woensdag 31 juli 2013

Honkvast?

De Nederlander is aan zijn geboortegrond gebonden. En dat geldt al helemaal voor Limburgers. Mooi, want zo blijven investeringen in de kennis-economie van waarde voor de Limburgse bevolking. Maar hoe honkvast zijn die Limburgers eigenlijk?
Op 24 juni 2013 verwees ik naar een recent onderzoek van het Meertens Instituut: de Nederlandse bevolking blijkt in hoge mate gebonden aan de eigen geboortegrond. Ik bracht dit in verband met de investeringen in de Limburgse kennis-economie. Deze investeringen zijn van blijvende waarde voor de provincie als de bevolking er overwegend blijft wonen.

Vergelijking
Het Meertens Instituut biedt een verhelderend inzicht in de migratie van de Nederlandse bevolking. Voor een vergelijking heb ik de keuze gemaakt voor drie gemeenten:
  • Sittard-Geleen, waar ik woon (94.000 inwoners, 1.196 inwoners per km2)
  • Midden-Drenthe, waar ik ben geboren (33.000 inwoners, 98 inwoners per km2)
  • Amsterdam, waar mijn echtgenote is geboren (800.000 inwoners, 4.767 inwoners per km2).

Onderzoek Meertens Instituut
Het Meertens Instituut onderzocht per gemeente:
  1. Herkomst: het percentage personen (van 30-50 jaar) die in een gemeente is geboren en hetzelfde gegeven voor hun ouders, grootouders en overgrootouders (aanvullende informatie is de herkomst uit het buitenland).
  2. Herkomst: indien niet in de betreffende gemeente geboren, afstand tot die gemeente. Hierbij wordt de mediaan gegeven, dwz. de middelste waarde als je alle uitkomsten van laag naar hoog op een rijtje zet. De mediaan is kleiner dan het rekenkundig gemiddelde, omdat uitschieters minder zwaar meetellen.
  3. Verspreiding (geboorteplaats): het percentage van een bepaalde generatie dat is geboren in de betreffende gemeente ten opzichte van de oorspronkelijke generatie 1880-1900.
  4. Verspreiding (geboorteplaats): indien er niet geboren, de afstand tot de betreffende gemeente (mediaan) ten opzichte van de oorspronkelijke generatie 1880-1900.
  5. Verspreiding (woonplaats): het percentage van een bepaalde generatie dat woonachtig is in de betreffende gemeente ten opzichte van de oorspronkelijke generatie 1880-1900.
  6. Verspreiding (woonplaats): indien er niet woonachtig, de afstand tot de betreffende gemeente (mediaan) ten opzichte van de oorspronkelijke generatie 1880-1900.
Steeds geldt: hoe hoger de percentages en hoe kleiner de afstanden, hoe honkvaster.
Onderaan deze blogpost vind je de resultaten in tabellen.

Herkomst
Volgens het Meertens Instituut is 52% van de personen (van 30-50 jaar) in Sittard-Geleen daar ook geboren. Dit is hoger dan in Midden-Drenthe en Amsterdam, dus is men in Sittard-Geleen wat dat betreft honkvaster.

We kunnen een generatie teruggaan en dan blijkt dat 28% van de ouders van de personen in Sittard-Geleen ook in die gemeente is geboren, amper een verschil ten opzichte van Midden-Drenthe en Amsterdam.

We kunnen nog een generatie teruggaan en dan blijkt dat 16% van de grootouders van de personen in Sittard-Geleen ook in die gemeente is geboren; voor de overgrootouders is dit 12%. Bij deze generaties is er een lichte neiging tot minder honkvastheid in Sittard-Geleen in vergelijking met de twee andere gemeenten, wat volgens mij verklaard wordt door de migratie naar Sittard-Geleen door de mijnindustrie.

Personen in Sittard-Geleen die daar niet zijn geboren, zijn geboren op 15 km afstand van de gemeente; deze afstand bedraagt 20 km voor hun ouders, 23 km voor hun grootouders en 30 km voor hun overgrootouders. Die afstanden zijn klein in vergelijking met Midden-Drenthe en Amsterdam, dus kan geconcludeerd worden dat men in Sittard-Geleen relatief honkvast is.

Verspreiding (geboorteplaats)
Ten opzichte van de oorspronkelijke generatie 1880-1900 (dwz. de ‘overgrootouders’) uit Sittard-Geleen is 71% van hun kinderen ook in die gemeente geboren. 55% Van hun kleinkinderen is daar geboren en 46% van hun achterkleinkinderen. In vergelijking met Midden-Drenthe is men Sittard-Geleen relatief honkvast. Ten opzichte van Amsterdam geldt dit alleen voor de jongste generatie, voordien zijn er amper verschillen.

Voorzover de kinderen van de oorspronkelijke generatie 1880-1900 niet in Sittard-Geleen zijn geboren, is hun afstand tot die gemeente 15 km. Voor hun kleinkinderen bedraagt die afstand ook 15 km en 30 km voor hun achterkleinkinderen. Deze afstanden zijn veel kleiner dan voor Midden-Drenthe en Amsterdam. Dit onderbouwt de honkvastheid van de bevolking van Sittard-Geleen.

Verspreiding (geboorteplaats)
Ten opzichte van de oorspronkelijke generatie 1880-1900 uit Sittard-Geleen is 55% van hun kinderen ook in die gemeente woonachtig. 39% Van hun kleinkinderen woont daar en 33% van hun achterkleinkinderen. Deze percentages liggen een stuk hoger dan in Midden-Drenthe en Amsterdam. Nogmaals: men is in Sittard-Geleen relatief honkvast.

Voorzover de kinderen van de oorspronkelijke generatie 1880-1900 niet in Sittard-Geleen woonachtig zijn, is hun afstand tot die gemeente 16 km. Voor hun kleinkinderen bedraagt die afstand 20 km en 23 km voor hun achterkleinkinderen. Deze afstanden zijn een stuk kleiner dan voor Midden-Drenthe en Amsterdam. Dit vormt de laatste onderbouwing voor de honkvastheid van de bevolking van Sittard-Geleen.

Ik verwijs naar het Meertens Instituut, voor wie de analyse wil overdoen voor zijn geboorte- en woonplaats(en).

Jongeren tot 30 jaar
Soms wordt gesteld dat jongeren Limburg verlaten om elders te studeren of te werken en dat zij niet terugkeren. Deze stelling kan ik op basis van het onderzoek van het Meertens Instituut niet weerleggen, maar brengt mij wel tot de onderstaande vraag.

Mijn vraag: verschilt het beeld voor jongeren (tot 30 jaar) aanmerkelijk van dat voor 30-50 jarigen?

TABELLEN

1. Herkomst: geboren in de betreffende gemeente

1a. Herkomst uit het buitenland


2. Herkomst: indien niet in de betreffende gemeente geboren, afstand tot die gemeente (mediaan)
 

3. Verspreiding (geboorteplaats): geboren in de betreffende gemeente t.o.v. oorspronkelijke generatie 1880-1900
 


4. Verspreiding (geboorteplaats): indien er niet geboren, afstand tot de betreffende gemeente (mediaan)



5. Verspreiding (woonplaats): woonachtig in de betreffende gemeente t.o.v. oorspronkelijke generatie 1880-1900


6. Verspreiding (woonplaats): indien er niet woonachtig, afstand tot de betreffende gemeente (mediaan)
 

maandag 29 juli 2013

Stomme vragen bestaan niet. Toch?

Na studie (en militaire dienstplicht) ging ik 1984 écht aan het werk. De personal computer was toen net op de markt en voor mij werd dat een belangrijk stuk gereedschap – tot op heden. Ik herinner me de eerste vraag die ik aan de helpdesk stelde.



Voor de eerste personal computers waren al snel allerhande programma’s beschikbaar. Zoals dBase II van Ashton-Tate. Dit programma hield qua functionaliteit het midden tussen een database- en een spreadsheet-programma.

Vrijwel al die eerste programma’s, inclusief dBase II, zijn in de loop van de tijd vervangen door andere. Maar één programma wordt tot op de dag van vandaag door velen gebruikt: het tekstverwerkingsprogramma Word van Microsoft.

Naast Word had je in die tijd Wordstar en Wordperfect. De gebruikers ervan waren op ongeveer dezelfde manier in min of meer rivaliserende groepen in te delen als nu de gebruikers van smartphones op basis van het besturingssysteem.

Ik begon met Word in een versie die niet eens van een versie-nummer was voorzien. Ik ben dus de trotse gebruiker van Microsoft Word versie 1.0. Ik bezit zelfs nog de originele 5.25 inch-diskette, waarop dat programma toentertijd werd geleverd (zie de afbeelding).

Tekstverwerken op een computer: er ging een nieuwe wereld voor mij open! Ik was gewend aan een typemachine (waaraan ik mijn stevige toetsaanslag heb overgehouden). Typen leerde ik toen ik 13 jaar was – het heette toen nog machineschrijven. Ik had een chagrijnige instructeur. In mijn herinnering werd het niet-blind typen met een oorvijg afgestraft.
Mijn jongere broers hadden typeles bij Scheidegger, op een Scheidegger-typemachine. Met doppen over de toetsen, bij elke vinger een andere kleur, om het blind typen erin te krijgen.

Om het typediploma te halen moest je een bepaald aantal foutloze aanslagen halen. Foute aanslagen leerde je naderhand wel af. Bijvoorbeeld bij het maken van scripties voor school. Want anders zat je de hele tijd te klooien met die Typex-correctievelletjes. Ik heb er stapels van doorgejaagd. (Aan wie zonder typemachine is opgegroeid leg ik de techniek op verzoek graag uit.)

En toen kwam de tekstverwerker op de pc. En daarmee was ik in één keer van die correctie-ellende af! Dacht ik.

Want ik had over tekstverwerkingsprogramma’s gelezen dat je typefouten niet alleen onmiddellijk kon corrigeren, maar ook naderhand. Je moest dan met de pijltjestoetsen naar de positie waar de typefout zal en dan kon je daar het ontbrekende woord invoegen.

Groot was mijn ontsteltenis toen dat woord niet werd ingevoegd, maar dat al typend de bestaande tekst werd overschreven. Wat deed ik fout?

Die vraag legde ik voor aan de helpdesk. En het antwoord was verhelderend: druk eenmaal de INS-toets en je kunt tekst invoegen, druk nogmaals de INS-toets en de bestaande tekst wordt overschreven. (Wie nu op de laptop die INS-toets zoekt: daar heet die toets voluit “Insert”.)

Gelukkig zegt men: “Stomme vragen bestaan niet” (tweet dit).

In volgende blogposts zal ik andere ervaringen rond ICT met je delen.

Mijn vraag: wat waren jouw eerste ervaringen met personal computers?

maandag 1 juli 2013

William the Silent and ‘strange birds’

At the time of the coronation of King Willem-Alexander (April 30, 2013), my thoughts went back to his illustrious ancestor William the Silent. In 1568, the Prince crossed the Meuse River at Obbicht. With pelicans in his company. What were those ‘strange birds’ doing there?
Most people know the pelican from nature films or the zoo. Or from the title of the 1993 motion picture ‘The Pelican Brief’. I discovered some places where this ‘strange bird’ emerges as a symbol of self-sacrifice.

In 1999, in the small Limburg village of Obbicht a monument was revealed to commemorate the crossing of the Meuse River by William of Orange in 1568. This crossing took place during a campaign of the ‘Father of the Dutch Nation’, marking the beginning of the Eighty Years’ War. From near the German city of Trier Orange had left with an army of over 30,000 men. In the moonlit night of 4 to 5 October, that army crossed the Meuse River. It used the same method as Julius Ceasar had applied much earlier. A compact mass of cavalry was positioned in the middle of the current and under its protection the whole army passed the river. Thereby the soldiers came up to their necks in the water.

The news about the crossing spread fast. The Spaniards became frightened of the Prince and simply contradicted the facts. An Amsterdam civilian was flogged, because he brought the news into the city. The Duke of Alva exclaimed: “What, is the army of the Prince of Orange a flight of wild geese that can fly over the Meuse?” But it was true. The Prince and his army stood in the Spanish duke’s ‘backyard’. His standard bore the slogan “pro Lege, Rege, Grege” (for the law, the King and the people). On some standards a pelican adorned, lacerating its chest to feed its chicks with her own blood.

So the pelican is used as a symbol of self-sacrifice by the Prince of Orange for the purpose of the population of the Low Countries. But also as a symbol in the Christian meaning, because the Eighty Year’s War was a battle for freedom of religion.

The pelican is also depicted in the seal of the (former) Reformed Church of Sittard, which dates from 1616. In that year, the Eighty Years’ War was ‘on hold’ (Twelve Years Truce). We see a pelican on its nest with chicks. The bird feeds them by pecking meat from its own chest. On the seal we see the legend: ‘Vita In Me. Mors In Me.’ “Life in me, dead in me.” The pelican is used here (too) as a symbol of Jesus Christ.

I also encountered the pelican with the Cathars. During the Middle Ages, they formed a heretic movement in Southern Europe. Some of them ended on the stake. In the Cathar village of Montaillou the following myth was told. ‘There is a bird called pelican: his feathers shine in the sun. And he always follows the sun. This pelican had chicks. He left them in the nest to be better able to follow the sun. While he was away, a wild animal entered the nest and tore of the chicks legs, wings and beaks. After this had happened a few times, the pelican decided to conceal his radiant appearance, to hide between his chicks and to surprise the animal to kill it, if it dared to come back to his nest. This happened. Instantly, the little pelicans were set free. Likewise (and this was the Catharian twist to the story), Christ concealed its radiant countenance at the incarnation in the Virgin Mary; in this way he could capture the bad God and lock him in the darkness of hell. And so, the bad God stopped to destroy the creatures of the good God.’

Questions: Do you know other place where the pelican is used as a symbol? What other remarkable symbols do you know?

This post is an adaptation of two articles that were published in 1998 en 1999 in "Gaandeweg”, the information magazine of the Protestants Congregation Sittard" (nowadays Sittard-Grevenbicht).

My sources:
About the crossing of the Meuse River: John Lothrop Motley, ‘The Rise of the Dutch Republic’ (1948 Dutch translation).
About the Cathars: Emmanuel Le Roy Ladurie, ‘Montaillou, The Promised Land of Error’ (1984, in Dutch translation).


This is a repost of my (Dutch) April 29, 2013 blogpost. Please let me know if you like to read other posts in English.

One reaction on the original post I like to share here. A reader sent me hyperlinks to two French poems, featuring the pelican:
  1. "La Muse", a romantic poem by Alfred de Musset: http://www.revue-texto.net/Reperes/Cours/Mezaille/pelican.html
  2. A nice French children’s poem: http://blog.crdp-versailles.fr/curie/index.php/post/07/02/2012/le-p%C3%A9lican2