maandag 29 juni 2015

Veiligheid de maat genomen

Enkele jaren geleden werd de Veiligheidsvisie Chemelot gepubliceerd. De ondertitel daarvan luidt: “Ruimte voor nieuwe generaties met behoud van een verantwoord en aanvaardbaar veiligheidsniveau”. De vraag is: wat is een ‘aanvaardbaar’ risico?


Lindenheuvel is een woonwijk in Geleen die als een soort Siamese tweeling met Chemelot verbonden is, ze liggen naadloos naast elkaar. Vanouds is het een wijk waar de mijnwerkers van de Staatsmijn Maurits gehuisvest werden en tegenwoordig zijn veel inwoners op Chemelot werkzaam. De chemische industrie biedt werkgelegenheid en voorziet in maatschappelijke behoeften.
Dat is één kant van de medaille.

De andere kant van de medaille is dat incidenten op Chemelot en elders ons hebben geleerd dat chemische activiteiten risico’s met zich meebrengen. In hoeverre lopen de inwoners van Lindenheuvel en andere omwonenden van Chemelot risico?

Die vraag wordt beantwoord in het rapport “Beleidsvisie externe veiligheid Chemelot site / Westelijke Mijnstreek” (kortweg Veiligheidsvisie Chemelot), een uitgave van de gemeenten Sittard-Geleen, Stein en Beek (2011). Het is een tamelijk ingewikkeld document, opgesteld met hulp van veiligheidsdeskundigen van AVIV uit Enschede en Witteveen+Bos uit Deventer en deels gebaseerd op informatie die door Chemelot is verstrekt.

Ik kan me voorstellen dat inwoners van Lindenheuvel behoefte hebben aan een heldere samenvatting op één A4. Hieronder een poging; onvermijdbaar ‘veiligheidsjargon’ (gemarkeerd met *) vind je in een verklarende woordenlijst onderaan.

Een maat voor veiligheid
De hamvraag is of er een maat is voor veiligheid, zodat ‘aanvaardbaar’ risico in een concreet getal kan worden uitgedrukt.

Inderdaad, er is zo’n maat voor veiligheid, die wordt bepaald met een complexe rekenmethode, gebaseerd op landelijk en provinciaal beleid. Ervan uitgaande dat dit beleid het resultaat is van correct verlopen democratische besluitvorming, kunnen we stellen dat daarmee het ‘aanvaardbaar’ risico wordt vastgesteld. Die maat staat de industrie toe om bepaalde activiteiten onder voorwaarden te verrichten, d.w.z. zolang het risico voor omwonenden op een acceptabel niveau ligt.

Is dat absoluut veilig? Neen, want niet elk risico kan worden uitgesloten. Is elke omwonende daarmee gerust over haar of zijn veiligheid? Waarschijnlijk niet, want risico is niet alleen een getal, maar ook persoonlijke beleving (risicoperceptie). Risico’s waarmee je tegen je wil wordt geconfronteerd zijn moeilijker te accepteren dan risico’s die je bewust bent aangegaan.
Wel gaat het hier om afspraken waaraan we in ons land gehouden zijn. Wie die afspraken wil wijzigen, moet dat via de politiek regelen.

De Veiligheidsvisie Chemelot is op deze afspraken gebaseerd en dat leidt tot uitspraken over de veiligheid voor de omwonenden van de site.

De veiligheid rond Chemelot
Volgens de Veiligheidsvisie Chemelot is het plaatsgebonden risico* rond Chemelot te verwaarlozen. Op individueel niveau ligt de bescherming daar dus op een aanvaardbaar niveau.

Op basis van het plaatsgebonden risico is rond Chemelot een veiligheidscontour* getrokken. Als door nieuwe activiteiten op de site het plaatsgebonden risico opschuift, dan kan dat alleen als de opschuivende veiligheidscontour geen kwetsbare objecten zal omvatten – dat is niet toegestaan.

Volgens de Veiligheidsvisie Chemelot is het groepsrisico* rond de Chemelot site op dit moment aanvaardbaar, zij het niet ruimschoots. Met name voor de Geleense woonwijken Lindenheuvel en Krawinkel werden de risico’s afgewogen tegenover het economisch belang van de site en extra veiligheidsvoorzieningen en de aanwezigheid van een goed geoutilleerde bedrijfsbrandweer op de site.

Toekomstige ontwikkelingen
Elke verandering van het groepsrisico moet worden verantwoord. Zo’n verandering kan te maken hebben met een wijziging van de activiteiten op de site of met wijzingen rond de site. Het bevoegd gezag oordeelt of zo’n verandering acceptabel is, waarbij de regionale brandweer kan adviseren. Het groepsrisico wordt minder acceptabel naarmate de kans op een ramp en de gevolgen ervan toenemen.
De beoordeling van het groepsrisico vormt een basis voor de ruimtelijke ordening en de vergunningverlening.

Volgens de Veiligheidsvisie Chemelot wordt het groepsrisico rond de site op twee manieren op een aanvaardbaar niveau gehouden. Ten eerste door gecontroleerde ontwikkeling op Chemelot, zodat ontwikkelingen met de hoogste veiligheidsrisico’s centraal op de site plaatsvinden (inwaartse zonering). Ten tweede door een zgn. stand-still in de wijken Lindenheuvel en Krawinkel, d.w.z. geen toename van het aantal mensen dat daar woont en/of werkt.

Het groepsrisico kan afnemen door enerzijds meer veiligheidsmaatregelen op de site en anderzijds door de sanering van woningen en bedrijven in Lindenheuvel en Krawinkel.
Vanwege het economisch belang is het saneren van chemische activiteiten op Chemelot niet aan de orde.

De Veiligheidsvisie Chemelot 2011 is online opvraagbaar.

Mijn vraag: welke reactie roept de Veiligheidsvisie Chemelot bij jou op?

Verklarende woordenlijst

Plaatsgebonden risico: de kans dat een individu overlijdt in de (wijde) omgeving van een activiteit met een gevaarlijke stof. Deze kans is te verwaarlozen door burgers op voldoende afstand van de risicobron te houden. Daarbij spelen het aantal personen, de duur van het verblijf en de mate van hun zelfredzaamheid een rol. Het plaatsgebonden risico wordt vastgesteld voor kwetsbare objecten (bv. school of bejaardentehuis). Dit is een keiharde norm, vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (BEVI).

Veiligheidscontour: de begrenzing van het gebied rond een activiteit met een gevaarlijke stof, waar zich geen kwetsbare objecten mogen bevinden. Deze lijn wordt afgeleid van het plaatsgebonden risico en is dus normgevend. De veiligheidscontour biedt een bepaalde continuïteit aan bestaande risicodragende activiteiten en geeft aan waar onder voorwaarden nieuwe activiteiten mogelijk zijn.

Groepsrisico: de kans op een ramp (sociale ontwrichting). Daarbij worden de voordelen van de gewenste risicodragende activiteit, de mogelijkheden om extra veiligheidsmaatregelen te nemen, de mogelijkheden van de rampbestrijdingsorganisatie en de zelfredzaamheid van personen tegen elkaar afgewogen. Dit is een norm die ruimte laat voor interpretatie, waarbij het bevoegd gezag (de vergunningverlener) een afweging maakt.