedIn Slideshare voor het publiceren van de ebooks.
        
  • Sinds kort Snappa StockSnap voor gratis foto’s van goede kwaliteit en vrij van copyright (hoewel ik de voorkeur geef aan foto’s die ik zelf maakte).
         
  • En ook sinds kort Snappa voor het produceren van afbeeldingen bij tweets.

Zelf bloggen
Deze digitale gereedschapskist staat dus vrijelijk aan iedereen ter beschikking. Even googlen en de soms een (gratis) gebruikersaccount aanmaken en je kunt aan de slag met het publiceren van je eigen blog.

Oproep: vul je virtuele gereedschapskist en start je eigen blog! (en laat het me weten)

maandag 23 november 2015

Why everyone benefits from Chemelot InSciTe

Brightlands Chemelot Campus is home to a new research institute: Chemelot InSciTe. Through accelerated innovation the researchers want to contribute to solutions for our society.

Chemelot InSciTe biomedical facility

The Chemelot Institute for Science and Technology (InSciTe) is a public-private partnership between DSM, Eindhoven University of Technology, Maastricht University/Maastricht University Medical Center+ and the (Dutch) Province of Limburg. It’s a ‘Triple Helix’ collaboration between business, education, and government.
As much as possible, these organizations involve other academic and industrial parties in their activities, including SMEs.

Open innovation ecosystem
The activities of Chemelot InSciTe relate to the development and application of biomedical materials and the sustainable production of bio-based materials. To this end, the institute offers an open innovation infrastructure with shared facilities, which the individual partners cannot afford. There is ample opportunity to develop the outcomes of research into business.
For the research and the necessary facilities Chemelot InSciTe has a whopping 60 million euros at its disposal. In addition, Chemelot InSciTe intends to acquire 30 million euros through partnerships, scholarships, and grants.
The Province of Limburg invests via Brightlands Chemelot Campus.

The challenges we face
Chemelot InSciTe focuses particularly on two challenges the contemporary society faces. Firstly, how to sustain the health of an ageing population and simultaneously maintain our health care system. This is the domain of Chemelot InSciTe’s biomedical 'leg'.
Secondly, how to produce the resources that are crucial for our prosperity and welfare, without depleting natural resources and without harming the environment. This is the focus of Chemelot InSciTe’s bio-based department.

Chemelot InSciTe focuses on the joint development of an idea into a product, which can be marketed. To this end, the institute combines expertise, experimentation, entrepreneurship, and education. The outcome includes research projects, laboratories and pilot plants, start-ups, and dissertations. Throughout, open innovation is the magic word.

BIOMEDICAL: making smarter materials
By making the materials smarter, affordable and good quality health care is possible. Chemelot InSciTe offers solutions on the basis of biomedical materials that can be used safely in the human body. Examples include different medications and the replacement, repair, and even the regrowth of tissue. Healing and prevention replace expensive chronic care.

Biomedical facility
At Brightlands Chemelot Campus Chemelot InSciTe has a new 600 square meter facility at its disposal, an excellent working environment for every researcher in the field of biomedical materials.
In this facility are three sections: an open laboratory (level 1), a controlled research laboratory (level 2), and (closed) GMP certified class B (ISO 5) clean rooms for clinical testing (level 3).*)
As the level of the section increases, the number of research projects (unusable ideas are dropped), the number of researchers involved, and the area needed decrease, while complexity and cumulative costs increase.

In the facility is all kinds of equipment, such as instruments for testing material fatigue (e.g., to determine the durability of an artificial knee), a scanning electron microscope, and an electro-spinner for making so-called scaffolds. Scaffolds are minuscule structures to be placed inside the body, for example in a vein, allowing body cells to grow on it, to restore the tissue.
In addition, the biomedical facility has sufficient space for researchers to bring their own equipment.


A striking biomedical research project
One of the biomedical research projects concerns ophthalmology. The administration of drugs in the eye is very unpleasant, for example for patients with macular degeneration or glaucoma. The research focuses on the mode of administration of these drugs. This research is directed towards a tiny, spindle-shaped tool that is placed in the eye (ocular insert) to release the drug for a longer time of time in the correct dosage.

In addition to ophthalmology, biomedical research is conducted on applications for cardiovascular diseases and orthopedics.

Pilot Plant complex with the Chemelot InSciTe bio-based pilot plant
Artist impression Broekbakema

BIO-BASED: making materials smarter
By making materials smartly, chemicals and materials can be produced from renewable raw materials. Chemelot InSciTe produces such materials, so-called bio-based building blocks (4BS), that do not compete with the food chain, save water, and reduce carbon emissions.

Bio-based pilot plant
At Brightlands Chemelot Campus a pilot plant facility is currently under construction. The complex accommodates pilot plants for Sappi, Avantium, and Techno Force, while Chemelot InSciTe establishes here a pilot plant of 520 square meter for the production of bio-based materials.


Lignine as bio-based building block
One of the bio-based research projects involves lignin, the material that makes plants stand upright. Lignin has the natural tendency to break down; this phenomenon gives old books their characteristic smell. Converting lignin chemically in a controlled way yields building blocks for materials. The design and scale of this conversion process is the subject of research.

In addition to the lignin path to 4BS, two other ways are object of research, with hemicellulose respectively cellulose as a raw material. Hemicellulose is a component of the cell wall of plants, cellulose is also a material in plants, particularly in trees (that also contain lignin).

This research can lead to the replacement of fossil fuels, drop-in 4BS, or to entirely new applications, new 4BS. To this aim Chemelot InSciTe uses the thermo-chemical, catalytic, and biochemical expertise of its partners.

Chemelot InSciTe also offer the course "Working in a pilot plant".

Collaboration is crucial
During the official opening, there was a speech by Koenraad Debackere, Director of KU Leuven. At Leuven campus development started way before Chemelot.

Debackere explained that collaboration of a company with universities leads to increased sales of new products, while collaborating with suppliers and customers is boosting the sales of improved products.

Debackere presented his own version of the Triple Helix, which indicates what is required for good results: entrepreneurship, collaboration, and sound management of intellectual property. When companies work together they are often wary of the associated risks (especially the loss of intellectual property). Through the collaboration between companies and universities such risks can be reduced – and that is exactly what happens at Chemelot InSciTe.

Chemelot InSciTe started officially on September 28, 2015; for more information: www.chemelot-inscite.org.
*) More information about (the classification of) cleanrooms: https://en.wikipedia.org/wiki/Cleanroom
This blog post is a repost of my (Dutch) October 5, 2015 post.
Read my May 20, 2013 blog post about the reason why of my English reposts.

maandag 16 november 2015

7 Redenen om door te gaan na (meer dan) 100 blogposts

Soms komt het moment om terug te kijken en je af te vragen of het allemaal de moeite waard was. Dat moment is nu gekomen voor mijn blog, want ik heb een mijlpaal bereikt!


Wet van het ronde getal
Enkele jaren geleden stonden we tijdens de Elfmerentocht met een lekke band in het Friese dorp Balk. We hadden één omstander en die verklaarde dat hij bij de vijfentwintigste keer was gestopt met deelname aan deze toertocht. Ik vroeg hem: “Waarom bent u toen gestopt?
Ik vond het na vijfentwintig keer wel mooi geweest.
Ik probeerde zijn ‘wet van het ronde getal’ te buigen door tegen te werpen: “Maar als je het nou nog steeds leuk vind?
Tevergeefs, de Balkster vond het welletjes.

Honderd
Ik heb nu exact honderd (Nederlandse) blogposts geschreven – ook een mooi rond getal. Ik begon twee-en-een-half jaar met bloggen om ervaring op te doen met de sociale media. Die ervaringen kwamen van pas bij mijn werk als manager communicatie.

De techniek stond aanvankelijk voorop, maar bloggen gaat niet zonder inhoud. Gaandeweg heeft het schrijven zich ontwikkeld van een activiteit in functie van de techniek naar een doel op zich. En tegelijkertijd heeft de techniek zich in dienst van de inhoud gesteld.

Waarom mijn blog?
Het schrijven van het blog geeft me veel voldoening:
  1. Door het schrijven breng ik mijn gedachten op orde. Het schrijven dwingt me om een mening te vormen. Of ik weet me juist van een oordeel te onthouden, omdat zaken genuanceerder zijn dan ze in eerste instantie lijken.
       
  2. Het bloggen verbetert mijn schrijfvaardigheid. Het is een uitdrukkingsvorm waar ik me goed bij voel en ik heb er een leuke hobby aan.
        
  3. Ik kan je aan interessante personen voorstellen, zoals in “Ficus” van 25 november 2013 (met het bijzondere gedicht “De tuinman en de dood”).
        
  4. Ik kan je laten kennismaken met interessante plaatsen en ontwikkelingen. Dit heeft artikelen over Chemelot, Brightlands en Ierland opgeleverd.
        
  5. Bloggen is een aardige manier om komische situaties en invallen te delen, zoals “Bieten hier, bieten daar” van 22 juni 2015.
        
  6. Ook de kennismaking met nieuwe (communicatie) technologieën blijft een inspiratiebron; lees er “Virtueel drijfzand” van 10 februari 2014 maar eens op na.
    Soms hoor ik mensen zeggen: “Ik heb eigenlijk geen idee wat dat is, Twitter.” Hen wijs ik op “De krant is een meneer, Twitter is een krantenjongen” van 22 april 2013.
        
  7. En ik kan interessante boeken bij je introduceren, bijvoorbeeld “Niet kapot te krijgen” van 9 juni 2014.
De reacties van lezers waren altijd positief en daar ben ik blij om. 

Lezers, bedankt!  

Gemotiveerd om door te gaan
Anders dan voor die man in Balk geldt voor mij niet de wet van het ronde getal, want ik ben van plan om mijn blog te continueren. Ik heb een lijstje met onderwerpen waaruit ik nog lang kan putten en "I got a head full of ideas". En er komt regelmatig iets onverwachts voorbij, zoals het overlijden van een Belgische politicus op 9 oktober 2013 dat vrijwel onmiddellijk resulteerde in “Martens”.

En natuurlijk vormen de positieve reacties van lezers door middel van reposts, retweets en likes op de sociale media een stimulans. “Een schrijver eist geen geloof, maar is al tevreden wanneer men hem citeert,” schreef Peter Sloterdijk.

Uiteraard wens ik dat elk artikel door iedereen wordt gelezen, maar dat is niet realistisch. Niettemin hoop ik dat velen “Waar de klaproos bloeit” van 16 juni 2014 lezen vanwege de ‘nooit meer oorlog’-boodschap die helaas aan dovemansoren blijkt te zijn gericht (“Pray you'll never know / the hell where youth and laughter go”).

Vraag: over welk onderwerp zou ik ook eens een artikel moeten schrijven?

maandag 9 november 2015

Ruimte voor ontwikkeling

In Limburg is geen vierkante meter zonder bestemming, zoals economische bedrijvigheid, wonen, landbouw of natuur, meer te vinden. Uit het Provinciaal Omgevingsplan Limburg blijkt dat het gebruik van ruimte een eigen dynamiek kent. De ontwikkeling van Brightlands Chemelot Campus is een mooi voorbeeld.


Center Court op Brightlands Chemelot Campus in aanbouw
Foto Dols Fotografie

Kiezen voor Limburg
Het Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL2014) beschrijft de ruimtelijke ordening, het milieubeheer, het waterbeheer en verkeer en vervoer (bereikbaarheid). Dit plan – en de nadere uitwerking ervan – moet leiden tot een voortreffelijk leef- en vestigingsklimaat. Burgers en bedrijven moeten kiezen voor Limburg: om naar toe te gaan en vooral om er te blijven.
Ik licht eruit wat over Brightlands Chemelot Campus (broedplaats van kennis) en het bedrijventerrein Chemelot is geschreven.

Zonering van Zuid-Limburg


Gebiedstypen in Limburg
Het POL2014 onderscheidt zeven gebiedstypen, elk met een eigen karakter en verschillende ontwikkelingsmogelijkheden.

Binnen het bebouwd gebied onderscheiden we de volgende zones:
1. Stedelijk centrum (Heerlen, Maastricht, Roermond, Sittard-Geleen, Venlo, Venray en Weert): zorgen door een mix aan functies voor de aantrekkingskracht en uitstraling van Limburg.
2. Bedrijventerrein: ingericht voor grote bedrijvigheid.
3. Overig bebouwd gebied: overige gebieden met een stedelijk en dorps karakter.

In het landelijk gebied – de contramal van bebouwd gebied – gaat het om de volgende zones:
4. Goudgroene natuurzone: natuur en natuurontwikkeling hebben het primaat vanwege de voorkomende waardevolle flora en fauna, vaak van (inter)nationale betekenis (zoals de Natura2000-gebieden).
5. Zilvergroene natuurzone: landbouwgebieden met grote kansen voor ontwikkeling van natuurwaarden; agrarisch natuurbeheer, gebieden met delfstoffenwinning en de Maasplassen.
6. Bronsgroene landschapszone: beekdalen en gebieden met steilere hellingen, in hoge mate bepalend voor het beeld van het Limburgs landschap. Omvat ook het winterbed van de Maas.
7. Buitengebied: alle andere landelijke gebieden met een agrarisch karakter, met ruimte voor doorontwikkeling van agrarische bedrijven.

Economie in Zuid-Limburg


Brightlands Chemelot Campus; kantoren
Voor  Zuid-Limburg staan de ontwikkeling van de Brightlands-campussen (Chemelot Campus en Maastricht Health Campus), de stedelijke centra, het woningaanbod, de verbindingen en het landschap (vooral het Nationaal Landschap Zuid-Limburg), kortom de economische structuurversterking centraal.

De dragende sectoren van de economie van Zuid-Limburg zijn Chemie & Materialen (Chemelot Campus), Life Sciences & Health (Maastricht Health Campus) en Smart Services. Op de campussen staan kennisoverdracht en -ontwikkeling en persoonlijke ontplooiing centraal staan. De kenniseconomie (in deze vorm) veroorzaakt een multiplier voor alle andere economische sectoren (afgeleide werkgelegenheid).

De campussen lijken eerder op een kantorenpark dan op een bedrijventerrein. Volgens de Provincie is op deze terreinen nog ruimte voor kantoren, oftewel – in het planologisch jargon – voor het doorontwikkelen en verbeteren van de verblijfskwaliteit. Het betreft hier gebouwen met een specifieke bestemming, zoals laboratoria, onderwijsfaciliteiten, proef- en testproductieruimten en daarbij behorende voorzieningen.
Zo moeten deze locaties verder worden ontwikkeld tot uitnodigende en inspirerende werkomgevingen die een katalysator vormen voor ontmoeting, netwerken en kennisuitwisseling. De bouw van Center Court, het centrale gebouw op Chemelot Campus (gereed medio 2016), vormt daarvan een mooi voorbeeld (zie foto).

Omwille van de bereikbaarheid voor campuswerkers moeten de campussen goed worden aangesloten op het openbaar vervoer.
Chemelot Campus biedt bovendien kansen voor natuurontwikkeling.

Afwegingen
De ruimte in ons dichtbevolkte land is beperkt en dat leidt tot lastige afwegingen over het (toekomstig) gebruik ervan. Economische ontwikkeling (en daarmee gepaard gaande werkgelegenheid) stuit op het behoud van de landelijke omgeving (en de daar aanwezige natuurwaarden). Rond Chemelot vormt het buitengebied Graetheide, noordelijk van Chemelot (op de kaart hierboven gemarkeerd als ‘heroverwegingsgebied bedrijventerrein’), een voorbeeld van zo’n dilemma.
Graetheide was altijd bestemd als bedrijventerrein, een vooruitzicht waarvan bepaalde groepen omwonenden uitgesproken tegenstanders zijn. Volgens de Provincie blijft die mogelijkheid bestaan, zij het in een aanzienlijk kleinere omvang dan de ooit beoogde 200 hectare. De Provincie gaat ervan uit dat, als er in de toekomst een eventuele uitbreiding van Chemelot Campus aan de orde zou zijn, deze vooral plaatsvindt in de directe nabijheid van de huidige locatie, op het Chemelot Industrial Park of binnen de bestaande bedrijventerreinenvoorraad in de regio.

Chemelot Industrial Park; logistiek
Het logistieke knooppunt Zuid-Limburg (trimodaal, d.w.z. voor goederenvervoer over weg, spoor en water) is gesitueerd in Sittard-Geleen en omvat de havens en railterminals in Born, Stein en op het Chemelot Industrial Park.

Interventies
De Provincie staan verschillende (wettelijke) instrumenten ter beschikking om het omgevingsplan, inclusief de ontwikkeling van de campussen en de ruimtevraag voor logistiek en chemie, te realiseren. Zo heeft de Provincie een regulerende rol als bevoegd gezag voor de omgevingsvergunningverlening voor grotere bedrijven.

Wonen en leefbaarheid in Zuid-Limburg


Ook wijst de Provincie bedrijventerreinen met geluidcontouren aan (het betreft hier Chemelot, NedCar, NedCar Yard en Industrial Park Swentibold). De Provincie anticipeert daarbij op nieuwe geluidwetgeving die het Rijk ontwikkelt onder de naam SWUNG2 (Samen Werken in de Uitvoering van Nieuw Geluidbeleid) voor wegen en industrielawaai. Verder ontwikkelt het Rijk een nieuwe Omgevingswet (verwacht in 2018) en nieuwe regelgeving voor externe veiligheid.

Het Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 is online opvraagbaar.
URL: http://www.limburg.nl/Beleid/Provinciaal_Omgevingsplan_Limburg  
Digitale POL2014: http://www.polviewer.nl/NL.IMRO.9931.SVPOL2014-VG02  

zondag 1 november 2015

Een vluchtweg als wandelroute

Veel plaatsen zijn ooit het decor geweest van historische gebeurtenissen. Wie thuis is in de vaderlandse geschiedenis kent bijvoorbeeld Heiligerlee en Mook. Maar wie verwacht nou dat een onherbergzame streek ooit als historisch decor heeft gediend?


Onze wandeling over de West Highland Way in Schotland voerde door het desolate dal Glen Nevis, niet ver van het eindpunt Fort William; lees mijn blogpost “Te voet door de Hooglanden” van 17 augustus 2015. Ik was verrast om daar als een van de weinige tekenen van menselijke activiteit een gedenkplaat aan te treffen, die herinnerde aan de Slag bij Inverlochy in 1645.

Op de gedenkplaat lezen we het volgende.

De achtervolging van de Campbells
Slag bij Inverlochy
“Ik ben Diarmid Campbell uit Inverary, ik ben gewond geraakt door de zwaarden van de MacDonalds en nu helpen mijn verwanten mij om Lochaber te ontvluchten. Heden, 2 februari 1645, bij zonsopgang, vielen Montrose met zijn Hooglanders en Alasdair MacColla met zijn Ieren ons aan en vernietigden ons leger. Onze arme aanvoerder Auchinbreck ligt dood op het slagveld. De rivier Lochy is rood gekleurd door het bloed van de beste mannen van Argyll. Wij die zijn overgebleven gaan terug naar ons vaderland door de Lairigmor (de grote pas). Bid tot God dat die duivelse MacDonalds ons niet verder achtervolgen, we zijn als opgejaagd wild. Deze stervende Hooglander wil naar huis, terug naar het land van zijn voorouders. Als de Almachtige mij dat toestaat.”

Dit citaat brengt ons in één keer naar een van de bloedigste perioden in de Britse geschiedenis. Een godsdienstsoorlog tussen royalisten – aanhangers van (de anglicaanse) Koning Karel I – en streng-orthodoxe presbyterianen (de zgn. Convenanters): de Schotse Burgeroorlog (1644-1651). Oorlogen in Engeland, Schotland en Ierland: de Oorlogen van de Drie Koninkrijken (1638-1651). En een vete tussen rivaliserende Schotse clans: de (katholieke) MacDonalds en de (presbyteriaanse) Campbells. Bovendien loopt er een scheidslijn langs de taalgrens tussen het Gaelic (Schots) en het Engels.

Een aanleiding tot de strijd was dat Karel I een gebedenboek aan de presbyterianen opdrong. Daarbij speelde het streven naar een onafhankelijk Schotland een rol, terwijl de koning nota bene een afstammeling was van het Schotse koningshuis Stuart (clan Stewart).

De Slag bij Inverlochy was een veldslag tussen royalisten (vooral van de Gaelicsprekende MacDonald clan), geholpen door Ierse troepen, aan de ene en Convenanters (vooral van de Engelssprekende Campbell clan) aan de andere kant.
In een verrassingsaanval wonnen de royalisten ondanks dat ze met 1.500 man vochten tegen 3.000 Convenanters, van wie er 1.500 gedood werden (de royalisten verloren ‘slechts’ 250 man).

De gedenkplaat die wij op onze wandeling tegenkwamen staat op de vluchtroute van de Campbells. Het 13e-eeuws kasteel Inverlochy is gelegen aan de andere kant van de Ben Nevis, de hoogste berg van Groot-Brittannië (1344 m).

De royalisten werden geleid door de Markies van Montrose en Alasdair MacColla; Duncan Campbell van Auchinbreck voerde namens de Markies van Argyll de Convenanters aan.
En daarmee komen enkele interessante hoofdrolspelers in beeld.

Markies van Montrose
James Graham, de 1e Markies van Montrose van de Graham clan – edelman, dichter en militair – sloot zich aanvankelijk aan bij de presbyterianen, maar later koos hij de zijde van Karel I, omdat hij tegen een wereldlijke regering door geestelijken (lees: presbyterianen) was. Door dit standpunt belandde hij een tijdje in de gevangenis.

In 1644 vormde Montrose in opdracht van Karel I een kleine legermacht, die snel door de ruige Hooglanden kon marcheren. Het leger doorstond zware omstandigheden en voedselgebrek; het voerde een guerilla-oorlog, die in de Schotse wildernis bijzonder effectief was. Bovendien waren de presbyteriaanse tegenstanders van de markies slecht geoefend, waardoor hij spectaculaire overwinningen kon behalen, zoals de Slag bij Inverlochy.
Montrose kreeg in 1645 tijdelijk controle over bijna geheel Schotland.

De royalisten slaagden er echter niet in om de geboekte terreinwinst te behouden. Doordat Montrose toestond dat enkele steden door zijn leger werden geplunderd, verloor hij veel sympathie. Vervolgens viel zijn leger uiteen en zo verloor hij op 13 september 1645 de Slag bij Philiphaugh.

Montrose vluchtte naar Noorwegen en zijn leger werd uit vergelding door de Convenanters afgeslacht.

Karel I
Karel I was sinds 1625 koning van drie koninkrijken, maar in 1646 was hij – na enkele verloren veldslagen – gedwongen zich over te geven aan de Convenanters, die hem een jaar later in ruil voor £ 100.000 overdroegen aan het Engelse parlement, dat gecontroleerd werd door Oliver Cromwell.

Vervolgens deden de presbyterianen moeite om Karel I weer op de troon te krijgen, omdat de koning beter uitzicht bood op een onafhankelijk Schotland dan Cromwell. Die poging strandde tijdens de Slag bij Preston op 16-19 augustus 1648, waarbij Cromwell een eclatante overwinning behaalde.

Karel I werd op 30 januari 1649 in Londen onthoofd, hij werd 48 jaar. Daarna regeerde Cromwell tot zijn dood in 1658 met harde hand over Engeland, Schotland en Ierland.

In maart 1650 keerde Montrose terug naar Schotland om het – door wraak gedreven – op te nemen voor Karel II, de zoon van de geëxecuteerde koning. Hij kreeg echter weinig steun en verloor op 27 april de Slag bij Carbisdale. Hij werd gevangen genomen en op 21 mei in Edinburgh opgehangen, 37 jaar oud.

Markies van Argyll
Achibald Campbell, de 1e Markies van Argyll was feitelijk de leider van de Schotse regering en een belangrijke tegenstander van Montrose.

Onder leiding van Argyll gingen de presbyterianen Karel II steunen, nog steeds hopend op een onafhankelijk Schotland en uit afkeer voor de executie van Karel I. Karel II landde op 23 juni 1650 in Schotland, komend uit Den Haag. De Schotten werden op 3 september in de Slag bij Dunbar echter verpletterend verslagen door het leger van Cromwell. Karel II vluchtte in 1651 naar Frankrijk.

Argyll verloor zijn machtspositie en ging bankroet.

Bloedige episode
Op de slagvelden van de Oorlogen van de Drie Koninkrijken stierven 28.000 man, maar meer nog stierven er aan ziekte, terwijl nog eens zo’n 45.000 burgers slachtoffer werden van ziekte (pest) en oorlogshandelingen.

Pas toen in 1660 aan het regime van Cromwell en zijn zoon een eind kwam, besteeg Karel II de troon. Hij werd in 1685 opgevolgd door zijn zoon Jacobus II; lees mijn blogpost “Hoe je schoonpapa terzijde schuift” van 13 oktober 2014 om te weten hoe het met hem afliep.

De Markies van Argyll werd door Karel II van hoogverraad beschuldigd en op 27 mei 1661 in Edinburgh op 54-jarige leeftijd onthoofd op een ‘prototype’ van de guillotine, de ‘Maiden’.

Samenvatting
Met de infographic hieronder vat ik deze geschiedenis samen. 


Voor meer informatie over deze periode in de Schotse geschiedenis verwijs ik naar “A History of Scotland” door Neil Oliver (2009).