maandag 27 januari 2014

Jezelf bewijzen

Viermaal in mijn leven kreeg ik een ongeval en de derde keer brak ik daarbij verschillende botten. Ik belande erdoor op de Kale Berg.

 
ONGEVAL 3 (fietsongeval)

De toedracht
Het is nu ruim zes jaar geleden, een vrijdag in september 2007. Met mijn collega H.B. fietste ik van ‘A naar B’ op mijn Gazelle stadsfiets. In een plastic tasje had ik paperassen bij me en een van die papieren wilde ik al fietsend pakken...

Daar stopt abrupt mijn herinnering aan dat fietsritje. Achteraf weet ik dat ik bovenop mijn fiets ben gevallen; ik raakte buiten bewustzijn.

Ik kwam bij in de MRI-scanner van het ziekenhuis in Sittard; het oude Maaslandziekenhuis.
Ik kan de lezer verzekeren: een MRI-scanner is geen leuke plaats om bij kennis te komen.

De schade
De scan onthulde dat ik mijn rechter sleutelbeen, rechter schouderblad en drie ribben had gebroken. En ik had ook een blauw oog en een KNO-arts zou pas maandag kunnen vaststellen of ook daar iets gebroken was (dit was gelukkig niet het geval).
Latijnse benamingen: clavicula, scapula en 3x costae (botbreuk 3 t/m 7).

Het herstel
Ik moest dat weekend in het ziekenhuis blijven en werd de eerste nacht opgenomen op de intensive-careafdeling. Dat werd een onrustige nacht. Ik had dankzij het fietsen gedurende de zomermaanden een uitstekende fysieke conditie opgebouwd en daardoor was mijn hartslag in rust bijzonder laag. Te laag, zei de monitor en het alarm ging af.
Pas na het wegnemen van de hartslagmeter kon ik ongestoord doorslapen.

Tegen de pijn kreeg ik morfine toegediend. Nog nooit ben ik zo lollig geweest als dat weekend in het ziekenhuis. Mijn gezin vond het minder lollig.

De nasleep
Mijn ongeluk in september 2007 was de directe aanleiding tot de beklimming op de racefiets van de Mont Ventoux, in juni 2008. Ik deed dit om mezelf te bewijzen, om te tonen dat ik mijn goede conditie kon herwinnen: “Ich brauche niemandem etwas zu beweisen – nur mich selbst.” Om vast te stellen dat dat fietsongeval geen blijvende fysieke en mentale schade had veroorzaakt. Om er misschien zelfs sterker uit te komen.

De training daarvoor begon in januari, nadat ik eind november voorzichtig weer op het zadel van een spinning-bike was geklommen. Een spinning-bike, want dan ben je meteen ‘thuis’ als het niet meer gaat (en dat kun je op een racefiets niet altijd zeggen).
Mijn wederwaardigheden op de Kale Berg zijn stof voor een aparte blog.

“Je mag nog van geluk spreken, want...“
...Want je had wel veel meer kunnen breken!

Vraag: welke motivatie had jij voor een uitzonderlijke sportprestatie?

Ik bedank (nogmaals) mijn collega’s die geholpen hebben mij snel onder medische zorg te brengen en het medisch en verplegend personeel van het ziekenhuis, tegenwoordig Orbis Medisch Centrum.

Lees mijn blog van 16 september 2013 voor de herinneringen bij mijn eerste botbreuk en die van 16 december 2013 over hoe een tweede botbreuk mij de liefde voor atlassen bijbracht.
In een volgende blog kun je lezen over mijn vierde (en laatste) ongeval.

maandag 20 januari 2014

De toekomst aftasten

"Voorspellen is moeilijk, vooral als het om de toekomst gaat," schreef Mark Twain. Toch zijn mensen op zoek naar een beeld van de toekomst. En die toekomst kan worden afgetast door middel van scenario's en utopieën. 



De toekomst is ongewis en dat kan aanleiding zijn tot ongerustheid, zowel persoonlijk als collectief (samenleving). Voor sommigen volstaat het lied "Wat de toekomst brengen moge, mij geleidt des Heren hand" van Jacqueline van der Waals. Maar ook buiten het persoonlijk, religieus bepaalde kader wil de toekomst worden afgetast. In dat verband vormen het scenario en de utopie een opmerkelijk contrast.

Scenario’s en utopieën
Beleidsmakers bij overheden en bedrijven ontwikkelen beelden van de toekomst, om zo goed mogelijk in te spelen op wat verwacht mag worden: meer of minder verkeer op de weg, meer of minder zorgvraag, meer of minder afzet van een bepaald product, enzovoort. Deze beelden worden in de vorm van scenario’s gegoten. Daarbij zet men trends, voorkeuren en dergelijke om in iets meetbaars, in getallen. Vervolgens worden die getallen naar de toekomst doorgetrokken, geëxtrapoleerd.

Filosofen en romanschrijvers ontwikkelen ook beelden van de toekomst, om zo goed mogelijk te verwoorden hoe mensen met elkaar zouden moeten samenleven: wie heeft de leiding, hoe wordt de bevolking tot wenselijk gedrag aangezet, hoe wordt de mens gelukkig, enzovoort. Deze beelden worden dan in de vorm van utopieën gegoten, soms dystopieën om een ongewenst toekomstbeeld te schetsen. Daarbij vertelt men in verhaalvorm hoe mensen in een ideale wereld met elkaar omgaan. Het woord ‘utopie’ komt overigens van het boek “Utopia” van Thomas More (1516) en niet van een populair tv-programma.

In de boekhandel vind je scenario’s bij de afdeling ‘Non-fictie’, utopieën bij ‘Fictie’.

Een scenario komt meestal niet alleen. Er wordt een scenario opgesteld waarin het meest waarschijnlijke toekomstbeeld is ontwikkeld, plus een positieve (optimistische) en een negatieve (conservatieve) uitwerking. Scenario's zijn verkennend en worden bijgesteld als nieuwe inzichten in trends, voorkeuren, etc. daartoe aanleiding geven.

Een utopie komt altijd alleen, want het is een normatief beeld van de toekomst: hét beeld van de best mogelijke wereld. Een utopie is alomvattend en aanpassing van een gedeelte ervan ondergraaft het hele toekomstbeeld.

Scenario’s bouwen voort op het heden en hebben betrekking op de onmiddellijke toekomst, ongeacht hoever de tijdlijn soms ook wordt doorgetrokken. Utopieën spelen in een onbepaald 'heden', een verre toekomst of in een ver verleden; de fundering op de alledaagse realiteit is zwak.

Scenario's zijn open. Ze zijn niet perse uit op het verbeteren van de wereld, al kan een betere wereld het bijkomend effect zijn; da's dan mooi meegenomen. Mensen zijn met een scenario altijd beter af dan zonder, want ze helpen om de juiste beslissingen te nemen. Als het scenario niet uitkomt, omdat de werkelijkheid zich anders manifesteert, pas je het scenario daarop aan. Veranderingen die door scenario’s worden blootgelegd, verlopen doorgaans geleidelijk.

Utopieën zijn gesloten. Ze zijn altijd uit op het verbeteren van de wereld, al moeten daarbij soms ongewenste bijeffecten op de koop toe worden genomen; da's dan even pech. Mensen zijn in een utopie vaak slechter af dan daarbuiten, want om het gewenste toekomstbeeld te realiseren, wordt de mensheid in een keurslijf gedrongen. Mensen nemen niet zelf beslissingen, ze hoeven niet eens te denken, want ze volgen gedwee de leefregels die de utopie met zich meebrengt. Wie niet past in de utopie wacht uitstoting, detentie, het strafkamp, de doodstraf. De realisatie van de utopische wereld vereist een abrupte breuk met de alledaagse werkelijkheid.

Het scenario is een gecompliceerd computermodel –een utopie is een droom (of nachtmerrie).

Scenario's komen tot hun recht als beheersinstrumenten in de handen van managers – utopieën komen tot hun recht als politieke visies die richting geven aan politiek leiders (tweet dit).

Scenariodenken
Uit het voorgaande mag je de conclusie trekken dat ik niet erg van de werelden in utopieën als “1984” van George Orwell (1949), “Brave New World” van Aldous Huxley (1932) en het bovengenoemde “Utopia” ben gecharmeerd. Wie daarin wél waardevolle toekomstbeelden vindt, verwijs ik naar het boek “De erfenis van de utopie” van Hans Achterhuis (1998).

Scenario’s daarentegen intrigeren mij. Een bedrijf dat al vanouds sterk is in het ontwikkelen van scenario’s en die ook met de buitenwereld deelt is Shell. Vorig jaar nog publiceerde dit bedrijf de zgn. Lens Scenarios. Hierin worden twee scenario’s, Mountains en Oceans, vergeleken.

Mountains is de wereld van de status quo: de macht is stevig in handen van de elite. Stabiliteit tot elke prijs: de machthebbers stemmen hun belangen onderling zodanig af dat grondstoffen slechts geleidelijk en mondjesmaat beschikbaar komen; dit proces wordt dus niet gedicteerd door marktwerking. De hieruit voortvloeiende rigiditeit van het systeem dempt de economische dynamiek en verstikt de sociale mobiliteit.
In Oceans strekt de invloed zich breed over de wereldbevolking uit. Macht is verdeeld, concurrerende belangen worden opgelost en het compromis is koning. De economische productiviteit zwelt aan op een enorme golf van hervormingen. Maar de sociale samenhang staat onder druk en de politiek destabiliseert. Dit leidt ertoe dat de ontwikkelingen op sommige beleidsterreinen stagneren en dat marktkrachten ongebreidelde invloed krijgen.

Shell laat zien dat deze scenario’s bruikbare uitgangspunten vormen om toekomstbeelden te ontwikkelen. Het voert te ver om daar in deze blogpost verder op in te gaan.

Vraag: welke vorm van scenario-denken (in plaats van Shell) spreekt jou aan? Of zou je graag in een utopie leven (en welke dan wel)?

donderdag 16 januari 2014

eBook With All 2013 Blog Posts

Download for free from SlideShare: "In Search of a Disappeared Village - Blog Klaas Bos 2013".
In this eBook all my 2013 blog posts have been brought together into one document.

Click here to download the eBook "In Search of a Disappeared Village - Blog Klaas Bos 2013".

Download this eBook now, because it's a much easier read than clicking and scrolling through all the blog posts below.

Have fun reading.

woensdag 15 januari 2014

eBook met alle blogposts van 2013

Nu gratis te downloaden via SlideShare: "Op zoek naar een verdwenen dorp - Blog Klaas Bos 2013". In dit eBook zijn al mijn blogposts van 2013 gebundeld in één document.

Klik hier om het eBook "Op zoek naar een verdwenen dorp - Blog Klaas Bos 2013" te downloaden.

Download dit eBook nu, want dat leest een stuk gemakkelijker dan al klikkend door de blogposts hieronder te scrollen.

Ik wens je veel leesplezier.

maandag 13 januari 2014

De Grote Oorlog

Het is onontkoombaar dat in 2014 veel aandacht wordt besteed aan de Grote Oorlog, die honderd jaar geleden uitbrak. En terecht! Drie dingen hierover wil ik graag met jou delen. 

Monument bij Sippenaeken

Verschrikkingen
In vergelijking met de Tweede Wereldoorlog, komt de Grote Oorlog over als een afschuwelijk misverstand. Europese staten die – weliswaar geen vrienden – allerminst met elkaar in conflict waren, lieten zich om een relatief klein voorval in een oorlog meeslepen. Oorlogsverklaringen werden afgegeven als gold het uitnodigingen voor een jachtpartijtje en men sprak vervolgens over “ein frischer, fröhlicher Krieg.” Het Europese establishment was wel toe aan een verzetje.

Jan met de pet – of liever: Jan met de helm niet. Eenvoudige soldaten sneuvelden bij tienduizenden tegelijk in veldslagen die namen van rivieren dragen: Marne, Aisne, IJzer, Somme. En bij plaatsjes als Neuve Chapelle, Ieper (tot driemaal toe), Loos, Verdun (alleen daar al bijna een miljoen doden) en Arras. En dan beperk ik me nog tot de slagvelden in Frankrijk en België. Het waren eenvoudige mensen, die dienden als kanonnenvlees, tenminste als het gifgas hen al niet eerder had weggevaagd.

Naar hun karakters werd de flegmatieke soldaat Svejk door de Tjechische schrijver Jaroslav Hašek getekend in de tragikomische romancyclus “De lotgevallen van de brave soldaat Svejk in de wereldoorlog” (1923). Svejk neemt de bevelen van zijn meerderen zeer letterlijk en voert deze tot in het absurde uit, waardoor hij het gezag ondermijnt. Als het verhaal zou zijn voltooid, had hij zeer waarschijnlijk in de loopgraaf zijn einde gevonden. Zoals Hans Castorp, de pas genezen verklaarde antiheld uit de roman “De toverberg” van Thomas Mann (1924).

Zoveel doden, zoveel ellende, niet voor te stellen!

De Draad
Aan Nederland gingen de oorlogshandelingen voorbij en daarmee kwamen ‘we’ er genadig van af; Nederland bleef neutraal. Wél grensde ons land aan landen in oorlog en dat had gevolgen. De Duitse bezetter van het Belgisch grondgebied wilde de Belgen graag in hun eigen land houden, met name zij die via Nederland en Engeland naar Frankrijk wilden om daar tegen de Duitsers te vechten. Om te voorkomen dat deze oorlogsvrijwilligers ontvluchtten (en ook tegen spionage en smokkel) werd langs de grens een draadversperring opgetrokken, dat onder dodelijke elektrische spanning stond.

De 3 meter hoge barrière had een lengte van ruim 300 kilometer van de Vaalserberg tot de Noordzee. Op de versperring stond 2000 volt wisselspanning. Aanraking leidde tot elektrocutie, met meestal de dood tot gevolg.

De Draad kon weliswaar niet voorkomen dat duizenden mensen de grens passeerden, maar kostte vele honderden het leven. Bij Sippenaeken liet Graaf d'Oultremont in 1920 een monument plaatsen voor de doden in het Beusdalbos, zie afbeelding hierboven. De inscriptie luidt: “Aux victimes Belges – Alliés qui périrent ici par le fil électrique | 1914-1918 | Erigé par Mr. le comte J. d’Oultremont en 1920, mutilé per les nazis en 40-45, restauré en 1962.

Neos
De Grote Oorlog eindigde officieel op 28 juni 1919 met het Verdrag van Versailles. De Volkenbond werd opgericht om een volgende wereldoorlog te voorkomen – tevergeefs. De Tweede Wereldoorlog, die minstens zo afschuwelijk was als de Eerste, leidde tot de oprichting van de Verenigde Naties. Tot op heden is ons een Derde Wereldoorlog bespaard gebleven en eigenlijk is dat dagelijks een reden tot grote dankbaarheid.

Ook werd na de Tweede Wereldoorlog de Europese Unie (zoals we die nu noemen) opgericht. Dit statenverband diende (en dient) twee belangrijke doelen: sociaaleconomische ontwikkeling en vrede. Bij de oprichting was namelijk een van de argumenten dat door een gemeenschap van Europese landen de dominantie van één enkel land (lees: Duitsland) kon worden voorkomen.

Dit jaar zijn de verkiezingen voor het Europese Parlement. En hoewel we eerst nog voor de gemeenteraad mogen stemmen, roep ik je nu alvast op om dan daadwerkelijk van je democratisch stemrecht gebruik te maken. Zet meteen 22 mei in je agenda!

In een tijd waarin euroscepsis de boventoon voert, vind ik het opmerkelijk dat in Oostenrijk een nieuwe partij is opgericht: Neos (das Neue Österreich) van Matthias Strolz. Een protestpartij, evenals de extreemrechtse partijen, echter niet tégen Europa, maar vóór Europa. “Want zonder Europa kunnen we niet,” zegt Strolz (in NRC Handelsblad, 6 januari 2014).

Neos streeft naar meer integratie, bijvoorbeeld op buitenlands politiek gebied (tegenover Syrië en Oekraïne), veiligheid en de munt. Neos pleit voor Europese belastingen in plaats van het huidige bedelen bij de lidstaten. Dus meer macht voor de Commissie om op te treden namens de lidstaten. En tegelijkertijd een zich terugtrekken uit andere terreinen, zoals de standaardisering van producten.

Strolz over de waarde van Europa: “Onze spirituele boodschap: wij lossen problemen hier beschaafd op. Door te praten en compromissen te sluiten die misschien fraaier kunnen, maar dit is onze manier. Beter dan oorlog voeren.

Hadden die laat-feodale Europese vorsten dat in 1914 maar gepraktiseerd!

Vraag: wat maakt de herdenking van de Eerste Wereldoorlog voor jou bijzonder?

De brave soldaat Svejk
(illustratie Josef Lada)

maandag 6 januari 2014

Mij gaat een licht op

Voor ons is verlichting bijna even vanzelfsprekend als de smartphone. Het is aardig om te weten dat Zuid-Limburg een rol speelde bij de ontwikkeling van een lamp voor straatverlichting.

Gereconstrueerde Prins Mauritslaan bij Neerbeek

Keuzestress 
Het is geen verschrijving als ik stel dat verlichting “bijna” even vanzelfsprekend is als de smartphone. Een lamp is namelijk amper “vanzelfsprekend” als die thuis stuk gaat en je op zoek moet naar vervanging. Bij een willekeurige doe-het-zelfzaak wordt dan een breed assortiment voorgeschoteld, in vergelijking waarmee de afdelingen “Houtschroeven” en “Houten profielen” pover afsteken.

Stel, je bent op zoek naar een 60 watt-peertje. Ik wens je veel succes bij de reguliere handel! Immers, sinds 1 september 2011 mogen in de Europese Unie geen gloeilampen met dat wattage meer worden geproduceerd of geïmporteerd. En dan sta je voor het schap te studeren op spaarlampen en led-lampen: welk type krijgt de voorkeur, welk wattage moet je hebben, welke vorm (een peertje, een kaarsje, een spotje), wat is de lichtsterkte (is 600 lumen voldoende), welke kleur (is 2700 niet te fel), kan deze lamp gedimd worden?
Triviale vragen, maar ze moeten wél beantwoord worden.

En dan kom je thuis met je zorgvuldig gekozen aanschaf en dan: “Krijg nou wat, iets over het hoofd gezien: kleine fitting meegebracht en ik moet een grote hebben!” Dan kun je terug om de E14-lamp te ruilen voor een E27-variant (en dan moet je opletten dat het nog steeds het gewenste type is).

Zuid-Limburg als eerste
In 1912 werd Philips Gloeilampenfabriek N.V. opgericht en dit bedrijf werd commercieel succesvol met de uitvinding in 1879 van de gloeilamp door Thomas Edison (1847-1931). Eindhoven werd “Lichtstad”.
Philora-lamp van Philips (1931)

In 1931 lanceerde Philips de Philora-natriumlamp. De naam is een samentrekking van ‘Philips’ en ‘aurora’. Bij het aanzetten had de lamp een rode gloed, waarna de kleur geler werd – als de dageraad die overgaat in de dag. Het menselijk oog blijkt goed contrasten te kunnen zien bij het gele licht.

Het gebruik van natriumdamp als lichtbron werd eerder in 1919 gepatenteerd door Arthur Compton van het Amerikaanse bedrijf Westinghouse Electric. Het jaar erop was de kwaliteit van het glas zodanig verbeterd dat er ook een lamp op basis van dat verschijnsel kon worden gemaakt. Philips slaagde erin om de natriumlamp op commerciële schaal te produceren.

Vanaf juni 1932 verlichtten Philora-lampen de weg tussen Beek en Geleen: een Limburgse wereldprimeur!

Het ging om dertien lampen, fabrieksmatig geproduceerd en geplaatst over een afstand van zestien kilometer. Weliswaar was het Duitse bedrijf Osram er een jaar tevoren al in geslaagd om een straat in Berlijn te voorzien van natriumlampen, maar dit waren prototypes.

Tot op de dag van vandaag zijn natriumlampen populair gebleven als straatverlichting.

A2 bij Chemelot, verlicht door natriumlampen

De weg tussen Beek en Geleen is afgelopen jaar opnieuw ingericht, inclusief nieuwe straatlantaarns. Het resultaat is te zien op de bovenste foto. Wie van de wegwerkers realiseerde zich dat deze weg indertijd een wereldprimeur had…?

Geen vraag dit keer, maar de aanbeveling om eens te letten op het aangaan van straatverlichting, waarbij het licht verkleurt van rood naar geel.

In Museum Boerhaave in Leiden is tot 24 oktober 2014 de tentoonstelling “100 JAAR UITVINDINGEN, Made by Philips Research” te zien (inclusief de Philora-natriumlamp), voor meer informatie: www.museumboerhaave.nl.
Voor informatie over de reconstructie van de Prins Mauritslaan in Beek in 2013 verwijs ik naar www.beekbereikbaar.nl.

zondag 5 januari 2014

Wegkijken

Wegkijken voor discriminatie, racisme, straatgeweld en erger. Het lijkt voor menigeen een natuurlijke reflex. De afgelopen dagen hoorde, zag en las ik dingen die hiermee verband houden en die ik via deze blog aan je voorleg.



Zwarte Piet
Het is menens. Na anderhalve eeuw lijkt het gedaan met de knecht van de goedheiligman. Het lijkt erop dat de kleur van de schmink voortaan op het hoofdkantoor van de Verenigde Naties wordt vastgesteld.

Kennelijk heeft de Nederlandse bevolking al die jaren massaal weggekeken van het discriminerend karakter van Zwarte Piet. Ook ik schoot hier tekort, ik had het zo nooit bekeken. Ik zag in Zwarte Piet altijd een zwartgeschminkte blanke, niet zelden een vrouw. Ik keek niet veel verder. (*)

Echter, zonder badinerend te doen over de bezwaren waarmee kennelijk weldenkenden ‘ons Nederlanders’ op het gebied van racisme (al dan niet terecht) op de vingers tikken, zou ik dit wegkijken als een milde vorm willen beschouwen. Of andere vormen van wegkijken erger zijn, is een kwestie van morele afweging in het licht van oorzaken en gevolgen. Hieronder enkele voorbeelden om die afweging te kunnen maken.

Ik ben geen onderdaan
Onlangs was ik met mijn dochter naar de open dag van Universiteit Leiden, waar wij een voorlichting over de opleiding Geschiedenis bijwoonden. De sessie werd geopend door Bart van der Boom, die de relevantie van geschiedenis omschreef als het identificeren en doorvertellen van verhalen die deel uitmaken van ons collectieve geheugen.
Op 30 april 2013 werd Willem-Alexander in Amsterdam tot koning gekroond, terwijl op de Dam een jonge vrouw wegens ordeverstoring door de politie werd gearresteerd met een groot karton, waarop stond: “Ik ben geen onderdaan”. Van der Boom wees erop dat geen van de omstanders bezwaar maakte tegen deze arrestatie en het fnuiken van de vrijheid van meningsuiting in deze onschuldige vorm.
Volgens de historicus herinnerde dit wegkijken aan een ander vorm van wegkijken die in ons collectieve geheugen is gegrift, namelijk het wegkijken bij de deportatie van de Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hij nuanceerde dit door er onder verwijzing naar zijn boek “Wij weten niets van hun lot. Gewone Nederlanders en de Holocaust” op te wijzen dat veel Nederlanders niet goed wisten wat het lot van de Joden was en dat zij wel degelijk enorm boos waren over die deportaties.

Mensenrechten in Nederland
Daags na ons bezoek aan Leiden zei de nationale ombudsman Alex Brenninkmeijer op tv dat het Nederlandse politieke tij racistisch en discriminatoir is. Hij verwees naar een kritisch rapport van de Raad van Europa over het Nederlandse beleid (en het gebrek daaraan) inzake racisme en onverdraagzaamheid. Zo is er vaak discriminatie bij de werving van personeel door bedrijven en bij uitzendbureaus. De tolerantie is over het algemeen afgenomen.
Zulke kritiek wordt in ons land meestal weggewuifd en politici zijn terughoudend.
Wegkijken, dus.

Banaliteit van het kwaad
Een dag later zag ik de film “Hannah Arendt” van Margaretha van Trotta met Barbara Sukowa in de hoofdrol. Deze film vertelt hoe de filosofe Hannah Arendt (1906-1975) verslag deed van het Eichmann-proces in Israël (1961). Eichmann was een Duitse oorlogsmisdadiger, die na de oorlog naar Brazilië was gevlucht, daar ontvoerd door de Mossad, naar Israël gebracht, berecht en in 1962 opgehangen. Arendt publiceerde hierover het boek “Eichmann in Jerusalem: A Report on the Banality of Evil”. De film laat zien dat dit boek enorm veel kritiek losmaakte, die uiteenvalt in drie controverses.



Aan de eerste controverse – of Eichmann überhaupt in Israël berecht had mogen worden – ga ik hier voorbij. Het meest controversieel was het oordeel dat Arendt over Eichmann velde: hij was een middelmatige figuur, een bureaucraat die zich gebonden achtte aan de eed die hij aan Hitler had gezworen. Iemand die had opgehouden te denken en klakkeloos orders uitvoerde, zonder morele bedenkingen. Eichmann was verre van een kwaadaardige duivel, het kwaad dat hij aanrichtte ging gepaard met een soort sulligheid. Vandaar dat Arendt spreekt over de ‘banaliteit van het kwaad’.
Dit oordeel viel slecht bij velen die Arendt’s verslag lazen, eerst als artikelen in The New Yorker.

Eichmann is het voorbeeld van iemand die niet alleen wegkijkt van het kwaad dat zich om hem heen voltrekt, maar er zelf van harte mede uitvoering aan geeft. Bij hem wordt een grens overschreden, namelijk tussen wegkijken van het kwaad en het uitvoeren ervan. Bij eerste overdenking komt dit over als een wereld van verschil: tussen passief en actief, zonder een grijs middengebied.
Laten we dan maar eens kijken naar de derde controverse die Arendt’s verslag opriep.

Joodse Raden
De Duitse bezetters stelden tijdens de Tweede Wereldoorlog in verschillende landen zogenaamde Joodse Raden in. Dit waren een soort contactorganen tussen de bezettende macht en de Joodse bevolkingsgroepen. Tijdens het Eichmann-proces kwam naar voren dat deze organen een dubieuze rol hadden gespeeld in de samenwerking met de Duitsers. Deze collaboratie heeft uiteindelijk vele Joden het leven gekost. Arendt deed hier verslag van en Joden wereldwijd vielen vervolgens vol kritiek over haar heen. Het zou alles gelogen zijn.

In de film wordt getoond hoe Arendt hier tijdens een drukbezocht college op ingaat. Zij verwerpt de beschuldiging dat zij de slachtoffers als daders neerzet, maar wel zegt zij: “Verzet [van de Joodse Raden tegen de Duitse bezetters] was inderdaad niet mogelijk. Toch is er nog een wereld van verschil tussen verzet en samenwerking.

Vraag
De vraag is hoe elk van ons zou acteren als wij voor de keuze komen te staan tussen verzet (mogelijk ten koste van ons leven) en samenwerking. Wie kan dit van tevoren zeggen en heeft moed als het er echt op aankomt?

(*) Het is niet verbazingwekkend dat de Nederlandse bevolking op de Zwarte Piet-discussie reageert als door een wesp gestoken. Dit valt letterlijk te nemen: een wespensteek kan dodelijk zijn. De cultuur kan worden gezien als een immuunsysteem, waarin nu een afweerreactie opkomt tegen een bedreiging van buitenaf. De 'Pietitie' als auto-immuunreactie. Een aanval vanuit het Ungeheuertes (Nietzsche), die het moderne gevoel van Heimatsverlust (Heidegger) bij de Nederlandse bevolking versterkt. Voila, mijn toepassing van de sferentheorie van de Duitse filosoof Peter Sloterdijk.