maandag 22 december 2014

Meegesleept in de Grote Oorlog

Een haakvormig schiereiland biedt inspiratie om allerlei interessante dingen over Ierland te vertellen. Ga met mij mee naar de oudste ter wereld.


 

Aan de zuidkust van Ierland steekt een haakvormig schiereiland in zee, Hook Head (Rinn Duáin, Co. Wexford). Je vindt er onder meer het Duncannon Fort uit 1588 en een heus spookhuis, Loftus Hall uit 1350. De oorspronkelijk bewoners, militairen en spoken, zijn allang vertrokken, dus konden ze beide worden opengesteld als toeristische attractie.
Om hun nering te steunen noem hun internetadressen: www.duncannonfort.com en www.loftushall.ie.

De oudste ter wereld
Op het uiterste puntje van het schiereiland staat een vuurtoren, Hook Lighthouse, gebouwd op een rotsplaat die geleidelijk in zee afloopt. Mijn blogpost van 11 augustus 2014 ging over “De grootste ter wereld”, maar dit is de oudste vuurtoren van Europa – en mogelijk van de wereld.
De toren werd in de 13e eeuw gebouwd door William Marshal, graaf van Pembroke, als deel van de ontwikkeling van zijn heerlijkheid Leinster. De vuurtoren heeft nog steeds zijn oorspronkelijke functie. De toren is gebouwd uit kalksteen uit de omgeving en is vier verdiepingen hoog met muren tot 4 m dik. De eerste drie verdiepingen hebben een doorsnede van 13 m. De bovenste verdieping is 6 m in doorsnede en droeg oorspronkelijk een vuurtoorts, later een lantaarn.

 
Templetown
Verder vinden we op Hook Head een tot ruïne vervallen kerk. De naam ervan, Templetown, verwijst naar de Orde van de Tempeliers. Deze orde werd aan het begin van de 12e eeuw gesticht door de kruisvaarders in Jeruzalem. In 1172 gaf koning Hendrik II aan de Tempeliers uitgebreide landerijen langs de oostelijke oever van Waterford Harbour in leen. De orde vestigde een hoofdkwartier in Templetown. In 1307 werd de orde ontbonden en hun land werd aan hun grote rivalen, de Hospitaalridders (of Maltezer ridders) gegeven. Deze orde bouwde de versterkte kerk, waarvan nu nog de ruïne in het vlakke land oprijst.


Eerste Wereldoorlog
In mijn blog “Hoe aan de natuur wordt geknabbeld” van 1 december 2014 schreef ik dat Ierland in de Tweede Wereldoorlog neutraal was. Tijdens de Eerste Wereldoorlog maakte het hele eiland echter nog deel uit van Groot-Brittannië. In 1922 werd Ierland een vrijstaat binnen het Britse Dominion, terwijl zes counties in de noordelijke provincie Ulster bij Groot-Brittannie bleven. In de graafschappen Down, Antrim, Derry, Armagh, Tyrone en Fermanagh was de meerderheid namelijk protestants. In 1937 werd Ierland losgemaakt van het Britse Dominion, zie ook “Hoe je schoonpapa terzijde schuift” van 13 oktober 2014.

Ierland werd in 1914 meegesleept in een oorlog, die van de bevolking een zware tol heeft geëist. Overigens werd in die oorlogsjaren de revolutie voorbereid die leidde tot de Ierse onafhankelijkheid.

Het keurig onderhouden oorlogsgraf valt geheel uit de toon tussen de grafstenen die schots en scheef op het vervallen kerkhof van Templetown staan (of liggen). Hier zijn drie Britse zeemannen begraven. Twee zijn niet geïdentificeerd, het derde graf is van T.M. Fyfe, 27 jaar. Zijn graf is met klaprozen versierd.

De drie zeemannen voeren aan boord van de trawler George Milburn. Het schip zonk op 12 juli 1917 door een mijn uit de Duitse onderzeeboot UC-42, anderhalve mijl ten zuiden van de Ierse kust. Alle elf bemanningsleden verloren daarbij het leven.
Twee maanden later, op 10 september, ging de Duitse onderzeeboot voor de kust van Cork zelf ten onder na een explosie van een van haar eigen mijnen. Hierbij vielen 27 doden.


Dat de Eerste Wereldoorlog een diep spoor in Ierse samenleving heeft achtergelaten, blijkt ook uit een monument in de stad Cork (Corcaigh, 190.000 inwoners). Het monument staat vlakbij Parliament Bridge. Het is een 5 m hoge obelisk op een vierkante sokkel met het volgende opschrift:

Lest We Forget
Erected by public subcription under the auspices of the Cork Independent Ex-Servicemen Club.
In memory of their comrades who fell in the Great War
Fighting for the freedom of small nations.

1914-1918
“Greater Deed Hath No Man Done”
“They Shall Grow Not Old
As We That Are Left Grow Old
Age Shall Not Weary Them,
Nor The Years Condemn.
At The Going Down Of The Sun,
And In The Morning
We Will Remember Them.”

1939-1945
“When you go home, tell them of us and say,
For your tomorrow we gave our today.”

De laatste strofe is een grafschrift van de Engelse dichter John Maxwell Edmonds (1875-1958), dat ook voor andere oorlogsmonumenten is gebruikt. Voor het monument in Cork liggen kransen, wederom versierd met klaprozen.
Over de Eerste Wereldoorlog schreef ik ook “De Grote Oorlog” van 13 januari en “Waar de klaproos bloeit” van 16 juni 2014.

Zie ook mijn blogposts “Impressies van een Groen Eiland” van 4 augustus, “De grootste ter wereld” van 11 augustus, “Wat na duizenden jaren overblijft” van 18 augustus, “Gouden Eeuwen in Ierland” van 25 augustus, “Hoe een Hollandse piraat toesloeg” van 8 september, “Hoe je schoonpapa terzijde schuift” van 13 oktober, “Je komt het maar halen” van 10 november en “Hoe aan de natuur wordt geknabbeld” van 1 december 2014, alle over Ierland.

maandag 15 december 2014

Hoe Brightlands de ambities van de overheid realiseert

Het is frappant hoe goed de Wetenschapsvisie 2025 van de rijksoverheid aansluit op de ontwikkelingen op Brightlands Chemelot Campus en Brightlands Maastricht Health Campus. Of, voor wie aan beleid het primaat toekent: hoe deze campussen bij die visie aansluiten.

 
Han Dols Fotografie

Het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap publiceerde afgelopen maand de “Wetenschapsvisie 2025 – keuzes voor de toekomst”, waarin drie ambities worden geformuleerd:
1. De Nederlandse wetenschap is van wereldformaat.
2. De Nederlandse wetenschap is meer verbonden met de maatschappij en het bedrijfsleven.
3. De Nederlandse wetenschap is ook in 2025 een broedplaats voor talent.

Uitdagingen voor de wetenschap
Zulke ambities zijn nodig want de Nederlandse wetenschap staat voor grote uitdagingen. Zo neemt de internationale concurrentie sterk toe. Daarom is het zaak om strategisch in te zetten op die domeinen waar Nederland tot de absolute wereldtop wil behoren.
Verder wordt de wetenschap door overheden en de samenleving als geheel steeds meer uitgedaagd op grote maatschappelijke vraagstukken. Daarom moeten wetenschappers hun krachten bundelen met het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties.
Tenslotte staan wetenschappers onder druk om veel te publiceren, terwijl ze juist meer zouden moeten doen aan kennisvalorisatie.

Brightlands Chemelot Campus en Brightlands Maastricht Health Campus nemen deze uitdagingen op hun eigen wijze aan en dragen zo bij aan het realiseren van de ambities van de rijksoverheid. Zoals beschreven in mijn blog “Een land zonder grenzen” van 22 september 2014 ligt dit streven in de naam Brightlands besloten.

Samenwerken aan innovaties
Nederland behoort met zijn onderwijsstelsel tot de kopgroep in Europa. Overheid, bedrijfsleven, universiteiten en onderzoeksinstituten werken er intensief samen in de topsectoren* aan kennis en innovatie, bij voorkeur in een publiek-private samenwerking. Innovaties komen tot stand in regionale ecosystemen van kennisinstellingen, bedrijven en andere partijen.

Dergelijke ecosystemen vinden op de Brightlands campussen concreet hun uitwerking. Zo wordt Chemelot Campus binnen de topsector chemie ontwikkeld door de provincie Limburg, DSM, Universiteit Maastricht en Maastricht Universitair Medisch Centrum.

Binnen diezelfde topsector – chemie –zijn op Chemelot Campus twee onderzoeksinstituten in oprichting. Chemelot InSciTe (Institute for Science & Technology) is een samenwerking van Brightlands, Technische Universiteit Eindhoven, DSM, Universiteit Maastricht en Maastricht Universitair Medisch Centrum.
In Chemelot-TU/e Materials Center (CTMC) werken Brightlands, het Dutch Polymer Institute (DPI), DPI Value Centre, Technische Universiteit Eindhoven, SABIC, DSM en TNO samen.
Beide instituten worden ondersteund door de provincie Limburg.

Knowledge crossing borders
Er moet slim worden samengewerkt, ook over onze landsgrenzen heen, waarbij keuzes moeten worden gemaakt, omdat we als Nederland niet overal de beste in kunnen zijn.

Op Chemelot Campus is Aachen-Maastricht Institute for Biobased Materials (AMIBM) gehuisvest, een samenwerking van Universiteit Maastricht met de RWTH, de technische universiteit net over de grens in Aken, met meer studenten dan de drie Nederlandse technische universiteiten tezamen.
AMIBM is dus een mooie illustratie van de tagline van Brightlands: “Knowledge crossing borders”.

Biobased materialen, het aandachtsgebied van AMIBM, is een van focusgebieden van Chemelot Campus, naast hoogwaardige materialen en biomedische materialen.
Inderdaad, je kunt niet overal de beste in zijn – maar wél op deze drie gebieden!

Grand Challenges
Wetenschappers zouden moeten bijdragen aan oplossingen voor maatschappelijk uitdagingen (de Grand Challenges van de Europese Commissie, zoals vastgesteld in Horizon 2020). Denk aan gezond ouder worden, duurzaam transport, voedselzekerheid en vraagstukken op het gebied van energie, klimaat en water.

De genoemde instituten, InSciTe, CTMC en AMIBM, dragen bij aan grote maatschappelijke vraagstukken. InSciTe richt zich op de ontwikkeling van biobased materialen die het milieu minder belasten dan gangbare materialen en op biomedische materialen die ertoe moeten bijdragen dat de gezondheidszorg betaalbaar blijft.
CTMC richt zich op fundamenteel onderzoek naar de productie van polymere materialen (plastics), hun chemische en fysische eigenschappen; deze materialen worden bijvoorbeeld in mobiliteit (auto’s), verpakkingen, gezondheidszorg, elektrische apparaten en energiewinning toegepast.
AMIBM houdt zich bezig met de productie en verwerking van biobased materialen (zie mijn blog “Vriend van de plant” van 9 december 2013).
Elders in Limburg (Greenport Venlo) worden bijdragen aan de voedselzekerheid geleverd.

Wetenschappers moeten zich ook gaan bezighouden met andere problemen die maatschappelijk en economisch relevant zijn voor Nederland: kwaliteit van leven, circulaire economie, veerkrachtige samenleving, bouwstenen van het leven, complexiteit (omgaan met onvoorspelbaarheid en big data).

Op Brightlands Chemelot Campus wordt gewerkt aan oplossingen voor de circulaire economie (biobased materialen), terwijl op Chemelot Industrial Park het bedrijf QCP de bouw voorbereidt van een fabriek die polymeren gaat produceren met gebruikt plastic als grondstof.
Elders in Limburg (Smart Service Hub in Parkstad) wordt dagelijks met big data omgegaan.

Grootschalige infrastructuur
De Wetenschapsvisie zet in op grootschalige infrastructuur in de vorm van state-of-the-art faciliteiten.

Enabling Technologies B.V., een joint venture van DSM, Universiteit Maastricht en de provincie Limburg, met vestigingen op beide Brightlands-campussen, beschikt over geavanceeerde analyse-apparatuur, zoals elektronenmicroscopen. Het bijzondere is dat in principe alle bedrijven en instituten toegang tot deze kostbare apparaten hebben.
Op Chemelot Campus worden de komende jaren pilot en miniplant faciliteiten gerealiseerd, die een grote aantrekkingskracht op topwetenschappers zullen hebben.

Valorisatie als kerncompetentie
Valorisatie omvat niet alleen economische benutting van kennis, maar ook het benutten van kennis voor het oplossen van maatschappelijke vraagstukken of het bijdragen aan maatschappelijke discussies.

Valorisatie is een competentie van de Brightlands campussen. Zo heeft Chemelot Campus een team van business developers die ondernemers ondersteunen bij het opstarten van nieuwe bedrijven, die zijn gebaseerd op het intellectuele eigendom (in licentie) van derde partijen.

Combinatie van onderwijs, onderzoek en valorisatie
Universiteiten en hogescholen kunnen krachtig inzetten op ondernemerschap als mogelijke loopbaan voor afgestudeerden. Bijvoorbeeld de ontwikkeling van Centres of expertise in het hbo combineert inzet op onderwijs, onderzoek en valorisatie.

Op Brightlands Chemelot Campus is Chemelot Innovation and Learning Labs (CHILL) gevestigd. In dit landelijke Centre of expertise Chemie worden studenten en professionals geschoold in het vakgebied chemie, waarbij échte opdrachten uit het bedrijfsleven tot het curriculum behoren. Het is een samenwerking van Zuyd Hogeschool, Arcus College, Leeuwenborgh Opleidingen, Universiteit Maastricht, DSM en SABIC.

Regionale clusters
Naast internationalisering zien we steeds vaker integratie, clustervorming, coördinatie en afstemming in specifieke regio’s. Er ontstaan Science Parks, campussen en economische clusters door strategische allianties van bedrijven, kennisinstellingen en lokale of provinciale overheden.

De Wetenschapsvisie noemt Chemelot Campus als voorbeeld. En inderdaad, aan de ontwikkeling daarvan wordt door overheden op alle niveaus (de provincie Limburg en de gemeente Sittard-Geleen, alsmede de Europese Unie en het Rijk) zeer fors bijgedragen. Voor de komende tien jaar gaat het over honderden miljoenen euro’s, die vooral worden geïnvesteerd in onderzoek, zie mijn blog “Chemelot Campus: vliegwiel op de Kennis-As Limburg” van 6 mei 2013.

Uniek in de wereld
Chemelot Campus is uniek in de wereld, want hier brengen universiteiten hun kennis naar de industrie. Dit trekt internationaal toptalent aan; slimme mensen die hun resultaten onder de naam Brightlands zullen presenteren. Zij zullen een belangrijke rol spelen in het realiseren van de ambities van de Nederlandse overheid op het gebied van wetenschap en de toepassing ervan.

Wie de Wetenschapsvisie 2025 wil lezen, verwijs ik naar pagina 57, waar de casus Chemelot Campus als regionaal ecosysteem wordt beschreven: http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/rapporten/2014/11/25/wetenschapsvisie-2025-keuzes-voor-de-toekomst.html.

*De topsectoren zijn door het kabinet Rutte (2010-2012) gedefinieerd. Het zijn de sterke domeinen van de Nederlandse economie, die een extra stimulans verdienen: tuinbouw en uitgangsmaterialen, agri&food, water, life sciences & health, chemie, high tech, energie, logistiek en creatieve industrie.

maandag 8 december 2014

Hoe een openhartoperatie een stad leefbaar maakt

Jarenlang leed Maastricht aan een verkeersinfarct. De overheid heeft een wegenchirurg gevraagd de patiënt te dotteren en van een bypass te voorzien. Met de patiënt nog onder narcose hier een peroperatief verslag.


Dubbele tunnelbuis 
Artist impression A2 Maastricht

Snelle doorstroming
Het meest spraakmakende resultaat van het project “de Groene Loper” in Maastricht is de dubbele tunnelbuis, die over 2,3 km van noord naar zuid door de stad loopt. Momenteel is Maastricht de enige plaats tussen Marseille en Groningen (ruim 1300 km) waar je voor een stoplicht komt te staan.

Openhartoperatie in volle gang 
Luchtfoto Peter Wijnands voor A2 Maastricht

Nog eventjes, want dat is vanaf eind 2016 verleden tijd. Het doorgaand verkeer over de A2 gaat dan met maximaal 100 km per uur door de onderste tunnelbuis – een ondergrondse aorta (tot 16 m diep). Het regionale en bestemmingsverkeer volgt de N2 met maximaal 80 km per uur door de bovenste tunnelbuis – een ondergrondse slagader. “Driving Towards The Daylight” (Joe Bonamassa): http://youtu.be/wTG-bCMG05E.

Zuidelijke tunnelmond in aanleg: de Prins-bisschop van Luik 
Luchtfoto Peter Wijnands voor A2 Maastricht

Aan de tunnelmonden wordt extra zorg besteed en ze krijgen elk een naam: de Hertog van Brabant als poort naar het noorden en de Prins-bisschop van Luik als poort naar het zuiden.

Deze constructie is in zoverre uniek in de wereld, dat in beide tunnels tussen de Geusselt en het Europaplein ook vrachtverkeer wordt toegelaten.

Het belang van deze nieuwe infrastructuur voor stad en regio kan nauwelijks worden overschat. Zo wordt de reistijd tussen Brightlands Chemelot Campus en Brightlands Maastricht Health Campus behoorlijk verkort, wat de samenwerking tussen de beide campussen ten goede komt.

De Groene Loper 
Artist impression A2 Maastricht

Parklaan boven de tunnel
Om de cardiovasculaire metafoor nog even door te trekken: er horen ook longen bij. En daarin wordt voorzien door herinrichting van de ruimte die ontstaat zodra de grote verkeersstromen door het ondergrondse arteriële vaatstelsel kunnen worden geleid. In dat bovengrondse gebied zijn de verkeersaders een stuk verfijnder, zodat er ruimte is voor fietsers en voetgangers, kantoorvilla's, woontorens en – als longblaasjes – het nodige groen in de vorm van bomen en gazons. Dit woonerfgebied, waarin een bomenlaan (parklaan) komt, wordt de Groene Loper genoemd.
Deze stedelijke vernieuwing kan vanaf 2017 beginnen, nadat de tunnel is opengesteld.

De Groene Loper 
Artist impression A2 Maastricht

Enkele flats langs het tracé moesten worden gesloopt, maar het was bijna vanzelfsprekend dat de Gemeenteflat gespaard is gebleven. Dit is immers de eerste hoogbouw in Maastricht, gebouwd in 1948-1950, naar een ontwerp van de Maastrichtse architect Frans Dingemans (1905-1961).

Met 80% van het verkeer ondergronds blijven de luchtkwaliteit en geluidhinder in de stad duurzaam binnen de normen.

Betere bereikbaarheid
Dit zijn niet de enige resultaten van het project. Ook de aansluiting van de A2 op de A79 richting Heerlen vormt een enorm verbetering. Je hoeft, komend vanuit Eindhoven, niet langer kruip-door-sluip-door via Bunde, Meerssen en Rothem, want de beide snelwegen worden bij knooppunt Kruisdonk volledig verknoopt.
Daarbij wordt het bedrijventerrein Beatrixhaven ten noorden van Maastricht via een nieuwe weg rechtstreeks op de A2 aangesloten.

Fietsviaduct over de A2 
Artist impression A2 Maastricht

Verder worden er verschillende doorsteekmogelijkheden voor fietsers gecreëerd, waaronder een speciaal fietsviaduct over de A2 ten noorden van de Geusselt. Via het recreatieve lint dat zo ontstaat, bereiken fietsers vanuit de stad gemakkelijk de zgn. Landgoederenzone, het gebied rond Buitenplaats Vaeshartelt.

Ecoducten
En tenslotte (hoewel al voltooid voordat met de tunnelbouw werd begonnen) zijn ter hoogte van de Kruisberg, ten noorden van Maastricht, twee ecoducten, Bunderbosch en Kalverbosch, aangelegd die de verplaatsing van klein wild bevorderen. Onder andere op die manier is ook aan de natuur gedacht.

Project de Groene Loper
De opdrachtgevers voor het project zijn de samenwerkende overheden, Rijkswaterstaat (Ministerie van Infrastructuur en Milieu), Provincie Limburg en de gemeenten Maastricht en Meerssen: het Projectbureau A2 Maastricht.
Het project wordt uitgevoerd door Avenue2, een consortium van Ballast Nedam en Strukton.

Het project vergt een totale investering van ongeveer 1 miljard euro. Voor meer informatie, zoals over de technische aspecten van het project: www.a2maastricht.nl.

maandag 1 december 2014

Hoe aan de natuur wordt geknabbeld

Een Drents spreekwoord luidt: “As is verbraande törf,” en ik dacht dan ook dat turf typisch Nederlands is. Eeuwenlang werd deze brandstof immers uit de veengebieden van Holland, Drenthe en Noord-Brabant/Limburg gehaald. Maar: zo typisch Nederlands is turf niet. *

 Turfwinning in Co. Donegal

Turfwinning in Ierland
Het meest noordwestelijke graafschap van Ierland, Donegal (Dún na nGall) is een ruig, vrijwel leeg gebied met enkele kleine (haven) stadjes en dorpjes. De bergen maken niet zozeer indruk door hun hoogte, als wel door hun verlaten ligging in een wijds landschap.
We zijn hier aan de rand van Europa.

In zo’n landschap, bijvoorbeeld op de weg van Killybegs (Na Cealla Beaga) naar Glencolumbkille (Gleann Cholm Cille), vindt een activiteit plaats, waarvan ik dacht dat die al voor 1970 in het Veenmuseum te Barger-Compascuum (www.veenpark.nl) was opgeborgen. Daar wordt namelijk tot op heden turf gestoken.

Glenpesh Pass, Co. Donegal

Ook langs de weg van Glencolumbkille naar Glenpesh Pass, opnieuw vele kilometers door een leeg land met een prachtig uitzicht op zee, wordt turf gewonnen. Die bergpas (Glean Géis in het Iers, wat 'meer van de zwanen' betekent) is overigens een van de mooiste van Europa. De glooiende bergen en de groene valleien met afgelegen boerderijtjes en kleine meren geven je het gevoel dat je in de Alpen bent.

Ook elders in Co. Donegal werd turf gewonnen, zoals in het wijdse, kale land langs de weg van Dungloe (An Clochán Liath) naar het stadje Ballybofey (Bealach Féich). Afgezien van die turfwinning maakt het land pas weer een bewoonde indruk als je al dichtbij dat stadje bent.
En verder vind je turfwinning op de weg van Omagh (an Ómaig, in Noord-Ierland) naar het stadje Donegal.

Turfwinning onder druk
Het Connemara National Park Visitor Centre biedt meer informatie over de turfwinning en andere aspecten van de veengebieden in Ierland. De Connemara (Co. Galway, 2.900 ha) staat bekend om haar sprookjesachtige meren en mysterieuze landschappen, die worden beheerst door twaalf kegelvormige bergen, de Twelve Bens.

Ongeveer 4000 jaar geleden was Ierland bedekt door 1.178.000 ha ongestoord hoogveen en vennen. Tot 1645 veranderde er weinig aan die situatie. In 1990 was nog slechts 151.000 ha over. In minder dan 400 jaar was 87% van de beste veengronden in Ierland verdwenen. De turf was gebruikt in huishoudens en voor industriële toepassingen, zoals in energiecentrales. Het staatsbedrijf Bord na Móna is onder meer verantwoordelijk voor het beheer van de turfproductie.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Ierland neutraal en die periode werd daar de Emergency genoemd. Het land had namelijk ondanks de neutraliteit te lijden, bijvoorbeeld onder de sterk teruglopende import van steenkool. Hierdoor werd Ierland afhankelijk van turf.

Vanwege het teruggelopen oppervlak worden de veengebieden nu steeds vaker beschermd. Maar ondanks dreigend tekort wordt er nog steeds turf gestookt. Voor menigeen in Ierland geldt kennelijk nog steeds het spreekwoord “in het veen ziet men niet op een turfje.” Zo adverteren restaurants dat je er bij een turfgestookte haard kunt nagenieten van het diner.

 
Turfjes voor in de haard

Bijzonder, maar niet meer verrassend, was dat we in onze bed & breakfast bij de haard een grote mand met turfjes aantroffen.

Ongewenste vreemdelingen
In het Connemara bezoekerscentrum wordt ook gewaarschuwd voor de introductie van gebiedsvreemde planten en dieren (exoten) in Ierland.
De volgende soorten zijn er veelvoorkomend maar ongewenst: Japanse duizendknoop [Fallopia japonica], reuzenbalsemien [Impatiens glandulifera], mammoetblad of reuzenrabarber [Gunnera tinctoria], het muiltje [Crepidula fornicata], de Chinese wolhandkrab [Eriocheir sinensis] en grote waternavel [Hydrocotyle ranuncoloides].

Potentiële binnendringers zijn teunisbloemsoorten [Ludwigia-soorten], de edelkreeft [Pacifacstacas leniusculus], de Amerikaanse brulkikker [Rana catesbeiana], de snoekbaars [Sander lucioperca], de Aziatische langhoornkever [Anoplophora glabripennis] en de monniksparkiet [Myiopsitta monachus].


Mammoetblad (Gunnera tinctoria) in de Connemara (Co. Galway)

Voor het vinden van mammoetblad, dat eigenlijk thuishoort in Zuid-Amerika, hoef je geen bioloog te zijn. Je ziet die plant overal aan de Ierse westkust, middenin natuurgebieden (zie foto) en in het openbaar groen van stadjes.
De waarschuwing – die overigens ook voor Nederland geldt (bijvoorbeeld wat betreft de monniksparkiet) – is dus niet voor niets.

Stokkende vergankelijkheid
En tenslotte zijn er de veenlijken. Typisch Drents, dacht ik, vanwege het ‘meisje van Yde’ in het Drents Museum in Assen. Niet dus: ook in de Connemara zijn veenlijken gevonden, zoals de Mennybreddan Woman. Zij stierf in de 16e of 17e eeuw (het meisje van Yde stierf omstreeks van het begin van de jaartelling). In het veen zijn de lijken gemummificeerd.

* Al weet ik dat er goede turfgestookte whiskies zijn, zoals de Ierse Connemara en de Schotse Laphroaigh.

Zie ook mijn blogposts “Impressies van een Groen Eiland” van 4 augustus, “De grootste ter wereld” van 11 augustus, “Wat na duizenden jaren overblijft” van 18 augustus, “Gouden Eeuwen in Ierland” van 25 augustus, “Hoe een Hollandse piraat toesloeg” van 8 september, “Hoe je schoonpapa terzijde schuift” van 13 oktober en “Je komt het maar halen” van 10 november 2014, alle over Ierland.