maandag 22 december 2014

Meegesleept in de Grote Oorlog

Een haakvormig schiereiland biedt inspiratie om allerlei interessante dingen over Ierland te vertellen. Ga met mij mee naar de oudste ter wereld.


 

Aan de zuidkust van Ierland steekt een haakvormig schiereiland in zee, Hook Head (Rinn Duáin, Co. Wexford). Je vindt er onder meer het Duncannon Fort uit 1588 en een heus spookhuis, Loftus Hall uit 1350. De oorspronkelijk bewoners, militairen en spoken, zijn allang vertrokken, dus konden ze beide worden opengesteld als toeristische attractie.
Om hun nering te steunen noem hun internetadressen: www.duncannonfort.com en www.loftushall.ie.

De oudste ter wereld
Op het uiterste puntje van het schiereiland staat een vuurtoren, Hook Lighthouse, gebouwd op een rotsplaat die geleidelijk in zee afloopt. Mijn blogpost van 11 augustus 2014 ging over “De grootste ter wereld”, maar dit is de oudste vuurtoren van Europa – en mogelijk van de wereld.
De toren werd in de 13e eeuw gebouwd door William Marshal, graaf van Pembroke, als deel van de ontwikkeling van zijn heerlijkheid Leinster. De vuurtoren heeft nog steeds zijn oorspronkelijke functie. De toren is gebouwd uit kalksteen uit de omgeving en is vier verdiepingen hoog met muren tot 4 m dik. De eerste drie verdiepingen hebben een doorsnede van 13 m. De bovenste verdieping is 6 m in doorsnede en droeg oorspronkelijk een vuurtoorts, later een lantaarn.

 
Templetown
Verder vinden we op Hook Head een tot ruïne vervallen kerk. De naam ervan, Templetown, verwijst naar de Orde van de Tempeliers. Deze orde werd aan het begin van de 12e eeuw gesticht door de kruisvaarders in Jeruzalem. In 1172 gaf koning Hendrik II aan de Tempeliers uitgebreide landerijen langs de oostelijke oever van Waterford Harbour in leen. De orde vestigde een hoofdkwartier in Templetown. In 1307 werd de orde ontbonden en hun land werd aan hun grote rivalen, de Hospitaalridders (of Maltezer ridders) gegeven. Deze orde bouwde de versterkte kerk, waarvan nu nog de ruïne in het vlakke land oprijst.


Eerste Wereldoorlog
In mijn blog “Hoe aan de natuur wordt geknabbeld” van 1 december 2014 schreef ik dat Ierland in de Tweede Wereldoorlog neutraal was. Tijdens de Eerste Wereldoorlog maakte het hele eiland echter nog deel uit van Groot-Brittannië. In 1922 werd Ierland een vrijstaat binnen het Britse Dominion, terwijl zes counties in de noordelijke provincie Ulster bij Groot-Brittannie bleven. In de graafschappen Down, Antrim, Derry, Armagh, Tyrone en Fermanagh was de meerderheid namelijk protestants. In 1937 werd Ierland losgemaakt van het Britse Dominion, zie ook “Hoe je schoonpapa terzijde schuift” van 13 oktober 2014.

Ierland werd in 1914 meegesleept in een oorlog, die van de bevolking een zware tol heeft geëist. Overigens werd in die oorlogsjaren de revolutie voorbereid die leidde tot de Ierse onafhankelijkheid.

Het keurig onderhouden oorlogsgraf valt geheel uit de toon tussen de grafstenen die schots en scheef op het vervallen kerkhof van Templetown staan (of liggen). Hier zijn drie Britse zeemannen begraven. Twee zijn niet geïdentificeerd, het derde graf is van T.M. Fyfe, 27 jaar. Zijn graf is met klaprozen versierd.

De drie zeemannen voeren aan boord van de trawler George Milburn. Het schip zonk op 12 juli 1917 door een mijn uit de Duitse onderzeeboot UC-42, anderhalve mijl ten zuiden van de Ierse kust. Alle elf bemanningsleden verloren daarbij het leven.
Twee maanden later, op 10 september, ging de Duitse onderzeeboot voor de kust van Cork zelf ten onder na een explosie van een van haar eigen mijnen. Hierbij vielen 27 doden.


Dat de Eerste Wereldoorlog een diep spoor in Ierse samenleving heeft achtergelaten, blijkt ook uit een monument in de stad Cork (Corcaigh, 190.000 inwoners). Het monument staat vlakbij Parliament Bridge. Het is een 5 m hoge obelisk op een vierkante sokkel met het volgende opschrift:

Lest We Forget
Erected by public subcription under the auspices of the Cork Independent Ex-Servicemen Club.
In memory of their comrades who fell in the Great War
Fighting for the freedom of small nations.

1914-1918
“Greater Deed Hath No Man Done”
“They Shall Grow Not Old
As We That Are Left Grow Old
Age Shall Not Weary Them,
Nor The Years Condemn.
At The Going Down Of The Sun,
And In The Morning
We Will Remember Them.”

1939-1945
“When you go home, tell them of us and say,
For your tomorrow we gave our today.”

De laatste strofe is een grafschrift van de Engelse dichter John Maxwell Edmonds (1875-1958), dat ook voor andere oorlogsmonumenten is gebruikt. Voor het monument in Cork liggen kransen, wederom versierd met klaprozen.
Over de Eerste Wereldoorlog schreef ik ook “De Grote Oorlog” van 13 januari en “Waar de klaproos bloeit” van 16 juni 2014.

Zie ook mijn blogposts “Impressies van een Groen Eiland” van 4 augustus, “De grootste ter wereld” van 11 augustus, “Wat na duizenden jaren overblijft” van 18 augustus, “Gouden Eeuwen in Ierland” van 25 augustus, “Hoe een Hollandse piraat toesloeg” van 8 september, “Hoe je schoonpapa terzijde schuift” van 13 oktober, “Je komt het maar halen” van 10 november en “Hoe aan de natuur wordt geknabbeld” van 1 december 2014, alle over Ierland.

maandag 15 december 2014

Hoe Brightlands de ambities van de overheid realiseert

Het is frappant hoe goed de Wetenschapsvisie 2025 van de rijksoverheid aansluit op de ontwikkelingen op Brightlands Chemelot Campus en Brightlands Maastricht Health Campus. Of, voor wie aan beleid het primaat toekent: hoe deze campussen bij die visie aansluiten.

 
Han Dols Fotografie

Het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap publiceerde afgelopen maand de “Wetenschapsvisie 2025 – keuzes voor de toekomst”, waarin drie ambities worden geformuleerd:
1. De Nederlandse wetenschap is van wereldformaat.
2. De Nederlandse wetenschap is meer verbonden met de maatschappij en het bedrijfsleven.
3. De Nederlandse wetenschap is ook in 2025 een broedplaats voor talent.

Uitdagingen voor de wetenschap
Zulke ambities zijn nodig want de Nederlandse wetenschap staat voor grote uitdagingen. Zo neemt de internationale concurrentie sterk toe. Daarom is het zaak om strategisch in te zetten op die domeinen waar Nederland tot de absolute wereldtop wil behoren.
Verder wordt de wetenschap door overheden en de samenleving als geheel steeds meer uitgedaagd op grote maatschappelijke vraagstukken. Daarom moeten wetenschappers hun krachten bundelen met het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties.
Tenslotte staan wetenschappers onder druk om veel te publiceren, terwijl ze juist meer zouden moeten doen aan kennisvalorisatie.

Brightlands Chemelot Campus en Brightlands Maastricht Health Campus nemen deze uitdagingen op hun eigen wijze aan en dragen zo bij aan het realiseren van de ambities van de rijksoverheid. Zoals beschreven in mijn blog “Een land zonder grenzen” van 22 september 2014 ligt dit streven in de naam Brightlands besloten.

Samenwerken aan innovaties
Nederland behoort met zijn onderwijsstelsel tot de kopgroep in Europa. Overheid, bedrijfsleven, universiteiten en onderzoeksinstituten werken er intensief samen in de topsectoren* aan kennis en innovatie, bij voorkeur in een publiek-private samenwerking. Innovaties komen tot stand in regionale ecosystemen van kennisinstellingen, bedrijven en andere partijen.

Dergelijke ecosystemen vinden op de Brightlands campussen concreet hun uitwerking. Zo wordt Chemelot Campus binnen de topsector chemie ontwikkeld door de provincie Limburg, DSM, Universiteit Maastricht en Maastricht Universitair Medisch Centrum.

Binnen diezelfde topsector – chemie –zijn op Chemelot Campus twee onderzoeksinstituten in oprichting. Chemelot InSciTe (Institute for Science & Technology) is een samenwerking van Brightlands, Technische Universiteit Eindhoven, DSM, Universiteit Maastricht en Maastricht Universitair Medisch Centrum.
In Chemelot-TU/e Materials Center (CTMC) werken Brightlands, het Dutch Polymer Institute (DPI), DPI Value Centre, Technische Universiteit Eindhoven, SABIC, DSM en TNO samen.
Beide instituten worden ondersteund door de provincie Limburg.

Knowledge crossing borders
Er moet slim worden samengewerkt, ook over onze landsgrenzen heen, waarbij keuzes moeten worden gemaakt, omdat we als Nederland niet overal de beste in kunnen zijn.

Op Chemelot Campus is Aachen-Maastricht Institute for Biobased Materials (AMIBM) gehuisvest, een samenwerking van Universiteit Maastricht met de RWTH, de technische universiteit net over de grens in Aken, met meer studenten dan de drie Nederlandse technische universiteiten tezamen.
AMIBM is dus een mooie illustratie van de tagline van Brightlands: “Knowledge crossing borders”.

Biobased materialen, het aandachtsgebied van AMIBM, is een van focusgebieden van Chemelot Campus, naast hoogwaardige materialen en biomedische materialen.
Inderdaad, je kunt niet overal de beste in zijn – maar wél op deze drie gebieden!

Grand Challenges
Wetenschappers zouden moeten bijdragen aan oplossingen voor maatschappelijk uitdagingen (de Grand Challenges van de Europese Commissie, zoals vastgesteld in Horizon 2020). Denk aan gezond ouder worden, duurzaam transport, voedselzekerheid en vraagstukken op het gebied van energie, klimaat en water.

De genoemde instituten, InSciTe, CTMC en AMIBM, dragen bij aan grote maatschappelijke vraagstukken. InSciTe richt zich op de ontwikkeling van biobased materialen die het milieu minder belasten dan gangbare materialen en op biomedische materialen die ertoe moeten bijdragen dat de gezondheidszorg betaalbaar blijft.
CTMC richt zich op fundamenteel onderzoek naar de productie van polymere materialen (plastics), hun chemische en fysische eigenschappen; deze materialen worden bijvoorbeeld in mobiliteit (auto’s), verpakkingen, gezondheidszorg, elektrische apparaten en energiewinning toegepast.
AMIBM houdt zich bezig met de productie en verwerking van biobased materialen (zie mijn blog “Vriend van de plant” van 9 december 2013).
Elders in Limburg (Greenport Venlo) worden bijdragen aan de voedselzekerheid geleverd.

Wetenschappers moeten zich ook gaan bezighouden met andere problemen die maatschappelijk en economisch relevant zijn voor Nederland: kwaliteit van leven, circulaire economie, veerkrachtige samenleving, bouwstenen van het leven, complexiteit (omgaan met onvoorspelbaarheid en big data).

Op Brightlands Chemelot Campus wordt gewerkt aan oplossingen voor de circulaire economie (biobased materialen), terwijl op Chemelot Industrial Park het bedrijf QCP de bouw voorbereidt van een fabriek die polymeren gaat produceren met gebruikt plastic als grondstof.
Elders in Limburg (Smart Service Hub in Parkstad) wordt dagelijks met big data omgegaan.

Grootschalige infrastructuur
De Wetenschapsvisie zet in op grootschalige infrastructuur in de vorm van state-of-the-art faciliteiten.

Enabling Technologies B.V., een joint venture van DSM, Universiteit Maastricht en de provincie Limburg, met vestigingen op beide Brightlands-campussen, beschikt over geavanceeerde analyse-apparatuur, zoals elektronenmicroscopen. Het bijzondere is dat in principe alle bedrijven en instituten toegang tot deze kostbare apparaten hebben.
Op Chemelot Campus worden de komende jaren pilot en miniplant faciliteiten gerealiseerd, die een grote aantrekkingskracht op topwetenschappers zullen hebben.

Valorisatie als kerncompetentie
Valorisatie omvat niet alleen economische benutting van kennis, maar ook het benutten van kennis voor het oplossen van maatschappelijke vraagstukken of het bijdragen aan maatschappelijke discussies.

Valorisatie is een competentie van de Brightlands campussen. Zo heeft Chemelot Campus een team van business developers die ondernemers ondersteunen bij het opstarten van nieuwe bedrijven, die zijn gebaseerd op het intellectuele eigendom (in licentie) van derde partijen.

Combinatie van onderwijs, onderzoek en valorisatie
Universiteiten en hogescholen kunnen krachtig inzetten op ondernemerschap als mogelijke loopbaan voor afgestudeerden. Bijvoorbeeld de ontwikkeling van Centres of expertise in het hbo combineert inzet op onderwijs, onderzoek en valorisatie.

Op Brightlands Chemelot Campus is Chemelot Innovation and Learning Labs (CHILL) gevestigd. In dit landelijke Centre of expertise Chemie worden studenten en professionals geschoold in het vakgebied chemie, waarbij échte opdrachten uit het bedrijfsleven tot het curriculum behoren. Het is een samenwerking van Zuyd Hogeschool, Arcus College, Leeuwenborgh Opleidingen, Universiteit Maastricht, DSM en SABIC.

Regionale clusters
Naast internationalisering zien we steeds vaker integratie, clustervorming, coördinatie en afstemming in specifieke regio’s. Er ontstaan Science Parks, campussen en economische clusters door strategische allianties van bedrijven, kennisinstellingen en lokale of provinciale overheden.

De Wetenschapsvisie noemt Chemelot Campus als voorbeeld. En inderdaad, aan de ontwikkeling daarvan wordt door overheden op alle niveaus (de provincie Limburg en de gemeente Sittard-Geleen, alsmede de Europese Unie en het Rijk) zeer fors bijgedragen. Voor de komende tien jaar gaat het over honderden miljoenen euro’s, die vooral worden geïnvesteerd in onderzoek, zie mijn blog “Chemelot Campus: vliegwiel op de Kennis-As Limburg” van 6 mei 2013.

Uniek in de wereld
Chemelot Campus is uniek in de wereld, want hier brengen universiteiten hun kennis naar de industrie. Dit trekt internationaal toptalent aan; slimme mensen die hun resultaten onder de naam Brightlands zullen presenteren. Zij zullen een belangrijke rol spelen in het realiseren van de ambities van de Nederlandse overheid op het gebied van wetenschap en de toepassing ervan.

Wie de Wetenschapsvisie 2025 wil lezen, verwijs ik naar pagina 57, waar de casus Chemelot Campus als regionaal ecosysteem wordt beschreven: http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/rapporten/2014/11/25/wetenschapsvisie-2025-keuzes-voor-de-toekomst.html.

*De topsectoren zijn door het kabinet Rutte (2010-2012) gedefinieerd. Het zijn de sterke domeinen van de Nederlandse economie, die een extra stimulans verdienen: tuinbouw en uitgangsmaterialen, agri&food, water, life sciences & health, chemie, high tech, energie, logistiek en creatieve industrie.

maandag 8 december 2014

Hoe een openhartoperatie een stad leefbaar maakt

Jarenlang leed Maastricht aan een verkeersinfarct. De overheid heeft een wegenchirurg gevraagd de patiënt te dotteren en van een bypass te voorzien. Met de patiënt nog onder narcose hier een peroperatief verslag.


Dubbele tunnelbuis 
Artist impression A2 Maastricht

Snelle doorstroming
Het meest spraakmakende resultaat van het project “de Groene Loper” in Maastricht is de dubbele tunnelbuis, die over 2,3 km van noord naar zuid door de stad loopt. Momenteel is Maastricht de enige plaats tussen Marseille en Groningen (ruim 1300 km) waar je voor een stoplicht komt te staan.

Openhartoperatie in volle gang 
Luchtfoto Peter Wijnands voor A2 Maastricht

Nog eventjes, want dat is vanaf eind 2016 verleden tijd. Het doorgaand verkeer over de A2 gaat dan met maximaal 100 km per uur door de onderste tunnelbuis – een ondergrondse aorta (tot 16 m diep). Het regionale en bestemmingsverkeer volgt de N2 met maximaal 80 km per uur door de bovenste tunnelbuis – een ondergrondse slagader. “Driving Towards The Daylight” (Joe Bonamassa): http://youtu.be/wTG-bCMG05E.

Zuidelijke tunnelmond in aanleg: de Prins-bisschop van Luik 
Luchtfoto Peter Wijnands voor A2 Maastricht

Aan de tunnelmonden wordt extra zorg besteed en ze krijgen elk een naam: de Hertog van Brabant als poort naar het noorden en de Prins-bisschop van Luik als poort naar het zuiden.

Deze constructie is in zoverre uniek in de wereld, dat in beide tunnels tussen de Geusselt en het Europaplein ook vrachtverkeer wordt toegelaten.

Het belang van deze nieuwe infrastructuur voor stad en regio kan nauwelijks worden overschat. Zo wordt de reistijd tussen Brightlands Chemelot Campus en Brightlands Maastricht Health Campus behoorlijk verkort, wat de samenwerking tussen de beide campussen ten goede komt.

De Groene Loper 
Artist impression A2 Maastricht

Parklaan boven de tunnel
Om de cardiovasculaire metafoor nog even door te trekken: er horen ook longen bij. En daarin wordt voorzien door herinrichting van de ruimte die ontstaat zodra de grote verkeersstromen door het ondergrondse arteriële vaatstelsel kunnen worden geleid. In dat bovengrondse gebied zijn de verkeersaders een stuk verfijnder, zodat er ruimte is voor fietsers en voetgangers, kantoorvilla's, woontorens en – als longblaasjes – het nodige groen in de vorm van bomen en gazons. Dit woonerfgebied, waarin een bomenlaan (parklaan) komt, wordt de Groene Loper genoemd.
Deze stedelijke vernieuwing kan vanaf 2017 beginnen, nadat de tunnel is opengesteld.

De Groene Loper 
Artist impression A2 Maastricht

Enkele flats langs het tracé moesten worden gesloopt, maar het was bijna vanzelfsprekend dat de Gemeenteflat gespaard is gebleven. Dit is immers de eerste hoogbouw in Maastricht, gebouwd in 1948-1950, naar een ontwerp van de Maastrichtse architect Frans Dingemans (1905-1961).

Met 80% van het verkeer ondergronds blijven de luchtkwaliteit en geluidhinder in de stad duurzaam binnen de normen.

Betere bereikbaarheid
Dit zijn niet de enige resultaten van het project. Ook de aansluiting van de A2 op de A79 richting Heerlen vormt een enorm verbetering. Je hoeft, komend vanuit Eindhoven, niet langer kruip-door-sluip-door via Bunde, Meerssen en Rothem, want de beide snelwegen worden bij knooppunt Kruisdonk volledig verknoopt.
Daarbij wordt het bedrijventerrein Beatrixhaven ten noorden van Maastricht via een nieuwe weg rechtstreeks op de A2 aangesloten.

Fietsviaduct over de A2 
Artist impression A2 Maastricht

Verder worden er verschillende doorsteekmogelijkheden voor fietsers gecreëerd, waaronder een speciaal fietsviaduct over de A2 ten noorden van de Geusselt. Via het recreatieve lint dat zo ontstaat, bereiken fietsers vanuit de stad gemakkelijk de zgn. Landgoederenzone, het gebied rond Buitenplaats Vaeshartelt.

Ecoducten
En tenslotte (hoewel al voltooid voordat met de tunnelbouw werd begonnen) zijn ter hoogte van de Kruisberg, ten noorden van Maastricht, twee ecoducten, Bunderbosch en Kalverbosch, aangelegd die de verplaatsing van klein wild bevorderen. Onder andere op die manier is ook aan de natuur gedacht.

Project de Groene Loper
De opdrachtgevers voor het project zijn de samenwerkende overheden, Rijkswaterstaat (Ministerie van Infrastructuur en Milieu), Provincie Limburg en de gemeenten Maastricht en Meerssen: het Projectbureau A2 Maastricht.
Het project wordt uitgevoerd door Avenue2, een consortium van Ballast Nedam en Strukton.

Het project vergt een totale investering van ongeveer 1 miljard euro. Voor meer informatie, zoals over de technische aspecten van het project: www.a2maastricht.nl.

maandag 1 december 2014

Hoe aan de natuur wordt geknabbeld

Een Drents spreekwoord luidt: “As is verbraande törf,” en ik dacht dan ook dat turf typisch Nederlands is. Eeuwenlang werd deze brandstof immers uit de veengebieden van Holland, Drenthe en Noord-Brabant/Limburg gehaald. Maar: zo typisch Nederlands is turf niet. *

 Turfwinning in Co. Donegal

Turfwinning in Ierland
Het meest noordwestelijke graafschap van Ierland, Donegal (Dún na nGall) is een ruig, vrijwel leeg gebied met enkele kleine (haven) stadjes en dorpjes. De bergen maken niet zozeer indruk door hun hoogte, als wel door hun verlaten ligging in een wijds landschap.
We zijn hier aan de rand van Europa.

In zo’n landschap, bijvoorbeeld op de weg van Killybegs (Na Cealla Beaga) naar Glencolumbkille (Gleann Cholm Cille), vindt een activiteit plaats, waarvan ik dacht dat die al voor 1970 in het Veenmuseum te Barger-Compascuum (www.veenpark.nl) was opgeborgen. Daar wordt namelijk tot op heden turf gestoken.

Glenpesh Pass, Co. Donegal

Ook langs de weg van Glencolumbkille naar Glenpesh Pass, opnieuw vele kilometers door een leeg land met een prachtig uitzicht op zee, wordt turf gewonnen. Die bergpas (Glean Géis in het Iers, wat 'meer van de zwanen' betekent) is overigens een van de mooiste van Europa. De glooiende bergen en de groene valleien met afgelegen boerderijtjes en kleine meren geven je het gevoel dat je in de Alpen bent.

Ook elders in Co. Donegal werd turf gewonnen, zoals in het wijdse, kale land langs de weg van Dungloe (An Clochán Liath) naar het stadje Ballybofey (Bealach Féich). Afgezien van die turfwinning maakt het land pas weer een bewoonde indruk als je al dichtbij dat stadje bent.
En verder vind je turfwinning op de weg van Omagh (an Ómaig, in Noord-Ierland) naar het stadje Donegal.

Turfwinning onder druk
Het Connemara National Park Visitor Centre biedt meer informatie over de turfwinning en andere aspecten van de veengebieden in Ierland. De Connemara (Co. Galway, 2.900 ha) staat bekend om haar sprookjesachtige meren en mysterieuze landschappen, die worden beheerst door twaalf kegelvormige bergen, de Twelve Bens.

Ongeveer 4000 jaar geleden was Ierland bedekt door 1.178.000 ha ongestoord hoogveen en vennen. Tot 1645 veranderde er weinig aan die situatie. In 1990 was nog slechts 151.000 ha over. In minder dan 400 jaar was 87% van de beste veengronden in Ierland verdwenen. De turf was gebruikt in huishoudens en voor industriële toepassingen, zoals in energiecentrales. Het staatsbedrijf Bord na Móna is onder meer verantwoordelijk voor het beheer van de turfproductie.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Ierland neutraal en die periode werd daar de Emergency genoemd. Het land had namelijk ondanks de neutraliteit te lijden, bijvoorbeeld onder de sterk teruglopende import van steenkool. Hierdoor werd Ierland afhankelijk van turf.

Vanwege het teruggelopen oppervlak worden de veengebieden nu steeds vaker beschermd. Maar ondanks dreigend tekort wordt er nog steeds turf gestookt. Voor menigeen in Ierland geldt kennelijk nog steeds het spreekwoord “in het veen ziet men niet op een turfje.” Zo adverteren restaurants dat je er bij een turfgestookte haard kunt nagenieten van het diner.

 
Turfjes voor in de haard

Bijzonder, maar niet meer verrassend, was dat we in onze bed & breakfast bij de haard een grote mand met turfjes aantroffen.

Ongewenste vreemdelingen
In het Connemara bezoekerscentrum wordt ook gewaarschuwd voor de introductie van gebiedsvreemde planten en dieren (exoten) in Ierland.
De volgende soorten zijn er veelvoorkomend maar ongewenst: Japanse duizendknoop [Fallopia japonica], reuzenbalsemien [Impatiens glandulifera], mammoetblad of reuzenrabarber [Gunnera tinctoria], het muiltje [Crepidula fornicata], de Chinese wolhandkrab [Eriocheir sinensis] en grote waternavel [Hydrocotyle ranuncoloides].

Potentiële binnendringers zijn teunisbloemsoorten [Ludwigia-soorten], de edelkreeft [Pacifacstacas leniusculus], de Amerikaanse brulkikker [Rana catesbeiana], de snoekbaars [Sander lucioperca], de Aziatische langhoornkever [Anoplophora glabripennis] en de monniksparkiet [Myiopsitta monachus].


Mammoetblad (Gunnera tinctoria) in de Connemara (Co. Galway)

Voor het vinden van mammoetblad, dat eigenlijk thuishoort in Zuid-Amerika, hoef je geen bioloog te zijn. Je ziet die plant overal aan de Ierse westkust, middenin natuurgebieden (zie foto) en in het openbaar groen van stadjes.
De waarschuwing – die overigens ook voor Nederland geldt (bijvoorbeeld wat betreft de monniksparkiet) – is dus niet voor niets.

Stokkende vergankelijkheid
En tenslotte zijn er de veenlijken. Typisch Drents, dacht ik, vanwege het ‘meisje van Yde’ in het Drents Museum in Assen. Niet dus: ook in de Connemara zijn veenlijken gevonden, zoals de Mennybreddan Woman. Zij stierf in de 16e of 17e eeuw (het meisje van Yde stierf omstreeks van het begin van de jaartelling). In het veen zijn de lijken gemummificeerd.

* Al weet ik dat er goede turfgestookte whiskies zijn, zoals de Ierse Connemara en de Schotse Laphroaigh.

Zie ook mijn blogposts “Impressies van een Groen Eiland” van 4 augustus, “De grootste ter wereld” van 11 augustus, “Wat na duizenden jaren overblijft” van 18 augustus, “Gouden Eeuwen in Ierland” van 25 augustus, “Hoe een Hollandse piraat toesloeg” van 8 september, “Hoe je schoonpapa terzijde schuift” van 13 oktober en “Je komt het maar halen” van 10 november 2014, alle over Ierland.

maandag 24 november 2014

Is de Nederlandse chemie toekomstbestendig?

De Nederlandse chemie staat onder druk door mondiale concurrentie. Toch zijn er mogelijkheden om de opbrengsten te verhogen en de kosten te verlagen. Biedt dit voldoende perspectief? En hoe dragen Chemelot en Brightlands Chemelot Campus bij?

Chemelot by night

Onlangs publiceerde Rabobank het rapport “Een voorwaardelijke toekomst – De chemie in Nederland,” een analyse van de toekomstperspectieven van de chemiesector. Dit rapport is extra interessant omdat daarin wordt vastgesteld dat – naast Rotterdam, Terneuzen en Delfzijl – Geleen (lees: Chemelot) een grote chemiecluster is, die onlosmakelijk met de Nederlandse economie verbonden is.

Doordat chemie aan het begin van velerlei productieprocessen zit, is de sector bijzonder cyclisch. Dat betekent dat sprake is van sterke stijgingen en dalingen in groei en winstgevendheid.
Daarbij is de chemie bijzonder kapitaalintensief, vooral als we kijken naar de grote naftakrakers (nafta is een oliederivaat), waarmee grondstoffen voor plastics (etheen en propeen) worden gemaakt. Op Chemelot staan twee naftakrakers, beide van het Saoedi-Arabische bedrijf SABIC.
Chemische processen vragen veel olie en gas, zowel als grondstof (feedstock) als voor hitte en druk, waardoor de winstgevendheid sterk samenhangt met de energieprijzen.

Chemie is een mondiale sector. Het Duitse bedrijf BASF is het grootste chemiebedrijf ter wereld (omzet 2012: $ 95 miljard omzet). Nummer 5 is SABIC ($ 50 miljard) en DSM komt in deze ranglijst op de 33e plaats ($ 12 miljard).

Sector onder druk
De chemiesector in Europa staat ten opzichte van andere chemieregio’s in de wereld onder druk . Zo heeft de Verenigde Staten sinds enkele jaren het prijsvoordeel van goedkoop schaliegas – er wordt zelfs gesproken van een schaliegasrevolutie. Azië, met name China, heeft zich tot de grootste chemiemarkt ontwikkeld, zowel qua productie als gebruik, zij het op basis van geïmporteerde feedstock. Tegelijkertijd heeft het Midden-Oosten, dat over de grootste olie- en gasreserves beschikt, zich tot een belangrijke chemische producent ontwikkeld.

Zeer competitief
Toch hoeven we niet te somberen, want het Nederlandse chemiecluster is volgens Rabobank wel degelijk competitief. Dit komt door de hoge mate van integratie (de output van het ene proces is input voor het andere), de hoogstaande chemiekennis, de goede verbindingen tussen de Rotterdamse haven en het Duitse achterland, en de nabijheid van eindmarkten.

De Nederlandse overheid heeft de chemie als topsector aangemerkt en het beleid is onder meer gericht op de ondersteuning van startende ondernemers. Dit gebeurt onder andere binnen zgn. COCI’s: Centres for Open Chemical Innovation. Brightlands Chemelot Campus is zo’n COCI.

De opbrengsten verhogen
Maar dat is volgens Rabobank niet genoeg. De Nederlandse chemie moet zorgen voor een hogere toegevoegde waarde door samenwerking met producenten en eindgebruikers. Als voorbeeld noemt Rabobank biomedische materialen, een van de focusgebieden van Brightlands Chemelot Campus.

De hoogstaande chemiekennis moet worden ingezet voor de omschakeling naar biobased chemicals met andere functie-eigenschappen. Als voorbeeld noemt Rabobank het door Avantium ontwikkelde PEF (bioplastics substituut van PET). De barrière-eigenschappen van PEF zijn beter dan die van PET, waarvoor een bedrijf als Coca-Cola interesse heeft getoond. Avantium heeft een proeffabriek op Brightlands Chemelot Campus.

Ook zou de sector op zoek kunnen gaan naar oplossingen voor de recycling van chemicals en polymeren. Een mooi voorbeeld is QCP (Quality Circular Polymers), een start-up die op Chemelot grondstoffen voor de kunststofverwerkende industrie gaat produceren op basis van gebruikte kunststoffen afkomstig van huishoudens en de industrie. QCP springt in op de behoefte van de grote merkfabrikanten en de kunststofverwerkers om conventionele kunststoffen te kunnen recyclen naar hoogwaardige toepassingen (‘upcyclen’). Hierbij maakt QCP gebruik van de aanwezige kennis en laboratoria op Brightlands Chemelot Campus.

De kosten verlagen
Om wereldwijd concurrerend te zijn, moet de Nederlandse chemie werken aan lagere kosten. Zo is meer efficiëntie te bereiken via procesintensificatie (flow chemistry), waarbij gebruik wordt gemaakt van microreactoren. Op Brightlands Chemelot Campus is Chemtrix gevestigd, dat zich richt op de ontwikkeling van zulke reactoren, kleine reactoren waarin chemische processen uitermate efficiënt verlopen.
Een andere ontwikkeling is flexibele en lokale productie (personalised mass production), waarbij gedacht kan worden aan robottechnologie, Smart Data, Internet of Things, 3D-printing (additive manufacturing) en sensortechnologie. Op Brightlands Chemelot Campus is sinds dit jaar het Additive Manufacturing Materials Center gevestigd.

Volgens Rabobank zijn in fabrieken nog kostenbesparingen mogelijk, waarbij gedacht kan worden aan het aanbrengen van isolatie en het opslaan en hergebruik van warmte.

Rail Terminal Chemelot

Verder kunnen chemiebedrijven kosten besparen door nauwer met andere (chemie)bedrijven samen te werken. Chemelot vormt ook hier een voorbeeld, want hier zorgt de Utilities Support Group (USG) voor shared utilities, zoals stoom en industriële gassen.
Een ander voorbeeld van ketenintegratie is de Rail Terminal Chemelot (RTC), die in 2013 op Chemelot in gebruik is genomen. Deze terminal geeft een betere ontsluiting van de site per spoor, met verbindingen naar Rotterdam, Antwerpen en Noord-Italië. Opvallend daarbij is dat de Haven Antwerpen investeert in de Nederlandse terminal.

Voorwaardelijke toekomst
Volgens Rabobank heeft de Nederlandse chemie goede vooruitzichten, mits aan enkele voorwaarden wordt voldaan. Zo moet de kennis verder worden ontwikkeld om tot innovaties te kunnen komen. Ook moet de sector zichtbaar bijdragen aan de zgn. Grand Challenges, door de oplossing te bieden voor maatschappelijke vraagstukken (zie mijn blog “Ik zie geen problemen, alleen uitdagingen” van 8 april 2013).

Vraag: wat is nog meer nodig om de toekomst van de Nederlandse chemie veilig te stellen?

Het rapport “Een voorwaardelijke toekomst – De chemie in Nederland” van Rabobank (2014) kan worden gedownload.

maandag 17 november 2014

The largest in the world

Over sixty yeas ago, two young men crawled in a narrow tunnel. The entrance was located somewhere in the most bizarre landscape I saw in Ireland. What they found at the end of that tunnel, still impresses.

The Great Stalactite

The Burren
The coastal route along the Atlantic Ocean from Ballyvaughan (Baile Uí Bheacháin, Co. Clare) to the south is one of the most beautiful in the world. Right the Atlantic Ocean, left The Burren. This is a fascinating region with an area of 250 square kilometers, which, scarcely populated, creates a desolate impression.

The first thing that strikes you here are the barren hills. Not a tree in sight, no pastures, no hedges. You’ll find rocky hills, with some walls from field stones. In part, the soil of The Burren consists of flat limestone slabs, sloppy pushed together, between which plants have rooted. The vegetation is not entirely absent – Ireland is indeed the Green Island, but that green here is not much.

Somewhere on the coast road, near Murrooughtoohy (Muiriúch Tuaithe) sea mat-grass is harvested for use as aromatic stuffing of pillows and matrasses.

Also, there is the village of Doolin, which is known for the large number of pubs where Irish folk music is played live; unfortunately we did not have time to go and listen.

1952
In this area, near Doolin, two young English potholers discovered on a beautiful day of Pentecost in 1952 that a river disappeared somewhere under the ground. They decided to follow suit. Water has to go somewhere, right.
That turned into a real discovery. They crawled through a 500 meter long tunnel, just large enough to crawl through, while the river flowed past them. Had a thick stone blocked their way, they would have to crawl backwards out again, because nowhere was a place to turn.

With almost no fuel for their lamps left, they decided to extinguish the light, so later they could see where they came. In that narrow, pitch-black world the change of sound was they only thing that indicated that they had arrived in a large space, numb and with bruised knees. When they lit their lamps, they were beaten with wonder when they saw the Great Stalactite, the only stalactite in the entire room. They did not dare to talk aloud, worried that the vibration of the first voices ever to sound in this hall since the beginning of Time should cause the giant stalactite to shatter.
Varley and Dickenson had discovered the largest stalactite in the world.

Doolin Cave
Fortunately, as a tourist you don’t have to crawl as a mole through a 500 meter long, narrow tunnel. Doolin Cave (Pol an Ionáin) has been provided with a concrete shaft where a staircase leads the visitor 80 meter down. From the bottom of the shaft, the final piece of the route the explorers followed has been carved out. You can still see that the original corridor was incredibly narrow.

To achieve a dramatic effect, the visitor is led into the darkness of the dome to revive the experience of the explorers. Then – [drum roll] – the light goes on and you see the world’s largest free-hanging stalactite. Seven meters high and weighing 10 tons. The colossus is hanging there now for some one million years, like the sword of Damocles, over the stream that led to the discovery.

The origin of the cave goes back about 360 million years, when Ireland was part of a shallow tropical ocean at the equator. Dead animals, plants and coral left a thick layer of limestone on the ocean floor. This layer was not uniform, there were terraces and cliffs. During successive ice ages (the last one ended 15,000 years ago) the limestone layer was worn down by the ice. Thus it seems that in some places the bottom is paved with large, flat limestone slabs (pavement). The soil is full of holes, cavities and passages, carved out by the water, far below the surface. Limestone (calcium carbonate, CaCO3) is in fact soluble in water that contains carbon dioxide (CO2). In the course of time, dripping calcareous water forms (hanging) stalactites and (standing) stalagmites in the caves.
The result of the action of ice and water on the limestone is the characteristic karst landscape of The Burren.

Cliffs of Moher

Cliffs of Moher
The coastal route ends at the spectacular Cliffs of Moher (Aillte an Mhothair), rising 200 meter from the ocean over a length of eight kilometers. This is the most visited natural attraction of Ireland, and that explains why so many coaches ride the narrow roads in these parts.

The cliffs are a protected area, because it is the home of Ireland’s largest colony of sea breeding birds. Here puffins, guillemots, razorbills, arctic fulmars, St. Peter birds, peregrine falcons, and Alpine crows are nesting.


Limestone pavement at Murrooughtoohy, The Burren

The Burren Code
For an area that is so special as The Burren special rules of conduct apply, the Burren Code. Two of these rules:
  • Leave the limestone pavement as you find it (this type of landscape is in fact protected by law)
  • Leave no trace of your visit, take nothing but memories (I’ve also taken pictures, entirely in accordance with this code, I think).

More information about The Burren National Park: www.burrennationalpark.ie 
More information about Doolin Cave: www.doolincave.ie
This blog post is a repost of my (Dutch) August 11, 2014 post.
Read my May 20, 2013 blog post about the reason why of my English reposts.

maandag 10 november 2014

Je komt het maar halen

Ook wie amper iets weet van de geschiedenis van Ierland heeft wel eens gehoord van de Grote Hongersnood die er in de negentiende eeuw heerste. Je vindt er dan ook veel ‘famine cemeteries’, hongerbegraafplaatsen. En het monument op de Doo Lough Pass.

 

De Doo Lough Pass is het hoogste punt van de Doo Lough Vallei, genoemd naar het langgerekte Doo Lough (Donker Meer). De vallei vormt een indrukwekkend natuurgebied tussen het stadje Louisburgh en het dorp Delphi (Co. Mayo). De vallei wordt van de Atlantische Oceaan gescheiden door de prachtige Mweelrea Mountains. Het gebied is onbewoond: geen huis, geen mens, zelfs geen schaap.

Doo Lough Tragedie
Op 30 maart 1849 arriveerden in Louisburgh twee ambtenaren van de organisatie voor armenhulp uit Westport. Ze kwamen om te inspecteren of de mensen die armenhulp kregen daar nog steeds recht op hadden. Om duistere redenen vond die inspectie niet plaats, maar gingen de ambtenaren verder naar Delphi Lodge, een jachthut 19 km ten zuiden van Louisburgh. De mensen die voor de inspectie waren gekomen kregen opdracht om de volgende ochtend om 7 uur bij Delphi Lodge te verschijnen als ze hulp wilden blijven ontvangen.

Gedurende de nacht en daaropvolgende dag moesten honderden berooide en uitgehonderde mensen dus een reis ondernemen die voor hen, gelet op hun verzwakte toestand, extreem vermoeiend was, en dat nog wel in zeer slecht weer.

Kort daarna werden zeven levenloze lichamen, waaaronder vrouwen en kinderen, ontdekt langs de weg van Delphi naar Louisburgh ter hoogte van het Doo Lough. Nog eens negen mensen zijn nooit thuisgekomen. Volgens de plaatselijke overlevering was het totale aantal slachtoffers van deze beproeving veel hoger, er wordt zelfs gesproken over 400 doden.


Elk jaar wordt de tragedie herdacht met een wandeling tussen Louisburgh en Doo Lough. Die wandeling voert langs een monument op Doo Lough Pass in de vorm van een ruw uitgehakt stenen kruis. Op de sokkel drie plaquettes met de opschriften:

To commemorate
the hungry poor
who walked here in 1849
and walk the Third World today.
Freedom for South Africa 1994
How can men feel themselves
honoured by the humiliation
of their fellow beings?
Mahatma Gandhi in South Africa

In 1991 we walked AFrI’s
Great Famine walk at Doolough
and soon afterwards we
walked the road to freedom
in South Africa
Archbishop Desmond Tutu

Unveiled by Karen Gearon,
Dunnes Stores Strikers,
7th May 1994

Opmerking: Dunnes Stores is een warenhuisketen in Ierland, waartegen in 1994 een anti-apartheidsboycot plaatsvond.

Dear Old Skibbereen
Mijn blogpost “Hoe een Hollandse piraat toesloeg” van 8 september 2014 ging over het Zuid-Ierse plaatsje Baltimore. Vlak daarbij ligt Skibbereen (An Sciobairin). Daarover werd in de 19e eeuw een folksong geschreven, “Dear Old Skibbereen”. In dit lied wordt de honger geplaatst in de politieke context van die tijd, een context die in de Doo Lough Tragedie ontbreekt.
Lees de onderstaande tekst, terwijl je luistert naar de uitvoering van The Dubliners: http://youtu.be/DP8PB3viZck

Oh father dear, I oft-times hear you speak of Erin's isle
Her lofty hills, her valleys green, her mountains rude and wild
They say she is a lovely land wherein a saint might dwell
So why did you abandon her, the reason to me tell.

Oh son, I loved my native land with energy and pride
Till a blight came o'er the prats; my sheep, my cattle died
My rent and taxes went unpaid, I could not them redeem
And that's the cruel reason why I left old Skibbereen.

Oh well do I remember that bleak December day
The landlord and the sheriff came to take us all away
They set my roof on fire with their cursed English spleen
I heaved a sigh and bade goodbye to dear old Skibbereen.

Your mother too, God rest her soul, fell on the stony ground
She fainted in her anguish seeing desolation 'round
She never rose but passed away from life to immortal dream
She found a quiet grave, me boy, in dear old Skibbereen.

And you were only two years old and feeble was your frame
I could not leave you with my friends for you bore your father's name
I wrapped you in my cóta mór in the dead of night unseen
I heaved a sigh and bade goodbye to dear old Skibbereen.

Oh father dear, the day will come when in answer to the call
All Irish men of freedom stern will rally one and all
I'll be the man to lead the band beneath the flag of green
And loud and clear we'll raise the cheer, Revenge for Skibbereen!

Zie ook mijn blogposts “Impressies van een Groen Eiland” van 4 augustus, “De grootste ter wereld” van 11 augustus, “Wat na duizenden jaren overblijft” van 18 augustus, “Gouden Eeuwen in Ierland” van 25 augustus en “Hoe een Hollandse piraat toesloeg” van 8 september en “Hoe je schoonpapa terzijde schuift” van 13 oktober 2014, alle zes over Ierland.

maandag 3 november 2014

How to solve the disconnect between science and society

The theme of TEDxMaastricht was: “I’m possible”. Indeed, many scientists see what’s possible. They know how to generate knowledge and how to apply it in practice. In Maastricht some of them gave interesting TED talks.

 Source: TEDxMaastricht

During TEDxMaastricht, lectures were given about the following themes: exploitation, fashion, 3D printing, and science.

For the first theme – exploitation – I refer to my October 20 post “Shocking things said at TEDxMaastricht”, while my October 27 post “Why TEDxMaastricht is a recipe for discovery” was about fashion and 3D printing, leaving science for this post.

Science in Transition
Frank Miedema, a professor of Immunology at the University Medical Center Utrecht, presented the Science in Transition initiative, which is inspired by the belief that science is in need of a fundamental change.

Miedema stated that science has become a self-referential system where quality is measured mostly by the number of publications and citations, while societal relevance is undervalued. There is a disconnect between science and society. Scientists should ask themselves: am I looking for a cure or for a career? This question is relevant, since society is in need of solutions for the Grand Challenges; see my September 30, 2013 post “I don’t see any problems, only challenges”.

According to Miedema, science has gone wrong! Science has become very capital intensive, which has led to heavy competition: who gets the money? This has resulted in a growing number of publications, but has yielded too little innovation.

That’s why Miedema pleaded to put science back into context, i.e., into society. Science should be better connected to the social and economic agenda. Science-based solutions should disseminate into society: from the laboratory to the people who need it, including people in developing countries.

The Science in Transition initiative has defined an agenda to discuss various issues involving science. One point on this agenda is the image of science. When science collaborates too much with business or when science is too much driven by ambitions to get to the front page, this image may become corrupted.

Furthermore, there is concern about public trust in science. Progress in science is fundamentally based on skepticism, which is why scientific claims are systematically and critically tested. However, the general public has difficulties to deal with uncertainty, in particular when it comes to topical issues like fracking, climate change, durable energy, food safety, and the promises of new medical treatments.

A related issue is the relationship between science and politics. The distinction between both domains is of crucial importance to guarantee the objectivity and disinterestedness of science. For scientists ‘fact-free politics’ is a nightmare, but science, unlike politics, is not decided through elections or a broad public debate.
For more information about Science in Transition: www.scienceintransition.nl/english.

A plea for curiosity
The professional work of Jens Thies at DSM covers areas such as medical coatings and biomedical drug delivery. Like Miedema, he emphasized the important role of science when it comes to dealing with the Grand Challenges. He is positive: the hole in the ozone layer has been restored, polio has been eradicated, and the blue whale has been saved from extinction – and science played a role.

However, Thies also points at the disconnect between science and society. That’s why two things are needed. First of all an educated public opinion. Events like TEDxMaastricht help to educate the public (and maybe this post helps a bit).

The other thing that’s needed is great science. And in the world of Thies science primarily consists of physics, chemistry, and biology. Scientists in these fields have realized great scientific contributions, for instance in the field of miniaturization and nanotechnology.
Over time, scientists have become more and more specialized in areas of scientific expertise that are getting ever more narrow. At the same time, this extensive specialization had led to more and more room between these fields, presenting opportunities for new combinations.

And according to Thies, that’s exactly what we need to do: connect the various scientific fields, since these combinations will provide the solutions for dealing with the Grand Challenges of our time. A scientist needs to connect with different worlds.

Therefore, we should be looking for a new breed of scientists: skilled connectors, who can be educated for their tasks, who can actually be hired for the job, and who are willing to be a connector between their peers.

In fact, it’s a call-up for everybody: give a couple of hours to curiosity: discover, discuss with others. Jump in another world.
Dare! Do! Collaborate. Connect! 

* * *

Han Dols Fotografie

Science at Brightlands
At Brightlands we do exactly what Thies advocates. At Brightlands we live to find solutions to the great global challenges in materials, health, and nutrition. Leading international researchers (like Thies), entrepreneurs, and students work together on healthy and sustainable solutions. Collaboration and cooperation that crosses scientific, geographical, and organizational boundaries.

At Chemelot Campus and Maastricht Health Campus people are working together with a focus on achieving big, radical change. People who dare, do, collaborate and connect. It’s in their DNA!

This blog post was written at the occasion of TEDx Maastricht, October 13, 2014 (www.tedxmaastricht.nl).

maandag 27 oktober 2014

Why TEDxMaastricht is a recipe for discovery

The motto of TEDxMaastricht was: “Nothing is impossible, the word itself says ‘I’m possible’!” (Audrey Hepburn). But this motto provides troublesome tasks: dare to do what it takes, dare to innovate! Fortunately, the speakers offered perspective: “I’m possible”.

Landscape house; Endless Expo Space 
(source: Universe Architecture)

TEDxMaastricht (October 13) brought to the stage a parade of interesting speakers. The most notable ones are within one of the following themes: exploitation, fashion, 3D printing, and science.

For the first theme – exploitation – I refer to my October 20 post “Shocking things said at TEDxMaastricht”. This post ended with the question: who pays the cost of fashion?

Fashion
One answer to this question was given by Hasmik Matevosyan. She is critical about the textiles industry. For instance, several cotton farmers have died from pesticides. Garments are too often produced under inhumane and dangerous labor conditions. And finally, 30% of all cloths are never sold and another 40% is sold at high discounts.
Conversely, Matevosyan advocates good fashion: ethically, environmental friendly, profitable, and affordable and attractive for consumers. To realize this a paradigm shift in fashion is required. This starts with a design system that uses tools, such as social media, to take better into account the needs and desires of the consumer. Furthermore, it requires a different business model that provides better quality and real value. For example, a business model that promotes borrowing instead of buying – a library of cloths.

Within the theme ‘fashion’ there was a talk about wearable technology by Pauline van Dongen. She designs garments in which solar systems, which can charge mobile phones, are integrated.
Another Van Dongen creation is a 3D printed shoe, which brings me to next theme (for more of her creations I refer to www.paulinevandongen.nl).

3D printing
The English artist Agi Haines explores ways to design human bodies. We already use a lot of enhancements, such as glasses, walking sticks, and tooth braces. But what about improving the human body as from birth? This leads to transfigurations of babies, who are potentially superhuman (check them out at www.agihaines.com). Haines – miss Frankenstein – suggests that another body improvement may come from 3D printed organs, such as kidneys.

This application of 3D printing is still something of the future, but other speakers gave more current examples. One of them is the entrepreneur Mick Walvisch, who places 3D printing in the context of the ‘Internet of Things’: in 2020, 37 billion things will be online.
Walvisch gave two example of 3D printing. With 3D printing he built his own windmill. And the first 3D printed car has been produced – it took no longer than 48 hours.

A remarkable application of 3D printing was developed by the designer Eric Klarenbeek. He uses organic waste that was inoculated with fungi. This mixture of biomass and mycelium is 3D printed, for example in the form of a chair or stool. This leads to unexplored connections: within a few weeks the 3D printed biomass mixture is bound into a massive form, the object is dried and is ready for use.
Want to know more? Visit www.ericklarenbeek.com.

The architect Janjaap Ruijssenaars provides a final example of 3D printing: a building. And not just a building, but one called the Endless Expo Space. The design was inspired by the Moebius ring: a structure that has only one surface and one edge. This mathematical figure, which can only exist in three dimensions, is an infinite loop and it gave Ruijssenaars a recipe for discovery.
In fact, the building still needs to be constructed. 3D printing is a major design method and it will be a production method for certain elements of the building (see artist impression).
When ready, the building will be perfect as a museum, a nice place to display a Rodin sculpture. Rodin said: “I take away what I don’t need.” In 3D printing it is the other way around: you make what you need.
For more information: www.universearchitecture.com.

In his talk, Ruijssenaars elaborated on his philosophy as an architect. As a child, he asked his father, who was also an architect: What binds all architects? The answer: gravity.
Later, he considered the four dimensions: x, y, z, and time. One dimension (x) stands for ‘idea’, two dimensions (2D) stand for ‘image’, 3D for ‘space’; and when time is added: ‘movement’.
Next, Ruijssenaars asked himself: what binds all ‘ideas’ (one dimension): nothing. And what binds all ‘images’ (two dimensions): light. ‘Spaces’ (3D objects) have matter in common. The most difficult question was: what binds all ‘movements’ (four dimensions)? Ruijssenaars’ answer: transformation.

* * *

 Han Dols Fotografie

3D printing in Brightlands
Earlier this year, an Additive Manufacturing Materials Center was established at Brightlands Chemelot Campus. This laboratory, which is part of Chemelot Innovation and Learning Labs (CHILL), develops new 3D printing materials. 3D printing can be used for the manufacture of biological systems (cartilage, bone, organs), nanostructures, combinations of different materials (metal-plastic) and fiber-reinforced components.
The market for 3D printing (also called additive manufacturing) is growing rapidly, for instance, in the biomedical, aerospace and mechanical industries and in consumer products.

3D printing technology is a real game changer in many manufacturing industries.

The final theme – science – I will cover in next week’s blog post.

This blogpost was written at the occasion of TEDx Maastricht, October 13, 2014 (www.tedxmaastricht.nl).

maandag 20 oktober 2014

Shocking things said at TEDxMaastricht

The motto of TEDxMaastricht was: “Nothing is impossible, the word itself says ‘I’m possible’!” (Audrey Hepburn). That’s why most speakers told stories of hope and perspective. But some stories were about despair and misery.

Rana Plaza Building, Savar, Bangladesh

TEDxMaastricht (October 13) brought to the stage a true parade of interesting speakers. Among them was a 17-year old student who told us how he found his passion: building smartphone apps.

A young woman shared her secret: her recipe to lose weight.

A professor gave hope to everybody suffering from schizophrenia: it’s not solely a (genetically determined) disease, since there are also environmental factors, such as childhood abuse, cannabis use, and social exclusion. Conclusion: this type of psychosis can often be treated.

A female cyclist gave an account of her attempt to be the world’s fastest woman on a bicycle. She achieved 110 km per hour – good enough to be third, but not good enough to be satisfied.

A young entrepreneur who is rolling out a network of loading stations for electronic cars, predicted that the car industry as we know it is coming to an end. His loading stations provide the same freedom to car drivers as conventional gas stations.

An organizer of large festivals mentioned the crucial elements of a successful party: music, entertainment, and happiness!

A historian convinced us that the principle of a basic income (free money) has a positive societal cost/return rate, in particular when homeless are the beneficiaries.

A high-performance expert told us why the majority is always wrong, because achieving extraordinary results requires an extraordinary approach to doing things differently.

The other speakers are within one of the following themes: exploitation, fashion, 3D printing, and science.

Exploitation
The Dutch photographer Kadir van Lohuizen showed the audience pictures of the contemporary migration from South and Central America to the USA – Via PanAm.
A trail of migrants is constantly on a dangerous journey through countries dominated by gangs. If they ever make it across the Mexican-US border alive, they will probably be arrested. Then, they’re send back to their country of origin. That’s where the exploitation really starts: they have to work for the rest of their life to pay back the smugglers, who gave them the loan to pay for their ‘ticket to prosperity’.

Another example of exploitation is provided by the clothing industry in Bangladesh. Here about four million people are employed, most of them women. They earn a minimum wage of about $68 per month – many garment factories pay less.
The world was shocked when on April 24, 2013, the garment factory at Rana Plaza in Bangladesh collapsed. The photographer Ismail Ferdous was witness of the aftermath of this disaster, in which over 1,100 workers died and around 2,500 were injured.
Later, in New York Ferdous saw on the cloths in the stores the same tags as he say in the Rana Plaza collapse. In the Western world consumers are looking for discounts – they’re one end of a chain with laborers at the other end. The question is: who pays the cost of fashion?
I recommend to visit www.costoffashion.org, because the lesson of Rana Plaza should not be forgotten.

In following posts I will cover the other themes: fashion, 3D printing, and science. 

This blogpost was written at the occasion of TEDx Maastricht, October 13, 2014 (www.tedxmaastricht.nl).

maandag 13 oktober 2014

Hoe je schoonpapa terzijde schuift

Belangrijke gebeurtenissen in de geschiedenis zijn verbonden met plaatsen en jaartallen. In Ierland is dat niet anders en bij een daarvan hoort een Nederlandse prins die koning van Engeland werd.


Al in de twaalfde eeuw wilden de Engelse koningen, zoals Henry II Plantagenet (1133-1189), Ierland binnen hun invloedssfeer brengen om meer rust te krijgen aan de grenzen van hun koninkrijk. Gedurende de eeuwen die volgden traden de Engelsen dan ook menigmaal wreed op tegen de opstandige Ieren en Engelse kolonisten namen steeds meer Iers land in bezit. De Ieren verarmden en ontwikkelden een intense haat tegen de Engelsen.

Protestanten en katholieken
In 1509 werd Henry VIII koning van Engeland en met hem kwam er een nieuw element in de relatie tussen Engeland en Ierland. Om een ontbinding van zijn huwelijk mogelijk te maken brak hij namelijk met de katholieke kerk en stichtte de protestantse Anglicaanse kerk. Deze geloofsrichting werd in geheel Engeland ingevoerd, maar Ierland bleef katholiek.

Henry VIII stuurde zijn leger naar Ierland en in 1541 was hij de eerste Engelse koning die tot koning van Ierland werd gekroond. Gedurende de decennia daarna werden regelmatig katholieke opstanden met harde hand neergeslagen, waarbij hele dorpen werden uitgemoord, het vee geroofd en de oogst werd vernietigd.

Engelse kolonisatie
Om de (katholieke) Ierse bevolking tot blijvende loyaliteit te bewegen vond vanaf 1606 de “Plantation of Ulster“ plaats. Dit hield in het verwijderen van de Ierse bevolking uit vrijwel de hele provincie Ulster, in het noorden van Ierland, en de vestiging van (protestantse) Engelse kolonisten, die loyaal waren aan de Engelse koning, vooral oud-militairen die zo hun achterstallige soldij ontvingen. Een bijzondere vestiging was die door de Londense gildes, wat leidde tot de stichting van de stad Londonderry.

In 1641-1642 kwam het in Ulster tot een heftige katholieke opstand. Zowel protestanten als katholieken werden op wrede wijze vermoord. Berucht was de moord op enkele honderden protestanten bij Portadown in 1641.

In 1648 veroverde de Ier Owen Roe O'Neill de plaats Drogheda. In reactie daarop kwam Oliver Cromwell, die toen feitelijk over Engeland regeerde, met een leger naar Ierland. Hij roept het beeld op van een genocidale tiran die tot over zijn knieën door Iers bloed waadde – niet geheel ten onrechte. Hij heroverde Drogheda en daarbij vielen 2500 doden. Wat Portadown 1641 was voor de protestanten, werd Drogheda 1648 voor de katholieken.

Karakteristiek voor de Engelse houding tegenover de Ieren in die tijd is de beschrijving van het desolate gebied The Burren (Co. Clare) door Ludlow, een van Cromwell’s generaals: “Het is een land zonder water om iemand te verdrinken, zonder bomen om iemand op te hangen en zonder aarde om iemand te begraven.
Voor mijn beschrijving van dit gebied verwijs ik naar de blogpost “De grootste ter wereld” van 11 augustus 2014 – zoek de verschillen.

In de jaren daarna hielden de Engelsen de opstandige Ieren in bedwang door mannen op te hangen en vrouwen – naar schatting zo’n 15.000 – te deporteren naar suikerplantages in de Caraïben. Honger, gevechten en ziekte deden de bevolking met bijna eenkwart krimpen. Het aandeel van de katholieken in het landeigendom daalde van 70% in 1641 naar 10% in 1660. In hun plaats kwamen Engelse landeigenaren.

James II en Willem III
In 1685 kwam James II op de Engelse troon, een overtuigd katholiek. De ongeruste protestanten in Engeland wendden zich tot Willem III van Oranje, de schoonzoon van James II en de stadhouder van Holland. Willem ging op hun verzoek in. Hij kon zo namelijk een machtsblok vormen tegenover de Fransen, die de zuidgrens van Holland bedreigden.
Willem kwam in 1688 naar Engeland en James vluchtte naar Frankrijk.

In 1689 voer James II naar Ierland, dat inmiddels vrijwel geheel door zijn aanhangers werd bestuurd. James belegerde de protestantse verzetshaarden in Ulster, Londonderry en Enniskillen, maar die hielden stand ("No Surrender"). Engeland stuurde troepen naar Belfast en in 1690 kwam Willem zelf.

Battle of the Boyne 1690
Op 1 juli van dat jaar kwam het zo tot Slag aan de Boyne. James verloor en vluchtte naar Frankrijk. Er volgde nog een bloedige veldslag bij Aughrim op 12 juli 1691, waarbij de katholieken opnieuw verloren.

De Battle of the Boyne 1690 zou de (Ierse) geschiedenisboekjes ingaan als het moment waarop de Ieren definitief tegenover de Engelsen het onderspit delfden.

Naar goed Iers gebruik is ook over de Slag aan de Boyne een lied geschreven, “Battle of the Boyne”, dat thuishoort in de bijzondere categorie Loyalist Songs. Het laat je iets ervaren van de animositeit tussen katholieken en prostestanten, tussen Ieren en Engelsen, tussen Ierland en Noord-Ierland. Een animositeit die tot niet zo lang geleden de kranten vulde. Een animositeit die dus verklaard wordt door de Battle of the Boyne 1690 en de aanloop daartoe.
De tekst – geschreven vanuit Engels perspectief – volgt hieronder: http://youtu.be/o1KggmYgHKY.

Hopelijk houden de twee partijen nu vrede (de wereld heeft meer dan genoeg aan de huidige conflicten). Tijdens mijn reis door (Noord)-Ierland, deze zomer, heb ik in in dit verband niets zorgwekkends opgemerkt.

Veel informatie voor deze blogpost heb ik gevonden in het boek “The Story of Ireland” door Neil Hegarty (2012).

Over Ierland schreef ik ook “Impressies van een Groen Eiland” van 4 augustus, “De grootste ter wereld” van 11 augustus, “Wat na duizenden jaren overblijft” van 18 augustus, “Gouden Eeuwen in Ierland” van 25 augustus en “Hoe een Hollandse piraat toesloeg” van 8 september 2014.

Battle of the Boyne 

Come don your Sash and bowler black and join the great parade,
We're on our way to celebrate 1688,
And better still and mores the thrill,
Just two years further on,
When William Prince of Orange won the Battle of the Boyne.

So raise the Crimson Banner high,
It flies for you and me,
And signifys the reason,
Why we're British and we're free.

Now sound the flute and strike the drum,
Lets hear the cymbals clash,
And play again 'old Derrys walls, Garvagh and the Sash,
As on we march we'll proudly tell in story and in song,
How William Prince of Orange won the Battle of the Boyne.

So raise the Crimson Banner high,
It flies for you and me,
And signifys the reason,
Why we're British and we're free.

Brave Schomberg, Ormond, Sidney, Solnes, Prince George and Conningsby,
They took the bridge of Slane, Duleek and Drogheda that day,
The neath bank bristled bright with pikes as Ulstermen charged on,
And William Prince of Orange won the Battle of the Boyne.

So raise the Crimson Banner high,
It flies for you and me,
And signifys the reason,
Why we're British and we're free.

Come don your Sash and bowler black and join the great parade,
We're on our way to celebrate 1688,
And better still and mores the thrill,
Just two years further on,
When William Prince of Orange won the Battle of the Boyne

maandag 6 oktober 2014

The importance of international networks

For most people prehistory is a vague term for ‘long ago’. Whoever takes the trouble to look closer, will see that also in those days international networks led to innovations.

Arrowheads, Band Ceramic culture (5400-4900 B.C.), found in Sittard

Let’s be honest, who has a good idea of the sequence and simultaneity of the prehistoric objects we find in the landscape, whether in your own country or abroad?

For most people a megalithic tomb is just a megalithic tomb, regardless of whether it’s one of the odd fifty ‘hunebedden’ in the Dutch province of Drenthe or one in Ireland (e.g., Carrowmore Megalithic Cemetery, Poulnabrone Dolmen or Altar Wedge Tomb).
Many people will respond with a shrug if told that prehistoric cultures can be distinguished on the basis of the shape of their pottery, for example, the Band Ceramic and the Funnel Beaker cultures.

Succession of periods
We can distinguish three prehistoric periods: the Stone Age, the Bronze Age, and the Iron Age. The Stone Age is divided in the Paleolithic, the Mesolithic, and the Neolithic. Below I limit myself to the Neolithitic (New Stone Age), the beginning of which coincides with the transition from hunting and gathering to agriculture and livestock. The Bronze Age started when stone was replaced by bronze for tools and weapons, the beginning of the Iron Age marks the use of iron instead of bronze.

The dating of these periods is crucial for the scope of this article. The dating varies by region and it’s interesting to compare for example Greece (Mediterranean), Limburg (Netherlands), and Ireland.

Neolithic:
  • Greece (Mediterranean): 6500-3000 B.C.
  • Limburg (Netherlands): 5400-2000 B.C.
  • Ireland: 3000-2000 B.C.

Bronze Age:
  • Greece (Mediterranean): 3000-1200 B.C.
  • Limburg (Netherlands): 2000-800 B.C.
  • Ireland: 2000-600 B.C.

Iron Age:
  • Greece (Mediterranean): 1200-700 B.C.
  • Limburg (Netherlands): 800 B.C. (until the arrival of the Romans)
  • Ireland: 600 B.C. – 100 A.D.
   
First, we can conclude that the Band Ceramic culture in Limburg (5400-4900 B.C.) is dated in the early Neolithic, which marks the introduction of (sedentary) agriculture. Later, but still in the Neolithic, comes the Funnel Beaker culture (Trechterbekercultuur, 4350-2800 B.C), when the megalithic tombs (hunebedden) in Drenthe were constructed (approx. 3000 B.C).
In Ireland we can date Carrowmore Megalithic Cemetery (4000-3000 B.C.) and Poulnabrone Dolmen (4200-2900 B.C.) back to pre-Neolithic ages, while Altar Wedge Tomb was constructed during the late Neolithic (before 2000 B.C.).
See a more detailed chronology at the end of this article.

Prehistory is getting close
Secondly, we can use this information to put some things in perspective.

Very close to my home in Sittard, several Band Ceramic objects have been found, for example, a collection of arrowheads (see picture) that can be dated back to the early Neolithic. It’s overwhelming to realize that the place where you live was already inhabited about 7000 years ago.
Such a distance in time and such a proximity in space!

In 2012, just before the construction of the LANXESS Elastomers headquarters at Brightlands Chemelot Campus started, an archeological survey at the construction site revealed traces dating back to the Iron Age (800-50 B.C.). The excavations unearthed the remains of buildings and pottery, which are thought to belong to a prehistoric farmstead.

Innovation is of all times
And where the Iron Age farmer cultivated his land, 2500 years ago, there is now Brightlands Chemelot Campus. Now, talented researchers are looking here for solutions for present-day problems: new materials, new applications, new ways of production. Their focus is on performance materials, bio-based materials, and biomedical materials.
Much has changed since prehistoric times.

However, we can draw a third conclusion from the sequence of prehistoric periods, which shows that fundamentally less has changed than we might assume.
Cultures have developed over time and in space. The migration of people, trade, and ideas from the Mediterranean to Northwest Europe, first to the Limburg region and next to Ireland, led to the development of new cultures in these places. In this way agriculture, introduced in Greece in 6500 B.C., spread to Limburg in 5400 B.C. and to Ireland in 3000 B.C. After 600 B.C., iron appeared in Ireland simultaneously with the Celts.
The almost simultaneous replacement of stone by bronze in Limburg and Ireland (about 2000 B.C., 1000 years later than in Greece) indicates that the increasing speed of innovation is not an exclusively modern phenomenon.

Nowadays, international networks are among the prerequisites of successful innovation – Brightlands Chemelot Campus can serve as a fine example. But the scope of this article is that international networks have always been a prerequisite for innovation. In fact, history provides ample illustrations of renewal that was induced by international relationships, in whatever form (peaceful or violent).

The challenge for the future is to remain innovative by bringing international relationships to a new level.

Talking about megalithic tombs, you may enjoy listening to the (Dutch) song “Steengrillen op ’t hunebed” by De Bende van Baflo Bill: http://youtu.be/9P67xA5hxgg

This blogpost was written at the occasion of The First Euregional Archaeological Conference, November 6-9, 2014 (www.lgog.nl/LBK-home).
I refer to my (Dutch) August 18, 2014, blogpost “Wat na duizenden jaren overblijft” (if only for the pictures).

Chronology:

Griekenland (Mediterranean):
  • Neolithic: 6500-3000 B.C.
  • Bronze Age: 3000-1020 B.C.
  • Iron Age: 1020-700 B.C.

Limburg (Netherlands):
  • Neolithic: 5400-2000 B.C.
  • Band Ceramic culture in Nederland: 5400-4900 B.C.
  • Funnel Beaker culture (Trechterbekercultuur): 4350-2800 B.C.
  • Megalithic dolmen in Drenthe (Trechterbekercultuur): approx. 3000 B.C.
  • Bronze Age: 2000-800 B.C.
  • Iron Age: 800-50 B.C. (until the arrival of the Romans)
Ireland:
  • Neolithic: 3000-2000 B.C.
  • Carrowmore Megalithic Cemetery (Co. Galway): 4000-3000 B.C.
  • Poulnabrone Dolmen, The Burren (Co. Clare): 4200-2900 B.C.
  • Altar Wedge Tomb, Mizen Peninsula (Co. Cork): before 2000 B.C. (3000-2000)
  • Bronze Age: 2000-600 B.C.
  • Iron Age: 600 v. Chr. – 100 A.D.
Egyptian pyramids: 2500-1800 B.C.

maandag 29 september 2014

Why water and energy are closely related

For me, as a Dutchman, there seems to be no resource more associated with abundance than water. However, from a global perspective, water is just as critical a resource as fossil energy when it comes to meeting the needs of 9 billion people in 2050.


Differences between water and energy
Both water and energy are essential resources. However, there are some remarkable diffences. First, water has more applications – is more versatile – than energy. Water is the very source of life. It is used for drinking (consumption), agriculture (irrigation, food production), manufacturing (chemical processes and cooling), transportation, cleaning (sanitation and bathing), etc.

The good news is that since 1990 well over 2 billion people have gained access to improved sources of drinking water.
However, it’s difficult to accept that still 783 million people do not have access to clean water. It is usually the poor and otherwise excluded and marginalized populations who tend to have least access to improved drinking water supplies.

And it’s alarming that water availability is expected to decrease in many regions. Agricultural use, currently accounting for approx. 70% of global freshwater withdrawals, is estimated to increase by at least 19% by 2050. Drivers of this development are the growth of the global population and changing diets.

Economic value
Energy is big business compared to water; I refer to my September 1, 2013 post “Energy For Nine Billion People”. Market forces have played an important role in the energy sector, while the management of water resources and the improvement of water-related services (water supply and sanitation) have been more of a public health and welfare issue.

Water resources are considered to be a ‘public good’ – with access to safe water and sanitation being recognized as a human right. Neither concept applies to energy and that’s why in most countries energy tends to attract greater political attention than water.

Whereas energy is required for the provision of water services, water resources are required in the production of energy.

The incentives to increase efficiency facing the two domains are asymmetrical: energy users have little or no incentive to conserve water due to zero or low prices, but water users normally do pay for energy, even though prices may be subsidized. Water and energy prices are strongly affected by political decisions and subsidies that support major sectors such as agriculture and industry, and these subsidies often distort the true economic relationship between water and energy. Particularly for water, price is rarely a true reflection of cost – it is often even less than the cost of supply.

The water-energy nexus
Water and energy are tightly interlinked. For example, increasing agricultural output will substantially increase both water and energy consumption, leading to increased competition for water between water-using sectors, including water intensive energy producers.

Global water demand (in terms of water withdrawals) is projected to increase by some 55% by 2050, mainly because of growing demands from manufacturing (400%), thermal electricity generation (140%), domestic use (130%), and agriculture.

Approximately 90% of global power generation is water intensive. Oil and gas extraction yields high volumes of ‘produced water’ (which is usually very difficult and expensive to treat).
Thermal power plants are responsible for roughly 80% of global electricity production, and as a sector they are a large user of water. For instance, power plant cooling is responsible for 43% of total freshwater withdrawals in Europe.
Local and regional impacts of biofuels can be substantial, as their production is among the most water intensive types of fuel production.

At the same time, there is clear evidence that groundwater supplies are diminishing, with an estimated 20% of the world’s aquifers being over-exploited. Deterioration of wetlands worldwide is reducing the capacity of ecosystems to purify water.

Progress must be made
It’s good to mention that the development and management of water and energy systems has the attention of the highest level of government, notably the United Nations. Their reports show that fortunately progress has been made over the last decades.
For example, in terms of manufactured goods, considerable achievements have been made in the design and formulation of products specifically aimed at reducing the water and energy content.

More progress must be made.
For example regarding the development of renewable energy, in particular solar photovoltaic and wind (these being energy sources that don’t consume water). However, the intermittent service provided by solar photovoltaic and wind often needs to be compensated for by other sources of power, which do require water to maintain load balances (geothermal energy for power generation could a good alternative).

Any means of avoiding food wastage should be encouraged and can result in considerable savings in the energy, land and water used to produce this food that no one consumes.

Energy audits to identify and reduce water and energy losses and enhance energy efficiency can result in substantial energy and financial savings, with savings of between 10% and 40% reported.

Chemically bound energy in wastewater can be used for domestic cooking and heating, as fuel for vehicles and power plants, or for operating the treatment plant itself.

Hopefully, substantial progress can actually be made in the near future.
In this context, the Sahara Forest Project may serve as a hopeful example; see my September 15, 2014 post “Not too good to be true”.

This blogpost was written at the occasion of TEDx Maastricht, October 13, 2014 (www.tedxmaastricht.nl).
Information for this post was taken from the “Progress on Drinking Water and Sanitation – 2014 Update”, published by the World Health Organization/Unicef for Water Supply and Sanitation (2014, www.wssinfo.org) and from “The United Nations Water Development Report 2014”, published by UNESCO (2014, http://www.unesco.org/new/en/natural-sciences/environment/water/wwap/wwdr/2014-water-and-energy/). 
Furthermore, I refer to www.unwater.org.