maandag 1 juni 2015

Wat je kunt leren van een bol

De filosofische vraag “Waar bevindt de mens zich?” geeft een bijzondere kijk op de ontwikkeling van beschavingen, vanaf de Oudheid tot heden. Mensen zoeken een plaats om zich tegen een bedreigende omgeving te beschermen.

Atlas van Farnese (2e eeuw)

Aan de hand van de metaforen ‘bellen’, ‘globes’ en ‘schuim’ onderneemt de Duitse filosoof Peter Sloterdijk een zoektocht naar ‘WAAR’ de mens zich bevindt. De kennis daarover noemt hij ‘sferologie’ en daarbij onderscheidt hij microsferologie, macrosferologie en plurale sferologie. In mijn vorige blogpost “Waar de zeepbel uiteenspat" van 13 april 2015 volgde ik de filosoof in zijn onderzoek naar de mens in de microsfeer. Dit is de plaats waar de mens zich bevindt aan het begin van zijn leven; een plaats die wordt gekenmerkt door geborgenheid.

Macrosferen
In “Sphären II – Globen: Makrosphärologie” (“Sferen II – Globes: macrosferologie”, 1999) beschrijft Sloterdijk de mens in zijn contacten met anderen, met de buitenwereld. Deze beschrijving van de wijze waarop de mens zichzelf tegen die buitenwereld beschermt, voert ons van de alleroudste beschavingen tot het heden.

Oefenen in verlies
Wat wij vooral van de oudste beschavingen weten, betreft hun voorouder- en dodencultus. Als lid van de vroegste gemeenschappen realiseerden individuen zich dat ze worden achtergelaten door de eerder stervende, onvervangbare anderen – de mens is het dier dat de scheiding van zijn naasten moet verwachten en overleven. Hij moet zich dus oefenen in verlies.

Deze oefening resulteert in een onderscheid tussen de binnenruimte (macrosfeer) en de omgeving. Die binnenruimte wordt geheiligd en van daaruit verzet de mens zich tegen aanvallen van buiten. Als onderdeel van de heiliging van de binnenruimte ontstaan godsdienst, orde en solidariteit. Dit krijgt praktisch vorm in moraalstelsels, die weliswaar per beschaving verschillen, maar ook overeenkomsten vertonen: hebt uw naaste lief als uzelf, begeer niet wat van uw naaste is. Daarbij past de zorg voor behoeftigen en ook mensenrechten.

Geschiedenis van wanden
De scheiding tussen binnenwereld en omgeving werd sinds de oudheid tot stand gebracht door wanden: van palissaden rond nederzettingen tot metersdikke stadsmuren rond steden. Geschiedenis is geschiedenis van wanden.

De belegering van Jericho door het volk Israël

De muren van de anderen worden als stuitend en afwijzend ervaren – en ze wekken een aanvalsdrift op: het verlangen om de vijand te bewijzen dat hij zich zelfs niet achter zijn eigen muren veilig kan wanen. Denk maar aan de inwoners van het Bijbelse Jericho, die de muren rond hun stad zagen instorten (Jozua 6).

Opkomst van steden
Historisch gezien concentreren zich belangrijke functies in steden:
  • De stad is de plaats van zelfherberging en zelfomringing van een groep tegenover een bedreigende buitenwereld.
  • De stad is de plaats waar een compromis is gevonden tussen de vrij denkende, autonome mens en de behoefte aan een plaats waar men geworteld is.
  • De stad is de zetel voor een neergedaalde god, inclusief paleis en tempel; murale theologie. In het antieke Rome was het hoeden van het vuur een sacraal ambt (van de Vestaalse maagden). Daarbij past de overeenkomst tussen stad en heilig vuur enerzijds en huis en haard anderzijds.
  • De stad vormt een ‘politieke’ ruimte, de plaats van de macht, waarbinnen een elite grenzen, wanden optrekt om zich af te schermen van de rest van de bevolking.
  • In de stad komen filosofen en onderzoekers samen. Zij denken na over hun plaats op aarde, over de wereld als stad en over de kosmos (als bol, globe).

Globes
In het denken van de mensheid nemen de wereld- en hemelbol een belangrijke plaats in. Volgens de Griekse mythologie droeg Atlas het hemelgewelf op zijn schouders (afbeelding hierboven). De bol is het teken van macht, dat door de machtigen der aarde wordt vastgehouden in de vorm van een rijksappel (afbeelding hieronder). Ook is de bol het teken van God, de volmaakte schoonheid, het grootste, het wijste en het snelste. En in het begrip globalisering herkennen we het woord globe.

 
Keizer Karel de Grote met rijksappel

De wereld werd traditioneel voorgesteld als een reusachtige, maar toch eindige bol, waarin het middelpunt was voorbehouden aan God. De mens bevindt zich altijd ergens in de periferie, in – zoals Sloterdijk het noemt – zijn eigen, van pure verlatenheid huiverende existentie. Elk punt in de wereldruimte, ook al is het nog zo ver verwijderd van het centrum, wordt evenwel door een straal vanuit het midden bereikt. Alleen Satan en de verstokte zondaars worden niet bereikt.

In de loop der tijd hebben mensen zich de kosmos op allerlei manieren voorgesteld. Zo hield men 2000 jaar lang – met dank aan Aristoteles – vast aan het geocentrische model: de aarde in het middelpunt van de kosmos. Dit is volgens Sloterdijk een van de succesvolste cognitieve auto-hypnosen uit de geestes- en cultuurgeschiedenis.

Dante’s hel is opgebouwd uit concentrische cirkels

De middeleeuwse kerk kon in dat beeld exact de plaatsen aanwijzen van hemel, hel en vagevuur. Hemel en hel hoorden bij elkaar, want wie de hemel wil beloven, moest met de hel kunnen dreigen. En omdat de hel een hel van Gods genade moest zijn, was het nodig haar te voorzien van het vormstempel van de maker, de cirkel. Volgens Dante bestaat de hel uit concentrische cirkels; een deel van de kwelling in Dante's hel bestaat uit de vicieuze cirkel.

Sloterdijk merkt op dat dit beeld (van een eindige bol) werd verwoest toen de theologie aan het einde van de middeleeuwen werk begon te maken van het attribuut de oneindige. In een bol met een oneindige omvang vervalt het onderscheid tussen binnen en buiten, het centrum verdwijnt in de oneindigheid. En zij die wonen in de oneindige sfeer verliezen hun geborgenheid. De stralen vanuit het centrum worden zodanig verstrooid dat ze niet langer de afzonderlijke punten, de mensen, bereiken – de band met God wordt verbroken. De conclusie wordt al gauw getrokken: God is dood.

Als gevolg daarvan ging de mens zichzelf zien als het middelpunt van de wereld: het egoïsme van de punten (individualisme). De opeenhoping van egocentrische, excentrische punten, inclusief hun omgeving in de middelpuntloze structuren, noemt Sloterdijk schuim. En daarmee komen we op het terrein van de plurale sferologie (en een volgende blogpost).