maandag 25 mei 2015

Wat Chemelot bijzonder maakt

Alleen al in Duitsland liggen tenminste 48 chemische bedrijvenparken. Tel daarbij terreinen elders in Europa en er keus te over voor chemiebedrijven met investeringsplannen. Waarom zouden die voor Chemelot kiezen?


Chemiepark BASF Ludwigshafen
Een concurrent van Chemelot?

Op Chemelot is (onder voorwaarden) nog ruimte voor uitbreiding, voor meer chemische fabrieken. Dat is goed voor de werkgelegenheid, dus is het van belang om chemische bedrijven te verleiden om op Chemelot te investeren.

Dat valt niet mee. Chemische bedrijven zijn doorgaans multinationals die wereldwijd hun kansen verkennen. Daarbij komen vooral de opkomende economieën in beeld, China en India voorop. Ook vormen bepaalde voordelen van een regio een belangrijke overweging. Zo kan Amerika, met z´n relatief goedkope schaliegas, aantrekkelijk kan zijn. En wanneer dan uiteindelijk het besluit valt om in Europa te investeren, dan is er veel keuze uit vestigingsplaatsen.

Het is dus niet vanzelfsprekend dat men bij Chemelot uitkomt. Tegen de chauvinistische keuze van een Fransman om in Frankrijk te investeren, kunnen we sowieso niet op. Toch heeft Chemelot genoeg te bieden waardoor het zich van veel andere sites onderscheidt.

Parallelle ontwikkeling
Eerst de overeenkomsten: de historische ontwikkeling van verschillende chemieparken.

Chemelot was tot 2002 een DSM-terrein (800 hectare), totdat DSM een strategische koerswijziging inzette, die leidde tot de verkoop van vele fabrieken op de site. Om te beginnen de polyolefinen aan het Saoedische bedrijf SABIC, daarna de kunstmest aan het Egyptische bedrijf OCI Nitrogen en de EPDM-rubber aan het Duitse LANXESS. In 2006 bouwde het Japanse chemiebedrijf Sekisui een harsenfabriek op Chemelot en op dit moment bouwt QCP (Quality Circular Polymers) er een polymerenfabriek, waarbij kunststof verpakkingsafval als grondstof dient.

Soortgelijke ontwikkelingen hebben op andere sites plaatsgevonden – dikwijls pas tamelijk recent. Het stramien is: een dominante eigenaar van een chemieterrein wijzigt z’n strategie, verkoopt onderdelen die in nieuwe handen floreren, waardoor tegelijkertijd de positie van de oorspronkelijke eigenaar minder dominant wordt. Bovendien komen er, naast nieuwe chemiebedrijven, als gevolg van outsourcing nieuwe dienstverleners bij, zoals Intertek en DB Schenker op Chemelot. En – heel belangrijk – er wordt ingezet op de acquisitie van nieuwe activiteiten op de site (al dan niet chemie-gebonden).
Een ontwikkeling dus van een ‘monolithische’ site naar een ‘multi-company’ site.

We zien dit op bescheiden schaal in Ludwigshafen (Rheinland-Pfalz, 1.000 ha) en Schwarzheide (Brandenburg; 265 ha), beide sites zonder twijfel nog steeds gedomineerd door BASF. Uit een joint venture tussen BASF en het Engelse INEOS ontstond hier in 2011 een nieuw bedrijf voor styreen-houdende kunststoffen: Styrolution.
Vooralsnog is de acquisitie van nieuwe bedrijven hier meer gericht op toeleveranciers en (logistieke) dienstverlening dan op (concurrerende) chemiebedrijven. Op Schwarzheide vestigde zich begin dit jaar het Duitse bedrijf Proseat, een producent van autostoelen, dus geen chemiebedrijf.

Op de Zwitserse site Schweizerhalle (nabij Basel) is het biotechnologie- en farmaciebedrijf Novartis (in 1996 ontstaan uit een fusie tussen Ciba-Geigy en Sandoz) de dominante gebruiker. Met de overname van Ciba Spezialitätenchemie in 2008 verwierf BASF evenwel een fabriek op deze site.

In het Zuid-Franse Roussillon ligt het Osiris Chemicals Industry Platform (150 ha). Sinds de overname van Rhodia in 2011 is Solvay hier de dominante gebruiker (tot 1998 was dat Rhône-Poulenc). Sinds 2000 zijn hier vijftien nieuwe bedrijven ontstaan, ofwel met nieuwe activiteiten ofwel door overname van activiteiten van Rhodia. Het Amerikaanse bedrijf Hexcel bouwt in Roussillon voor $ 250 miljoen een fabriek voor koolstofvezels, gereed 2018.

De Spaanse stad Tarragona is strategisch gelegen aan de Middellandse Zee en de chemische industrie behoort er tot de top 5 in Europa. Ook BASF heeft er een terrein (112 ha), waar behalve zes BASF-fabrieken nog zes andere fabrieken zijn te vinden.

Vrijwel nergens zien we dat de oorspronkelijke gebruiker van een terrein zich zozeer terugtrekt als DSM op Chemelot. Van de circa dertig (clusters van) fabrieken is niet meer dan een handvol nog van DSM.

Goed voorbeeld doet goed volgen. Zo heeft DSM – zonder activiteiten af te stoten – de site in Delft opengesteld voor nieuwe activiteiten onder de naam Biotech Campus Delft (36 ha). Als uitvloeisel daarvan werd hier recentelijk de Bioprocess Pilot Facility in gebruik genomen, waar landbouwafval dient als grondstof voor bioplastics en biobrandstof; DSM is een van de oprichters van deze proeffabriek.

De ontwikkeling van een chemieterrein kan ook ingrijpend verlopen: chemiebedrijf GPN verkocht in 2011 de Noord-Franse locatie Mazingarbe (180 ha) in z’n geheel aan de Spaanse explosievenfabrikant Maxam (in hetzelfde jaar werd GPN door Borealis overgenomen).

Wat maakt Chemelot bijzonder
Voor investeerders is Chemelot niet zozeer bijzonder vanwege z’n chemische fabrieken. De producten die op Chemelot worden gemaakt, worden ook elders in Europa geproduceerd, zij het op verschillende sites. De bedrijven op Chemelot ontmoeten zo hun concurrenten.
Ook de beschikbaarheid van voorzieningen, zoals elektriciteit, stoom, stroom, water en industriële gassen, moeten vooral als qualifiers worden beschouwd. Wél bijzonder is de koepelvergunning van Chemelot, de omgevingsvergunning die voor de site in z’n geheel is afgegeven.

De aanwezigheid van een campus met een grote capaciteit aan onderzoek en ontwikkeling op het gebied van hoogwaardige materialen, biobased materialen en biomedische materialen maakt Chemelot niet uniek, maar wel opmerkelijk. De aanwezigheid van onderzoeksactiviteiten wordt namelijk ook geclaimd door enkele andere chemische locaties, waaronder ValuePark bij Leipzig (Sachsen-Anhalt: Fraunhofer).

Wat Chemelot uniek maakt, is de aanwezigheid van opleidingen in de chemie op verschillende niveaus: Chemelot Innovation and Learning Labs (CHILL; mbo en hbo) en Maastricht Science Programme (bachelor). Binnenkort hoopt de Universiteit Maastricht er te kunnen starten met een master Bio-based Materials.
Er zijn weliswaar nog enkele sites waar bedrijfsopleidingen worden aangeboden, waaronder Industriepark Höchst (nabij Frankfurt am Main, Hessen; Provadis), maar Chemelot is een chemiepark waar daadwerkelijk een universiteit is gevestigd. Jonge mensen studeren er temidden van de chemische activiteiten, waaraan ze later een bijdrage kunnen leveren.

Bedenk ook dat bedrijven die op de campus ontstaan en tot ontwikkeling komen, op het industrieterrein kunnen doorgroeien. 

Kortom, Chemelot Industrial Park en Brightlands Chemelot Campus vormen een ijzersterk koppel.

Een overzicht Europese bedrijventerreinen verscheen in de uitgave “Chemie Technik Special: Industrial Parks 2015” van de Duitse uitgever Hüthi: http://www.chemietechnik.de/hefte/anzeigen/201085

maandag 18 mei 2015

Muziek die gaat als een trein

Een van de meest in het oog springende voortbrengselen van de industrie zijn ongetwijfeld transportmiddelen. De trein heeft een geschiedenis die verder terugvoert dan de auto, dus geen wonder dat die een plaats in de populaire cultuur heeft verworven.


Hoewel ik vermoed dat de auto in de moderne cultuur een grotere plaats inneemt dan de trein, spreekt ook de trein tot de verbeelding van filmmakers en muzikanten, en dan vooral de stoomversie.


Film
Dé ‘stoomtreinfilm’ – en een van de beste films aller tijden – is “The General” (1929) van Buster Keaton (1895-1966).*

Een meer recente stoomtreinfilm is “Murder on the Orient Express” (1974) naar een boek van Agatha Christie.

Jazz
We komen de trein ook tegen in de jazzmuziek, bijvoorbeeld in twee beroemde big bandnummers. In de film “Sun Valley Serenade” (1941) speelt Glenn Miller and His Orchestra “Chattanooga Choo Choo” van Harry Warren en Mack Gordon. Het nummer begint met de band die klink als een trein die een station uitrijdt, compleet met de trompetten en trombones die een stoomfluit nadoen ("whoo whoo"). Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Miller (1904-1944) majoor in het Amerikaanse leger. Met zijn vliegtuig stortte hij neer boven Het Kanaal en zijn lichaam is nooit teruggevonden.

Pardon me, boy, is that the Chattanooga choo choo?
Track 29
Boy, you can gimme a shine

Duke Ellington (1899-1974) heeft “Take the A Train” (1941) van Billy Strayhorn opgenomen en speelde dat nummer in de film “Reveille with Beverly” (1943). De 'A-train' is een metrolijn in New York, die toentertijd liep van Brooklyn, via de wijk Harlem naar het noorden van Manhattan.

You must take the "A" train
To go to Sugar Hill way up in Harlem
If you miss the "A" train
You'll find you missed the quickest way to Harlem

Popmuziek
In 1939 zong Roy Acuff and His Crazy Tennesseans het folknummer “Freight Train Blues”. In 1948 probeerde Acuff (1903-1992) tevergeefs om gouverneur van Tennessee te worden.

I was born in Dixie in a boomer shack
Just a little shanty by the railroad track
Freight train was it taught me how to cry
Hummin' of the driver was my lullaby
I got the freight train blue

Bob Dylan coverde “Freight Train Blues” in 1962 op zijn allereerste LP.

In “Hobo Blues” (1948) zingt John Lee Hooker (1917-2001) hoe hij als vagebond met een vrachttrein op stap gaat.


When I first thought to hobo'in, hobo'in
I took a freight train to be my friend, oh Lord
You know I hobo'd, hobo'd, hobo'd, hobo'd
Hobo'd a long, long way from home, oh Lord

De locomotief was in 1962 inspiratie voor een lied dat tegelijk een dans was: “The Loco-motion” van Little Eva (Eva Boyd, 1943-2003), geschreven door Gerry Goffin en Carole King. In haar grafsteen is een afbeelding van een locomotief gegrafeerd.


Everybody's doin' a brand-new dance, now
(Come on baby, do the Loco-motion)
I know you'll get to like it if you give it a chance now
(Come on baby, do the Loco-motion)

Er is een Amerikaanse rockband die de spoorweg in z’n naam heeft, Grandfunk Railroad, en die in 1974 “The Loco-motion” ook heeft opgenomen. Overigens is het opmerkelijk dat hun grootste hit, “Some Kind of Wonderful”, eveneens door Gerry Goffin en Carole King werd gecomponeerd.

De Doobie Brothers behandelden de trein in “Long Train Running” (1973), dat indertijd in Nederland een top 10-notering haalde.

Down around the corner, half a mile from here
See them long trains run, and you watch them disappear
Without love, where would you be now

Van Gladys Knight & The Pips (‘The Empress of Soul’) is het nummer “Midnight Train To Georgia” (1973).

And I'll be with him
On that midnight train to Georgia
I'd rather live in his world
Than live without him in mine

Albert Hammond denkt dat hij zelf een trein is in het aanstekelijke “I’m A Train” (1974).

Look at me, I'm a train on a track
I'm a train, I'm a train, I'm a chucka train, yeah
Look at me, got a load on my back 
I'm a train, I'm a train, I'm a chucka train, yeah

Van Bob Dylan is “Slow Train”, hier gespeeld met The Greatful Dead (1987). Het is afkomstig van Dylan’s eerste christelijke plaat “Slow Train Coming”(1979), waarop Mark Knopfler (Dire Straits) meespeelt.

Sometimes I feel so low-down and disgusted
Can’t help but wonder what’s happenin’ to my companions
Are they lost or are they found
Have they counted the cost it’ll take to bring down
All their earthly principles they’re gonna have to abandon?
There’s a slow, slow train comin’ up around the bend

Overigens heeft Dylan waarschijnlijk meer op met schepen dan met treinen, zoals in “Bob Dylan’s 115th Dream” (1965) en “Tempest” (2012).

U2 maakte een nummer ter ere van B.B. King (Riley Ben King, 1925-2015) en speelde dat ook samen met hem: “When Love Comes to Town” (1989). Daarin is de trein een mogelijk vervoersmiddel.

 
Love comes to town I'm gonna jump that train
When love comes to town I'm gonna catch that plane
Maybe I was wrong to ever let you down
But I did what I did before love came to town

In 1992 bracht J.J. Cale (1938-2013) het laid-back nummer “Lonesome Train” uit.

Lonesome train, ride all day
Lonesome train, ride all day
Since I lost my woman, I lost my way
Mr Conductor, where is this train bound
Mr Conductor, where is this train bound
Is it headed up, is it headed down
Lucky for me, I'm on the sunny side
Lucky for me, I'm on the sunny side

De titel “Slow Train” komen we in 2011 ook tegen als nummer van Joe Bonamassa.

There's a slow train coming
It's movin' on down the line
Steel wheels on iron rails
Tonight I'm fixin' to die
Woo, I hope you don't mind pretty mama
Woo-hoo, hope you don't mind if I go

En verder is er het nummer “Locomotive Breath” van Jethro Tull uit 1971, waarin we een voortdenderende trein kunnen horen. Voor dit nummer zijn de instrumenten afzonderlijk opgenomen. Zo speelde frontman en zanger Ian Anderson zowel de dwarsfluit, de basdrum, de hi-hat, de akoestische gitaar als enkele stukken elektrische gitaar.

In the shuffling madness
Of the locomotive breath,
Runs the all, time loser,
Headlong to his death.

John Henry
Binnen dit thema is ook nog plaats voor het Amerikaanse volksverhaal over John Henry. Eind negentiende eeuw werkte hij aan de aanleg van spoorlijnen. Hij had tot taak om gaten in de rots te hakken. Daarin werden explosieven tot ontploffing gebracht om een spoortunnel aan te leggen.


Volgens de overlevering werd de vaardigheid van John Henry op de proef gesteld in een wedstrijd met een stoomhamer. John Henry won, maar hij moest die overwinning met zijn leven bekopen, want door de inspanning stierf hij met zijn hamer in de hand.
Dit verhaal vormt de inspiratie voor liederen, verhalen en toneelstukken, zoals “The Ballad of John Henry” (2009) van Joe Bonamassa.

Take this hammer carry it to the Captain, Tell him why I'm gone
Take this hammer carry it to the Captain, Tell him I'm goin' home

Voor wie de stoomtrein echt wil beleven is er de Miljoenenlijn van de Zuid-Limburgse Stoomtram Maatschappij (“Het langste museum van Limburg”), ook leuk voor kinderen: www.zlsm.nl.

Beluister en bekijk de genoemde nummers op de “
Muziek die gaat als een trein” afspeellijst.
Deze blogpost is geschreven naar aanleiding van het concert van Ian Anderson (Jethro Tull) in het Parkstad Limburg Theater te Heerlen, 13 mei 2015, en het overlijden van B.B. King op 89-jarige leeftijd, de dag erna.

*) Waarschuwing: houd er rekening mee dat niet alle YouTube-video's op een mobiel device kunnen worden bekeken - bekijk ze op een computer/laptop.

maandag 11 mei 2015

Hoe Limburg welvarender wordt

Eind april werd in het Gouvernement aan de Maas het nieuwe college van Gedeputeerde Staten van Limburg geïnstalleerd. Wat is dit nieuwe bestuur van plan om de werkgelegenheid in de provincie te stimuleren, en dan vooral op Brightlands?


Het nieuwe college is gevormd uit CDA, SP, VVD, D66 en PvdA, kortom uit vertegenwoordigers van alle partijen die in de Provinciale Staten vier of meer zetels bezetten, met uitzondering van de PVV. Lees mijn blogpost “Krijgt de economische motor nog voldoende brandstof?” van 2 maart 2015 voor de plannen van deze partijen met de Limburgse economie in het algemeen en Brightlands in het bijzonder.

In Limburg bereiken we meer!
Het Coalitieakkoord 2015-2019 draagt de veelbelovende titel “In Limburg bereiken we meer! – In actie voor een welvarend en sociaal Limburg” (en is online opvraagbaar). Het beleid van de Provincie wordt bepaald door economische structuurversterking en een krachtige sociale agenda. Dit versterkt de concurrentiekracht. En dat bevordert de werkgelegenheid, vooral in de meer kennisintensieve sectoren als materialen, gezondheidszorg, agri & food en dienstverlening.

Campusontwikkeling en Kennis-As
De afgelopen jaren is de Limburgse concurrentiekracht versterkt met de ontwikkeling van vier Limburgse campussen (Chemelot Campus, Maastricht Health Campus, Campus Greenport Venlo en de Smart Services Campus) en het programma Kennis-As Limburg (zie mijn blogpost “Chemelot Campus: vliegwiel op de Kennis-As Limburg” van 6 mei 2013). Op Chemelot draait het daarbij om materialen, in Maastricht om gezondheid en bij Greenport om voeding.

Onder de noemer Brightlands worden deze ontwikkelingen, samen met kennisinstellingen en bedrijven, door de nieuwe coalitie gecontinueerd als integraal onderdeel van het economische beleid.
Met behulp van Brightlands is het mogelijk om Limburg nationaal en internationaal krachtiger te positioneren. De Provincie ondersteunt dit actief via de provinciale branding-organisatie Connect Limburg, zie www.limburgcrossborders.com.

Overigens zet de coalitie ook in op de ontwikkeling van de maakindustrie vanuit VDL NedCar en het Chemelot Industrial Park naast de campus.

Verbinding met het midden- en kleinbedrijf
Om een impuls te geven aan het ondernemersklimaat voor het midden- en kleinbedrijf is het belangrijk dat het innovatieve mkb de weg naar de campussen en de Kennis-As weet te vinden. Zo kunnen uitvindingen op de campussen door mkb’ers op de markt worden gebracht. Andersom moet het mogelijk zijn dat mensen met ideeën gebruik maken van de faciliteiten van de campussen.

Statistieken tonen aan dat kleine bedrijven voor de groei van de werkgelegenheid van groot belang zijn. Over een langere periode gezien stijgt het aantal banen bij kleine bedrijven, terwijl dat aantal bij grote bedrijven juist daalt.

De nieuwe coalitie wil toekomstige campusprojecten, die voor provinciale co-financiering in aanmerking komen, verplichten om bij de opzet van de nieuwe plannen ook een aantal mkb’ers actief te laten participeren en profiteren, evenals studenten en trainees.

Grensoverschrijdend Limburg
Gelegen tussen België en Duitsland wordt Limburg gedomineerd door grenzen. De coalitie wil daarom dat actieve acquisitie plaatsvindt op de vestiging of uitbreiding van bestaande en nieuwe buitenlandse bedrijven.

Dergelijke acquisities vormen een van de manieren waarop Brightlands Chemelot Campus de komende jaren wil groeien. De meest recente acquisitie van de campus is de Zuid-Afrikaanse producent van pulp en papier Sappi, die er een proeffabriek voor nanocellulose gaat bouwen.

Sociale agenda
De economische agenda wordt vergezeld van een sociale agenda. In dat kader ondersteunt de Provincie de centrumgemeenten, die een belangrijke rol in het arbeidsmarktbeleid vervullen.
De nieuwe coalitie gaat de komende 10 jaar met diverse partners 20.000 stage-, trainee- en leer/werkplekken creëren.

Financiële onderbouwing
De plannen worden niet alleen betaald uit Essent-gelden, enkele jaren geleden verkregen uit de verkoop van de aandelen in de elektriciteitsmaatschappij. De nieuwe coalitie wil ook – meer dan tot dusver – aanspraak maken op nationale en Europese co-financiering uit verschillende programma’s en fondsen.  

Nieuw college in het Gouvernement
Het nieuwe college van Gedeputeerde Staten bestaat uit gouverneur Theo Bovens en de deputés Ger Koopmans (CDA), Patrick van der Broeck (CDA), Daan Prevoo (SP), Marleen van Rijnsbergen (SP), Twan Beurskens (VVD), Hans Teunissen (D66) en Eric Geurts (PvdA).

maandag 4 mei 2015

How Brightlands realizes the government’s ambitions

It is striking how well the Dutch government vision on science fits with the developments at Brightlands Chemelot Campus and Brightlands Maastricht Health Campus. Or, stated differently: how well these campuses fit with that vision.

 
Han Dols Photography

Last year, the Dutch Ministry of Education, Culture and Science published its vision on science. *) This vision describes three ambitions for the year 2025:
1. Dutch science is world class.
2. Dutch science is more connected with society and industry.
3. Dutch science is a breeding ground for talent.

Challenges for science
These ambitions are really necessary, because the Dutch science faces major challenges. First of all, international competition is increasing rapidly. Therefore, it is important to further develop those areas where the Netherlands is committed to be the best in the world. Furthermore, governments and societies increasingly rely on science to contribute to the grand societal challenges. That’s why scientists have to join forces with industry and civil society organizations.
Finally, scientists are under pressure to publish much, while they must do more to the commercialization of knowledge.

Brightlands Chemelot Campus and Brightlands Maastricht Health Campus take these challenges in their own way and at the same time they contribute to the realization of the national government’s ambitions. As described in my March 30, 2015 blog post “A land without borders”, these efforts are actually expressed in the name Brightlands.

Collaborating on innovations
With its education the Netherlands is among the leaders in Europe. Government, industry, universities, and research institutes work closely together in the top sectors **) on knowledge and innovation, preferably in a public-private partnership. Innovations come about in regional ecosystems of knowledge institutions, companies, and other parties.

In fact, such ecosystems are being developed at the Brightlands campuses. For instance, in the top sector ‘Chemicals’ Chemelot Campus is being developed by the (Dutch) Province of Limburg, DSM, Maastricht University, and Maastricht University Medical Center.

In the same top sector – Chemicals –two research institutes at Chemelot Campus are in various stages of development. In Brightlands Materials Center (BMC), which was launched in March, Brightlands collaborates with TNO, an independent Dutch research organization that employs some 3,000 specialists. The new center has about twenty committed partners. 
Chemelot InSciTe (Institute for Science & Technology) is a collaboration of Brightlands, Eindhoven University of Technology, DSM, Maastricht University, and Maastricht University Medical Center.
Both institutes are supported by the Province of Limburg.

Knowledge crossing borders
Smart collaboration is required, also with parties abroad. Choices must be made, because the Netherland cannot be the best at everything.

At Chemelot Campus the Aachen-Maastricht Institute for Biobased Materials (AMIBM) is located, a collaboration of Maastricht University and the RWTH, the technical university just at the other side of the border in Aachen, with more students than the three Dutch technical universities combined.
In this respect, AMIBM is a nice demonstration of the Brightlands tagline: “Knowledge crossing borders”.

Bio-Based Materials, AMIBM’s focus area, is one of the key domains of Chemelot Campus, in addition to Performance Materials and Biomedical Materials.
It’s true, you can’t be the best at everything  – but we can in these three areas!

Grand Challenges
Scientists should contribute to solving societal challenges (the Grand Challenges of the European Commission, as defined in Horizon 2020). Consider healthy aging, sustainable transport, food security, and issues of energy, climate, and water.

The institutes BMC, InSciTe, and AMIBM contribute to the grand societal issues. BMC focuses on fundamental research into the production of polymeric materials (plastics), their chemical and physical properties. For example, these materials are applied in mobility (lightweight cars), packaging, healthcare, electrical appliances, and energy production.
InSciTe focuses on the development of bio-based materials and biomedical materials. Bio-based materials are more environment-friendly than conventional materials, while biomedical materials should contribute to affordable healthcare.
AMIBM engages in the production and processing of bio-based materials (read my February 3, 2014 blog post “Friend of Plants”).
Elsewhere in Limburg (Greenport Venlo) the efforts are focused on improving food security.

Scientists also have to deal with other problems that are socially and economically relevant for the Netherlands: quality of life, circular economy, resilient society, building blocks of life, complexity (dealing with unpredictability and big data).

At Brightlands Chemelot Campus solutions for the circular economy (bio-based materials) are developed, while at Chemelot Industrial Park the company QCP is currently constructing a factory that will produce polymers, using plastic waste material as feedstock.
Elsewhere in Limburg (Smart Services Hub in Parkstad) big data is handled on a daily basis.

Large-scale infrastructure
The government vision on science emphasizes the availability of large-scale infrastructure in the form of state-of-the-art facilities.

Enabling Technologies B.V., a joint venture of DSM, Maastricht University, and the Province of Limburg, located at both Brightlands campuses, has installed advanced analysis equipment, such as electron microscopes. The remarkable thing is that in principle all companies and institutions have access to these expensive devices.
The coming years, pilot and mini plant facilities will be realized at Chemelot Campus, and these will have a great appeal to top scientists.

Commercialization as core competency
Commercialization not only includes the economic utilization of knowledge, but also utilizing knowledge for solving the societal issues or contributing to societal debate.

Commercialization is a competency of the Brightlands campuses. For instance, Chemelot Campus has a team of business developers that support entrepreneurs with starting new companies that are based on the (licensed) intellectual property of third parties.

Combination of education, research and commercialization
Part of the curriculum of the universities is to stimulate their graduates into entrepreneurship. For example, at vocational level Centers of Expertise combine education, research, and commercialization.

Chemelot Innovation and Learning Labs (CHILL) is located at Brightlands Chemelot Campus. In this national Center of Expertise for Chemistry students and professionals are educated in the discipline of chemistry. Real assignments from the industry are part of the curriculum. The center is a collaboration of Zuyd University of Applied Science, Arcus, Leeuwenborgh, Maastricht University, DSM, and SABIC.

Regional clusters
In addition to internationalization we see more and more integration, clustering, coordination, and harmonization in specific regions. In many regions we see the rise of Science Parks, campuses, and economic clusters through strategic alliances with companies, research institutions, and local and provincial governments.

For the government vision on science Chemelot Campus serves as an example. This campus is actually developed with the help of substantial support from governments at all levels (the Province of Limburg and the municipality of Sittard-Geleen, as well as the European Union and the national government). Over the next ten years, hundreds of millions of euros will be invested here, mainly in research.

Unique in the world
Chemelot Campus is unique in the world, because here universities bring their knowledge to the industry. This attracts international top talent; smart people who will present their results under the name Brightlands. They will play an important role in realizing the ambitions of the Dutch government in the field of science and its application.

*) The report “Vision on Science – choices for the future” (“Wetenschapsvisie 2025 – keuzes voor de toekomst”), November 2014. This report is available (in Dutch): http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/rapporten/2014/11/25/wetenschapsvisie-2025-keuzes-voor-de-toekomst.html
**) The top sectors were defined by the Dutch Ministry of Economic Affairs (2010). These are the strong areas of the Dutch economy that merit additional support: Horticulture and propagation materials, Agri-food, Water, Life sciences and health, Chemicals, High tech, Energy, Logistics, and Creative industry.

This blog post is a repost of my (Dutch) December 15, 2014 post.
Read my May 20, 2013 blog post about the reason why of my English reposts.