maandag 26 mei 2014

Helaas behoort u niet tot de doelgroep

Ik schreef me in voor online enquêtes. Lees welke vragen ik voor m’n kiezen kreeg…


Ik schreef me enige tijd geleden in voor het invullen van online enquêtes van het EUpanel, het consumentenpanel van DirectResearch te Amsterdam. Voor elke ingevulde enquête ontvang ik 1 euro in de vorm van waardebonnen bij BOL.com (de waardebonnen blijven twee jaar geldig).

Er worden dus geen gouden bergen beloofd en dat hoeft ook niet, het gaat mij om de ervaring met online enquêtes.
En daar komen ze: de onderzoeken sinds eind maart 2014 (na enkele eerdere onderzoeken).

Supermarkten (1)
Een onderzoek over mijn ervaringen met supermarkten, eind maart 2014.
Eerst de controlevragen: of ik wel Klaas Bos ben (ja), welk deel van de boodschappen ik voor mijzelf en mijn huishouden verzorg (de helft), of ik in met name genoemde beroepen bij een grootgrutter werkzaam ben (neen) en in welke frequentie ik enkele met name genoemde productgroepen, zoals groente/fruit, koop (dat loopt sterk uiteen).
Deze informatie is voldoende om mij te laten weten: “Helaas behoort u niet tot de doelgroep van dit onderzoek.” (Geen euro verdiend.)

Communicatiemateriaal (2)
Een onderzoek inzake mijn mening over getoond communicatiemateriaal, begin april 2014.
Eerst de controlevragen: of ik wel Klaas Bos ben (ja), welk merk auto ik rijd (Renault, zie mijn blogpost van 5 mei 2014) en bij welke energieleverancier ik klant ben (Nederlandse Energiemaatschappij).
Deze informatie is voldoende om mij opnieuw te laten weten: “Helaas behoort u niet tot de doelgroep van dit onderzoek.” (En weer geen euro verdiend.)

Mobiele telefonie (3)
Een onderzoek over mijn gebruik van de mobiele telefoon, in april 2014.
Eerst de controlevragen: of ik wel Klaas Bos ben (ja), hoe groot de organisatie is waarin ik werk (11-50 medewerkers) en hoe vaak ik voor mijn werk contact heb met (potentiële) klanten (enkele keren per week).
Deze antwoorden vormen aanleiding om mij door te leiden naar een vragenlijst over mobiele telefoons, die ik binnen redelijke tijd netjes weet in te vullen.
Hè, hè, eindelijk eens een euro verdiend.

Mijn gedrag als consument (4)
Een onderzoek over mijn gedrag als consument, vlak na Pasen.
Eerst de controlevragen: of ik wel Klaas Bos ben (ja) en of ik de afgelopen 12 maanden keukenapparatuur heb gekocht ter vervanging van mijn bestaande keukenapparatuur of dat ik dit in de aankomende 12 maanden van plan ben (nee).
Het verbaast mij niet dat deze informatie voldoende is om mij te laten weten: “Helaas behoort u niet tot de doelgroep van dit onderzoek.” (En uiteraard geen euro verdiend.)

Een folder (5)
Een onderzoek over een folder die ik onlangs heb kunnen zien, tweede helft april 2014.
Eerst de controlevragen: of ik wel Klaas Bos ben (ja), of ik een ja/nee- of nee/nee-sticker op mijn brievenbus heb tegen reclame en huis-aan-huisbladen (nee, ik heb niet zo’n sticker) en of ik de folder heb gezien die een met name genoemde verffabrikant onlangs heeft verspreid (nee).
Deze informatie volstaat om mij opnieuw te laten weten: “Helaas behoort u niet tot de doelgroep van dit onderzoek.” (En weer geen euro verdiend.)

Bungalowpark (6)
Een onderzoek over de website van een bungalowpark-aanbieder, begin mei 2014.
Eerst de controlevragen: of ik wel Klaas Bos ben (ja).
Alleen al deze vraag is reden genoeg om mijn oordeel te vragen over de internetpagina’s van het bungalowpark. Ik geef binnen redelijk tijd openhartig mijn complimenten en commentaar.
Kijk eens aan, een euro verdiend, het schiet op.

Trein (7)
Zo maar een onderzoek, medio mei 2014.
Eerst de controlevragen: of ik wel Klaas Bos ben (ja), hoe vaak ik, gemiddeld genomen, met de trein reis (enkele dagen per maand) en wat doorgaans mijn thuisstation is (anders dan de met name genoemde).
Die antwoorden leveren de verwachte uitslag: “Helaas behoort u niet tot de doelgroep van dit onderzoek.” (En wederom geen euro verdiend.)

Als dat zo doorgaat…
Als dat zo doorgaat meld ik me af voor het EUpanel, want dit schiet niet op: ik heb nog maar 5 euro verdiend. Sorry, Henk en Marvin (dat zijn Henk Heinen en Marvin Brandon, de personen die de uitnodigingen ondertekenen die ik per e-mail van DirectResearch ontvang).

Eigenlijk is het opmerkelijk dat ik de vragen altijd naar waarheid invul. Ik probeer de uitkomsten dus niet te manipuleren. Dat is bij dit type vragen sowieso lastig, mede doordat de opdrachtgever dikwijls onbekend is (en blijft).
Overigens is dat een bekend fenomeen in het marktonderzoek: respondenten antwoorden over het algemeen naar waarheid of beste weten (tweet dit).

Vraag: wat zijn jouw ervaringen met online enquêtes?

Ondanks het wat hilarische karakter van deze blogpost wil ik benadrukken dat, voorzover ik kan beoordelen, DirectResearch een respectabel marktonderzoekbureau is en dat het onderzoeksinstrument EUpanel door dit bureau correct wordt ingezet, ook ten opzichte van panelleden als ik. In die zin beveel ik deelname aan EUpanel aan. Je kunt daarvoor terecht bij www.eupanel.nl. Het panel telt ruim 30.000 personen.

maandag 19 mei 2014

Oud-Kerensheide opnieuw bezocht

Verscholen tussen het groen, op een afgelegen deel van het Chemelot-terrein, tussen Geleen en Stein stond vroeger een dorp: Oud-Kerensheide. Ik maakte kennis met drie vroegere bewoners.


 
Op 27 mei 2013 heb ik je meegenomen naar Chemelot, naar Oud-Kerensheide. Ik beschreef de ligging, de bewoners, de straten, de huizen – lees het nog maar eens even na.

Ik baseerde deze beschrijving deels op een internet-pagina van François Toussaint. Naar aanleiding daarvan maakte ik kennis met hem en de gebroeders Hans en Guus Knibbeler, die alle drie een deel van hun jeugd in Oud-Kerensheide hebben gewoond.
Ik nam ze mee voor een bezoek aan hun verdwenen dorp, een trip down memory lane. François schreef een verslag van dat bezoek, dat ik hieronder (met permissie) integraal weergeef.

Verslag van François Toussaint aan Oud-Kerensheide:

Kerensheide en de Steenberg
Wellicht wekt de heuvel op het Google Earth-kaartje ten oosten van het knooppunt Kerensheide enige verwondering op. Je denkt al gauw: 'dit is geen Limburgse heuvel, maar eerder een berg in een Chinees landschap'. Hoe dan ook: de 'berg' is artificieel.
Hij vertegenwoordigt de restanten van de deponie (afvalberg van mijnsteen) van de voormalige Staatsmijn Maurits te Geleen (www.demijnen.nl). De berg bevatte uiteindelijk 26.000.000 ton steen, was 110 meter hoog en had een oppervlakte van 84 hectare (bron: Nederlands Mijnmuseum).
Bij de afgraving is die hoogte naar minder van de helft teruggebracht (www.gluckauf.nl).

Vrijdag 21 maart waren wij uitgenodigd om Kerensheide en aansluitend de Steenberg te bezoeken. We werden opgewacht door Klaas Bos, de bezieler van dit blog. Aan 'poort 2' kregen we onze bezoekerspasjes uitgereikt.
Toen begon de reis per auto naar voormalig Kerensheide…
We reden door een abstracte stad van pijpleidingen en chemische installaties. Daar tussendoor: zorgvuldig bijgehouden gazons en ander groen. Echte straten met namen als ZZ met gewone verkeersborden.
Wie hier niet bekend is verdwaalt geheid.

Na enige uitleg werd duidelijk wat een naftakraker is (klik hier voor afbeeldingen). En dat er door die bovengrondse leidingen stoom gaat die door EdeA in enorme hoeveelheden wordt geproduceerd voor productieprocessen, en daarna ook weer wordt afgekoeld in een koeltoren.
Ondertussen probeerde ik me te oriënteren in waar/wat 50 jaar geleden lag in het gebied tussen het Steinerbos en Kerensheide.
Vergeefse moeite.
Aangekomen op 'de Hei' probeerde ik mij wederom te oriënteren.


Ditmaal herkende ik – met enige moeite – het stratenpatroon van de Kerenshei (www.plaatsengids.nl/kerensheide). De Kerensstraat, de Mgr. Seipellaan, de Gravin Odastraat en de Graetheidelaan waren veranderd in een parkachtige omgeving waar hier en daar pijpleidingen en installaties binnendrongen. Aan de hand van het tellen van de bomen probeerde ik mijn ouderlijk huis terug te vinden, woelde er wat in de grond en nam als aandenken een vergeeld plataanblad en een stukje schors mee. Het enige dat nog hetzelfde was als vroeger was de industriële zoem die overal hoorbaar was… (zie de video over Kerensheide nu)
Het was een ongewone ervaring.

Daarna stapten we in de auto richting Steenberg oftewel 'Mauritsdeponie', zoals die officieel heet. We passeerden de vernieuwde Mijnbrug met links en rechts het rangeerterrein. Een rood locomotiefje markeerde de grijze wirwar van sporen en wagons. Met bochten reden we de berg op. Het landschap daalde. Vanaf hier waren de glooiingen van het Maasdal duidelijk te zien. Links lagen Geleen en Lutterade, voor ons: Kerensheide en Beek, omgeven door industrie. Rechts – over het knooppunt Kerensheide – het Steinerbos en Stein met zijn haven. In de verte over Maas en Julianakanaal: het Belgische land, met daarop als donkere molshopen: de steenbergen van de voormalige Belgische mijnindustrie, daar 'terrils' genoemd.

Het geheel werd omlijst door een wilde lucht. Het was die morgen regenachtig geweest. Nu waaide het stevig en brak de zon uitbundig door de woeste wolkenpartijen.
Dichtbij graasden de schapen op het gras.

Hoe komt het dat de ooit zo zwarte 'berg' nu zo groen is?
Nadat het afgraven gestopt was vanwege de aangetroffen vervuiling in de grond is de voormalige deponie bedekt met een laag 'bentoniet'. Dit is een kleisoort die gebruikt wordt vanwege zijn 'zwellend vermogen'. Bij neerslag zorgt die voor een waterdichte afdekking om zo penetratie in het grondwater en daarmee verdere vervuiling tegen te gaan (klik voor meer informatie).


Het was een onvergetelijke dag voor ons, 'Oud-Kerensheidebewoners'.


Klein detail: mijn vader werkte ooit op de portiersloge van de Cokesfabriek Emma en Polychem, voorlopers van DSM (zie de foto hierboven, afkomstig van www.demijnen.nl). In grote boeken [die een heel bureau besloegen] werd bijgehouden wie waar in of uit liep – of reed. Meerdere portiers/administrateurs waren er werkzaam. “Met hoeveel ton, waar vandaan, waar naartoe?” werd er gevraagd, gecontroleerd én genoteerd. In de huidige 'portiersloge' regelden twee mannen bijgestaan door computers de hele boel. Onze 'badges' lagen klaar op naam. We stonden 'in het systeem'.

Tot hier het verslag van François Toussaint.

maandag 12 mei 2014

Hoe krijgt het nieuwe college ons aan het werk?

Er is in Sittard-Geleen een nieuw College van B&W aangetreden. Wat wordt hun beleid ten aanzien van werkgelegenheid in het algemeen en Chemelot in het bijzonder?

 
In de gemeente Sittard-Geleen sloten CDA, GOB, PvdA, D66 en VVD op 30 april een coalitieakkoord, exact zes weken na de gemeenteraadsverkiezingen op 19 maart. Een brede coalitie dus, met maar liefst vijf van de tien partijen uit de nieuw gekozen gemeenteraad.

Het coalitieakkoord – online opvraagbaar – laat zich samenvatten in de wordcloud, die hierboven is afgebeeld. Ik ben benieuwd hoe dat akkoord uitpakt voor de zaken die ik mijn blogposts van 24 februari en 3 maart heb behandeld, namelijk Chemelot Campus en Chemelot Industrial Park.
Ik bekijk dat hier iets breder: werkgelegenheid. Wat staat daarover in het coalitieakkoord?

Economische structuur en werkgelegenheid
Naast stedelijke functies en sociale vitaliteit is economische structuur en werkgelegenheid een topprioriteit van de coalitie. In dat verband is het Brainport-programma van belang.

De spin-off van de aantrekkende bedrijvigheid binnen chemie, automotive en logistiek wil de coalitie maximaal benutten, als cruciaal vliegwiel voor andere economische sectoren. Dit komt de economie, het onderwijs en de arbeidsmarkt ten goede.

De coalitie wil de veelzijdigheid van Sittard-Geleen actief tonen en de vele mogelijkheden van de stad stevig uitdragen, ook buiten de landsgrenzen. Richting (nieuwe) bezoekers, (nieuwe) ondernemers, (nieuwe) inwoners, alsmede binnen bestuurlijke netwerken komt zo de trots tot uitdrukking. De stad moet zichtbaar worden vanaf de autosnelwegen tot in de stadscentra.

In een omgeving waar zich veel bedrijvigheid concentreert (Chemelot, VDL Nedcar, enzovoort) moet volgens de coalitie aandacht zijn voor vestigingsfactoren, waardoor het bestaande bedrijfsleven zich aan Sittard-Geleen verbindt en nieuwe bedrijvigheid naar de stad wordt toegehaald. Kwaliteit en diversiteit op het gebied van binnenstedelijk wonen, verblijven (onder meer cultuur, winkelen en horeca) en recreëren (onder meer Sportzone, binnenstedelijk groen, enzovoort) zijn daarbij twee kernbegrippen.

Een aanvullende impuls voor het Geleense centrum ziet de coalitie in het regisseren en waar nodig faciliteren van de verbinding met de snel groeiende bedrijvigheid op de nabijgelegen Chemelot-site, enerzijds rond het thema van innovatie en anderzijds door te onderzoeken hoe het groeiend aantal medewerkers op de site zich laat vertalen in meer bezoek aan het Geleense centrum. Een materialenbank in dit centrum, waar bezoekers kunnen zien wat er in Sittard-Geleen allemaal op gebied van materialen (bijvoorbeeld bij DSM, SABIC, Kupron of elders) gebeurt, kan daarvoor een eerste aanzet zijn, met verbindingen naar innovatieve ontwerpers.

Nadere afspraken op het gebied van economie
  • Ondernemers krijgen ruimte, wat bijdraagt aan een actief vestigingsklimaat. Naast de majeure ontwikkelingen binnen de clusters chemie, automotive en logistiek krijgt het midden- en kleinbedrijf bijzondere aandacht.
  • LED/Brainport 2020 staan centraal in het versterken van de economische structuur, waarbij de ontwikkelingen op het gebied van de chemie, automotive en logistiek als vliegwiel dienen voor andere economische sectoren.
  • Een strikte koppeling tussen LED-gelden en de doelstellingen van het Brainport-programma blijft gehandhaafd.
  • De meeropbrengst OZB in verband met nieuwe investeringen binnen de clusters chemie, automotive en logistiek wordt voor de helft ingezet voor verdere versterking van de economische structuur/gebiedsontwikkeling, gekoppeld met afspraken rondom ‘social return’ en versterking van het midden- en kleinbedrijf. Die meeropbrengst OZB bedraagt in de jaren 2015-2018 1,6, 2,3, 2,9 resp. 2,9 miljoen euro per jaar. In diezelfde jaren wordt dus 0,8, 1,1, 1,5 resp. 1,5 miljoen euro per jaar ‘teruggeploegd’.
  • De kansen van de werkgelegenheid binnen de clusters zorg, chemie, automotive en logistiek voor werkzoekenden in de gemeente en regio worden maximaal verzilverd.
  • De aansluiting van het onderwijs op de (Eu)regionale arbeidsmarkt wordt bevorderd, waarbij het ontwikkelde instrumentarium, waaronder doorlopende leerlijnen en permanente leerwerkbedrijven, gericht wordt ingezet op de lokale werkgelegenheidsvraag. Onderdeel van deze aanpak zijn ook maatschappelijke stages in samenwerking met onderwijs en bedrijfsleven.
  • Een vliegveld met (Eu)regionale functie op het gebied van personen- en vrachtvervoer verdient een nadere uitwerking in een business case.
  • De coalitie staat terughoudend tegenover het omvormen van landbouwgrond naar nieuwe natuur.
  • De coalitie waarborgt een goede en veilige leefomgeving rond de Chemelot-site, de automotive-campus en het spooremplacement.
  • De coalitie participeert op gelijkwaardige basis in Het Groene Net, dat een centrale rol speelt in het realiseren van de duurzaamheidsdoelstelling van de coalitie.

Nieuw college
Het coalitieakkoord voor Sittard-Geleen zal worden uitgevoerd door het College van Burgemeester & Wethouders, dat bestaat uit burgemeester Sjraar Cox en de wethouders Noël Lebens (CDA), Pieter Meekels (GOB), Astrid Verblakt (CDA), Leon Geilen (GOB), Ruud Guyt (PvdA) en Bert Kamphuis (D66).

Vraag: wat zou de gemeente nog meer moeten doen om de werkgelegenheid de komende jaren te bevorderen?

maandag 5 mei 2014

Van A naar B

Ik heb niet veel met auto’s. Dat neemt niet weg dat ik wél een auto bezit en dat vorige auto’s mij nog duidelijk voor de geest staan. Al verder lezend kan eenieder de geschiedenis met zijn eigen auto’s ‘inkleuren’.


Toyota Corolla

Het leven is een inventaris van voorwerpen,” volgens een verkort citaat van Italo Calvino in “De geschiedenis van het denken” door Albert Klukhuhn (2003; tweet dit). Voor velen, ook voor mij, bestaat een deel van die inventaris uit automobielen.

Ik ben geen groot autoliefhebber, zoals je hieronder kunt vaststellen. Ik vind de investering eigenlijk zonde van het geld, omdat het telkens om forse bedragen gaat die zeer snel moeten worden afgeschreven. Ik ben (dan ook) dik tevreden met mijn “reasonably priced car,” om Top Gear’s Jeremy Clarkson te citeren, zolang die mij zonder panne van A naar B brengt.

Toyota Corolla
Mijn eerste auto was een droomauto voor elke jonge student, een kanariegele Toyota Corolla coupé (het model op de foto hierboven). Een kek autootje! Helaas had ik er niet lang plezier van. Kort nadat mijn jongere broer ook zijn rijbewijs haalde, reed hij de auto total loss door ‘m in een sloot te parkeren.
Ik kan dit nu zo luchtigjes opschrijven, omdat mijn broer er gelukkig geen letsel aan overhield.


Volkswagen Golf

Volkswagen Golf
Nadat mijn mooie Corolla verloren was gegaan, kwam er een Volkswagen Golf diesel. Zelfs voor mij was dit een sullige auto. Alleen al de kleur: een onbestemde beige tint, zoals op de foto hierboven. Als benzine-uitvoering was dat misschien nog okay geweest, maar deze diesel-versie was niet vooruit te branden! De trekkracht van mijn auto nam ook nog voortdurend af. De pakkingen van de motor waren namelijk niet meer in orde, wat voor elke motor, en zeker voor dieselmotoren, einde oefening betekent.
Door de auto in te ruilen, ontsnapte ik aan een complete motorrevisie.


Subaru Stationcar

Subaru Stationcar
De Golf werd vervangen door een witte Subura Stationcar. Dit model bleek een reuze handig vervoermiddel te zijn voor vakanties met vrienden. Zij konden zoveel bagage achterin laden als ze maar wilden, plek zat. Bovendien wisten zij hun spullen daar veilig, want de enorme achterklep van mijn Subaru sloot als Fort Knox.
Alleen al door die achterklep werd mijn auto legendarisch onder mijn vrienden.


Toyota Corolla Sportwagon

Toyota Corolla Sportwagon
Die loodzware achterklep werd vervangen door de lichtvoetigheid van een mooie blauwe Toyota Corolla Sportswagon, waar ik bijzonder blij mee was. Aan dat plezier kwam abrupt een eind toen ik eens in de mist over de snelweg reed in het gezelschap van mijn gewaardeerde collega G.A. Vóór mij werd geremd, ik remde, maar niet tijdig genoeg. We kwamen terecht in een kettingbotsing, waarbij zo’n tien auto’s betrokken waren. Als door een wonder bleef het bij blikschade, maar mijn auto was total loss.
Dat was bijzonder sneu en bovendien kreeg ik nog een bekeuring omdat ik achterop iemands auto was gereden.


Renault 19

Renault 19 blauw
Toen ik mijn Toyota kwijt was, heb ik me een tijdlang beholpen met het openbaar vervoer en door een enkele keer een auto te huren. Dat was niet vol te houden. Ik schakelde over van Toyota op Renault, aanvankelijk een Renault 19.
Meermalen kreeg ik complimenten van wildvreemden voor de mooie kleur blauw van deze wagen – ik vond een foto met de juiste kleur, zie hierboven.


Renault Mégane 

Renault Mégane sedan rood
De overgang naar de volgende auto is te danken aan mijn dochter, toen nog een kleuter. Toen ik eens met mijn vrouw bij de garage was, rende zij rond de occasions die buiten stonden. Wij merkten niet alleen onze dochter op, maar ook de auto waar zij voortdurend omheen liep en we zeiden tegen elkaar: “Dat is een mooie auto.” Mijn vrouw lette daarbij vooral op de kleur en ik meer op de prijs.
Zo kwam een rode Renault Mégane sedan bij ons op de oprit.


Renault Mégane sedan zilver

Renault Mégane sedan zilver
Ik rijd nu een zilvergrijze Renault Mégane sedan. Dat ‘zilver’ in de kleuraanduiding verleent de auto nog iets van exclusiviteit, die – ik geef het toe – voor het overige ver te zoeken is. Het is een onopvallende auto. Zelfs de flitspalen valt-ie niet op, want ik heb al lang geen bekeuringen meer gehad.
Mij bevalt de auto (dus) prima, maar ik realiseer me dat de ware ‘petrol head’ ervan gruwt. Nou, die kijkt dan maar een andere kant op als ik voorbij kom.

Aanbeveling
Zelfs voor wie niet in auto’s is geïnteresseerd, is een bezoek aan de Cité de l’Automobile in Mulhouse een aanrader. Mocht je daar ooit eens in de buurt zijn: gaan! Je vindt er onder meer een ongeëvenaarde collectie Bugatti’s.
Voor de voorpret: http://citedelautomobile.com/en.

En ‘on that bombshell’ eindig ik deze blogpost.

De foto’s bij dit blog heb ik gevonden op het internet en zijn (dus) niet genomen van mijn eigen auto’s.

Of zoals ik de ene man tegen de ander hoorde zeggen toen ze in hun VW Touareg stapten: “Lelijk, zwart... en betaald.