maandag 19 februari 2018

Door het tranendal tussen prachtige bergen

Landschappelijk vormen de Great Smoky Mountains een van de mooiste gebieden van de oostelijke Verenigde Staten. Ooit bood dit onherbergzame gebied een toevlucht aan Indianen. We leerden hun geschiedenis kennen tijdens de ‘Indian summer’.


Great Smoky Mountains National Park, N.C.
Toevlucht voor de Cherokees

Hoe Schildpad won van Konijn
Konijn Tsistu was een goede hardloper en iedereen wist het, maar hij schepte erover op. Uiteindelijk besloot Schildpad Dakasi hem een lesje te leren. Schildpad was een groot krijger, maar hij was langzaam. Hij en Konijn maakten ruzie wie de snelste was. Ze besloten een wedstrijd over vier bergruggen te houden.
Konijn wist zeker dat hij de snelste was en hij zei: "Jij kunt niet hard rennen en je zult nooit winnen, dus ik geef je een voorsprong – je kunt een hele bergrug vóór me beginnen." Konijn stemde toe en die nacht trommelde hij zijn vrienden op, want hij had hun hulp nodig. Hij wist dat hij het konijn niet kon verslaan, maar hij wilde een einde maken aan zijn gepoch.

De volgende dag wilden alle dieren de wedstrijd zien. Schildpad ging naar de eerste heuvelrug en ze begonnen aan de race. Konijn ging er met grote sprongen vandoor. Maar toen hij de top van de heuvelrug bereikte, zag hij Schildpad al over de tweede bergrug gaan. Konijn liep steeds sneller, maar Schildpad was hem altijd een bergrug voor. Hij passeerde de vierde bergrug net op tijd om te zien hoe Schildpad de race won. Dodelijk vermoeid viel Konijn languit op de grond en riep uit: ”Mi, mi, mi, mi.
De dieren vroegen zich af hoe Schildpad de race had gewonnen, maar hij heeft zijn geheim nooit verteld. Omdat hij en zijn vrienden op elkaar leken, verstopte hij op elke heuvelrug een van hen, die vertrok als het konijn eraan kwam. Schildpad zelf verstopte zich bij de vierde bergkam, zodat hij vóór Konijn kon finishen om een einde te maken aan zijn opschepperij.

Cherokee
Deze fabel wordt verteld in het Museum of the Cherokee Indian in Cherokee, North Carolina, een verhaal dat deel uitmaakt van de mondelinge overlevering van dit volk.

De plaats Cherokee ligt net ten zuiden van het Great Smoky Mountains National Park. De Cherokees noemden deze bergen shaconage, wat ‘blauw als rook’ betekent. Ze maken deel uit van de Appalachen, een bergketen tot 2.000 m hoogte die noord-zuid in oostelijk USA ligt.

Landschap met een episode uit de verovering van Amerika
Jan Mostaert (1475-1555)

Het museum in Cherokee vertelt de dramatische geschiedenis van deze Indianenstam. Dramatisch omdat de verhouding tussen Indianen en Europeanen van meet af aan getroebleerd is geweest, zoals het schilderij hierboven uit circa 1525 laat zien, en tot veel doden heeft geleid. Dat ging al mis toen in 1540 de Spaanse conquistador Hernando de Soto langskwam en, op zoek naar goud, besmettelijke ziektes meebracht.

Er was in Zuidoost-USA een groot handelsnetwerk, waardoor de Cherokees in contact kwamen met Europese handelaren. De krachtverhoudingen waren niet gelijkwaardig, want die handel resulteerde in een afhankelijke status van de Indianen. Al hun benodigdheden, waaronder vuurwapens, kwamen van de blanken. Mede daardoor verloren de Cherokees steeds meer gebieden door zgn. verdragen met Engeland en Amerika.

De Cherokees in Londen, 1762

De reis naar Londen
Een opmerkelijke figuur is de Cherokee-leider Ostenaco (1703-1780). Hij zag eens een portret van de Engelse koning George III (1738-1820) en zei: “Al lange tijd heb ik de koning willen ontmoeten…” Kort daarna ging hij met twee andere Cherokee-leiders naar Londen, begeleid door de militair Henry Timberlake (1730 of 1735-1765).

De latere president Thomas Jefferson schreef: Ik wist veel over de grote Ostenaco, de krijger en redenaar van de Cherokees. Hij was dikwijls te gast bij mijn vader. Ik was in zijn kamp op de avond dat hij afscheid nam van zijn volk voordat hij naar Engeland vertrok. De maan scheen in volle pracht en het was alsof hij daarop zijn gebeden richtte, voor zijn eigen veiligheid tijdens de reis en voor de veiligheid van zijn volk bij zijn afwezigheid. Zijn duidelijke stem, heldere uitspraak, levendige gebaren en de plechtige stilte van zijn toehoorders rond de kampvuren vervulden me met ontzag en eerbied, hoewel ik er geen woord van verstond.

Toen de drie Cherokees in juni 1762 in Londen aankwamen, waren ze meteen een grote attractie en trokken ze grote menigten. De dichter Oliver Goldsmith wachtte drie uur om de Cherokees te ontmoeten, waarna hij Ostenaco een geschenk aanbood. Sir Joshua Reynolds maakte portretten van hen en zij ontmoetten koning George III persoonlijk. Eind augustus 1762 keerden de Cherokees terug naar Noord-Amerika.

Civilisatie
Aan het einde van de 18e eeuw was het Amerikaanse beleid erop gericht de Cherokees te civiliseren, om boeren van deze jagers te maken. Daarmee kwam aan de oorspronkelijke levensstijl van de Cherokees een einde.
We maken kennis met een tweede opmerkelijke figuur: Sequoyah (1770-1843). Hij was een zilversmid die erin slaagde een tekensysteem te ontwikkelen om de Cherokee-taal op schrift te stellen. Dit schrijfsysteem werd zo succesvol dat de Cherokees meer geletterd waren dan de Europese kolonisten.

Trail of Tears
In 1838 werden 45.000 Indianen in Zuidoost-USA gedeporteerd naar Oklahoma, volgens een bevel van president Andrew Jackson (1767-1845; zijn standbeeld staat in Nashville), de Indian Removal Act van 1830. Hij en zijn opvolger Martin Van Buren (1782-1862) maakten op die manier rigoureus land vrij voor Europese kolonisten, onder wie slavenhouders.
De tocht van de Indianen naar het westen wordt de “Trail of Tears” genoemd, aangezien alleen al 4.000 van 18.000 Cherokees deze uittocht niet overleefden. De andere verdreven stammen waren de Chickasaws, de Creeks, de Choctaws en de Seminoles. Dit is een van de meest onthutsende gebeurtenissen in de Amerikaanse geschiedenis.
De achtergebleven Cherokees trokken zich terug in onherbergzame delen van de Great Smoky Mountains. Hun nakomelingen wonen nu in de plaats Cherokee.

Ocanaluftee Indian Village, Cherokee, N.C.

Tot op heden zijn de Cherokees en andere Indianenstammen niet echt in de Amerikaanse samenleving geïntegreerd. In de Great Smoky Mountains wonen de Cherokees in een reservaat. De toerist merkt dat aan drie dingen. Het hele gebied is drooggelegd, d.w.z. er wordt geen alcohol verkocht. Vlakbij het historisch museum is het openluchtmuseum Ocanaluftee Indian Village. En er is Harrah’s Cherokee Casino Resort, dat voor de bevolking van het reservaat een belangrijke bron van inkomsten is.

Pigeon Forge, Tennessee
Vermaak voor miljoenen bezoekers per jaar

Daarmee heeft het reservaat qua vermaak geen exclusiviteit in de regio, want aan de noordzijde van de Great Smoky Mountains vinden we Pigeon Forge, wat feitelijk één groot pretpark is, met Dolly Parton als beschermvrouwe. De plaats ligt tussen twee vergelijkbare stadjes, Sevierville en Gatlinburg. Laatstgenoemde is plaats van handeling in het liedje “A Boy Named Sue” van Johnny Cash, luister maar: https://youtu.be/_Gbtm-93oqE.

Indian summer in de Great Smoky Mountains

Tegenwoordig zijn Indianen allerminst veilig in hun reservaten. Eind 2017 verloren twee natuurparken in Utah een groot deel van hun beschermde status door een besluit van president Trump. Het park Bears Ears wordt 85% kleiner, het park Grand Staircase-Escalante 50%. Deze twee natuurparken leveren bij elkaar 8000 km2 natuurschoon in. Daarin liggen heilige plaatsen van indianenstammen. Het besluit van Trump maakt de weg vrij voor olie- en gaswinning.
Overigens wordt het natuurschoon in de Great Smoky Mountains sowieso al bedreigd door luchtverontreiniging.

Opmerkelijk is dat in Cherokee de term “Indians” gebruikt wordt, wat in Canada als een belediging geldt, daar spreekt men van “First Nations”.

Lees ook “Impressies van het diepe Zuiden”, “Wandel mee door “The Big Easy’”, “Waarom het niet altijd leuk was aan de bayou”, “Aan de oever van een machtige rivier”, “Naar de bakermat van de blues” en “We zullen zien wat er van zijn dromen terechtkomt”.

maandag 12 februari 2018

Waarom we de geheime diensten meer moeten toestaan – of liever niet?

Op 21 maart 2018 kunnen we niet alleen nieuwe raadsleden kiezen, maar ook een oordeel geven over de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017. Zo’n 400.000 burgers van ons land vinden deze wet namelijk een referendum waard. Waar gaat die wet eigenlijk over?


De Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 (Wiv 2017, ook wel "Sleepwet") regelt de werkzaamheden van de Nederlandse geheime diensten, de AIVD (Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst) en MIVD (Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst).
Deze wet is een vernieuwing van de wet uit 2002, een vernieuwing die nodig geacht wordt vanwege de toegenomen dreiging van terreur- en cyberaanvallen en de snel veranderende communicatietechnologie.

Voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Wiv 2017 per 1 mei 2018 vindt op 21 maart nog een raadgevend referendum plaats. Dat referendum is een initiatief van vijf studenten van de Universiteit van Amsterdam.
Indien bij het referendum voor de wet wordt gestemd, of de opkomst onder de 30% ligt, kan de wet gewoon in werking treden. Anders moet de regering de wet opnieuw overwegen.

Mobiele telefoons, laptops en andere apparaten maken contact met modems of zendmasten, die vervolgens informatie doorgeven over de kabel. Onder de Wiv 2002 is het de geheime diensten alleen toegestaan om communicatie via de ether (radio- en satellietverkeer) ongericht te onderscheppen, kabel-gebonden communicatie onderscheppen mag alleen ‘gericht’ (d.w.z. gekoppeld aan een bepaalde persoon of organisatie). Onder Wiv 2017 wordt ook ‘ongerichte interceptie van kabel-gebonden internet- en telefonieverkeer’ toegestaan.

Door deze extra bevoegdheid ontstaat de mogelijkheid dat inbreuk wordt gemaakt op de privacy van burgers. Daarom komt er tegelijkertijd een grotere mate van “sturing, toezicht en transparantie”. Daartoe worden een Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden (TIB) en een afdeling Klachtbehandeling bij de Commissie Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) ingesteld. Ook komen er extra waarborgen voor journalisten en advocaten, waar de Rechtbank Den Haag aan te pas komt.

Taken van de AIVD
Wettelijk heeft de AIVD de volgende taken.
  • A-taak: het verrichten van onderzoek naar organisaties en personen die aanleiding geven tot het ernstige vermoeden dat zij een gevaar vormen voor de democratische rechtsorde, de veiligheid van de staat of voor andere gewichtige belangen van de staat
  • B-taak: het verrichten van veiligheidsonderzoeken naar kandidaten voor vertrouwensfuncties
  • C-taak: het bevorderen van veiligheidsmaatregelen, waaronder die voor onderdelen van overheid en bedrijfsleven die van vitaal belang zijn voor de instandhouding van het maatschappelijk leven
  • D-taak: het verrichten van onderzoek naar andere landen ten aanzien van onderwerpen die door de minister-president, de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de minister van Defensie gezamenlijk zijn aangewezen.
  • E-taak: dreigings- en risicoanalyses opstellen met betrekking tot personen, zaken en plaatsen van het rijk.
De MIVD heeft vergelijkbare taken, die gericht zijn op het militaire belang.

Bevoegdheden van de geheime diensten
Om deze taken uit voeren krijgen de AIVD en MIVD via de wet bijzondere bevoegdheden, waarvan de diensten gebruik mogen maken ná toestemming van de minister of de rechtbank én na toetsing.
Tot die bijzondere bevoegdheden behoren onder meer:
  • Het verrichten van DNA-onderzoek om de identiteit van personen vast te stellen of te verifiëren
  • Het binnendringen in een "geautomatiseerd werk", al dan niet door middel van hacken
  • Het gericht aftappen, ontvangen, opnemen en afluisteren van elke vorm van gesprek of elektronische communicatie
  • Het ongericht onderscheppen van elektronische communicatie, het aansluitend vaststellen van de aard daarvan, het vaststellen of verifiëren van de daarbij betrokken personen of organisaties, en tenslotte op de metadata geautomatiseerde data-analyse toepassen en de inhoudsdata gericht selecteren ter nadere analyse (‘onderzoeksopdrachtgericht onderzoek’, tegenstanders spreken van een ‘sleepnet’)
  • Het bij aanbieders van communicatiediensten opvragen van gegevens die nodig zijn voor de gerichte en ongerichte interceptie en hun medewerking bij de uitvoering daarvan verlangen
  • Verlangen dat ten behoeve van de gerichte of de ongerichte interceptie wordt meegewerkt aan het ongedaan maken van eventueel aanwezige versleuteling.
De ambtenaren van de AIVD en de MIVD dragen geen wapens en mogen geen mensen arresteren, daarvoor komen politie of marechaussee in actie.

De geheime diensten mogen gegevens doorgeven aan hun minister, aan bestuursorganen en andere instanties en personen, alsmede aan buitenlandse inlichtingen- en veiligheidsdiensten waarmee wordt samengewerkt, maar dat pas na toestemming van de minister.
Er gelden bewaartermijnen voor de verzamelde gegevens. Niet-relevante gegevens moeten direct worden vernietigd.

Voor en tegen de wet
Op 14 februari 2017 stemde 77% van de Tweede Kamerleden voor de wet en in de Eerste Kamer werd de wet op 11 juli 2017 met 67% van de stemmen aangenomen (SP, D66, GroenLinks en Partij voor de Dieren waren tegen).
Onder de burgers die het referendum hebben mogelijk gemaakt zullen vast niet veel voorstanders van de Sleepwet te vinden zijn. Enkele kritiekpunten zijn volgens Amnesty Nederland:
  • Er kan van iedereen communicatie worden afgetapt, ook van niet-verdachte burgers of van een buurt waarin een verdacht persoon woont.
  • De geheime diensten krijgen toestemming om in te breken op telefoons, computers, televisies en andere apparaten.
  • Verzamelde gegevens mogen zonder analyse doorgestuurd worden naar inlichtingendiensten van repressieve regimes.
Daarom vinden tegenstanders de wet een schending van het recht op bescherming van het privéleven, het recht op vrije communicatie, de toegang tot informatie en de vrije meningsuiting van iedere inwoner van Nederland en iedereen in het buitenland waarmee men digitaal contact onderhoudt. Bovendien zijn volgens hen de activiteiten van de geheime diensten oncontroleerbaar. En er is volgens hen geen garantie dat alle verzamelde gegevens niet worden ingezet voor een ‘Totalitair Controle Systeem’ op het doen en laten van iedere burger.

Veel bezwaren tegen de wet komen volgens mij voort uit wantrouwen tegen de overheid. Enerzijds vrees ik dat, mocht dit wantrouwen gegrond zijn, geen wetgeving helpt om de gevreesde negatieve gevolgen van die wet stoppen. We hebben dan immers de facto met een totalitair regime van doen. Anderzijds kun je van een overheid niet verwachten dat zij effectief tegen dreigingen optreedt als ze binnen een te krap wettelijk kader moet opereren. Alsof de geheime dienst zich alleen maar met telegrammen mag bezighouden. Hoe pakt de afweging tussen veiligheid en privacy uit als – God verhoede – terroristen, uitgerust met de modernste communicatiemiddelen, erin slagen in ons land een serieuze aanslag uit te voeren?
Alles afwegende zal ik vóór de wet stemmen.

Ga stemmen!
Ik roep op om bij dit referendum ook jouw stem te laten horen, wat je ook van die wet vindt. Want na het vorige referendum heb ik m’n bekomst gehad van ‘berekende’ afzijdigheid, lees “Na het referendum”.

Meer informatie: www.referendum-commissie.nl/referendum-wiv-2017
Een verwijzing naar tegenstanders van de Wiv 2017: www.vrijbit.nl.
Je kunt de AIVD om inzage van je persoonsgegevens verzoeken: https://www.aivd.nl/onderwerpen/het-werk-van-de-aivd/hoe-geheim-is-de-aivd/inzageverzoeken.

maandag 5 februari 2018

De kink in de kabel van het internet

Net als ik maak jij vast regelmatig gebruik maken van het internet. Waarschijnlijk heb je bestanden in de cloud en misschien bezit je cryptomunten. De expositie “De Hollandse Savanne” belicht de kwalijke gevolgen van het online zijn.



Een krantenbericht: “Moederbedrijf Google [Alphabet] is in gesprek met Saudisch staatsoliebedrijf Aramco over het creëren van een technologiehub in Saoedi-Arabië”, inclusief datacenters (NRC, 2 februari 2018). De expositie “De Hollandse Savanne” plaatst dit bericht in perspectief. Deze tentoonstelling over water, energie en de infrastructuur van de cloud wordt georganiseerd door het Museum De Domijnen voor Hedendaagse Kunst.

De cloud
Tegenwoordig heeft bijna iedereen bestanden in de cloud. De kans is groot dat jij Dropbox, Box, Apple iCloud, Google Drive of Microsoft OneDrive gebruikt. Daarmee kun je makkelijk bestanden met vrienden of collega’s delen en het kost (bijna) niks. Lekker handig!
En wat te denken van (web)mail (Gmail, Hotmail), navigatie (Google Maps, Waze), registratie van sportieve activiteiten (Strava, Endomondo), online transacties (bankieren, belastingaangifte, verzekeren, reizen) en niet te vergeten de sociale media (Facebook, LinkedIn, Twitter, Instagram, Snapchat, Pinterest).
Ik vermoed dat je vrijwel de hele dag online bent en meerdere keren per uur je smartphone raadpleegt voor trending topics.

De Hollandse Savanne” verkent de verbinding tussen online en fysieke werelden. De tentoonstelling is verontrustend, want het laat zien dat allerlei natuurlijke bronnen verslonden dreigen te worden door de toenemende hoeveelheid digitale data.

Het kunstwerk “Blood and Oil, The Economist, March 2, 2000” van Geraldine Juarez (2017) bestaat uit een spiegel met een spreuk, die de toon zet: “Intellectual property is the oil of the 21th century. Look at the richest men a hundred years ago: they all made their money extracting natural resources or moving them around. All today’s richest men have made their money out of intellectual property.

Datacenter Citigroup, Frankfurt am Main

All that is solid…
In de tentoonstelling draait de film van Ryan S. Jeffery & Boaz Levin “All That Is Solid Melts Into Data” (2015; bekijk de trailer). De titel is een adaptatie van een citaat van Karl Marx: “All that is solid melts into air”. Dagelijks worden miljoenen elektronische transacties, bijvoorbeeld in aandelen, afgewikkeld via enkele datacenters, ‘server-boerderijen’, ondergebracht in grote, maar verder anti-monumentale, vaak raamloze gebouwen.
Wie real-time online handel wil realiseren is aangewezen op zulke datacenters. Wie zijn transactiesysteem onderbrengt bij een minder geavanceerd datacenter staat meteen op achterstand.

Datacenters zijn bewaarplaatsen, kluizen, mijnen, bibliotheken en archieven voor bijna alle beschikbare kennis. Hier wordt het internetverkeer afgewikkeld. Ondanks hun publieke functie zijn datacenters privaat eigendom, bijvoorbeeld van CenturyLink, www.centurylink.com. Elk datacenter vergde een investering van honderden miljoenen euro’s. Ze zijn dan ook gebouwd om geld te verdienen – en dat gebeurt dan ook in grote bedragen.

Het begon omstreeks 1960 met een datacenter voor militair gebruik en door andere overheden (IBM), daarna voor vluchtreserveringen (SABRE, 1962). Aanvankelijk waren die datacenters gevestigd op opzichtige locaties in stadscentra. Maar later werden ze op meer discrete plaatsen aan de randen van steden ondergebracht.

Google, 111 Eighth Avenue, New York

Tegenwoordig neemt de fysieke aanwezigheid van internetdienstverleners steeds grotere vormen aan. Zo is Google eigenaar van een van de grootste gebouwen op Manhattan, 111 Eighth Avenue. Dit gebouw werd eerder gebruikt voor de op- en overslag van handelsgoederen, waarmee het een mooi voorbeeld vormt van de spreuk van Geraldine Juarez. Het groeiende, wereldomspannende computernetwerk heeft meer ruimte nodig dan wat New York kan bieden. En de tijd is voorbij dat datacenters in openheid opereren.

Datacenter Google, Eemshaven

Zo bouwde Google in 2006 een datacenter in het afgelegen plaatje The Dalles in Oregon – zonder een naambordje. Sindsdien bouwde Google wereldwijd nog eens 36 datacenters, een wereldomspannende supercomputer, die honderden miljoenen dollars heeft gekost. Ook in de Eemshaven in Nederland bouwde Google een groot datacenter.

Datacenter Amazon, Boardman, Oregon

Daar komt bij dat het datacenter in The Dalles binnen een speciale industriezone is gebouwd, waar de telecom-industrie is vrijgesteld van een bepaalde vastgoedbelasting die wél geldt voor andere sectoren in de Verenigde Staten. Tegelijkertijd maakt Google dankbaar gebruik van een geavanceerd glasvezelnet dat daar op kosten van de overheid is aangelegd. Deze aantrekkelijke omstandigheid heeft meer telecombedrijven naar Oregon getrokken, zoals Facebook en Apple in Prineville en Amazon in Boardman. Want ook voor hen werden speciale industriezones gecreëerd.

Wereldwijd netwerk
Datacenters zijn onderling verbonden door een netwerk van kabels dat de gehele wereld omspant. De expositie laat zien dat dit moderne netwerk is gebaseerd op het netwerk van telegraafkabels. Dat is een oud netwerk: in 1866 werd de eerste telegraafkabel tussen Engeland en Amerika aangelegd. De ontdekkingsreiziger Alexander von Humboldt (1769-1859) had in zijn privécollectie een specimen van een telegraafkabel, een teken van zijn fascinatie voor het netwerk over de bodem van de oceaan, dat verbindingen vormde tussen handelsknooppunten wereldwijd.

Cryptomunten
De tentoonstelling maakt één ding duidelijk: de cloud is niet iets vaag, iets dat zweeft in de lucht. De cloud is een verzamelnaam voor vaste activa, voor een reusachtige infrastructuur. En die infrastructuur is een enorme energieslurper. Indien alle datacenters in de wereld samen één land zouden zijn, dan zouden ze in de top 5 van energieverbruikers van de wereld staan.
Wat dat betreft vinden we de overtreffende trap bij cryptomunten. Zo gebruiken bitcoins meer stroom dan hele landen, eind 2017 meer dan Bulgarije. Door de officiële bankwereld worden deze munten niet voor vol aangezien (ze worden vergeleken met Pokémonkaarten), maar het hoge energieverbruik is ronduit verontrustend.

Tegen betaling?
Op dit moment is het internet gratis, bij beperkt gebruik hoef je voor clouddiensten niet te betalen. Daar staat tegenover dat de telecombedrijven jouw data verzamelen, analyseren en gebruiken. Dit doen ze om jou een betere internetbeleving te bieden – zeggen ze zelf. Dankzij kunstmatige intelligentie kunnen ze ervoor zorgen dat de tijd die jij aan het internet besteedt welbestede tijd wordt. De vraag daarbij is hoeveel data die bedrijven daarvoor nog nodig hebben. En vervolgens is het de vraag hoe lang die bedrijven hun diensten nog gratis aanbieden.

Ludological, S.K. Ruud (2016)
De Hollandse Savanne, De Domijnen

De expositie verbeeldt ook dit op een verontrustende wijze met de "Ludological" van S.K. Ruud (2016). Dit is een code-machine, die bestaat uit een digitale laag en een mechanisme. De digitale laag wordt aangestuurd door de koers van de cryptomunt Ethereum: bij verlies of winst geeft de machine een slagje linksom of rechtsom. Hierdoor wordt een boomstam in de machine binnen enkele dagen tot splinters verbrijzeld (De Domijnen had een behoorlijk voorraadje liggen om de expositie mee door te komen).

Waarschijnlijk geldt voor het internet: “Geniet, maar gebruik het met mate”.

De expositie “De Hollandse Savanne” is nog te zien tot en met 1 april 2018, meer informatie: https://www.dedomijnen.nl/tentoonstellingen/expositie/de-hollandse-savanne

maandag 29 januari 2018

The first transition: from coal to chemicals

It’s often said that DSM started producing chemicals when the Maurits State Mine closed its shafts in 1967. But that is not correct: at the site, which is now Chemelot, chemical production closely followed the mining industry. This changeover was the first transition that was implemented on this site. More transitions would follow.


DSM’s Central Laboratory 1940

Coke oven gas
From 1926 to 1967, coal was mined in the State Mine Maurits in Geleen. The coal from this mine was rich in bitumen. While this rendered it unsuitable for domestic heating purposes, the coal could be processed into cokes for blasting furnaces and foundries. A large coking plant was built, which started production in 1929.

Cooling tower under construction

For cooling purposes use was made of Van Iterson cooling towers with their characteristic hyperboloid form. Towers of this type are still being used worldwide today. Van Iterson (1877-1957) was a DSM director who played a major role in the development of DSM from mining company to chemical company.
It’s fair to say that the cooling tower is the first innovation at Chemelot; more innovations would follow.

In the production of cokes, coke oven gas was obtained, and this gas became the source of several byproducts.:
  • Nitrogen fertilizers
  • Mixed fertilizers
  • Alcohol
  • Phthalic anhydride.
This diversification was deliberate DSM policy because the revenues from mining were rather meager, while only part of the coke oven gas could be sold as town gas to surrounding municipalities. The first form of diversification was the large-scale production of nitrogen fertilizer.

Fertilizer
A key fertilizer intermediate is ammonia, which had been produced from gas by the town gas and cokes industries already since the mid-nineteenth century. In 1930, DSM started producing ammonium sulfate fertilizer on the basis of ammonia and sulfuric acid. Use was made of a new technology – the Linde process – to liberate hydrogen from coke oven gas at a low temperature. This hydrogen was subsequently combined with nitrogen from the air to produce ammonia using the Haber-Bosch process. This process was patented in 1910 by the German chemists Fritz Haber (1868-1934) and Carl Bosch (1874-1940). The former received the Nobel Prize in Chemistry for this in 1918. In 1931, Carl Bosch also received the Nobel Prize.
The patent was acquired by the German chemical company BASF.

The ammonium sulfate plant was called Stikstofbindingsbedrijf (SBB – Nitrogen Fixation Works). This proves to be a persistent name, because to date 'SBB' is more known to some than 'Chemelot'.

Oversupply soon resulted in pressure on the selling price of ammonium sulfate, which is why a nitric acid plant was built in combination with a plant that produced calcium ammonium nitrate as from 1932; nitric acid is a necessary intermediate product for this alternative fertilizer, which today is still being used in agriculture in northwestern Europe.
Nitric acid is a necessary intermediate for this. It is produced following the Ostwald process, which was developed in 1906 by Wilhelm Ostwald (1853-1932), who received the Nobel Prize in Chemistry in 1909.
Thanks to fertilizers, DSM gained know-how in the fields of process technology and engineering as well as chemical know-how.

Central Laboratory
Research, including daily quality and process control, took place in plant laboratories, but in 1928 part of the research was centralized in the Central Laboratory, in line with a trend in the chemical industry to set up large, independent departments for fundamental research. Van Iterson had personally identified this trend on his journey through the United States, where he visited companies such as Du Pont.
Between 1939 and 1959, the new Central Laboratory buildings were realized in phases to a design by Fontein; to this day these buildings are the heart of the Chemelot Campus.

The DSM management recognized that research was important if it wanted the company to flourish and to keep up with the competition. Fundamental research initially focused on subjects such as catalysis and crystallization. Catalysis was important for the production of ammonia and nitric acid, and crystallization for the production of ammonium sulfate. Another subject addressed was corrosion, a universal problem in chemical plants.

Alcohol
Falling fertilizer prices pushed the DSM management further on the road to diversification. The next step involved alcohol, which was linked up with the ethylene fraction obtained in the production of hydrogen from coke oven gas. Up to that time, DSM’s plants had been built on the basis of technology purchased from others, but now DSM itself developed a plant for the production of alcohol from ethylene obtained as coke oven gas byproduct – which was a world first. This plant was in production from 1940 to 1960.

Mixed fertilizers
The next diversification step was aimed at mixed fertilizers, in particular fertilizers containing nitrogen and phosphate. The phosphate rock needed for this process had to be imported. The plant was ready for production in 1941, but the first product did not leave the plant until after World War II. In 1949, an NPK plant was commissioned; besides nitrogen and phosphate, this fertilizer also contains potassium.

Phthalic anhydride
Between 1951 and 1963, DSM produced phthalic anhydride, made from a byproduct of the cokes plant, for which there was much demand from the Dutch paint industry after World War II. The required technology was bought from a US-based contractor; DSM no longer wanted to confine itself to in-house technology.

But that was already after the Second World War, a horror that did not go unnoticed by the current Chemelot...

Read also “How it started underground” about the Maurits State Mine.
This is a repost of my (Dutch) August 21, 2017 post.
Read my May 20, 2013 blog post about the reason why of my English reposts.

maandag 22 januari 2018

Op zoek naar de kern van een stad zonder centrum

De stad Genk in de Belgische provincie Limburg heeft 64.000 inwoners. Maar is Genk eigenlijk wel een stad? Want eigenlijk ontbreekt een echt centrum. Een kleine blik over de grens levert (toch) veel interessants over deze plaats – een ‘rasterverhaal’.


C-mine, Winterslag, Genk

Vanuit Zuid-Limburg ben je er zo, via de snelweg E314, over de Maas, richting Antwerpen: de stad Genk. De meeste steden groeien vanuit een centrum, zoals de nabijgelegen historische stad Hasselt. Bij Genk is dat anders toegegaan – en dat maakt de stad bijzonder. Genk is geen concentrische stad, maar een netwerkstad of rasterstad.

Landschap Kempen
Emile Van Doren

Kunstenaarsdorp
Tot aan het einde van de 19e eeuw was de streek rond Genk, in feite de hele Kempen, een onontwikkeld gebied. Zelfs de landbouw wilde er niet echt van (of beter: uit) de grond komen, hoogstens plaggen en turf. Wat wél vlotte was de bosbouw, waaraan we het Nationaal Park Hoge Kempen hebben overgehouden.
Genk ontwikkelde zich tot een kunstenaarsdorp. De meest vooraanstaande kunstenaar was de Brusselse landschapsschilder Emile Van Doren (1865-1949).

Parallel met Zuid-Limburg
In 1901 vond ingenieur en ondernemer André Dumont steenkool in As, even ten noorden van Genk. Binnen een kwarteeuw gingen er in Genk drie steenkoolmijnen open: Winterslag, Waterschei en Zwartberg. Tegelijkertijd gingen ook in Zuid-Limburg steenkoolmijnen in bedrijf, lees “Breuken in het Heuvelland” en “Hoe het onder de grond begon”.
Tussen bestaande dorpskernen ontstonden drie nieuwe stadjes voor de mijnwerkers, onder wie veel uit Polen. Het dorp Genk bleef relatief klein.

Christus Koningkerk, Waterschei, Genk

Rasterstad
Voor de ontsluiting van het gebied werden een spoorweg, een kanaal en rijkswegen aangelegd die oost-west waren georiënteerd. Aangevuld met enkele noord-zuid wegverbindingen ontstond een ladderstructuur: het raster, waaraan Genk de sociaalgeografische karakterisering ‘rasterstad’ te danken heeft.
Her en der werden enorme kerken, zgn. mijnkathedralen, gebouwd, zoals de Christus Koningkerk in Waterschei (1925) en de Sint-Albertuskerk in Zwartberg (1943).

Interieur Stedelijk Sportcentrum Genk
Ontwerp Isia Isgour

Industriestad
In de jaren 1960 en 70 ontwikkelde Genk zich tot industriestad, toen grote ondernemingen als ALZ en Ford naar de stad kwamen. Ondertussen werd het gebied tussen de dorpen en mijnstadjes geleidelijk volgebouwd. Er kwamen tuinwijken en sociale woonwijken. En er kwam het eerste Belgische shoppingcenter naar Amerikaans model. Het belang van industrie en logistiek werd relatief groter toen de mijnen sloten: Zwartberg in 1966, Waterschei in 1987 en Winterslag in 1988.
Genk werd een autostad en werd drastisch gemoderniseerd. Zo werd middenin Genk de Stadsstrip aangelegd, maar daarmee werd nog niet overtuigend in de vacature van ‘stadscentrum’ voorzien.
Kunstenaars bleven in de stad een rol spelen, d.w.z. in 1975 werd daar het uit beton opgetrokken Stedelijk Sportcentrum in gebruik genomen, een ontwerp van de Brusselse architect Isia Isgour (1913-1967) en sinds 2009 een monument.

Industrieel erfgoed
C-mine, Winterslag, Genk

Nieuwe toekomst 1: C-mine
Toen in 2014 de Ford-fabriek in Genk sloot kwam de stad in een crisis terecht. De herontwikkeling van de terreinen die na de sluiting van de mijnen overbleven kreeg daarmee urgentie. Het werden plaatsen voor nieuwe en ambitieuze projecten, tegen de achtergrond van de steenbergen die van de mijnbouw overbleven, die in Vlaanderen terrils worden genoemd.
Op de locatie van Winterslag kwam C-mine tot leven, volgens een ontwerp van het Brusselse architectenbureau 51N4E. Hier kun je terecht voor een museum, cultuur (theater), ontspanning, creatieve economie, onderwijs en wonen. Het industrieel erfgoed bleef op C-mine bewaard, leuk om eens te gaan bekijken.

Hoofdgebouw Thorpark, Waterschei, Genk

Nieuwe toekomst 2: Thorpark
Op de Waterschei-locatie vinden we tegenwoordig het Thorpark, een hotspot voor technologie, energie en innovatie. Internationaal gezien ligt Genk in de luwte ten opzichte van dynamische economische regio’s als de Vlaamse Ruit (Brussel-Gent-Antwerpen-Leuven), de Nederlandse Randstad en het Duitse Ruhrgebied. Toch hebben KU Leuven, VITO en IMEC, toonaangevende wetenschappelijke instellingen in België, het Thorpark uitgekozen als locatie voor hun onderzoeksactiviteiten op het vlak van hernieuwbare energie. Voor dit initiatief, EnergyVille, werd nieuwbouw gerealiseerd. Hier staat ook IncubaThor, nieuwe huisvesting voor startende bedrijven en groeibedrijven. Het hoofdgebouw van de mijn werd gerenoveerd volgens een ontwerp van SATIJNplus Architecten uit Born.

Cosmopolitan Chicken Project
Koen Vanmechelen

Nieuwe toekomst 3: La Biomista
Ook Zwartberg bleef niet achter qua herontwikkeling. Daar vinden we nu het La Biomista kunstcentrum. Dit is het domein van de kunstenaar Koen Vanmechelen, bekend van het Cosmopolitan Chicken Project. Hiermee wil hij door vermenging van alle kippenrassen – om te beginnen de Mechelse Koekoek en de Poulet de Bresse – de universele superbastaard kweken, als metafoor voor de mondiale culturele en genetische smeltkroes.

Voor het terrein dat Ford achterliet worden de mogelijkheden verkend die de circulaire economie kan bieden.

De geschiedenis van Genk valt zo samen met de achtereenvolgende energietijdperken:
  1. Plaggen en turf
  2. Steenkool (Winterslag, Waterschei, Zwartberg) en olie (Ford)
  3. Hernieuwbare energie (diepe geothermie en smart grids).

Cosmodrome Kattevennen, Genk

Vanuit Zuid-Limburg is Genk een mooie bestemming voor een fietstocht. Ga bij Berg met het veer de Maas over en dan verder langs de knooppunten tot aan Genk: www.fietsnet.be. Dwars door Nationaal Park Hoge Kempen, met een goede kans dat je langs het Cosmodrome Kattevennen komt, de volkssterrenwacht met planetarium.

Deze blogpost is deels gebaseerd op “Genk, rasterstad – De groenste centrumstad van Vlaanderen” door verschillende auteurs, uitgegeven door de Stad Genk (2015).
Wie wil dit boek lezen? Laat maar weten of je belangstelling hebt. Wie het eerst komt, het eerst maalt.

maandag 15 januari 2018

Hoe DSM een sprong voorwaarts maakte

Nadat DSM zich in de jaren 1950 en 60 tot chemiebedrijf had ontwikkeld en de mijnen voorgoed waren gesloten, gingen op het huidige Chemelot zaken als stijgende arbeidskosten, veiligheid en milieuverontreiniging een steeds grotere rol te spelen. Bovendien stond de winstgevendheid onder druk en zo ging DSM de jaren 70 in.


Acrylonitrilfabriek

Aangezien in die tijd – de jaren 1970 – de winstgevendheid onder druk stond, werd op onderzoek, met name fundamenteel onderzoek, fors bezuinigd. Dit werd ingegeven door het debacle met lysine (lees “Hoe DSM zich tot chemiebedrijf ontwikkelde”), maar hiermee volgde DSM ook een trend in de chemische industrie.

Vraag-gestuurde diversificatie
Het DSM-management koos ervoor om op het fundament van de chemische activiteiten uit de jaren 1950 en 60 ‘de grote sprong voorwaarts’ te maken. In dat kader zette DSM in op vraag-gestuurde diversificatie via het verwerven van technologie of bedrijven. Marktontwikkelingen werden voortaan betrokken in de afweging om een fabriek te bouwen.
Zo begon DSM met de productie van acrylonitril (ACN, grondstof voor de acrylvezels, 1969) en de kunststoffen polyvinylchloride (PVC, 1972), polypropeen (PP, 1977) en acrylonitril-butadieen-styreen (ABS, 1974). De fabrieken werden gebouwd op basis van aangekochte technologie, die door DSM werd verbeterd. De afzet van kunststoffen groeide sterk en daarom werden in de jaren 70 twee nieuwe krakers gebouwd (naftakraker 3 en 4) om daarvoor de nodige grondstoffen (etheen en propeen) te leveren.
In 1976 werd het Centraal Laboratorium omgedoopt in CRO (Concerndienst Research en Octrooien) en in 1985 tot DSM Research. Tegenwoordig heet dit Brightlands Chemelot Campus.

Fijnchemie
Het lysine-onderzoek in de jaren 60 werd de basis voor DSM’s activiteiten in de fijnchemie. Deze verzameling producten wordt onder meer toegepast voor voedingsingrediënten, geneesmiddelen en landbouwchemicaliën. Fijnchemie houdt het midden tussen speciale producten (kleine productie-installaties voor meerdere producten) en bulkchemie (grote fabrieken voor één product). De ontwikkeling resulteerde in de productie van onder meer benzaldehyde (voor smaakstoffen, 1972), fenylglycine (een aminozuur voor geneesmiddelen, 1972), pyridine (uit acrylonitril voor landbouwchemicaliën, 1977), alpha-picoline (voor landbouwchemicaliën, 1977) en aminozuren (in eerste instantie D-valine, 1988). Daarbij werd gebruik gemaakt van biotechnologie, oftewel het gebruik van enzymen als katalysatoren voor chemisch processen.
Ondanks deze positieve ontwikkelingen bleef fijnchemie een niche in de DSM-omzet. De productie van alpha-picoline werd in 2010 beëindigd.

Waterzuivering
Het onderzoek in de jaren 70 richtte zich ook op het milieu, met name op de gevolgen van de chemie voor de waterkwaliteit van de Maas. Al in de jaren 60 had DSM een waterzuiveringsinstallatie gebouwd, de Pasveersloot bij Stein. In 1977 werd bij Meers een nieuwe waterzuiveringsinstallatie in gebruik genomen. Het microbiologisch onderzoek dat aan deze installatie ten grondslag lag vormde de basis voor verder onderzoek in de biotechnologie.

Daarnaast werden maatregelen genomen om de door stikstofoxiden veroorzaakte en van ver zichtbare bruine pluim boven de locatie te reduceren. Deze stikstofoxiden kwamen met name vrij uit de salpeterzuurfabrieken. Een denox-installatie voorkomt tegenwoordig deze uitstoot. Soms zijn deze pluimen nog te zien als zo’n fabriek wordt opgestart of stopgezet. Dan is de denox-installatie niet op de juiste temperatuur en komt er een beperkte hoeveelheid stikstofoxiden vrij. Bekijk de animatie “Bruine pluim? Soms onvermijdelijk”.

Ureum en melamine
Problemen met corrosie waren aanleiding om de productie van ureum en melamine te integreren (1970). Tweemaal was er in de jaren 70 een oliecrisis, waardoor het voor olieproducerende landen aantrekkelijk werd om toe te treden tot de chemische industrie, met name ureum (als meststof). DSM concentreerde zich meer en meer op de West-Europese kunstmestmarkt, waar amper ureum werd afgezet. DSM kon die ureum beter als grondstof voor melamine gebruiken.

De ACN-fabriek is tegenwoordig van AnQore, producent van “Smart Materials”. Samen met Fibrant (caprolactam) vormt AnQore de ChemicalInvest Holding, een onderdeel van de investeringsmaatschappij CVC Capital Partners. CVC is ook de eigenaar van bedrijven als Avast (veiligheidssoftware), Breitling (horloges) en Douglas (parfumerieketen).
De PVC-fabriek is nu van Vynova, een onderdeel van ICIG, dat zich toelegt op vinylchlorides, met fabrieken in Tessenderlo, Wilhelmshaven, Mazingarbe, Runcorn en dus op Chemelot. ICIG (International Chemical Investors Group) is een Luxemburgs-Duitse industriële investeringsmaatschappij, waaronder ook Enka valt (voorheen AkzoNobel).
De PP-fabriek is van het Saoedische bedrijf SABIC, een van de grootste chemische bedrijven in de wereld. Vorig jaar nog werd door de toenmalige minister van Economische Zaken Henk Kamp een proeffabriek van SABIC voor polypropeen op Brightlands Chemelot Campus geopend. Dit toont aan dat ook naar een product dat al sinds 1977 wordt geproduceerd nog het nodige onderzoek valt te verrichten.
De ABS-fabriek werd in 1999 aan BASF verkocht, die de productie enkele jaren later beëindigde.

Lees ook “Hoe het onder de grond begon”, “De ontdekking van de Mijngod”, “De eerste transitie: van steenkool naar chemie” en “Toen het donkerder werd dan in een mijnschacht”.

maandag 8 januari 2018

We zullen zien wat er van zijn dromen terechtkomt

Onze rondreis door de Verenigde Staten, afgelopen najaar, stond in het teken van vermaak: we gingen voor de muziek. Maar we werden ook geconfronteerd met een gescheiden samenleving, vooral met verschillen tussen blank en zwart.


Balkon Lorraine Motel
Hier werd Martin Luther King in 1968 doodgeschoten
Memphis, Tennessee

Vriendelijke omgang
In de ogen van argeloze toeristen, zoals wij bij aankomst in Atlanta, gaan blanken en Afro-Amerikanen hoffelijk met elkaar om. Ik zag namelijk niets dat op het tegendeel wees en naar mij toe was iedereen even vriendelijk.
Maar blank en zwart ontmengt in de privésfeer, wat bijvoorbeeld in hotels en restaurants aan de oppervlakte treedt. Blanken hebben het gezellig met blanken, zwarten met zwarten. En in de Zuidelijke Staten ontmoet je zwarten in de directe dienstverlening: aan de hotelbalie, aan de kassa van supermarkten, als ober in restaurants – zelden een blanke. En heel subtiel: wanneer een blanke en een zwarte tegelijkertijd bij een deur komen, zie je steevast dat de zwarte de blanke laat voorgaan.
Kortom, toeristen die al wat langer rondtrokken, kunnen de rassenverschillen niet meer ontkennen.

Zwart personeel bedient witte gasten
in het Waffle House, Atlanta

Segregatie
De segregatie tussen blank en zwart in de Verenigde Staten heeft op z’n minst twee oorzaken. Om te beginnen racisme in algemene zin, de kwalijke eigenschap die kennelijk eigen is aan de mensheid en daarom van alle tijden is, de neiging waardoor iemand meent superieur te zijn aan iemand van een ander ras of huidskleur.

Deze neiging droeg bij aan de tweede oorzaak, het slavernijverleden. Hoewel bijna alle Westerse landen zich tot in de negentiende eeuw met slavernij hebben ingelaten, liet de slavernij vooral in de Verenigde Staten blijvende sporen na. Zo vonden wij in het gebied dat we bezochten, het stroomgebied van de Mississippi, oude plantagehuizen, zoals Rosedown Plantation in St. Francisville, die door slavenarbeid tot stand kwamen, lees “Aan de oever van een machtige rivier”.
De Amerikaanse Burgeroorlog (1861-1865) werd veroorzaakt door een meningsverschil tussen de Noordelijke en Zuidelijke Staten inzake slavernij. De Zuidelijken eisten namelijk uitbreiding van de slavernij naar onontgonnen gebieden tussen de Mississippi en de Pacific, maar de Noordelijken weigerden dit. In het Zuiden verdedigden blanken de slavernij-praktijk met hand en tand. Bedenk dat een slaaf naar huidig geld gerekend een waarde van ongeveer $ 140.000 vertegenwoordigde.

National Civil Rights Museum
Een indrukwekkend leermoment biedt het National Civil Rights Museum in Memphis, gevestigd bij het voormalige Lorraine Motel, waar Martin Luther King in 1968 werd doorgeschoten. King’s hotelkamer is in de staat van toen bewaard gebleven.
Het museum toont de maatschappelijke ontwikkeling van de Afro-Amerikanen, sinds zij als handelswaar vanuit Afrika werden aangevoerd, een overtocht die de Middle Passage werd genoemd.

Korte chronologie van de strijd voor gelijke rechten
Over de emancipatie van de Afro-Amerikanen zijn boeken vol geschreven, ik volsta met enkele momenten die wat mij betreft van belang zijn.

18 december 1865
De slavernij werd in de Verenigde Staten officieel afgeschaft en daarmee kwam een einde aan de Amerikaanse Burgeroorlog. Niet dat zwarten meteen aan blanken werden gelijkgesteld. Sterker nog, in onze tijd is de segregatie nog niet overal verdwenen.
Soldaten uit de Zuidelijke Staten richtten nog in datzelfde jaar (1865) de Ku Klux Klan op, die geweld en intimidatie toepaste om zwarten te verhinderen te gaan stemmen, een politiek ambt te bekleden en naar school te gaan.

1896-1965
Wetgeving die wordt aangeduid als Jim Crow laws, gericht op het handhaven van de rassenscheiding. Als gevolg daarvan ging zwarten in Amerika gebukt onder dagelijkse beledigingen, ongelijke kansen en ruw geweld.

22-24 september 1906
Rellen tussen zwarten en blanken in Atlanta, vanwege een poging van blanke politici om zwarten hun burgerrechten te ontnemen, dit om te voorkomen dat andere politici dan zij verkozen zouden worden. Dit eiste het leven van tenminste 25 zwarten en twee blanken.


Geboortehuis Martin Luther King
Auburn Avenue, Atlanta, Georgia

15 januari 1929
Geboorte van Martin Luther King in Atlanta, als zoon van een baptistendominee. Het geboortehuis en de Ebenezer Baptist Church vormen tegenwoordig de Martin Luther King Jr. National Historic Site.

17 mei 1954
Levend “under Jim Crow” gaven Afro-Amerikanen na de Tweede Wereldoorlog een nieuwe impuls aan de burgerrechtenbeweging. Zo procedeerden zwarte juristen tot aan het Hooggerechtshof om segregatie in het onderwijs ongrondwettelijk te verklaren – met succes (Brown vs. Board of Education).

1 december 1955
In Montgomery, Alabama weigerde Rosa Parks haar plaats in het ‘zwarte deel’ van de bus aan een blanke passagier op te geven, dit op bevel van de buschauffeur. Dit leidde tot een langdurige protestactie, de Montgomery Bus Boycott. Na ruim een jaar werd rassenscheiding in bussen ongrondwettelijk verklaard. Parks werd een icoon van het verzet tegen de rassenscheiding.

15 februari 1957
Oprichting van de SCLC, de Southern Christian Leadership Conference, een Afro-Amerikaanse burgerrechtenorganisatie, geleid door Dr. Martin Luther King Jr. De SCLC stond voor boycots en andere geweldloze acties, die stuitten op weerstand, vijandigheid en geweld van blanke zijde. Ook in de zwarte gemeenschap was de SCLC controversieel: sommigen vonden de acties te ver gaan, anderen achtten geweld in de strijd voor burgerrechten aanvaardbaar.

Prayer Pilgrimage for Freedom, 17 mei 1957
Washington, D.C.
Foto: Lee Friedlander

17 mei 1957
Eerste grootschalige Afro-Amerikaanse demonstratie op de National Mall in Washington, de Prayer Pilgrimage for Freedom.

Zomer 1957
De Little Rock Nine, negen zwarte meiden meldden zich aan voor de Little Rock Central High School, tot dat moment een blanke school. De gouverneur van Arkansas, Orval Faubus, probeerde die inschrijving te verhinderen – de Little Rock Crisis. Na ingrijpen van president Eisenhower konden de negen alsnog naar de school van hun keuze – onder escorte van soldaten.

1960
Zwarte studenten verenigden zich in de SNCC, de Student Nonviolent Coordinating Committee. Deze organisatie organiseerde geweldloze acties tegen de hardnekkige rassenscheiding, bijvoorbeeld door ‘blanke’ cafés, bibliotheken, zwembaden en bioscopen te bezoeken. Bij zo’n sit-in in Atlanta werd Martin Luther King opgepakt – zijn eerste arrestatie.

28 augustus 1963
Martin Luther King gaf zijn beroemde “I Have A Dream”-speech voor deelnemers aan de March on Washington for Jobs and Freedom.
Bekijk de video van het laatste deel van King’s speech en stel met mij vast dat dit de meest indrukkende speech is die ooit werd gegeven.

14 oktober 1964
Martin Luther King wint de Nobelprijs voor de Vrede.

3 april 1968
Martin Luther King geeft zijn laatste “I’ve Been To The Mountaintop”-speech voor stakende vuilnisophalers in Memphis, waaruit blijkt dat hij zijn dood voorvoelt, bekijk deze video maar eens.

Lorraine Motel, Memphis

4 april 1968
Martin Luther King wordt door James Earl Ray doodgeschoten op het balkon van Lorraine Motel in Memphis.

30 juni 1974
De moeder van Martin Luther King, Alberta Williams King en de diaken Edward Boykin werden in de Ebenezer Baptist Church in Atlanta doodgeschoten door Marcus Wayne Chenault, een 23-jarige zwarte man, die verklaarde dat alle Christenen zijn vijanden waren.

Burgerrechten tegenwoordig
Gelijke burgerrechten voor iedereen is in de Verenigde Staten nog steeds geen vanzelfsprekendheid. Zo las ik kort na thuiskomst een interview met Pat Buchanan, die driemaal presidentskandidaat was (NRC Handelsblad, 20 oktober 2017). Ik citeer hem: “Wij hebben ons nooit hersteld van twee ontwikkelingen in de tweede helft van de jaren zestig: gedwongen integratie van openbare scholen op last van het Hooggerechtshof [een verwijzing naar Brown vs. Board of Education, KB] en de radicalisering van de burgerrechtenbeweging. De beslissingen van negen niet-gekozen rechters in de jaren vijftig en zestig op het gebied van onderwijs hebben rampzalig uitgepakt. Het gevolg: blanken vluchtten massaal naar buitenwijken om hun kinderen daar goed en betaalbaar onderwijs te geven. De radicalisering van de burgerbeweging deed de rest: oproep tot gewelddadig verzet, brandende binnensteden. Een halve eeuw later zien we de gevolgen: geldverslindende bureaucratieën in het onderwijs en ter bestrijding van discriminatie, zonder dat beide problemen ook maar een spat dichter bij een oplossing zijn gekomen.” Volgens hem hebben deze ontwikkelingen geleid tot de verkiezing van Trump tot president.
Merk op dat Buchanan en passant de legitimiteit van de rechtspraak ter discussie stelt, het klassieke instrument van populisten bij dit soort thema’s.

Zo blijven tweedeling en racisme voortbestaan. Maar zolang de speech “I Have A dream” nog met verve wordt gedeclameerd, zoals wij meemaakten in de Ebenezer Baptist Church in Atlanta, is er hoop.

Op de plaquette voor Lorraine Motel staat een bijbeltekst uit Genesis 37 : 19-20: “Zij zeiden tegen elkaar: Zie, daar komt die meesterdromer aan. Nu dan, kom, laten we hem doodslaan… Dan zullen we eens zien wat er van zijn dromen terechtkomt.
Lees ook “Impressies van het diepe Zuiden”, “Wandel mee door “The Big Easy’”, “Waarom het niet altijd leuk was aan de bayou” en “Naar de bakermat van de blues”.

maandag 1 januari 2018

Naar de bakermat van de blues

Wij maakten onze rondreis door de Verenigde Staten in het najaar om in de Mississippi Delta een muziekfestival te kunnen bezoeken. Dit bracht ons in dichtbij de oorsprong van de bluesmuziek.


The Crossroads
Clarksdale, Mississippi

In het gangbare spraakgebruik is een delta het gebied waar een rivier zich vertakt in kleine riviertjes die in zee uitmonden. De grote Mississippi heeft ook zo’n delta, maar de “Mississippi Delta” duidt een ander gebied aan, stroomopwaarts tussen Vicksburg en Memphis.
Deze streek, “de zuidelijkste plaats op aarde”, is de bakermat van de bluesmuziek, de Delta Blues. Wat ons opviel toen wij via Highway 61 tussen de katoenvelden reden, was het grote aantal kerken langs de weg en in de lucht de rookkolommen van brandend stro en de sproeivliegtuigjes.

Clarksdale is het epicentrum van de Mississippi Delta. Hier kruisen Highway 61 en Highway 49. Dit kruispunt is “The Crossroads”, waar de bluesmuzikant Robert Johnson (1911-1938) volgens de legende zijn ziel aan de duivel verkocht om de beste gitarist aller tijden te worden. Het leverde in elk geval “Cross Road Blues” (1936) op.

Katoenbaal in Mississippi

De blues kwam rond 1900 voort uit de Afro-Amerikaanse bevolking in Zuidoost-USA, die een armoedig bestaan vond op landbouwgronden waar generaties voor hen slaven waren en waar bijvoorbeeld katoen werd verbouwd. De muziek werd gemaakt op eenvoudige instrumenten, zoals mondharmonica, gitaar en alles wat voor percussie kon dienen, zoals houten kistjes. En die gitaar was geen Gibson of Fender, maar een exemplaar dat bij een postorderbedrijf was besteld.

De muzikanten gaven uitdrukking aan het zware bestaan, dat velen van hen probeerden te ontvluchten. Een goed voorbeeld is McKinley Morganfield, beter bekend als Muddy Waters (1913-1983). Hij groeide op op de Stovall Plantage, vlakbij Clarksdale, waar hij tractorchauffeur was en zijn eerste muziek maakte. In 1943 trok hij (via Highway 61) naar Chicago, waar hij overging op elektrische gitaar. Hij ontwikkelde zich tot een icoon van de bluesmuziek en tot de peetvader van verschillende rock-'n-rollbands, waaronder The Rolling Stones.

Willie Dixon
Vicksburg Waterfront Murals
Vicksburg, Mississippi

Eerder dan Muddy Waters, in 1936 was Willie Dixon (1915-1992) al naar Chicago verhuisd. Hij werd geboren in Vicksburg, waar hij op een muurschildering te zien is, lees “Aan de oever van een machtige rivier”. Hij schreef muziek voor het fameuze platenlabel Chess, zoals “Hoochie Coochie Man” (Muddy Waters, 1954) en “Little Red Rooster” (Chester ‘Howlin’ Wolf’ Burnett, 1961).

Hopson Plantage, Clarksdale

Hopson Plantage
In 1944 werd op de Hopson Plantage, vlakbij Clarksdale, voor het eerst de katoenteelt volledig gemechaniseerd. Een van de tractorchauffeurs was toen Joe Willie ‘Pinetop’ Perkins (1913-2011), die bewees dat katoen en blues sterk met elkaar zijn verweven. Als bluespianist speelde hij namelijk in de band van Muddy Waters.
Momenteel is op de Hopson Plantage de Shack Up Inn gevestigd, waar je kunt overnachten in hutjes, die herinneren aan de slaventijd – misplaatste nostalgie.

Graf van B.B. King (1925-2015)
B.B. King Museum and Delta Interpretive Center
Indianola, Mississippi

Blues als museumstuk
Bluesmuzikanten zijn de helden van de Mississippi Delta en in musea wordt de herinnering aan hen levend gehouden. Zo bezochten wij in Indianola het B.B. King Museum and Delta Interpretive Center. Hier wordt het verhaal verteld van B.B. King, “The King of the Blues”, van wie “The Thrill Is Gone” een van de grootste hit was. Het verhaal wordt geplaatst in de maatschappelijke context, met name de burgerrechtenbeweging. In dat verband was het een mijlpaal toen hij in de jaren 1970 voor het eerst voor een overwegend blank publiek optrad.
B.B. King ligt naast het museum begraven, in het stadje waar hij opgroeide.

Reizend van Indianola naar Clarksdale passeerden we Parchman Farm, die bluesmuzikanten heeft geïnspireerd, onder wie Mose Allison (1927-2016) in 1959. Vanwege de isolatie waarin de gevangenen leefden, bleef via Parchman Farm oude bluesmuziek bewaard. Dankzij de Library of Congress (John Lomax en anderen) zijn hiervan opnamen beschikbaar.

Zijstraatje in Clarksdale

Clarksdale is de geboorteplaats van onder anderen Eddie Boyd (1914-1994), John Lee Hooker (1917-2001), Ike Turner (1931-2007) en Sam Cooke (1931-1964).
Wat de eerstgenoemde betreft, in 1967 verscheen de LP “Praise the Blues” van ‘Cuby + Blizzards & Eddy Boyd’, nadat deze Nederlandse band het Boyd-nummer “Five Long Years” had uitgebracht. De carrière van veel bluesmuzikanten kwam pas écht van de grond nadat zij in Europa waardering vonden. Sonny Boy Williamson, Muddy Waters, Howlin' Wolf, Willie Dixon, B.B. King, Albert King, Little Milton, Otis Rush en John Lee Hooker gingen in de jaren 1960 en ’70 op tournee in Europa; Eddie Boyd ging er zelfs wonen.

Een van bekendste nummers van John Lee Hooker is zijn debuut “Boogie Chillen” uit 1948. Ike Turner nam in 1951 onder de naam Jackie Brenston and his Delta Cats het nummer “Rocket 88” op, dat wordt beschouwd als het eerste rock-‘n-roll-nummer.
Sam Cooke gaf vorm aan een andere muziekstroming, de soul, bijvoorbeeld met “You Send Me” (1957). Hij wordt dan ook herinnerd als “The King of Soul”.

Clarksdale houdt er twee musea op na. Eerst bezochten we het Delta Blues Museum, opgericht in 1979 en tevens muziekschool. Daarna gingen we naar het Rock & Blues Museum, “The Roots to the Fruits”, dat eigendom is van de Nederlander Theo ‘Boogieman’ Dasbach. Geen wonder dat we daar met enkele Nederlandse bands, waaronder The Golden Earrings, werden geconfronteerd.

Ground Zero Blues Club, Clarksdale

De bluesmuziek wordt in Clarksdale in de meest letterlijke zin levend gehouden in de Ground Zero Blues Club, een uitgaansgelegenheid waar je kunt dineren en waar duizenden bezoekers hun naam op de muur hebben geschreven. Bijna elke avond is er live bluesmuziek te horen. Wij zagen optredens van Lucious Spiller en James ‘Super Chikan’ Johnson, beiden wonend in Clarksdale. Laatstgenoemde sluit vrijwel elk nummer af met de uitroep “Somebody, shoot that thang!

Riverside Hotel, Clarksdale

Een andere ‘attractie’ in Clarksdale is het Riverside Hotel, waar reizende muzikanten sinds 1944 onderdak vonden. Daarvoor was er het G.T. Thomas Afro American Hospital gevestigd. Op 26 september 1937 overleed daar de zangeres Bessie Smith, “The Empress of the Blues”, die onder andere “Nobody Knows You When You're Down and Out” bekendmaakte (1929). Zij bezweek aan de verwondingen die zij bij een auto-ongeluk had opgelopen.

Verder is er in Clarksdale sinds 1944 een radiostation, WROX gevestigd. En sinds 1988 wordt er jaarlijks het Sunflower River Blues & Gospel Festival georganiseerd. Wij waren daarvoor te laat, maar wél mooi op tijd voor het festival in Helena, Arkansas.

King Biscuit Blues Festival
Helena, Arkansas

King Biscuit Blues Festival
Het King Biscuit Blues Festival is vernoemd naar het radioprogramma King Biscuit Time, dat al sinds 1941 door KFFA in Helena dagelijks om 12.15 uur wordt uitgezonden en waarin bluesmuziek de hoofdrol speelt. Discjockey van het eerste uur was de harmonicaspeler Sonny Boy Williamson (1912-1965), van wie “Don’t Start Me Talkin’” het bekendste nummer is. Als radiopresentator moest hij bloem aanprijzen, King Biscuit Flour van Interstate Grocer Company.

Het driedaags festival vond plaats op het binnentalud van de Mississippi-dijk in Helena, waarop wij, tussen het overwegend blanke publiek, plaatsnamen op de vouwstoeltjes die we eerder voor $8 per stuk hadden aangeschaft. Op sommige momenten kwam er een stofwolk over vanuit de graansilo’s van Bunge, maar daar konden we niet over klagen, want dit bedrijf was een sponsor van het festival.

Wij zagen optredens van diverse artiesten, afkomstig uit Arkansas en omliggende staten, sommigen van hen vaste waarden op het festival dat al sinds 1986 jaarlijks wordt georganiseerd:
  • The Legendary Pacers, in herinnering aan de overleden frontman Sonny Burgess (1929-2017)
  • Sterling Billingsley
  • Chris O'Leary
  • Joe Louis Walker
  • Tab Benoit
  • Anson Funderburg & The Rockets
  • Paul Thorn
  • JJ Grey & Mofro
  • Jack Pearson
  • Bruce Katz
  • Andy T Band with Alabama Mike.
Luister naar de Spotify playlist “Blog Klaas Bos – King Biscuit Blues Festival 2017”.

Rijk cultureel erfgoed
De hoeveelheid cultureel erfgoed op het gebied van de populaire muziek in de Mississippi Delta is wonderbaarlijk.

Voor meer informatie volsta ik met een verwijzing naar de Mississippi Blues Trail: www.msbluestrail.org.
Lees ook “Impressies van het diepe Zuiden”, “Wandel mee door “The Big Easy’” en “Waarom het niet altijd leuk was aan de bayou”.

maandag 18 december 2017

How it started underground

Efforts are being made to advance Chemelot and Brightlands in the Netherlands in terms of innovation and competitiveness. This requires transitions in doing and thinking. Transitions are connected with the history of the area where Chemelot and Brightlands are located. We are going back in time.


Maurits State Mine, 1967
DSM, www.deMijnen.nl

The early history of the region between the Dutch villages Geleen, Urmond, Stein, Elsloo, and Beek goes back to well before the start of our era. When the ground was being prepared for the construction of the ARLANXEO office at the Brightlands Chemelot Campus in 2012, remains of buildings were unearthed, probably a farm yard, that dated from the Iron Age (800-50 BC). Big pits around the buildings could also be dated back to the Iron Age, based on the pottery shards found in them.
Until the twentiest century this remained a rural area.

By the end of the nineteenth century, a few German and Belgian companies had started coal mining in South Limburgç in the very south of the Netherlands. Geologically, the Belgian Campine, South Limburg and large swaths of the German state North Rhine-Westphalia form a single coal-rich area. Recognizing the strategic importance of coal, the Dutch government founded De Staatsmijnen (The State Mines, later DSM) in 1902. DSM opened three coal mines in the Eastern Mining District, before turning its eyes to the Western Mining District, more in particular to Geleen.

A fourth state mine
The Geleen municipal council was not amused and sent the Dutch government a letter to object to mining operations within this calm, conservative and agricultural community.
From the letter sent by the Geleen municipal council, dated 14 March 1908:

But let us have a look at the drawbacks Geleen would suffer from the mines. We will not even mention the moral drawbacks, and of the material drawbacks we will mention only one: Where will the farmers find workmen to work their land? How much will they have to pay them? No, we hold Geleen, with its healthy, virtuous and prosperous population too dear to let its people be reduced to mine slaves.

In neighboring Sittard, meanwhile, hopes grew that this ‘prize’ was theirs for the taking. The die was cast by Royal Decree of March 12, 1915: the fourth state mine was to be located in Lutterade, west of  Geleen, which offered the best possibilities to work the so-called Maas fields. A year later, this mine was officially named Staatsmijn Maurits (Maurits State Mine). The work initially focused on digging two shafts giving access to the black gold.
January 1, 1926 marked the official start of the exploitation.

Underground shot Maurits State Mine 1960
DSM, www.deMijnen.nl

The main building
In 1922, the first stone was laid for the main building of the Maurits State Mine in Geleen. From the opening in 1924 to the closing of the mine on 1 September 1967, this building served as the ‘nerve center’, not only housing the managing director, head engineer, supervisors, and offices, but also comprising the gigantic bath building (now demolished).
The main building was designed by the Amsterdam architect Leliman. He was a representative of the Amsterdam School, which reacted against the Neo-Gothicism and Neo-Renaissance of around the turn of the century. With Berlage as leading exponent, the designs produced by this school became more rationalistic, with fair-faced brickwork. Above the massive wooden front door the name ‘Staatsmijn Maurits’ was shown in brickwork in the same style, with above it four façade embellishments representing the ‘Mine God’, made in 1923 by the Amsterdam ceramist Willem Coenraad Brouwer.
After 1937, the building was gradually expanded, for instance with a new Wage Hall.

New Wage Hall Maurits State Mine, 1952
DSM, www.deMijnen.nl

In the Wage Hall the miners literally received their wages on Saturdays. Brass fencing was placed before the supervisor offices, and moving along the fence, the ‘undergrounders’ came in to collect their pay packets. Against the walls of the hall you can still see the wooden benches on which the miners waited till their number was called.
In the early sixties, the (old) Wage Hall was embellished with glass art by Eugene Quanjel. Entitled ‘Carboon’, it represents the formation of the coal layers. Use was made of a special technique, developed by DSM, to glue the colored parts in between two glass plates.

J. Kleynen, underground employee, next to a clothing hook in
the bath room of the Maurits State Mine, 1948
DSM, www.deMijnen.nl

Behind the Wage Hall there was in a huge changing room surrounded by baths for employees at all levels. The original design was big enough for some 4000 employees (they worked in three shifts, six days a week). Everyone had their own clothing hook, which was lifted with a chain and secured with a safety lock, so that the clothes were literally high and dry.

Lamp room at the Maurits State Mine, 1938
DSM, www.deMijnen.nl

Before going to the change room, the miners collected their identity badges. After changing, they reported to the lamp room where they were given the lamps needed for their underground work. The miners then formed a column on the footbridge to the shaft, with the shifts that had to go deepest heading the column. In the heyday of mining, in the early fifties, some 5700 employees worked underground and 3400 above it. The Maurits was Europe’s most modern, safe and efficient mine.

End of mining
In 1957, the mine achieved a record coal production, but the glory days of the Dutch State Mines were soon to end. With the introduction of natural oil and gas, there was no longer much need for Economic Affairs Joop den Uyl came to Heerlen to deliver the news in the local theatre. On 17 July 1967, the last coal was mined from the Maurits.

Water tower of Maurits State Mines, 1955
Monument  Municipality of Sittard-Geleen

Mining past
The Maurits Wage Hall is one of the few buildings reminding us of the mining past at Chemelot, or even in the whole of South Limburg. Part of the building, more specifically the front façade and the benches in the (old) Wage Hall, is a national monument.

At or near Chemelot there are also five municipal monuments: the construction workshop, the water tower, the mining monument, the Barbara monument and the mosaic monument. The construction workshop behind the Wage Hall dates from the earliest mining period. Special features are the original steel structure, consisting of riveted and screwed parts, and the original window frames and windows in the facades. The special, 30 m high water tower, also behind the Wage Hall, was built a little later, based on a design by Dinger. The mining monument in the nearby Mauritspark residential area, made by Eugene Quanjel in 1937, represents ‘Agriculture’ and ‘Mining industry’. The Barbara monument in the public garden opposite the Wage Hall entrance, made in 1951 by Wim van Hoorn, was commissioned by the Maurits State Mine personnel. Saint Barbara was seen as the patron saint of the miners (and other dangerous occupations).

Mosaic monument Harry Schoonbroodt, 1953
www.koelpiet.nl

The mosaic monument at the crossing between Mijnweg and Tunnelstraat, made by Harry Schoonbroodt, was erected in 1953 as a jubilee gift of the Geleen citizenry to the State Mines. The text on the monument translates as: “The farmer no longer ploughs his furrows, for the waving grain had to yield. May God continue to give us pleasure in our work and may he grant a future to the young.

“...and may he grant a future to the young.”
But not as a miner, for that option definitively disappeared in 1967. It would have to be as a process operator or one of the many other professions created around the (former) Maurits State Mine.
In fact, these professions were created since the foundation of the mine, because with the mining industry the chemistry started…

Visit www.demijnen.nl to check out the pictures from the mining era.
This is a repost of my (Dutch) June 5, 2017 post.
Read my May 20, 2013 blog post about the reason why of my English reposts.