zaterdag 19 oktober 2013

Center Court

Voor het realiseren van het Center Court op Chemelot Campus is gekozen voor Ector Hoogstad Architecten. Lees mijn blog over het nieuwe ‘kloppend hart’ van de campus in Sittard-Geleen.

 Artist impression exterieur Center Court 
(bron: Ector Hoogstad Architecten)

Ector Hoogstad Architecten
Ector Hoogstad Architecten is bekend van een aantal opmerkelijke gebouwen, zoals Metaforum van Technische Universiteit Eindhoven en Orion van Universiteit Wageningen. De architect werd geselecteerd na een formele aanbestedingsprocedure.

Center Court
Het Center Court is cruciaal voor de toekomstige ontwikkelingen van Chemelot Campus. Dit wordt het ‘kloppend hart’ van de campus voor de groeiende campuscommunity en de vele bezoekers die er worden verwacht. Het wordt een plaats waar men elkaar werkelijk kan ontmoeten – in plaats van er ‘alleen maar’ formele bijeenkomsten te houden. Er komen uitgebreide conferentiemogelijkheden en faciliteiten op het gebied van eten en drinken.
Hier ontstaat de community die Chemelot Campus wil worden.

Het gebouw zal ook beschikken over faciliteiten om in groepen sportief te bewegen in het kader van het zgn. ‘Chemelot on the Move’-programma.

Tenslotte wordt Center Court de ‘landmark’ van Chemelot Campus. Het wordt – om zo te zeggen – de ‘bougie’ in de motor die Chemelot Campus is voor de economie van de hele regio (tweet dit). Lees mijn blog van 6 mei 2013 voor een andere metafoor van Chemelot Campus.

Studenten en onderzoekers
Center Court  wordt de plaats waar studenten en onderzoekers volop aan hun trekken komen, waar ze elkaar kunnen ontmoeten. Zo wordt Center Court de huisvesting voor Chemelot Innovation and Learning Labs (CHILL), het expertisecentrum chemie, waarin Leeuwenborgh Opleidingen, Arcus College, Zuyd Hogeschool, Universiteit Maastricht, SABIC en DSM samenwerken. CHILL is momenteel gevestigd in een bestaand gebouw op de campus.

Universiteit Maastricht zal Center Court gebruiken voor kantoren en laboratoria van het bachelor Maastricht Science Programme en voor de nieuwe master en onderzoeksgroep Biobased Materials. Deze activiteiten zijn momenteel gevestigd in bestaande gebouwen op de campus.
De nauwe samenwerking met kennisinstituten en bedrijven, alsmede de nabijheid van geavanceerde apparatuur vormen belangrijke argumenten voor de aanwezigheid van Universiteit Maastricht op Chemelot Campus.

Verder zal Center Court een belangrijke rol gaan spelen bij de innovaties van DSM, aangezien een groot aantal medewerkers van het DSM Innovation Center daar naartoe zullen verhuizen.


Artist impression interieur Center Court 
(bron: Ector Hoogstad Architecten)

Financiering
Center Court wordt gefinancierd door Chemelot Campus Vastgoed c.v., een samenwerkingsverband van de provincie Limburg, DSM Nederland B.V. en Universiteit Maastricht. Deels voor Center Court heeft de provincie eerder dit jaar besloten het eigen vermogen van deze combinatie met 43,5 miljoen euro extra te versterken (zie het persbericht van 22 februari 2013).
Het gebouw is ook mogelijk door een gecombineerde subsidie van de provincie Limburg en de omliggende gemeenten Sittard-Geleen, Stein, Beek en Schinnen.

Dit is opnieuw een voorbeeld van de kracht van de Triple Helix: samenwerking tussen overheden, kennis- en onderwijsinstellingen en bedrijven.
Center Court vergt een investering van circa 45 miljoen euro (lees mijn blogs van 17 juni 2013 en 24 juni 2013 voor enkele gedachten over het belang van een dergelijke investering).

Tijdelijke voorziening
De beoogde locatie voor Center Court is het bestaande campusrestaurant, wat betekent dat dit gebouw gesloopt wordt. Met dit gebouw is het niet mogelijk om de ambities voor Chemelot Campus te verwezenlijken.

Een bestaand gebouw op de campus wordt ingericht als tijdelijke voorziening, als plaats om te lunchen en voor bijeenkomsten. Deze voorziening is vanaf januari 2014 beschikbaar. De inrichting ervan geeft zoveel mogelijk een voorproefje van de sfeer in Center Court.
  
Vraag (om bij mijn metafoor te blijven): wat is de belangrijkste ‘vonk’ die vanuit het Center Court zal overspringen?

Deze blogpost is gebaseerd op een persbericht van 7 oktober 2013 van Chemelot Campus B.V.
Voor meer informatie over Chemelot Innovation and Learning Labs (CHILL) verwijs ik naar www.chillabs.nl.
Voor meer informatie over het Maastricht Science Programme ga naar http://www.maastrichtuniversity.nl/web/Schools/MaastrichtScienceProgramme.htm.
Voor meer informatie over het DSM Innovation Center zie: http://www.dsm.com/countrysites/dsmnl/nl_NL/over-dsm/innovatie/dsm-innovation-center.html.

Waarom je trouw blijft aan grote leiders

Er is een goede kans dat er een of meer personen zijn die een inspiratiebron voor je zijn. Het zijn vast grote leiders binnen een beweging, een land of een industrie. Zij hebben iets over zich dat ons beweegt om hun ideeën en producten tot onderdeel van ons leven te maken. Wat maakt hen zo inspirerend?



In 2009 verscheen “Start With Why: How Great Leaders Inspire Everyone To Take Action” door Simon Sinek (“Begin met het waarom: De gouden cirkel van ondernemen”). Dit boek maakt duidelijk wat de verschillen zijn tussen drie kernvragen: WAAROM?HOE?WAT?

Deze kernvragen kunnen worden gesteld bij het handelen van politici en ondernemers en bij het functioneren van organisaties en bedrijven. En er zit een rangorde in.

Volgens Sinek nemen politici en ondernemers die de WAAROM-vraag niet goed weten te beantwoorden hun toevlucht tot manipulatie. Bedrijven steken bijvoorbeeld veel energie in prijsverlagingen en promoties, in boodschappen die inspelen op angst of goede voornemens en in nieuwigheden (meestal ten onrechte innovaties genoemd). Manipulaties leveren resultaten op de korte termijn, maar zijn op de langere termijn voor die bedrijven niet vol te houden.

Leiders weten mensen te inspireren, wat tot trouwe kiezers en klanten leidt. Grote, charismatische leiders beginnen met de WAAROM-vraag. Vragen als: wat is je doel, waar ga je voor, wat geloof je? Dit zijn de vragen die verbonden zijn aan leiderschap, vragen over de filosofie achter het handelen. In organisaties beantwoordt de directeur – de visionair – deze vragen.

Vervolgens komt de HOE-vraag aan de orde: hoe kan iets beter of anders. Het betreft de acties die nodig zijn om het geloof (het WAAROM) te realiseren. Dit zijn de vragen over organisatie en infrastructuur – over de route – die in organisaties verbonden zijn aan afdelingshoofden.

Tenslotte kunnen we niet voorbijgaan aan de WAT-vraag: wat doe je? Dit zijn de vragen die in organisaties verbonden zijn aan de werkvloer – de uitvoering en de resultaten. Het WAT vormt de uitdrukking ofwel het bewijs van waar een organisatie in gelooft.

De meeste mensen kunnen goed vertellen wat ze doen, soms hoe ze het doen, maar zelden waarom ze iets doen. Leiders of leidende bedrijven geven duidelijk aan waarom ze iets doen. Volgens Sinek kopen mensen niet om WAT je doet, maar kopen ze om WAAROM je het doet. In plaats van te vragen "WAT moeten we doen om te concurreren?" moet je vragen "WAAROM zijn we ook alweer gaan doen wat we doen?"
En wat de werknemers betreft: gemiddelde bedrijven geven hun mensen iets om aan te werken, de meest innovatieve organisaties geven hun mensen iets om voor te werken (tweet dit).

Diffusie van innovatie
Sinek verbindt zijn ideeën aan de innovatietheorie van Everett Rogers (“Diffusion of Innovations”, 1962). Everett onderscheidt vijf groepen naar de snelheid van het accepteren van een nieuw product of idee: innovatoren (2,5%), pioniers (13,5%), voorloper (34%), achterlopers (34%) en achterblijvers (16%). Succes op de massamarkt (dus onder de voor- en achterlopers, totaal 68%) kan alleen worden gerealiseerd als 15-18% van de markt (dwz. de innovatoren en de pioniers) bereikt is.

Deze groep (die 15-18%) deelt waar jij voor staat en wil jouw ideeën, jouw producten en jouw diensten tot onderdeel maken hun levens. Het zijn trouwe klanten, die bereid zijn om een meerprijs te betalen en om ongemak te aanvaarden om jouw product of dienst (als eersten) te gebruiken.
Leg dus eerst uit WAAROM een product of dienst is ontwikkeld (dus de waarden en waar je voor staat) en pas daarna WAT het is of doet (dwz. de eigenschappen en voordelen).
Deze groep zal het product of dienst bij anderen aanbevelen. En daarmee komen de volgende fasen in de verspreiding in beeld.

Voorbeelden
Sinek noemt voorbeelden van grote, charismatische leiders. De meest aansprekende zijn Martin Luther King, Bill Gates en Steve Jobs. Het voorbeeld van Martin Luther King spreekt in deze context denk ik voor zich.

Bill Gates is voortdurend op zoek naar manieren om problemen op te lossen. Daarbij zag hij de computer als de perfecte technologie om ons te helpen om productiever te worden en om onze mogelijkheden volop te benutten. Momenteel lost hij andersoortige problemen op met zijn Bill & Melinda Gates Foundation.

Steve Jobs was iemand die de status quo uitdaagde. Apple representeert de levensstijl die bij die houding past. Kijk maar eens naar de Apple commercial waarmee in 1984 de Macintosh computer werd geïntroduceerd.

Mijn vraag: wat voor persoon ben jij: een WAAROM-, een HOE- of een WAT-type? Bedenk dat de wereld alle drie types nodig heeft.

woensdag 16 oktober 2013

Investeren in de kennis-economie werkt (1/2)

In Limburg wordt de komende jaren fors geïnvesteerd in de kennis-economie. Dit levert werkgelegenheid op die niet beperkt blijft tot kenniswerkers. Lees waarom.



Op 6 mei 2013 schreef ik over het programma “Kennis-As Limburg”, waarmee de Universiteit Maastricht, het Maastricht Universitair Medisch Centrum+ en Zuyd Hogeschool gaan bijdragen aan een florerende economie en een vitale bevolking in Limburg.

Het gaat om forse investeringen in de kennis-economie, die van groot belang zijn, want…:
  • De groei van de werkgelegenheid blijft niet beperkt tot kenniswerkers.
  • Investeringen in de kennis-economie komen de samenleving als geheel ten goede.
  • Die investeringen zijn van blijvende waarde voor Limburg.

Niet alleen meer kenniswerkers
De investeringen in de kennis-economie moeten leiden tot een toename van het aantal kenniswerkers. Zo wordt mede door die investeringen op Chemelot Campus een groei voorzien van 1.200 kenniswerkers nu naar 2.000 in 2020. Dit effect blijft niet beperkt tot kenniswerkers.

In 2011 publiceerde Brainport Development Eindhoven het rapport “Brainport 2020: Top Economy, Smart Society”. Dit document omvat plannen om Zuidoost-Nederland de komende jaren te ontwikkelen tot een innovatieve, duurzame regio. Nu al is dit deel van Nederland goed voor 35% van de Nederlandse export, 45% van de private uitgaven aan research & development en 55% van de patenten.

Het rapport legt uit dat 1 miljoen euro aan loonkosten in R&D leidt tot 8 banen in R&D. Maar daar blijft het niet bij. Tegelijkertijd worden 24 banen in productie gecreëerd, wat weer leidt tot 24 banen bij toeleveranciers en 32 banen in services. Kortom, 1 miljoen euro aan loonkosten in R&D leidt tot 70-100 banen in R&D, productie en service. Anders gezegd: één baan in hightech R&D levert 7-10 banen in de keten. Ter onderbouwing verwijst Brainport Development naar berekeningen van de Boston Consulting Group, een vooraanstaand Amerikaans adviesbureau.

In september 2012 hield de Amerikaanse econoom Timothy Bartik een TED-lezing over de economische betekenis van investeringen in de scholing van kleine kinderen (in een Amerikaanse context). Volgens Bartik betalen die investeringen zich op verschillende fronten uit:
  • Meer en betere banen.
  • Een toename van het gemiddeld inkomen.
  • Meer kennis, betere competenties en vaardigheden van deelnemers aan vroege scholing als ze eenmaal volwassen zijn.
  • Velen van hen blijven in de regio wonen en verhuizen niet naar elders.
  • Meer competenties en vaardigheden leiden tot het ontstaan van nieuwe banen.
  • En verder telt nog mee: minder criminaliteit en de voordelen die het biedt aan hen die wél naar elders verhuizen.

Onderzoek heeft volgens Bartik uitgewezen dat de economische groei van stedelijke gebieden niet zozeer wordt gestimuleerd door lage belastingen of lage lonen, maar door de beschikbare competenties. De maat daarvoor is voor hem het percentage academisch opgeleiden onder de bevolking.

Dat gebieden als Boston, Minneapolis-St. Paul en Silicon Valley het economisch goed doen, komt niet door het lage kostenniveau – deze gebieden zijn juist relatief duur. Deze gebieden groeien door het relatief hoge competentieniveau.

In een volgende blogpost leg ik uit dat investeringen in de kennis-economie niet alleen leiden tot meer werkgelegenheid, maar ook de samenleving als geheel ten goede komen én voor de provincie van blijvende waarde zijn.

Mijn vraag: Wat is volgens jou het belangrijkste resultaat van investeringen in de kennis-economie wat betreft werkgelegenheid?

maandag 14 oktober 2013

Martens

Eenmaal liep ik mee in een protestmars. Het was in 1982, in het buitenland, voor een zaak die niet de mijne was. Herinneringen bij het overlijden van Wilfried Martens, ex-premier van België.


Afgelopen week overleed Wilfried Martens op 77-jarige leeftijd. Van 1979 tot 1992 was hij premier van België. Dit nieuws deed mij terugdenken aan een werkweek naar België in 1982, met mijn klas van de Rijks Hogere Landbouwschool in Groningen.

Staking
We zouden de eerste dag na aankomst in Antwerpen een bezoek brengen aan de Opel-assemblagefabriek. De avond tevoren kregen we echter bericht dat deze excursie niet door kon gaan, want er zou die dag gestaakt worden.
Wij waren verontwaardigd: komen we helemaal uit Groningen, en dan dit…!

Er werd contact gezocht met de vakbond die de staking organiseerde. Tot onze verrassing had men daar begrip voor onze verstoordheid. We mochten die ochtend zelfs voor uitleg naar het vakbondsgebouw komen.

Vakbond
Die morgen bruiste het vakbondsgebouw in het centrum van Antwerpen van activiteit. Op de begane grond was een enorme zaal, waar de stakers werden geregistreerd. Het was er een drukte van belang.

Wij werden meteen meegenomen naar een nette, maar sobere vergaderzaal op de eerste verdieping, waar een vrijgestelde er meer dan een uur voor uittrok om ons bij te praten over de sociale geschiedenis van Vlaanderen.
Die sociale geschiedenis werd verbonden met de geschiedenis van heel België, inclusief de taalstrijd. In de 19e eeuw hadden de Waalse industriëlen het in Vlaanderen voor het zeggen, wat gepaard ging met een onderdrukkend regime voor de Vlaamse werkende klasse. Wat in die eeuw werd aangericht, bepaalt tot op heden de sentimenten in het tweetalige land.

Het werd er door de vakbondsman dik bovenop gelegd: de sociale geschiedenis van België culmineerde in de staking van die dag.
En wij waren erbij!

Protestmars
En zo liepen wij die middag mee in een protestmars van Vlaamse fabrieksarbeiders. Als studenten waren wij solidair, ook al hadden we nog nooit een auto in elkaar gezet (en dat was maar beter ook, lees mijn blog van 16 september 2013).

We hieven luidkeels een spreekkoor aan op de melodie van het kinderliedje ‘Schipper mag ik overvaren’ met de onvergetelijke tekst: “Martens ken gaan zakkies plakken hi ha ho.” De herkomst van deze pakkende strofe doe ik af in een voetnoot.

Sommige stakers zongen met ons mee. En daarmee was de protestmars voor ons geslaagd.
De excursie naar de Opel-fabriek hadden we inmiddels uit ons hoofd gezet.

Ik heb een vraag voor de veerman bij Berg aan de Maas: “Moet ik straks ook tol betalen, ja of nee?"

Voetnoot 1: De tekst “Martens ken gaan zakkies plakken” was onze gelegenheidsvariant op “Ajax ken gaan zakkies plakken,” waarop het Ajax-elftal tijdens uitwedstrijden in de Kuip door Feyenoord-supporters werd getrakteerd, met een onvervalste Rotterdamse tongval. Zakjes plakken is het aanleggen van een verzameling suikerzakjes, die in plakboeken werden ingeplakt. Het is een aardig instap-thema voor beginnende verzamelaars met een beperkt budget. Rond deze truttige hobby hangt echter een penetrante spruitjeslucht: wie zakjes plakt zal het op het voetbalveld nooit ver schoppen. Ik vermoed trouwens dat het verzamelen van die suikerzakjes met de opdruk van het koffieschenkend etablissement in onbruik is geraakt, want het is lang geleden dat ik zulke rechthoekige zakjes heb gezien (tegenwoordig verstrekt men immers suiker in anonieme papieren staafjes).

Voetnoot 2: Vanwege het specifiek Nederlandse karakter van deze blogpost zie ik af van vertaling in het Engels.

maandag 7 oktober 2013

Duik in het onbewuste

“Twee zielen, één gedachte,” luidt het gezegde als twee mensen tot elkaars verrassing dezelfde mening hebben. Maar ook geldt: “Eén ziel, twee gedachten.” In het menselijk brein huizen namelijk het bewuste én het onbewuste. Hebben die ook dezelfde mening?


De sterke kanten van het onbewuste vormen het aardige onderwerp van het boek “Het slimme onbewuste: Denken met gevoel” door Ap Dijksterhuis, hoogleraar psychologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Die kwaliteiten liggen volgens hem op het vlak van het waarnemen, het hebben van een mening, het beslissen, de creativiteit en het gedrag.

Onbewust waarnemen
In het boek komt het bewuste er maar bekaaid van af. Want dat kan maar één ding tegelijk. De bewuste aandacht is namelijk eenzijdig gericht. Onbewust zien, horen en voelen we veel meer dan we ons bewust zijn. Zo verwerken we onbewust meer reclameboodschappen dan we ons bewust zijn.

Die gevoeligheid in onze onbewuste waarneming wordt door Dijksterhuis subliminale waarneming genoemd. Dit helpt ons om bedreigende situaties sneller te doorzien, het laat ons wennen aan nieuwe dingen en het helpt ons bij het bepalen van wat goed of slecht voor ons is. Dit hangt samen met drie verschijnselen rond subliminale waarneming:
  1. Mere exposure-effect: mensen vinden een object positiever naarmate ze er vaker mee in aanraking komen.
  2. Negativiteitseffect: mensen merken over het algemeen negatieve en bedreigende dingen sneller op dan positieve en niet-bedreigende dingen.
  3. Evaluatief conditioneren: een min of meer neutrale stimulus die wordt gekoppeld aan heel positieve of juist heel negatieve stimuli wordt vervolgens ook positiever resp. negatiever.
Bij deze opmerkelijke kwaliteiten van het onbewuste steekt onze bewuste waarneming maar schril af. Twee opmerkelijke missers in de waarneming illustreren dit:
  • Inattentional blindness: wanneer we heel geconcentreerd aandacht aan iets besteden, zien we andere dingen volledig over het hoofd.
  • Change blindness: grote veranderingen in onze omgeving merken we vaak niet op.

Onbewust gedrag
Het boek gaat in op twee facetten van gedrag: het onbewuste (interpersoonlijke) gedrag, waarbij imitatie een rol speelt. En het bewuste gedrag, waarbij de vrije wil aan de orde is.
Om met het eerste aspect te beginnen: mensen imiteren elkaar, onbewust en onbedoeld. Er is een relatie tussen de sterkte van de sociale band en de mate van imitatie. Hierdoor pas je je onbewust aan je sociale omgeving aan.

Bewust gedrag
Bewust gedrag veronderstelt een zekere mate van vrije wil. Volgens het boek is bewust gedrag altijd het resultaat van onbewuste processen. Gedrag begint echter onbewust, en bewust genomen beslissingen zijn volgens Dijksterhuis maar schijn. Dit trekt het hele idee van een vrije wil in twijfel. Dat neemt niet weg dat we ons wel van ons gedrag bewust zijn. Maar zowel de gedachte als het gedrag komt voort uit een onbewuste 'beslissing' om het gedrag uit te voeren. Het bewustzijn doet niets, maar heeft op een passieve manier wel invloed. Informatie die in het bewustzijn binnenkomt, mobiliseert onbewuste processen, die vervolgens aan de slag gaan.

Ik adviseer je om zelf te lezen hoe onze onbewuste mening volgens Dijksterhuis vaak belangrijker is bij de beïnvloeding van ons gedrag dan onze bewuste mening. En hoe het bewuste en het onbewuste (intuïtie) als het ware strijden om een rol bij de menselijke besluitvorming. En tenslotte over de creatieve capaciteiten van het onbewuste (inspiratie).

Het schlemiele bewuste?
Dijksterhuis laat de lezer achter met de gedachte dat het bewuste en het onbewuste op rigide wijze van elkaar gescheiden zijn. Gedachten uit het lucide, overactieve, teugelloze onbewuste worden als onder osmotische druk mondjesmaat in het verduisterde, lamlendige, willoze bewuste geperst.
Of om een andere metafoor te gebruiken, het theater: op het toneel staat de slecht voorbereide en vergeetachtige acteur (het bewuste), duidelijk zichtbaar voor het publiek. Uit het zicht wordt hij ingefluisterd door een alwetende souffleur met het script op schoot (het onbewuste).

De menselijke geest als diepzee
Ik zet daar een andere metafoor tegenover: de diepzee.

De menselijke geest is als de diepzee, waarin de meeste onderzeeërs maar tot een beperkte diepte kunnen afdalen. Vlak onder het wateroppervlak, net buiten de kust ziet de duiker de mooiste vissen, koraalriffen en scheepswrakken (het bewuste). Naarmate de vissen dieper zwemmen, worden ze voor hem minder goed zichtbaar – het onbewuste krijgt steeds meer de overhand. Het laagste niveau van bewustzijn bevindt zich in de troggen van de diepzee. Slechts weinig onderzeeërs kunnen daarin afdalen – mogelijk op zoek naar een gezonken Titanic.
Er is naar mijn oordeel dus een graduele overgang van het bewuste naar het onbewuste (tweet dit).

Volgens Dijksterhuis is het belangrijkste ‘nut’ van het bewuste, dat je daarmee het leven kunt ervaren. Zonder deze ervaring is het leven als een droomloze slaap.
Ik geloof dat het genuanceerder ligt.

Vraag: wie is zich bewust van de kwaliteiten van het eigen onbewuste?