maandag 23 juni 2014

Tijdsbeelden op glas

Tegenwoordig worden tijdsbeelden vastgelegd in artist impressions en infographics, gemaakt met de computer. Zeventig jaar geleden werden tijdsbeelden op glas geschilderd. Op Chemelot Campus zijn daarvan prachtige voorbeelden bewaard gebleven.


Centraal Laboratorium
De geschiedenis van Chemelot Campus voert ruim zeventig jaar terug. Al eerder, in de jaren twintig van de vorige eeuw, werd door DSM bij de toenmalige Staatsmijn Maurits met chemische productie begonnen: van cokesovengas werd ammoniak gemaakt, de grondstof voor kunstmest.

Onderzoek was nodig naar meer toepassingen van ammoniak. Op enige afstand van de mijn werd daarom een laboratorium opgezet, het Centraal Laboratorium, dat in 1940 werd geopend. Dit gebouw vormt tegenwoordig een markant punt op Chemelot Campus.

  

Wie het gebouw binnengaat, komt in een hal, bekleed met donker graniet, een weidse trap met een leuning van fraai smeedwerk. Het meest in het oog springend zijn hier de glasramen van Gisèle van Waterschoot van der Gracht. Vier smalle ramen naast elkaar en een vijfde, een bredere, bovenaan een trap.

Vijf glasramen
We bekijken de glasramen van rechts naar links.

  

  
Het rechter raam verbeeldt de chemische productie. Een vrouw draagt een korf met kruikjes. Daarachter een man met een toorts. Op de achtergrond een cokesoven, de bron van het gas waarop de chemie rond de staatsmijn was gebaseerd. Aan de voeten van de vrouw nog meer kruiken en een graanschoof – voortgebracht met de kunstmest.

  

Op het raam links daarvan een verbeelding van het chemisch onderzoek. Een man zit te midden van reageerbuisjes en kolven. Daarachter een vrouw bij wie een chemische reactie vonken teweegbrengt; onweer op de achtergrond.

   
   
Op het raam daarnaast wordt het onderzoek verdiept en vastgelegd. Een man zit te midden van boeken met notities in de linkerhand. Daarachter een vrouw die een microscoop afstelt; op de achtergrond Griekse zuilen.

   
   
Op het linker raam komt de werktuigbouw aan bod, nodig om chemische fabrieken en mijnschachten te construeren. Een man heeft een stuk papier op schoot en tekent daarop met driehoek en passer. Daarachter een man met een tandwiel in zijn rechterhand en hamer en beitel in de linker.

De vier glasramen verbeelden tezamen de competenties waar op Chemelot tot op heden wordt voortgebouwd: kennis van werktuigbouw, natuurkunde en chemie. Dit heeft geleid tot de tegenwoordige focusgebieden voor Chemelot Campus, performance materials, biobased materials en biomedical materials, zie mijn blogpost “Chemelot Campus: vliegwiel op de Kennis-As Limburg” van 6 mei 2013. Deze drie gebieden verdienen elk een hedendaags glasraam.

Chemie brengt welvaart
Last but not least bekijken we het grote raam bovenaan de trap. Een gelukkig gezin middenin een agrarische omgeving. De vader draagt een kind, de moeder een korf met fruit. Het is de tijd van de graanoogst.

    
   
In de verte, tegen de achtergrond van de Staatsmijn Maurits met z’n cokesovens, zien we rechts een dorp. In het kerkje, omgeven door een kerkhof, herkennen we de kerk van Oud-Geleen (zie de foto hieronder).


Dit raam maakt het duidelijk: de Staatsmijn brengt eenieder welvaart.

Gisèle van Waterschoot van der Gracht
Gisèle d'Ailly-van Waterschoot van der Gracht (1912-2013) was een Nederlandse kunstenares, die vooral bekend was als schilderes en glazenier.

   
Zij was volgens Wikipedia de dochter van de geoloog mr. W.A.J.M. van Waterschoot van der Gracht (1873-1943) en de Oostenrijkse Josephine Rudolfine Maria Gisella Ferdinandine Freiin (barones) von Hammer Purgstall (1881-1955). Ze woonde enkele jaren – tot 1939 – op Kasteel Wijlre.

In 1939 trok ze naar Bergen, waar ze in contact kwam met Adriaan Roland Holst, E. du Perron en de Duitse dichter Wolfgang Frommel. Samen met Frommel verborg ze gedurende de oorlogsjaren in haar huis aan de Herengracht in Amsterdam vijf Joodse kunststudenten.

In 1957 trouwde ze met Arnold Jan d'Ailly, die tot 1956 burgemeester van Amsterdam was geweest. Na het overlijden van haar man in 1967 woonde en werkte ze ruim 25 jaar elke zomer in haar atelier op het Griekse eiland Paros om zich aan de schilderkunst te wijden.

Bekijk de documentaire Het uur van de Wolf over Gisèle van Waterschoot van der Gracht door Cees van Ede uit 1997. Zij vertelt daarin onder meer over de dood van E. du Perron in 1940.

Fantastisch dat de glasramen op Chemelot Campus behouden bleven. Waardevol cultuurgoed!

Vraag: hoe zou een hedendaagse glazenier performance materials, biobased materials en biomedical materials in beeld brengen?

Wie drie serieuze, samenhangende ontwerpen voor zulke glasramen naar mij opstuurt, beloof ik deze in een aparte blogpost te publiceren (ik stel een korte toelichting bij die ontwerpen op prijs).

Waarom is een Facebook-pagina soms beter?

Facebook is het sociale netwerk met de meeste leden. Een gouden kans dus voor eenieder die iets heeft te vertellen. Ik denk dat een speciale Facebook-pagina daarbij goed van pas komt.



In mijn blogpost van 10 februari 2014 heb ik me kritisch uitgelaten over Facebook. Dat neemt niet weg dat Facebook op dit moment het belangrijkste sociale platform ter wereld is. Kijk alleen naar het aantal gebruikers wereldwijd:
  • Facebook: 1,2 miljard maandelijks actieve leden
  • Google+: 300 miljoen actieve gebruikers
  • LinkedIn: 277 miljoen leden
  • Twitter: 241 miljoen actieve leden
  • Tumblr: 168 miljoen blogs.

Of kijk eens naar de ranking van websites naar aantal bezoekers volgens www.alexa.com:
  1. Google.com (dit is de meest bezochte website ter wereld)
  2. Facebook.com
  3. Youtube.com
  4. Yahoo.com
  5. Baidu.com
  6. Wikipedia.com
  7. Qq.com
  8. Twitter.com
  9. Taobao.com
  10. Amazon.com
  11. Live.com
  12. LinkedIn.com.
Kortom, in de wereld van sociale media kun je niet om Facebook heen.*)
De tijd dat Abraham, Georgia Sam, Mack the Finger, ‘the second mother and the seventh son’ en ‘the rovin’ gambler’ hun heil zochten op Highway 61 is voorbij – tegenwoordig gaan zij naar Facebook (tweet dit).

En dat geldt dus ook voor mij met het oog op mijn blog, want statistisch gezien biedt Facebook mij de meeste mogelijkheden om lezers te bereiken.

Facebook-tijdlijn
Sommige van die lezers is het opgevallen dat ik sinds kort mijn blog via Facebook aankondig op een speciale Facebook-pagina. In mijn persoonlijke Facebook-tijdlijn komen die aankondigingen ook terecht door de post te delen; dat is extra.

Ik beantwoord nu de vraag: waarom zo’n pagina? Wat is er mis met de persoonlijke tijdlijn?

Om te beginnen de overeenkomsten: je krijgt alleen toegang als je lid bent van Facebook. Geen lid, geen toegang.

Een belangrijk verschil is dat de posts in mijn persoonlijke tijdlijn in principe alleen zichtbaar zijn voor mijn Facebook-vrienden. In de praktijk kan dat tegenvallen, zoals ik op 10 februari heb uitgelegd.

Wellicht dat ik op dit punt een bijzondere mening heb, maar ik vind dat een Facebook-vriendschap ook een zekere mate van vriendschappelijke relatie in het echte leven veronderstelt.
Aangezien ik via Facebook ook lezers van mijn blog wil bereiken met wie ik in het echte leven geen vriendschappelijke relatie onderhoud, met wie ik ook op Facebook geen vriendschap ben aangegaan en die ik zelfs niet eens ken, heeft een post in mijn persoonlijke tijdlijn onvoldoende effect om lezers te bereiken.

Facebook-pagina
En dat is nou precies de reden voor een Facebook-pagina. Een post op mijn blog-pagina is namelijk zichtbaar voor eenieder die deze pagina ge-liked heeft. (Wie weet trouwens het juiste voltooid deelwoord in het Nederlands van het Engelse werkwoord ‘to like’, dat onlosmakelijk met Facebook is verbonden?)

Als je via Facebook op de hoogte wilt worden gehouden van mijn blog, hoeven wij niet per se Facebook-vrienden te zijn. Je hoeft alleen maar die Facebook-pagina te liken. Dit lijkt op eenrichtingsverkeer, maar je hebt alle gelegenheid om op die pagina reacties te geven en zonodig zal ik daarop reageren (ik stel die reacties zeer op prijs).

Ik heb zo een splitsing aangebracht die goed is voor mezelf, mijn Facebook-vrienden én de lezers van mijn blog. Via mijn persoonlijke tijdlijn informeer ik mijn vrienden over zaken die mij bezighouden en mijn blog-pagina gaat alleen over mijn blog. Deze splitsing geeft mij een zekere mate van vrijheid in mijn persoonlijke tijdlijn. En wie alleen mijn blog volgt (en geen Facebook-vriend is) wordt alleen over dat blog netjes geïnformeerd.
Bijkomend voordeel is dat deze ‘constructie’ de drempel verlaagt voor mensen die ik niet ken en die tóch mijn blog willen volgen.

Zelf een Facebook-pagina maken
Na deze uiteenzetting over het ‘waarom’ en ‘hoe’ van Facebook-pagina’s volgt nu het ‘wat’ (zie mijn blog van 8 juli 2013). Want ben je op basis van het bovenstaande geïnspireerd geraakt om zelf een Facebook-pagina aan te maken, ga dan rechtstreeks naar www.facebook.com/pages/create.

Facebook onderscheidt zes typen pagina’s:
  1. Lokaal bedrijf of lokale plaats
  2. Bedrijf, organisatie of instelling
  3. Merk of product
  4. Artiest, band of bekende persoon
  5. Amusement
  6. Goed doel of community (ik koos deze optie).
Kies een optie, geef een categorie op, vul relevante gegevens in en voeg een profielfoto toe. Daarna kun je de pagina bekendmaken bij je Facebook-vrienden of door middel van een advertentie bij alle (of een selectie van) Facebook-gebruikers.

Ik zou zeggen: aan de slag! Ik zie het verzoek om jouw pagina te liken straks wel langskomen…

Voorbeeld
Als voorbeeld noem ik de Facebook-pagina Tabaknee, over de tabaksindustrie & haar companen: www.fb.com/tabaknee. Ik heb deze pagina geliked, ook al heb ik geen Facebook-vriendschap met de oprichters Pauline Dekker en Wanda de Kanter.

Vraag: hoe word jij het liefst op de hoogte gehouden van mijn blog: via mijn persoonlijke Facebook-tijdlijn of via de Facebook-pagina?
Je kunt reageren op mijn Facebook-pagina www.fb.com/blogklaasbos (wie deze pagina heeft geliked: bedankt).

*) Een derde indicator van de grote invloed van Facebook is de winstgevendheid van dit bedrijf:
  • Facebook: netto winst 2013: $ 1,5 miljard
  • Google: netto winst 2013: $ 12,9 miljard (Google is veel meer dan alleen Google+)
  • LinkedIn: netto winst 2013: $ 26,8 miljoen
  • Twitter: netto VERLIES 2013: $ 645 miljoen.

maandag 16 juni 2014

Waar de klaproos bloeit

Bij de Grote Oorlog bleef Nederland letterlijk buiten schot. Dat kunnen onze zuiderburen niet nazeggen. Een oorlog wordt vaak omschreven in jaartallen, plaatsnamen (van slagvelden) en aantallen doden. Ik ging ter plaatse kijken en ontdekte de kracht van poëzie.


Wie aankomt in het Westvlaamse Ieper ziet een stad met middeleeuwse kenmerken. Er is een echte kasteelgracht, waaraan Vauban, de Franse bouwmeester van vestingwerken (1633-1707) nog zijn naam heeft verbonden. En de St.-Maartenskathedraal (13e-15e eeuw) staat er, vlakbij de imposante Lakenhalle (1304).
Maar niets daarvan is origineel. In de Grote Oorlog (1914-1918) werd de stad geheel verwoest en nadien herbouwd in de oorspronkelijke middeleeuwse stijl.

Terwijl Nederland de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog levend houdt, is er in België meer dat herinnert aan de Eerste Wereldoorlog. Zoals in Ieper. Hier begin je het beste met het In Flanders Fields Museum, dat in de Lakenhalle is gevestigd.

Het front lag in een halve cirkel ten oosten van de stad, de beruchte Ieperboog, waar een loopgravenoorlog werd gevoerd. Dit front hield stand, ondanks de Duitse pogingen tot doorbraak en het gebruik van gifgas. Meer dan 300.000 geallieerden, waaronder 250.000 Engelsen, vonden de dood tijdens deze gevechten.
De omgeving van Ieper is een groot kerkhof: er zijn zo’n 170 militaire begraafplaatsen.

Klaprozen
Zo ligt vlakbij Poperinge de Lyssenthoek Military Cemetery, waar 10.784 soldaten van dertig nationaliteiten rusten. In het gehucht Lijssenthoek, vlakbij de Franse grens, was het grootste evacuatiehospitaal van de Ieperboog gevestigd.
Bij enkele grafstenen staan kleine houten kruisjes, met daarop een gestileerd klaproosje.



De rode klaproos is een van de eerste planten die groeit op vers omgewoelde aarde. In de Eerste Wereldoorlog was het een van de weinige planten die wilde groeien op de kale slagvelden: velden van bloedrode klaprozen, bloeiend rond de lichamen van gevallen soldaten.
De klaproos werd het symbool voor de offers die de Britse militairen hebben gebracht.

In Flanders Fields – John McCrae (1872-1918)

In Flanders fields the poppies blow
Between the crosses, row on row
That mark our place; and in the sky
The larks, still bravely singing, fly
Scarce heard amid the guns below.

We are the dead. Short days ago
We lived, felt dawn, saw sunset glow
Loved, and were loved, and now we lie
In Flanders fields.

Take up our quarrel with the foe:
To you from failing hands we throw
The torch; be yours to hold it high.
If ye break faith with us who die
We shall not sleep, though poppies grow
In Flanders fields.


IJzertoren 
In Diksmuide werd de 84 m hoge IJzertoren gebouwd ter nagedachtenis aan de helden van de Slag aan de IJzer. Belgische soldaten en Franse mariniers vochten van 16 oktober tot 10 november 1914 op heldhaftige wijze tegen de sterkere vijand, waarbij de stad totaal werd vernield.
Het opschrift A.V.V.-V.V.K. betekent: Alles voor Vlaanderen, Vlaanderen voor Kristus.



Dodengang
Vlakbij Diksmuide vinden we nog authentieke loopgraven, waarbij de vergankelijke zandzakken door beton zijn vervangen: de Dodengang. Hier boden Belgische soldaten vier jaar lang weerstand aan de Duitsers, die er in oktober 1914 in geslaagd waren om hier de IJzer over te steken en zich op een afstand van slechts enkele meters bevonden. Honger, koude, ontbering, ziektes en dood waren dagelijkse gasten in de primitieve loopgraven. Er was nauwelijks bescherming tegen de mortieren en granaten die over en weer werden afgevuurd.
Op de borstweringen bloeien nog de klaprozen (zoals te zien op de eerste foto hierboven).



Suicide in the Trenches – Siegfried Sassoon (1886-1967)

I knew a simple soldier boy
Who grinned at life in empty joy,
Slept soundly through the lonesome dark,
And whistled early with the lark.

In winter trenches, cowed and glum,
With crumps and lice and lack of rum,
He put a bullet through his brain.
No one spoke of him again.

You smug-faced crowds with kindling eye
Who cheer when soldier lads march by,
Sneak home and pray you'll never know
The hell where youth and laughter go.


Slag om Passendale
De Derde Slag om Ieper ofwel de Slag om Passendale geldt als hét voorbeeld van een zinloze oorlog. Op 31 juli 1917 begon een Britse aanval om de Duitsers de genadestoot toe te brengen. Ruim drie maanden later kwam aan de slag een eind met de inname van het dorpje Passendale, op dat moment niet meer dan een rode vlek in de modder.
Er vielen ongeveer een half miljoen doden voor een terreinwinst van slechts enkele kilometers.



De Tyne Cot Military Cemetery is hoog gelegen en biedt uitzicht op het slagveld van Passendale. Het is de militaire begraafplaats met het grootste aantal Britse gesneuvelden in de wereld. Om het hoge kruis (Cross of Sacrifice) staan in rijen 11.856 witte grafstenen. Op de meeste grafstenen staat ”A soldier of the Great War – Known Unto God” gebeiteld. Ook hier staan kleine houten kruisjes bij de grafstenen, met daarop een klaproosje.
In de muur, die een halve cirkel vormt en het kerkhof begrenst, staan de namen van 34.957 soldaten die werden vermist.



In april 1918 ging de terreinwinst die in de Slag om Passendale was geboekt weer in korte tijd verloren in de Vierde Slag om Ieper. Het duurde nog tot november van dat jaar voordat de oorlog voorbij was.

Nooit meer oorlog?
Bij de uitgang van het In Flanders Fields Museum wordt de bezoeker geconfronteerd met een opsomming van gewapende conflicten sinds de Grote Oorlog – een lange opsomming. De mensheid heeft kennelijk weinig geleerd als het erom gaat de ellende van oorlogen te voorkomen.

Lees ook mijn blog "Oorlog en vrede" van 15 april 2013 over oorlogsgeweld en “De Grote Oorlog” van 13 januari 2014.

maandag 9 juni 2014

Niet kapot te krijgen

Onlangs las ik het levensverhaal van de Amerikaan Louis Zamperini. In 1936 deed hij mee aan de Olympische Spelen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog stortte hij met zijn vliegtuig neer in de Stille Oceaan. Dit wist hij na tal van ontberingen na te vertellen.



Het waargebeurde levensverhaal van Louis Zamperini las ik in “Unbroken: A World War II Story of Survival, Resilience, and Redemption” (“De Zamperini legende: Van Olympisch kampioen tot oorlogsheld”) door Laura Hillenbrand (2010).

Zamperini (1917) groeide als boefje op in Torrance, Californië. Hij legde zich toe op hardlopen, met zijn broer Pete als coach. Hij kwalificeerde zich voor de 5000 meter bij de Olympische Spelen van 1936 in Berlijn. Na de wedstrijd schudde hij Hitler de hand. Zamperini kwam weliswaar zonder medailles thuis, maar dacht een goede kans te maken voor de Spelen van 1940.
Die kans kreeg hij niet.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog, in 1941 ging Zamperini dienen bij de Amerikaanse luchtmacht. Hij ondernam enkele bombardementsvluchten naar eilandjes in de Stille Oceaan, die toen door de Japanners werden bezet.

Tijdens een vlucht op 27 mei 1943, waarbij gezocht werd naar een neergestort vliegtuig, stortte het vliegtuig van Zamperini, de Green Hornet, in zee. Hij overleefde de crash met twee andere militairen, Russell Allen “Phil” Phillips en Francis “Mac” McNamara. Wekenlang dreven ze rond op twee rubberboten, omcirkeld door haaien. Ze leefden van opgevangen regenwater en rauwe visjes. Mac stierf van honger en uitputting. De bootjes werden beschoten door een Japans gevechtsvliegtuig, maar de beide opvarenden overleefden miraculeus de aanslag.

Na 47 (!) dagen op de oceaan spoelden ze volledig ondervoed aan op de Marshall Eilanden, waar ze onmiddellijk door de Japanners gevangen werden genomen. Aanvankelijk was de ontvangst goed, maar daaraan kwam al snel een einde: eenzame opsluiting en een hongerdieet volgden.

Beiden werden door de Japanners overgebracht naar een ander eiland, Ofuna. De bewakers van het krijgsgevangenkamp waren wreed en meedogenloos.

Zamperini overleefde deze hel en werd overgebracht naar het krijgsgevangenkamp Ofuna op een piepklein eilandje, vlak voor de kust van Tokyo. Hier kreeg hij te maken met z’n grootste kwelgeest, de beruchte Mutsuhiro Watanabe, alias de Bird (Vogel). Deze sadist ranselde hem dagelijks af, gewoon voor zijn genoegen.

De Bird werd overgeplaatst naar een ander krijgsgevangkamp. Korte tijd later werd ook Zamperini overgeplaatst, omdat hij weigerde zich in te zetten voor de Japanse oorlogspropaganda. In het volgende krijgsgevangenkamp, Naoetsu, aan de Japanse westkust, wachtten hem opnieuw de wreedheden van de Bird.

Zamperini overleefde ook deze bezoeking. Het einde van de oorlog kwam en hij werd in de Verenigde Staten als oorlogsheld ontvangen, maar leed daarna ernstig aan een post-traumatisch stresssyndroom.

Na het bezoek aan enkele bijeenkomsten van de beroemde evangelist Billy Graham bekeerde Zamperini zich tot het christendom. Hij liet zijn nachtmerries achter zich. In 1998, toen hij 81 jaar oud was, was hij in Japan om de Olympische fakkel te dragen bij de Winterspelen in Nagano. Bij die gelegenheid zocht hij contact met Watanabe. Deze was na de oorlog een van de veertig meest gezocht oorlogsmisdadiger, maar werd nooit gepakt en veroordeeld. Later profiteerde hij van de algemene amnestie. Watanabe (1918-2003) had geen behoefte om Zamperini nog eens te ontmoeten.

Zamperini werd een veelgevraagd spreker en leidde jarenlang een vakantiekamp voor jongeren.

Zamperini schreef in 1998 een brief aan Watanabe, klik voor de video waarin hij de brief aan de Bird voorleest.

Het verhaal van Zamperini toont aan hoeveel lichaam, geest en ziel van de mens kunnen verdragen. Iemand die moet doorstaan wat Zamperini doorstond en dan op zeer hoge leeftijd nog zo blijmoedig is, is in mijn ogen een voorbeeld voor ons allen.
De boodschap van Zamperini: “Geef niet op, geef niet toe, er is altijd een antwoord.

Vraag: wie wil het boek over Louis Zamperini lezen?
Wie deze vraag bevestigend beantwoordt, krijgt mijn (Engelse) exemplaar cadeau. Laat maar weten of je belangstelling hebt. Wie het eerst komt, het eerst maalt. Wie te laat is, verwijs ik naar www.unbroken-book.com.

Eind dit jaar komt de speelfilm “Unbroken” van Angelina Jolie in de Verenigde Staten in de bioscoop.

maandag 2 juni 2014

A separate post about separation

In relationships between people separation is often associated with pain, frustration, and aggression. But in the world of chemists separation is often a desirable outcome. Or, it’s at least worth serious research, and this blog post.


According to the Second Law of Thermodynamics the entropy increases in the course of time, i.e., the chaos in the universe increases if you let everything run its course. Apparently, it’s human to revolt against this regularity, by gathering what had been dispersed. Men wants to restore order, which already starts with separating household waste.

To separate
During the creation, as described in the book of Genesis, there is also talk of separation of matter:

Genesis 1: (4) …and God separated the light from the darkness. (5) God called the light “day,” and the darkness he called “night.” … (6) And God said: “Let there be a vault between the waters to separate water from water.” (7) And God made a vault to separate the water under the vault from the water above it.

Physical separation technology
At Chemelot Campus the Indian company Technoforce is located, a manufacturer of physical separation equipment. (1) In this equipment Technoforce applies techniques such as distillation, drying, stripping, crystallization, and extraction. And it applies extreme process values, such as a temperature of minus 20 up to plus 300 degrees Celsius and very deep vacuum up to 0,001 millibar (i.e., one millionth of a bar; normal air pressure is 1 bar).
Substances are separated based on their physical characteristics, such as differences in boiling point, density (which makes oil float on water), state (solids, liquids, and gases), and solubility (so some substance dissolves in water and others in oil).

Separation equipment is needed to make pharmaceutical products, food, oils and greases, polymers and chemicals. They’re used to purify process flows, concentrate fruit juices, recover dissolvent, and to process waste.

Colloids
February 18, 2014, was the inauguration of Remco Tuinier, employed by DSM at Chemelot Campus, as Associate Professor Colloid-Polymer Mixtures at the Utrecht University. (2)

A colloidal dispersion consists of small particles (disperse phase), dispersed in a medium (continuous phase). These small particles measure from nanometers up to several micrometers. There are many examples of colloids.

A continuous gas phase with small particles we call an aerosol. Examples are mist with small drops and smoke with small solid particles. A liquid continuous phase with gas particles is foam, such as whipped cream. Small liquid particles in a fluid we call an emulsion, such as milk. Small solid particles in a fluid is called a sol, with paint as a typical example. Small particles can also be dispersed in solid substances. If this is a gas, we call it solid foam, for example pumice. If it is a liquid, it’s a solid emulsion or a gel, for example cheese. Finally, small solid particles in a solid substance is called a solid sol, such as ruby glass.

Paint is a colloidal dispersion, existing of various components: water, binding agents, pigment, and adjuvants; often polymers are added. The trick is to produce paint with the correct viscosity, that dries quickly enough and that forms a hard and durable layer.
To improve the art of paint making research on colloids is required. Part of this research concerns the depletion interaction.

Depletion interaction
The depletion interaction has to do with the fact that when extra components, for example polymers, are added to a colloidal dispersion, a disturbance is caused: the various components stand in each other’s way.
The word depletion is negatively derived from the Latin word ‘plere’, which mean ‘to fill’. So, depletion means ‘to de-fill’. The depletion interaction is scientifically explained by the interaction of physical forces, such as the vanderwaals forces, electrostatic forces, and sterical forces (spatial repulsion). Through these forces the smaller particles in the dispersion (the polymers) cannot get in areas around the larger particles (the other components). In these so-called depletion zones there is a lack of polymers and, as a result, the freedom of movement of the polymers is limited. The polymers can increase their freedom of movement by pushing the larger particles towards each other.

These ‘depletion forces’ lead to the separation of equal objects from the other objects. The larger particles attract each other indirectly: ‘attraction through repulsion’. If the depletion interaction gets stronger (for example, by adding more polymers to the dispersion), phase separation is the result. For example, the ‘smart addition’ of a polymer can result in gels, sometimes liquid-liquid segregation can result, and even crystals can be formed. Under specific circumstances, a dispersion can be separated into three components, with sharp interfaces. The phase transition from milk to cheese is desirable, the sifting of mayonnaise is not.

Foam
I end this blog post with a remark about the colloidal dispersion foam. The German philosopher Peter Sloterdijk uses foam to describe the world of today: foam as a metaphor for the extreme individualism of our time. (3) “During the formation of foam, the dense, continuous, massive is subject to an invasion of the hollow: air reaches unexpected places. However, as soon as the agitation of mixing, the insertion of air into liquid, settles, the reign of the foam collapses quickly. The foam air returns to the common atmosphere and the more solid substance collapses into drops.” According to Sloterdijk, the instability and volatility that characterize foam show the multiple ways in which the contemporary man experiences his life and the world.

Question: what is your metaphor for the way man nowadays experiences his life and the world?

(1) Click for more information about Technoforce.
(2) I quoted from Remco Tuinier’s oration, in which he makes a plea for broader technological knowledge. Click for more information about colloids.
(3) Peter Sloterdijk, “Sphären III. Schäume - Plurale Sphärologie” (2004, “Spheres, Volume III. Foam: Plural Spherology”).

This blog post is a repost of my (Dutch) April 14, 2014 post.
Read my May 20, 2013 blog post about the reason why of my English reposts.