maandag 29 juni 2015

Veiligheid de maat genomen

Enkele jaren geleden werd de Veiligheidsvisie Chemelot gepubliceerd. De ondertitel daarvan luidt: “Ruimte voor nieuwe generaties met behoud van een verantwoord en aanvaardbaar veiligheidsniveau”. De vraag is: wat is een ‘aanvaardbaar’ risico?


Lindenheuvel is een woonwijk in Geleen die als een soort Siamese tweeling met Chemelot verbonden is, ze liggen naadloos naast elkaar. Vanouds is het een wijk waar de mijnwerkers van de Staatsmijn Maurits gehuisvest werden en tegenwoordig zijn veel inwoners op Chemelot werkzaam. De chemische industrie biedt werkgelegenheid en voorziet in maatschappelijke behoeften.
Dat is één kant van de medaille.

De andere kant van de medaille is dat incidenten op Chemelot en elders ons hebben geleerd dat chemische activiteiten risico’s met zich meebrengen. In hoeverre lopen de inwoners van Lindenheuvel en andere omwonenden van Chemelot risico?

Die vraag wordt beantwoord in het rapport “Beleidsvisie externe veiligheid Chemelot site / Westelijke Mijnstreek” (kortweg Veiligheidsvisie Chemelot), een uitgave van de gemeenten Sittard-Geleen, Stein en Beek (2011). Het is een tamelijk ingewikkeld document, opgesteld met hulp van veiligheidsdeskundigen van AVIV uit Enschede en Witteveen+Bos uit Deventer en deels gebaseerd op informatie die door Chemelot is verstrekt.

Ik kan me voorstellen dat inwoners van Lindenheuvel behoefte hebben aan een heldere samenvatting op één A4. Hieronder een poging; onvermijdbaar ‘veiligheidsjargon’ (gemarkeerd met *) vind je in een verklarende woordenlijst onderaan.

Een maat voor veiligheid
De hamvraag is of er een maat is voor veiligheid, zodat ‘aanvaardbaar’ risico in een concreet getal kan worden uitgedrukt.

Inderdaad, er is zo’n maat voor veiligheid, die wordt bepaald met een complexe rekenmethode, gebaseerd op landelijk en provinciaal beleid. Ervan uitgaande dat dit beleid het resultaat is van correct verlopen democratische besluitvorming, kunnen we stellen dat daarmee het ‘aanvaardbaar’ risico wordt vastgesteld. Die maat staat de industrie toe om bepaalde activiteiten onder voorwaarden te verrichten, d.w.z. zolang het risico voor omwonenden op een acceptabel niveau ligt.

Is dat absoluut veilig? Neen, want niet elk risico kan worden uitgesloten. Is elke omwonende daarmee gerust over haar of zijn veiligheid? Waarschijnlijk niet, want risico is niet alleen een getal, maar ook persoonlijke beleving (risicoperceptie). Risico’s waarmee je tegen je wil wordt geconfronteerd zijn moeilijker te accepteren dan risico’s die je bewust bent aangegaan.
Wel gaat het hier om afspraken waaraan we in ons land gehouden zijn. Wie die afspraken wil wijzigen, moet dat via de politiek regelen.

De Veiligheidsvisie Chemelot is op deze afspraken gebaseerd en dat leidt tot uitspraken over de veiligheid voor de omwonenden van de site.

De veiligheid rond Chemelot
Volgens de Veiligheidsvisie Chemelot is het plaatsgebonden risico* rond Chemelot te verwaarlozen. Op individueel niveau ligt de bescherming daar dus op een aanvaardbaar niveau.

Op basis van het plaatsgebonden risico is rond Chemelot een veiligheidscontour* getrokken. Als door nieuwe activiteiten op de site het plaatsgebonden risico opschuift, dan kan dat alleen als de opschuivende veiligheidscontour geen kwetsbare objecten zal omvatten – dat is niet toegestaan.

Volgens de Veiligheidsvisie Chemelot is het groepsrisico* rond de Chemelot site op dit moment aanvaardbaar, zij het niet ruimschoots. Met name voor de Geleense woonwijken Lindenheuvel en Krawinkel werden de risico’s afgewogen tegenover het economisch belang van de site en extra veiligheidsvoorzieningen en de aanwezigheid van een goed geoutilleerde bedrijfsbrandweer op de site.

Toekomstige ontwikkelingen
Elke verandering van het groepsrisico moet worden verantwoord. Zo’n verandering kan te maken hebben met een wijziging van de activiteiten op de site of met wijzingen rond de site. Het bevoegd gezag oordeelt of zo’n verandering acceptabel is, waarbij de regionale brandweer kan adviseren. Het groepsrisico wordt minder acceptabel naarmate de kans op een ramp en de gevolgen ervan toenemen.
De beoordeling van het groepsrisico vormt een basis voor de ruimtelijke ordening en de vergunningverlening.

Volgens de Veiligheidsvisie Chemelot wordt het groepsrisico rond de site op twee manieren op een aanvaardbaar niveau gehouden. Ten eerste door gecontroleerde ontwikkeling op Chemelot, zodat ontwikkelingen met de hoogste veiligheidsrisico’s centraal op de site plaatsvinden (inwaartse zonering). Ten tweede door een zgn. stand-still in de wijken Lindenheuvel en Krawinkel, d.w.z. geen toename van het aantal mensen dat daar woont en/of werkt.

Het groepsrisico kan afnemen door enerzijds meer veiligheidsmaatregelen op de site en anderzijds door de sanering van woningen en bedrijven in Lindenheuvel en Krawinkel.
Vanwege het economisch belang is het saneren van chemische activiteiten op Chemelot niet aan de orde.

De Veiligheidsvisie Chemelot 2011 is online opvraagbaar.

Mijn vraag: welke reactie roept de Veiligheidsvisie Chemelot bij jou op?

Verklarende woordenlijst

Plaatsgebonden risico: de kans dat een individu overlijdt in de (wijde) omgeving van een activiteit met een gevaarlijke stof. Deze kans is te verwaarlozen door burgers op voldoende afstand van de risicobron te houden. Daarbij spelen het aantal personen, de duur van het verblijf en de mate van hun zelfredzaamheid een rol. Het plaatsgebonden risico wordt vastgesteld voor kwetsbare objecten (bv. school of bejaardentehuis). Dit is een keiharde norm, vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (BEVI).

Veiligheidscontour: de begrenzing van het gebied rond een activiteit met een gevaarlijke stof, waar zich geen kwetsbare objecten mogen bevinden. Deze lijn wordt afgeleid van het plaatsgebonden risico en is dus normgevend. De veiligheidscontour biedt een bepaalde continuïteit aan bestaande risicodragende activiteiten en geeft aan waar onder voorwaarden nieuwe activiteiten mogelijk zijn.

Groepsrisico: de kans op een ramp (sociale ontwrichting). Daarbij worden de voordelen van de gewenste risicodragende activiteit, de mogelijkheden om extra veiligheidsmaatregelen te nemen, de mogelijkheden van de rampbestrijdingsorganisatie en de zelfredzaamheid van personen tegen elkaar afgewogen. Dit is een norm die ruimte laat voor interpretatie, waarbij het bevoegd gezag (de vergunningverlener) een afweging maakt.

maandag 22 juni 2015

Bieten hier, bieten daar

Geen Nederlandse zanger kon zo droogkomisch verschrikkelijke zaken aan de orde stellen: een oude dame die haar zuster wil vergiftigen, een kostganger die jongedames om het leven brengt, een gezin dat door een roedel wolven wordt verslonden. Herinneringen bij het overlijden van Drs. P.


Als ik met het veer bij Berg aan de Maas of Kessel de Maas oversteek of de Linge bij Arkel, komt steevast het lied “Veerpont” van Drs. P. in mijn gedachten: “Heen en weer, heen en weer”. De overtocht van Veere naar Kamperland duurde indertijd zo lang, dat we onderweg een poging deden om heel het oeuvre van deze opmerkelijke zanger/dichter door te nemen – geen beginnen aan.

Wie kon zo amuseren met knolraap en lof, schorseneren en prei,   sla,   strokarton (“Ik heb het uit de allerbeste bron”), het ongemak van de baardmijt, de ergernissen vanwege een vreemde kostganger en natuurlijk met het drama van de tantes?

En het komt er helaas maar niet van om eens een keer persoonlijk te controleren hoe onbeschroomd ouderwets de inrichting, hoe dof de muren en hoe flets de gordijnen zijn in het voor menigeen zo dierbare cafeetje in Sneek. Immers, wie weet hoe dit etablissement van invloed is op mijn sociale verkeer.

Gelegenheidslied
Ter gelegenheid van het 40-jarig huwelijk van mijn ouders verhoogde ik samen met mijn broers de feestvreugde door het “Bietenlied” ten gehore te brengen. Ik schreef dit lied naar “Dodenrit” van Drs. P uit 1974, geïnspireerd door mijn jeugdherinneringen. Het biedt een inkijkje in het veenkoloniale akkerbouwbedrijf in de jaren 70 van de vorige eeuw. Onderdeel daarvan was het handmatig wieden van vele hectares suikerbieten. De dreiging die in het origineel uitgaat van de wolven wordt in mijn versie dan ook overgenomen door het onkruid.

Bietenlied

We rijden met de trekker op het versgeploegde land.
Hier worden nu de suikerbieten in de grond geplant.
Wij hopen op een voorjaar waarin het weinig waait.
Zodat de suikerbieten niet opnieuw hoeven gezaaid.

De vruchtbaarheid van dit perceel hebben wij goed getest.
Daarna hebben wij ‘t areaal met heel veel zorg bemest.
Het onkruid is bespoten met een bodemherbicid’.
En mocht er nog iets groeien, dan zien wij dat nog niet.

Het voorjaar is voor elke boer de mooiste tijd van ‘t jaar.
Het poten van de piepers, dat is een feest, nietwaar.
Ook ‘t zaaien van de gerst geeft ons bijzonder veel plezier.
Wie dat niet goed begrijpen kan, snapt van de boer geen zier.

Na veertien dagen wachten komt het zaaigoed in de rij.
Maar onkruid staat ertussen en dat maakt ons heus niet blij.
Wanneer wij dat gewoeker maar zo laten voortbegaan.
Dan zal er binnen korte tijd een groen tapijt ontstaan.

De strijd tegen het onkruid wordt nu stevig ingezet.
Vooral op kweek en krodde wordt bijzonder goed gelet.
Elke ochtend in de vroegte zijn wij op het land.
En houden goedgemutst de schoffel krachtig in de hand.

Na een paar uur wieden is het eind’lijk tijd voor schaft.
En in een steile slootswal kletsen wij nu heel wat af.
We drinken een kop koffie en we eten een plak koek.
Nu snel weer aan de slag, want daar zit een vieze hoek.

Het is nu bijna middag en we hebben reuze trek.
Wij hebben zin in rode kool met uitgebakken spek.
Wij lusten ook wel rode bieten of een bord met moes.
Dus werken wij nog even door, in een soort van roes.

Wij zitten nu te schransen bij moeder aan de dis.
Totdat de laatste dekschaal compleet verzwolgen is.
Ongeacht de tijd van ’t jaar wordt winterkost bereid.
Dus snel weer aan de arbeid, anders raken we ‘t niet kwijt.

Het onkruid is verdwenen en de bieten groeien door.
‘t Gewas dat vormt nu suikers, daar doen we ‘t immers voor.
Wij kunnen nu dan eindelijk eens aan het rooien gaan.
De oogst die is uitstekend, dus wij zijn zeer voldaan.

Wij mogen suiker wel waarderen om zijn smaaklijkheid.
Want heel veel lekkernijen, die zijn daarmee bereid.
Dus mensen, let nu op, als er geen suiker was geweest.
Dan waren wij hier nu niet op dit leuke bruiloftsfeest.

Bieten hier, bieten daar. Worden veel verbouwd dit jaar.
Bieten hier, bieten daar. Overal ligt hondehaar.
Bieten hier, bieten daar. In vele versies leverbaar.
Bieten hier, bieten daar. Een befaamde kunstenaar.
Bieten hier, bieten daar. Nietsvermoedend zit zij daar.
Bieten hier, bieten daar. Moeder, is de koffie klaar.
Bieten hier, bieten daar. Hulde aan het bruiloftspaar.
Bieten hier, bieten daar. Kijk, daar loopt een ooievaar.
Bieten hier, bieten daar. Een meststoffenhandelaar.
Bieten hier, bieten daar. Goed gevulde tarwe-aar.
Bieten hier, bieten daar… Leve onze Pa en Ma!

Op 13 juni 2015 overleed Heinz Polzer (1919-2015).

maandag 15 juni 2015

Breuken in het Heuvelland

Over het fraaie Limburgse Heuvelland wordt wel gezegd dat het eigenlijk een ‘dalenland’ is: in het mergelplateau zijn de dalen immers ingesneden door erosie van de kalksteen. Maar dat is niet het hele verhaal.

Feldbissbreuk nabij Brunssum

Everything Is Broken
Behalve door erosie worden hoogteverschillen in Zuid-Limburg veroorzaakt door breuken in de aardkorst. Die geologische storingen lopen door hele regio, zoals de kaart hieronder laat zien.


Landkaart met Feldbiss

Bob Dylan zong het al: “Everything Is Broken” (1989), te beluisteren in een uitvoering van Kenny Wayne Shepherd (zie de tekst hieronder).

Feldbiss
De meest prominente breuk in het Zuid-Limburgse landschap is de Feldbiss (Duits voor ‘naad in het veld’). Deze breuk is in de voorlaatste IJstijd ontstaan, 200.000 jaar geleden, en loopt ruwweg van Sittard naar Aken, dwars door de Oostelijke Mijnstreek, een gebied dat inmiddels is omgedoopt naar ‘Parkstad’ om de aantrekkelijkheid ervan te bevorderen.

 
Landkaart met Feldbiss (detail)

De Feldbissbreuk vormt de grens tussen het glooiende Heuvelland en het vlakke, lager gelegen gebied noordelijk ervan.

Tekening van Feldbiss in het landschap

Steenkoolmijn Julia
In dit Jaar van de Mijnen 2015 is het noemenswaardig dat de Feldbiss een rol heeft gespeeld bij de aanleg van de steenkoolmijnen in Zuid-Limburg, vooral de mijn Julia in Eygelshoven. Deze mijn werd, evenals de nabijgelegen mijn Laura, geëxploiteerd door de Société des Charbonnages Réunis Laura et Vereeniging S.A., die werd opgericht door de Belg Albert Thijs (1849-1915).

De beide mijnen waren dus particuliere mijnen. Er waren in Limburg zeven particuliere mijnen; goed om vast te stellen voor wie bij mijnbouw in Nederland uitsluitend aan DSM denkt: De Nederlandse Staatsmijnen.

 
Vaandel van Zangvereniging Mijn Laura Eygelshoven
Gezien in de Gemmakerk, wijk Sanderbout, Sittard

Volgens de statistieken was de Laura operationeel vanaf 1905 (feitelijk productief vanaf 1907), de Julia vanaf 1926. De Laura lag zuidwestelijk van de Feldbiss, de Julia noordoostelijk ervan.

Bij de aanleg van de Laura had men met forse tegenslagen te maken, zoals een onverwachte waterdoorbraak die aan drie schachtbouwers het leven kostte en een overstroming van de pompenkamer op 220 m diepte.

Aan de andere kant van de breuklijn, bij de Julia, had men nog meer last van water en lagen de steenkoollagen meer dan 200 m dieper dan bij de Laura. Bovendien bevatte de steenkool hier gas, wat een extra bewerking met zich meebracht. Maar de technische mogelijkheden waren goed ontwikkeld. En door alle registers open te trekken, werd de mijn voortvarend en zonder noemenswaardige problemen aangelegd. Het was een van de modernste mijnen in Europa, momenteel is het een saai industrieterrein.

Voor meer informatie over de mijnen Laura en Julia en andere wetenswaardigheden verwijs ik naar “Limburg kolenland – Over de geschiedenis van de Limburgse kolenmijnbouw”, een uitgave van het Sociaal Historisch Centrum voor Limburg, onder redactie van Ad Knotter (2015).

Benzenraderbreuk
Een andere interessante geologisch storing is de Benzenraderbreuk die westelijk van Heerlen loopt, parallel aan de Feldbiss. Deze breuk bij Benzenrade en Imstenrade loopt door een prachtig landschap. Verrassend mooi is het Imstenraderbos, een eeuwenoud beuken- en eikenbos. Hier ontspringt de Geleenbeek, die bij Stevensweert in de Maas uitmondt.

 
Imstenraderbos en Benzenraderbreuk

Ik kan iedereen adviseren om Wandeling 88 Heerlen van Wandelgids Zuid-Limburg eens te doen. En wie mijn blogpost “Te voet door het Heuvelland” van 31 maart 2014 heeft gelezen, weet dat ik uitkijk naar de laatste instructie: “U bent weer bij uw uitgangspunt en kunt nog iets eten en drinken bij Eetcafé ’t Koffiehuuske.

Breuken en aardbevingen
Geologische storingen worden ook in verband gebracht met aardbevingen, want regelmatig worden in het gebied rond de Feldbissbreuk aardschokken gemeten. Maar ik weet vrijwel zeker dat volgende aardschokken op de Feldbissbreuk een stuk minder heftig zullen zijn dan de recentelijke aardbevingsrampen in Nepal. En een stuk beter te accepteren dan de aardschokken in Groningen, omdat die onmiskenbaar samenhangen met menselijk handelen.

Steenkoolmijnen in Zuid-Limburg
In Zuid-Limburg zijn twaalf steenkoolmijnen in bedrijf geweest, die je op de Google Map Steenkoolmijnen in Limburg kunt terugvinden, vijf staatsmijnen en zeven particuliere mijnen:
  • Staatsmijn Wilhelmina, Terwinselen (1906-1969, totale productie 59 miljoen ton steenkool)
  • Staatsmijn, Emma, Treebeek (1911-1973, 109 miljoen ton)
  • Staatsmijn Hendrik, Brunssum (1915-1963, 61 miljoen ton)
  • Staatsmijn Maurits, Geleen (1926-1967, 96 miljoen ton)
  • Staatsmijn Beatrix, Herkenbosch (1962, nooit in bedrijf geweest)
  • Oranje-Nassau I, Heerlen (1899-1974, 31 miljoen ton)
  • Oranje-Nassau II, Schaesberg (1904-1971, 34 miljoen ton)
  • Oranje-Nassau III, Heerlerheide (1917-1973, 38 miljoen ton)
  • Oranje-Nassau IV, Heerlen (1925-1966, 13 miljoen ton)
  • Laura, Eygelshoven (1905-1968, 31 miljoen ton)
  • Julia, Eygelshoven (1926-1974, 31 miljoen ton)
  • Willem-Sophia, Spekholzerheide (1902-1970, 22 miljoen ton)
  • Domaniale, Kerkrade (1815-1969, 37 miljoen ton)

Vraag: wie wil het boek over de Limburgse kolenmijnbouw lezen?
Wie deze vraag bevestigend beantwoordt, krijgt mijn exemplaar cadeau. Laat maar weten of je belangstelling hebt. Wie het eerst komt, het eerst maalt. Wie te laat is, verwijs ik naar het Sociaal Historisch Centrum voor Limburg op www.shclimburg.nl (webwinkel) of de webshop van Boekhandel Krings, www.boekhandelkrings.nl.

Everything Is Broken, Bob Dylan (1989)

Broken lines, broken strings
Broken threads, broken springs
Broken idols, broken heads
People sleeping in broken beds
Ain’t no use jiving
Ain’t no use joking
Everything is broken

Broken bottles, broken plates
Broken switches, broken gates
Broken dishes, broken parts
Streets are filled with broken hearts
Broken words never meant to be spoken
Everything is broken

Seem like every time you stop and turn around
Something else just hit the ground

Broken cutters, broken saws
Broken buckles, broken laws
Broken bodies, broken bones
Broken voices on broken phones
Take a deep breath, feel like you’re chokin'
Everything is broken

Every time you leave and go off someplace
Things fall to pieces in my face

Broken hands on broken ploughs
Broken treaties, broken vows
Broken pipes, broken tools
People bending broken rules
Hound dog howling, bullfrog croaking
Everything is broken

maandag 8 juni 2015

30 Remarkable developments at Brightlands Chemelot Campus

This year, quite a number of projects are carried out at Brightlands Chemelot Campus. In this way previously announced plans become much more tangible. It's good to put these initiatives in a row.


Almost halfway through the calendar year, it’s time for a brief review of the developments at Brightlands Chemelot Campus – developments that help to realize the ambitions: 2,900 jobs and 1,000 students in 2023 (now over 1,500 respectively 300).

2014

The list of initiatives starts with the major projects at the campus in 2014.

1. Building 24 come into operation
Early 2014, Building 24, the former workshop, came into operation as campus restaurant, and now serves as the center of the campus.

2. Chemelot InSciTe
In February 2014, the Limburg Provincial Parliament agreed with three structural economic measures that relate to the campus. First, the foundation of the Chemelot Institute for Science & Technology (InSciTe), for research into bio-based and biomedical materials.

3. Brightlands Materials Center
The second structural economic measure of the province concerns the foundation of what has developed into Brightlands Materials Center, for research into polymer materials.

4. AMIBM
And talking about research institutes: (already since 2013) the campus is home to the Aachen-Maastricht Institute for Biobased Materials (AMIBM), for research into bio-based materials.

5. Pilot and Mini Plant Facilities
The third structural economic measure concerns Pilot and Mini Plant Facilities. Chemelot InSciTe (nr. 2) will be one of the users of these facilities, of which a modern raw materials treatment facility will be a crucial part.

6. PharmaCell
In 2014, PharmaCell, a company located in Maastricht, took over the manufacturing facility at the campus from the Belgian company TiGenix. Earlier, the European Medicines Agency (EMA) gave the cleanrooms in this facility the cGMP label. Under this demanding label PharmaCell is now allowed to produce ChondroCelect for TiGenix, a cell therapy product that regenerates cartilage in the knee from autologous cartilage cells.
More information about ChondroCelect: http://www.tigenix.com/en/page/150/chondrocelect 

7. Maastricht Science Programme
In September 2014, a new cohort of first-year students started the bachelor education at the Maastricht Science Programme of Maastricht University. Part of this education in sciences is carried out at the campus. Additionally, there are the CHILL students (Chemelot Innovation and Learning Labs), who bring the total number of students at the campus to about 300; quite a few of them come from abroad.

8. Additive Manufacturing Materials Center
In 2014, a center was founded for research into the materials that are used for 3D printing on an industrial scale (which is called additive manufacturing). Much is known already about this production method, but there’s much room for improvement when it comes to the materials that are used.


9. DSM Materials Center
Last November 17, the DSM Materials Center, the new housing for approx. 400 DSM Engineering Plastics employees, was officially opened by Henk Kamp, the Dutch Minister of Economic Affairs.

10. New campus companies
Besides PharmaCell new companies came to the campus in 2014: Matisse, GF Biochemicals, Xplore and Da Vinci. Matisse is a spin-off of the campus company Basic Pharma, bringing to the market a drug for sepsis, which was developed by Maastricht University; sepsis is a major cause of death in intensive care. GF Biochemicals produces levulinic acid, a versatile building block for bio-based materials. Xplore makes equipment for processing and testing plastics at laboratory scale (tabletop models), including extrusion machines; in 2014, the company was demerged by DSM. Da Vinci Laboratory Solutions provides services for analytical equipment, including gas chromatographs and mass spectrometers.
Moreover, several service providers created the so-called Service Boulevard.

11. Financing
The campus organization succeeded in improving its financial position with 150 million euros for the further development of the campus, especially real estate. These resources were provided by the shareholders, particularly the Province of Limburg, and banks.

12. Chemelot Ventures
In 2014, the venture capital fund Chemelot Ventures was established, amounting 40 million euros. Through this organization start-up companies can be funded.
More information: www.chemelotventures.com 

2015

Which brings us to the 2015 projects.


13. Center Court
Last February, the construction was started of Center Court, the central meeting, education and research center for the campus. The building provides housing for CHILL, Maastricht Science Programme and DSM Innovation Center. It was designed by Ector Hoogstad Architects and is built by BAM; the investment amounts to approx. 35 million euros. In the summer of 2016, the building will be brought into use.

14. Building 130
Building 130 – the building designation at the campus is somewhat archaic and cryptic; you really belong the campus community when you know which building is meant – will be renovated and expanded for SABIC’s Global Compounding Center. This building became available after DSM moved to its new Materials Center (nr. 9).

15. Starters facility
The buildings of the former Central Laboratories – parts of Buildings 1 and 4 – will be adapted to accommodate start-up companies.

16. Demolition
During 2015, some buildings will be demolished to make room for new buildings, infrastructure and facilities. These are buildings that cannot be made suitable for re-use. Building 8 will be the first one to be demolished.

17. Pilot plant Avantium
The company Avantium from Amsterdam will build a pilot plant at the campus. It concerns the extension/replacement of an existing pilot facility, in which the bio-based product YXY is made that can for example be used for packaging, such as soda bottles. This project follows on the Pilot and Mini Plant Facilities (nr. 5).

18. Pilot plant Technoforce
The Indian company Technoforce will also build a pilot plant, next to Avantium, in which various set-ups with separation technology will be placed. Here customers can make the right choice of technology.

Artist impression Pilot Plant Facilities

19. Pilot Plant Sappi
Global pulp and paper producer Sappi builds a pilot plant at the campus, in which a novel process to manufacture nanocellulose, which was invented by Sappi and Edinburgh Napier University, will be upscaled. This product has a wide range of applications, including packaging, touch screen displays, automotive, paint, foods, concrete and even wound care.

20. Biomedical cleanroom facilities
The PharmaCell production facility (nr. 6) will be expanded with cleanrooms for the production of biomedical materials; in the existing building there’s still room.

21. 3D printers
3D printers for industrial production will be placed at the campus (nr. 8). Note that these printers are not like small devices for home use, but large equipment that require the necessary facilities.

22. Xilloc
Xilloc, developer and manufacturer of patient-specific bone implants, has relocated to the campus to develop its activities in 3D printing on an industrial scale. Moreover, Xilloc will play an active role in realizing a 3D printing ecosystem at the campus, with initiatives and projects in education, materials research, the acquisition of industrial 3D printers (nr. 21), and production.

Source: Flowid

23. Spinning disc-technology
Flowid from Eindhoven builds a small-scale plant at the campus, in which the spinning disc technology will be applied on a commercial scale. This concerns a new type of chemical reactor, which is not only much smaller than conventional reactors, but also much safer, more efficient and more environmentally-friendly. The technology, that was developed at the Eindhoven University of Technology, is particularly suitable for the decentralized processing of bio-based materials, near the source. This initiative too follows on the Pilot and Mini Plant Facilities (nr. 5) and Chemelot InSciTe (nr. 2).
Watch an animation of the technology: https://www.youtube.com/watch?v=p42pCoOJ5sc#action=share 

24. Pilot plant DSM Advanced Surfaces
DSM will build a pilot plant at the campus for high-tech coatings.

25. Pilot plant SABIC
SABIC will decide about building a pilot plant at the campus for polypropylene.

26. Collaboration campus and site
An investigation is going on regarding the closer cooperation between the campus and the Chemelot Industrial Park, with the aim to create win-win situations.

27. Limburg Development Fund
In addition to Chemelot Ventures (nr. 12) the Limburg Business Development Fund starts in 2015. This fund, with a volume of 30 million euros, will be managed by the Limburg Development and Investment Company LIOF. The fund will support start-up companies in the earliest phase of development.

28. Startupbootcamp Smart Materials
Startupbootcamp Smart Materials is the first business accelerator for smart materials in the world. Start-up companies active in this wide area were invited to participate and the most promising ideas were eligible for extensive support. This support is mainly provided by experienced mentors at the campus, but also includes financing. The ten selected teams are: Bluescop, Hy2Care, Medical Device Works, Nestegg Biotech, Novioponics, Orthonova, Tiamet3D, Ceracarbon, Matricore, and Resens. They’re now preparing their pitch for Demo Day, next July 10.
More information: www.startupbootcamp.org/accelerator/smart-materials 

29. Master Bio-based Materials
Maastricht University has finalized the accreditation of several new educational programs, in particular the Master Bio-based Materials, which starts at the campus next September.


30. Community building
Finally, a development of a different order than real estate, research and teaching is the transformation of the campus into an innovative community. Suitable real estate is an important condition and undoubtedly contributes to the quality of research and innovation. Many campus residents attended the January 6 new year meeting in Building 24 (no. 1), which may be regarded as a measure for the community spirit.

All these developments will make sure that Brightlands Chemelot Campus is and remains a powerful engine for the regional economy.

This blog post is a repost of my (Dutch) January 12, 2015 post, which (after a little modification) is still up to date.
Read my May 20, 2013 blog post about the reason why of my English reposts.

maandag 1 juni 2015

Wat je kunt leren van een bol

De filosofische vraag “Waar bevindt de mens zich?” geeft een bijzondere kijk op de ontwikkeling van beschavingen, vanaf de Oudheid tot heden. Mensen zoeken een plaats om zich tegen een bedreigende omgeving te beschermen.

Atlas van Farnese (2e eeuw)

Aan de hand van de metaforen ‘bellen’, ‘globes’ en ‘schuim’ onderneemt de Duitse filosoof Peter Sloterdijk een zoektocht naar ‘WAAR’ de mens zich bevindt. De kennis daarover noemt hij ‘sferologie’ en daarbij onderscheidt hij microsferologie, macrosferologie en plurale sferologie. In mijn vorige blogpost “Waar de zeepbel uiteenspat" van 13 april 2015 volgde ik de filosoof in zijn onderzoek naar de mens in de microsfeer. Dit is de plaats waar de mens zich bevindt aan het begin van zijn leven; een plaats die wordt gekenmerkt door geborgenheid.

Macrosferen
In “Sphären II – Globen: Makrosphärologie” (“Sferen II – Globes: macrosferologie”, 1999) beschrijft Sloterdijk de mens in zijn contacten met anderen, met de buitenwereld. Deze beschrijving van de wijze waarop de mens zichzelf tegen die buitenwereld beschermt, voert ons van de alleroudste beschavingen tot het heden.

Oefenen in verlies
Wat wij vooral van de oudste beschavingen weten, betreft hun voorouder- en dodencultus. Als lid van de vroegste gemeenschappen realiseerden individuen zich dat ze worden achtergelaten door de eerder stervende, onvervangbare anderen – de mens is het dier dat de scheiding van zijn naasten moet verwachten en overleven. Hij moet zich dus oefenen in verlies.

Deze oefening resulteert in een onderscheid tussen de binnenruimte (macrosfeer) en de omgeving. Die binnenruimte wordt geheiligd en van daaruit verzet de mens zich tegen aanvallen van buiten. Als onderdeel van de heiliging van de binnenruimte ontstaan godsdienst, orde en solidariteit. Dit krijgt praktisch vorm in moraalstelsels, die weliswaar per beschaving verschillen, maar ook overeenkomsten vertonen: hebt uw naaste lief als uzelf, begeer niet wat van uw naaste is. Daarbij past de zorg voor behoeftigen en ook mensenrechten.

Geschiedenis van wanden
De scheiding tussen binnenwereld en omgeving werd sinds de oudheid tot stand gebracht door wanden: van palissaden rond nederzettingen tot metersdikke stadsmuren rond steden. Geschiedenis is geschiedenis van wanden.

De belegering van Jericho door het volk Israël

De muren van de anderen worden als stuitend en afwijzend ervaren – en ze wekken een aanvalsdrift op: het verlangen om de vijand te bewijzen dat hij zich zelfs niet achter zijn eigen muren veilig kan wanen. Denk maar aan de inwoners van het Bijbelse Jericho, die de muren rond hun stad zagen instorten (Jozua 6).

Opkomst van steden
Historisch gezien concentreren zich belangrijke functies in steden:
  • De stad is de plaats van zelfherberging en zelfomringing van een groep tegenover een bedreigende buitenwereld.
  • De stad is de plaats waar een compromis is gevonden tussen de vrij denkende, autonome mens en de behoefte aan een plaats waar men geworteld is.
  • De stad is de zetel voor een neergedaalde god, inclusief paleis en tempel; murale theologie. In het antieke Rome was het hoeden van het vuur een sacraal ambt (van de Vestaalse maagden). Daarbij past de overeenkomst tussen stad en heilig vuur enerzijds en huis en haard anderzijds.
  • De stad vormt een ‘politieke’ ruimte, de plaats van de macht, waarbinnen een elite grenzen, wanden optrekt om zich af te schermen van de rest van de bevolking.
  • In de stad komen filosofen en onderzoekers samen. Zij denken na over hun plaats op aarde, over de wereld als stad en over de kosmos (als bol, globe).

Globes
In het denken van de mensheid nemen de wereld- en hemelbol een belangrijke plaats in. Volgens de Griekse mythologie droeg Atlas het hemelgewelf op zijn schouders (afbeelding hierboven). De bol is het teken van macht, dat door de machtigen der aarde wordt vastgehouden in de vorm van een rijksappel (afbeelding hieronder). Ook is de bol het teken van God, de volmaakte schoonheid, het grootste, het wijste en het snelste. En in het begrip globalisering herkennen we het woord globe.

 
Keizer Karel de Grote met rijksappel

De wereld werd traditioneel voorgesteld als een reusachtige, maar toch eindige bol, waarin het middelpunt was voorbehouden aan God. De mens bevindt zich altijd ergens in de periferie, in – zoals Sloterdijk het noemt – zijn eigen, van pure verlatenheid huiverende existentie. Elk punt in de wereldruimte, ook al is het nog zo ver verwijderd van het centrum, wordt evenwel door een straal vanuit het midden bereikt. Alleen Satan en de verstokte zondaars worden niet bereikt.

In de loop der tijd hebben mensen zich de kosmos op allerlei manieren voorgesteld. Zo hield men 2000 jaar lang – met dank aan Aristoteles – vast aan het geocentrische model: de aarde in het middelpunt van de kosmos. Dit is volgens Sloterdijk een van de succesvolste cognitieve auto-hypnosen uit de geestes- en cultuurgeschiedenis.

Dante’s hel is opgebouwd uit concentrische cirkels

De middeleeuwse kerk kon in dat beeld exact de plaatsen aanwijzen van hemel, hel en vagevuur. Hemel en hel hoorden bij elkaar, want wie de hemel wil beloven, moest met de hel kunnen dreigen. En omdat de hel een hel van Gods genade moest zijn, was het nodig haar te voorzien van het vormstempel van de maker, de cirkel. Volgens Dante bestaat de hel uit concentrische cirkels; een deel van de kwelling in Dante's hel bestaat uit de vicieuze cirkel.

Sloterdijk merkt op dat dit beeld (van een eindige bol) werd verwoest toen de theologie aan het einde van de middeleeuwen werk begon te maken van het attribuut de oneindige. In een bol met een oneindige omvang vervalt het onderscheid tussen binnen en buiten, het centrum verdwijnt in de oneindigheid. En zij die wonen in de oneindige sfeer verliezen hun geborgenheid. De stralen vanuit het centrum worden zodanig verstrooid dat ze niet langer de afzonderlijke punten, de mensen, bereiken – de band met God wordt verbroken. De conclusie wordt al gauw getrokken: God is dood.

Als gevolg daarvan ging de mens zichzelf zien als het middelpunt van de wereld: het egoïsme van de punten (individualisme). De opeenhoping van egocentrische, excentrische punten, inclusief hun omgeving in de middelpuntloze structuren, noemt Sloterdijk schuim. En daarmee komen we op het terrein van de plurale sferologie (en een volgende blogpost).