maandag 25 november 2013

Ficus

Op mijn kantoor staat een ficus, die mij leerde om naar mijn lichaam te luisteren.
Ik geef die les graag door.



Sinds kort staat op mijn kantoor een ficus, een jong plantje, geënt op een onderstammetje, in een pot ‘op-de-groei’ – een bonsai-lookalike. De plant is in de vensterbank gezet zonder dat mij ernaar gevraagd is. Maar ik deel mijn kamer met een collega en bovendien schijnt een plant goed te zijn voor de atmosfeer in de ruimte, dus: ”Laat gaan!
Temeer, omdat ik er qua verzorging geen omkijken naar heb. Ik vind het een beetje decadent, maar mijn – eigenlijk moet ik zeggen: onze plant wordt verzorgd door een speciale indoor-hovenier, ingehuurd door mijn werkgever. Op gezette tijden komt hij langs met een gieter en een snoeischaar.

Naar je lichaam luisteren!
Enkele weken geleden, de wintertijd was allang begonnen, kwam onze tuinman weer langs met de gieter. Ik vroeg hem, eerder om een gesprekje aan te knopen dan uit werkelijke belangstelling: “Hoe ver groeit die plant nog door?”
- De komende weken gaat het alleen maar minder met die plant. Dat is de tijd van het jaar. Dan komt-ie tot rust. Pas in het voorjaar bot-ie weer uit.
En hij vervolgde: “Bij de plant is het niet anders dan bij mens en dier. Die moeten ’s winters ook rustig aan doen. Of althans: dat zouden ze moeten doen. Want wie dat niet doet, luistert niet goed naar zijn lichaam. En dan zie je de gevolgen.”
- Wat zijn dan die gevolgen?
- Nou, burn-out, hè. Mensen zouden beter naar hun lichaam moeten luisteren en vaker rust moeten nemen.
- Ik zal eraan denken, elke keer als ik die plant zie.
En dat is dus gewoonlijk tijdens kantoordagen.

Maar luister je wel?
Ik begrijp die tuinman wel, want ik heb al teveel mensen een burn-out zien krijgen. Volgens mij zijn er twee manieren om rust te nemen: geestelijk en lichamelijk. Soms hebben lichaam en geest beide tegelijk rust nodig. Maar ik ervaar dat geestelijke inspanning prima is te combineren met lichamelijke rust en omgekeerd, dat beide in de juiste mate moeten worden afgewisseld. Het probleem zit voor velen in dat ‘in juiste mate’, het vinden van de balans tussen inspanning en rust.

Naar buiten
Ik vraag me af in hoeverre dat rust nemen aan een jaargetijde gebonden is. Als beoefenaar van een buitensport (wielrennen) stel ik wél vast, dat je door koud en slecht weer ’s winters minder aan lichamelijke inspanning toekomt dan ’s zomers. En dat je de neiging hebt om het ’s winters maar wat rustiger aan te doen. En dat je moet oppassen dat er tijdens die donkere dagen niet teveel kilootjes bijkomen. Dat alles bevordert de lichamelijke conditie niet echt. Wat me doet denken aan het lied “Built For Comfort” (1959) van Willie Dixon (1915-1992) en bekendgemaakt door Chester ‘Howlin’ Wolf’ Burnett (1910-1976).

Toch dwing ik mezelf om aan het huiselijk comfort niet al teveel toe te geven en ook hartje winter naar buiten te gaan. Voor lichamelijke inspanning, zodat ik er vervolgens ook geestelijk weer tegen kan.
Ik hoop dat ik zo de les van de ficus opvolg.

Dit keer geen vraag, maar een oproep: luister naar je lichaam en vind de juiste balans tussen inspanning en rust, zowel geestelijk als lichamelijk!
Maar reageren mag natuurlijk via het invulveld hieronder (nadat je de voetnoot hebt gelezen).

Nu we het toch over de tuinman hebben, hieronder een gedicht waaruit blijkt dat het niet altijd volstaat om goed naar je lichaam te luisteren.

De tuinman en de dood (1926)

Een Perzisch Edelman:

Vanmorgen ijlt mijn tuinman, wit van schrik,
Mijn woning in: "Heer, Heer, één ogenblik!

Ginds, in de rooshof, snoeide ik loot na loot,
Toen keek ik achter mij. Daar stond de Dood.

Ik schrok, en haastte mij langs de andere kant,
Maar zag nog juist de dreiging van zijn hand.

Meester, uw paard, en laat mij spoorslags gaan,
Voor de avond nog bereik ik Ispahaan!" –

Vanmiddag – lang reeds was hij heengespoed –
Heb ik in 't cederpark de Dood ontmoet.

"Waarom," zo vraag ik, want hij wacht en zwijgt,
"Hebt gij vanmorgen vroeg mijn knecht gedreigd?"

Glimlachend antwoordt hij: "Geen dreiging was 't,
Waarvoor uw tuinman vlood. Ik was verrast,

Toen 'k 's morgens hier nog stil aan 't werk zag staan,
Die 'k 's avonds halen moest in Ispahaan."

Pieter Nicolaas van Eyck (1887-1954)

maandag 18 november 2013

Mien waar is mijn A:-schijf

Toon Hermans zong in 1968: “Mien waar is mijn feestneus” Heb jij haar al eens gevraagd: “Mien waar is mijn A:-schijf” Ik zal je – namens haar – het antwoord geven.


Mijn eerste computerTijdens mijn hbo-opleiding aan de Rijks Hogere Landbouwschool in Groningen maakte ik voor het eerst kennis met de computer; dat moet omstreeks 1980 zijn geweest. De school beschikte namelijk over een terminalaansluiting op een DEC VAX 1/1. DEC staat voor Digital Equipment Corporation, in die tijd een vooraanstaande computerfabriek, die in 1988 via een overname door Compaq in Hewlett-Packard is opgegaan.

Die DEC was de mainframe-computer van de Universiteit Wageningen. Een mainframe is een computer van grote afmetingen, met een rekenkracht die toen fenomenaal was, maar die tegenwoordig zo ongeveer op een USB-stick past.
Een terminal is een beeldscherm plus toetsenbord, waarmee die computer op afstand werd aangestuurd. Voor het goede begrip: alleen díe computer en niet ook andere computers, zoals tegenwoordig via internet gebruikelijk is.

BASIC
Wij gebruikten die terminal voor twee dingen. Allereerst om zelf te programmeren in BASIC. We moesten daarvoor die programmeertaal met behulp van de terminal omzetten in een ponsband. Dit is een strook papier met gaatjes, ongeveer zoals je tegenwoordig ziet bij oude draaiorgels (zie afbeelding). Die ponsband werd vervolgens op diezelfde terminal ingelezen. Dat moest voorzichtig gebeuren, want zo’n ponsbandje kon afscheuren. Daarna volgde de verwerking in Wageningen.
Wat wij terugkregen waren meestal grafieken, opgebouwd uit basale leestekens, die door een printer op breed papier werden afgedrukt. Die grafieken verdienden – zeker als ik er nu aan terugdenk –maar één kwalificatie: houterig. Maar wij, studenten, waren toen allang blij als er überhaupt een grafiek tevoorschijn kwam.
Ik heb na mijn opleiding nooit meer in BASIC geprogrammeerd.

SPSS
De tweede toepassing was voor statistische analyses met het programma SPSS, Statistical Package for the Social Sciences. Onze Informatica-leraar De Vries was daar zeer enthousiast over. Als hij naar een onbewoond eiland moest gaan met slechts één boek, dan was dat, zo beweerde hij, met de SPSS-manual. Mijn klasgenoten hadden allen andere boektitels in gedachten.
Naderhand heb ik vaker dan eens dankbaar van SPSS gebruik gemaakt.

PC
In 1983 ging ik aan de slag met een van de eerste personal computers. Een ware revolutie in automatisering, want de gebruiker was niet langer gebonden aan zo’n groot,duur mainframe. In plaats daarvan had ik een vrijstaande computer, die simpelweg op een bureau geplaatst kon worden.
Dé fabrikant was toen IBM, maar de meesten kochten een zgn. IBM-kloon, want die waren goedkoper; in mijn geval een Commodore.

A:- en B:-schijven
Zo’n personal computer was voorzien van twee diskettestations, de A:-schijf en de B:-schijf. Het formaat van zo’n diskette – ook floppy(disk) genoemd – was toen 5 3/4 inch en de opslagcapaciteit maar liefst 360 kilobyte.
Op de diskette in het A:-station stond het programma, bijvoorbeeld het tekstverwerkingsprogramma Microsoft Word (zie mijn blog van 29 juli 2013, ook voor een afbeelding van zo’n floppy). De bestanden die je daarmee maakte, werden weggeschreven op een diskette in het B:-station.
Met zo’n pc kon je in eerste instantie redelijk uit de voeten, vooral omdat het gebruik van digitale afbeeldingen toen totaal nog niet aan de orde was.

Pas enkele jaren later werd de pc voorzien van een harde schijf, in het begin met een capaciteit van 10 megabyte. Dat werd toen de C:-schijf en die is tot op de dag van heden nog op pc’s terug te vinden, zij het met veel meer opslagcapaciteit (200 gigabyte op mijn laptop).

Diskettes, ook de kleinere van 3,5 inch van latere datum, zijn inmiddels geheel van het toneel verdwenen en daarmee verdwenen ook de A:- en B:-schijven van de computer.

De feestneus van Toon Hermans is nog steeds onmisbaar als je naar een "feesie" gaat, maar de A:-schijf dient geen enkel doel meer (evenmin als de B:-schijf).

Vraag: welk (computer)boek neem jij mee naar een onbewoond eiland?

maandag 11 november 2013

Computer kidnapped

The American National Security Agency (NSA) excels in violating everybody’s privacy. But: pay attention to more dangers in the digital domain!

Some time ago, my computer was infected with ransomware that kidnapped my PC. This poisonous software entered my computer through an apparently innocent e-mail, which – in hindsight – I should have deleted right away. The operating system was blocked and after restarting my computer the only thing I got on my screen was the Dutch police logo, again and again. The malware demanded payment to restore the blocked functionality. The instructions read that I had to use virtual digital money, available at a gas station. Very extraordinary!
Fortunately, on another PC I found online instructions for a workaround and I managed to destroy the malware.

National Cyber Security Centre
I found the expression ‘ransomware’ at the National Cyber Security Centre (NCSC). Ransomware is a form of ‘malware’ and, according to this institution, that is the word for virulent software, such as viruses, worms, and Trojan horses, mobile malware included.

The NCSC is a Dutch center of expertise that contributes to the defense of the Dutch society in the digital domain, and, thereby, to a safe, open, and stable information society. The growing dependence on ICT technology certainly increases the vulnerability of our society and economy to disruptions; that´s why digital security is vital.

Developments
Annually, the NCSC publishes the “Cyber Security Assessment Netherlands” (CSBN). This educational trend report describes developments that increase the threats and the impact of cyber-attacks, such as:
  • The increasing use of mobile devices and applications for new functionalities and for storage of (contact) data.
  • The extensive use of social media that offer as many unintended sources of information.
  • The increasing use of cloud services, interesting in terms of flexibility, costs, and convenience, such as online file sharing (WeTransfer, Google Drive, and Dropbox).
  • Big data gets bigger: large data files of large organizations represent much value for bad guys, who can use these data for attacking third parties; think of identity fraud.
  • Citizens more and more turn to online retail channels (online shopping). Remember that efficiency and customer-friendliness can put pressure on privacy.
  • The increasing ICT dependence of the electricity supply, for example the introduction of smart grid and smart meters.
  • Hyper connectivity: more and more equipment is connected online with the Internet, not only computers and phones, but also cars, TV sets, thermostats, scales, and printers.

Threats
Threats mainly come from states (for example the NSA), terrorists, (professional) criminals, cyber vandals, script kiddies, and hacktivists. ‘Script kiddies’ are hackers with limited expertise, who use techniques and tools that were invented and developed by others. ‘Hacktivists’ are persons or groups who carry out ideologically motivated cyber-attacks.

Citizens (in the Netherlands) are almost just as often the victim of ‘hacking’ as they are of bicycle theft. Criminals target bank and identity data of citizens (fraud with Internet banking). Or they try to take over the citizens’ ICT, so it becomes part of a botnet. A ‘botnet’ is a collection of infected computers that can be controlled remote, with evil intentions. Such a botnet is often aimed at the manipulation of (financial) transactions.
Citizens can also be facing attacks against services that are important to them, in particular Distributed Denial of Service (DDoS).

Recently, we’ve seen quite enough examples that show that these kinds of threats are no theory, but everyday reality. Examples are disruptions in basic services like iDeal and DigiD (iDeal is a Dutch online payment system, DigiD is a Dutch system for online authorization of government and other services).

Defense
To improve the defense against cyber-attacks, end user of devices – you and I – have a big responsibility. But that’s difficult when you are facing vulnerabilities in equipment and services, largely out of your control.

Yet, there are some measures you may consider:
  • Install an anti-virus program – I use avast! But remember: this type of software never provides 100% protection, because malware mutates extremely quickly.
  • Weak passwords present a vulnerability. For defining a new password I always use the Strong Password Generator.
    And: please, change your passwords regularly.
  • Take notice of awareness campaigns, such as the Dutch Safe Banking campaign.
  • And finally: keep in mind that by April 8, 2014, Microsoft no longer supports Windows XP. Afterwards, no security updates will be issued.

Question: What are your recommendations regarding cyber security?

Note: I’m not naive to think that the NCSC is more papist than ‘pope NSA’.
(Yet), I refer to www.ncsc.nl/english for more information about the Dutch National Cyber Security Centre. Here you find the “
Cyber Security Assessment Netherlands” (CSBN-2, June 2012; the 2013 update is available only in Dutch).
I recommend also to listen to the TED Talk "
Everyday cybercrime -- and what you can do about it" by James Lyne: http://t.co/mrwLY4k5d9.
You may also watch the more recent TED Talk “How the NSA betrayed the world's trust -- time to act” by Mikko Hypponen: http://t.co/dNHVmHqjC8.

This is a repost of my (Dutch) September 23, 2013 blog post (click the ‘English’ label below to select previous English reposts).

maandag 4 november 2013

Storm

Vorige week maandag trok de zwaarste storm sinds 1990 over Nederland. Geen storm is echter zwaar genoeg om mijn herinneringen aan de storm van 13 november 1972 weg te blazen. Pathologie van een storm.



De storm van 28 oktober 2013
Het KNMI gaf vanwege de aankomende storm voor grote delen van Nederland die ochtend code rood af. Code rood is een officieel weeralarm en houdt in dat er een verkeerschaos kan ontstaan, die volgens de weerman van dienst kan leiden tot “maatschappij-ontwrichtende omstandigheden.” De treinen reden uit voorzorg volgens een aangepaste dienstregeling en KLM annuleerde een aantal vluchten naar Europese bestemmingen.

Inmiddels zaten in Groot-Brittannië 580.000 huishoudens zonder stroom en kwamen er vijf mensen om het leven. Aan de kust van Normandië en Bretagne bereikten de golven een hoogte van 17 meter. In Duitsland, waar de storm de naam Christian kreeg, kwamen drie mensen om.

Boven Vlieland groeide de storm uit tot een orkaan: het stormde er 20 minuten met windkracht 12, de zwaarste storm in Nederland sinds 1990.

In Amsterdam kwam een vrouw om het leven toen ze werd getroffen door een omvallende boom en in Veenendaal overleed een fietser die door een tak werd getroffen. Enkele dagen later overleed in Harderwijk een derde slachtoffer. In het hele land raakten zeker 25 mensen gewond.

Verder reden er geen treinen meer van en naar Amsterdam Centraal en ook elders waren er stremmingen, omdat er omgewaaide bomen of takken op de rails lagen. Het tramverkeer in de hoofdstad werd stilgelegd.
Een veerboot met 1050 passagiers aan boord probeerde tevergeefs om de haven van IJmuiden binnen te varen en voer terug naar open zee om daar de storm af te wachten. Dit was in 25 jaar maar twee of drie keer eerder gebeurd.

In het hele land werden bomen ontworteld. Verschillende scholen werden ontruimd vanwege de dreiging van omvallende bomen. Ook waaiden op veel plaatsen dakpannen van de daken en sneuvelden zonnepanelen. De schade bij particulieren bedroeg zeker 95 miljoen euro

Omstreeks drie uur was de storm voorbij. 

De storm van 13 november 1972
Bij veel mensen, vooral in het noorden van Nederland, staat de storm van 13 november 1972 nog in het geheugen gegrift. Ook bij mij.

Die storm begon rond een uur of drie 's nachts in het westen van het land en breidde zich verder landinwaarts uit. Daarbij nam de wind in het noorden van het land toe tot windkracht 11.

Binnen korte tijd werd een groot deel van de bossen in Overijssel en Drenthe met de grond gelijk gemaakt, meer dan 2500 hectare. Ook de materiële schade aan gebouwen was enorm.

Nog diezelfde ochtend verdween de storm net zo snel als hij kwam.

Ik en mijn twee jongere broers werden die ochtend in alle vroegte door mijn vader gewekt. Mijn ouders waren ongerust en wilden ons dichtbij zich hebben. Wij woonden in een oude boerderij, waarachter verschillende gebouwen stonden: een opslagloods, een werktuigenstalling, enkele stallen. Het was eigenlijk nogal een ratjetoe, maar voor mij – ik was toen bijna 13 – een waar speelparadijs.
Toen de storm voorbij was, waren een aantal van die gebouwen volledig verwoest. Ik zie nog het golfplatendak van een die schuurtjes voor me; die was bij ons in het gazon beland, vlak voor onze woonkamer.

Ik herinner mij die storm als een angstwekkend voorval. Voor het boerenbedrijf van mijn vader was het natuurgeweld van die morgen achteraf bezien een zegen, want het gaf de (wind)stoot tot een ingrijpende modernisering van de gebouwen –bepaald geen luxe. 

Vraag: welk natuurgeweld staat in jouw geheugen gegrift?

Voor een volledig meteorologisch verslag van de storm van 13 november 1972 verwijs ik naar http://archief.weer.nl/?menu=view&cat=herfst&item=novemberstorm04112004.wn.